|
|
Het onderzoek in het kort
Het hoofddoel van het onderzoek is het verbeteren van
pijndiagnostiek en het optimaliseren van pijnbehandeling in
verpleeghuizen. Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat mensen
met dementie minder pijnstillers slikken dan mensen die geen
dementie hebben. Terwijl de kans dat ze pijn hebben even groot is.
Dit geeft een risico op onderbehandeling, en daarmee een mogelijke
verslechtering van de kwaliteit van leven. Er zijn meerdere
mogelijk oorzaken waarom mensen met dementie minder pijnstillers
gebruiken, maar in dit onderzoek gaan we er vanuit dat voornamelijk
communicatieproblemen aan de basis liggen. Door dementie
verslechteren de communicatievaardigheden. Daardoor kunnen mensen
met dementie minder goed aangeven dat ze pijn hebben. Daarnaast
uiten mensen met dementie pijn vaak anders, waardoor het verplegend
personeel uitingen van pijn kan opvatten als gedragsveranderingen,
passend bij de dementie.
Methode
In 7 verpleeghuizen zijn gedragsobservatielijsten
ingevoerd. Het verplegend personeel vult de lijst 2 keer per dag
in, gedurende een langere periode. Ze vullen in of ze bepaalde
uitingen observeren die op pijn zouden kunnen wijzen. Denk aan
universele uitingen van pijn als kreunen, de wenkbrauwen fronsen of
de pijnlijke plek aanraken. Maar ook ander gedrag, zoals
rusteloosheid, agressie of niet aangeraakt willen worden kan wijzen
op pijn. Een hoge score op de observatielijst is een indicatie voor
pijn, en voor de verpleeghuisarts een reden om uit te zoeken waar
de pijn vandaan komt. De laatste stap is pijnbehandeling, startend
met een lichte pijnstiller. Het doel is niet om pijnstilling te
verhogen, maar om de pijnbehandeling te optimaliseren. De
observatielijst werkt twee kanten op: ook een teveel aan
pijnstilling wordt opgemerkt. Bij een lage score, dus geen
indicatie voor pijn, wordt het huidige medicijngebruik bekeken en
wordt dit waar nodig teruggeschroefd.
Resultaten en toekomst
Iemand die pijn heeft, voert cognitieve taken minder goed
uit. Ook heeft pijn invloed op het dag- en nachtritme, omdat iemand
die pijn heeft 's nachts vaker wakker wordt. We vermoeden dat dit
bij mensen met dementie ook zo werkt. Wanneer we de pijn beter in
kaart kunnen brengen en beter kunnen behandelen, hopen we dat de
cognitieve achteruitgang minder snel gaat en het slaap- en
waakritme verbetert. Dit komt de kwaliteit van leven ten goede.
Plooij: 'Het is ontzettend intrigerend hoe ons brein kan
veranderen, op zowel oude als jonge leeftijd. Als neuropsycholoog
heb ik individueel contact met patiënten, maar met dit onderzoek
kan ik ook iets betekenen voor de gehele groep mensen met dementie.
Zolang er geen medicijn is, moeten we proberen het leven van mensen
met dementie zo draaglijk mogelijk te maken.'
Meer informatie
Bekijk de onderzoekspagina van drs. Bart Plooij
Wetenschappers aan het woord
Dit interview maakt deel uit van de rubriek Wetenschappers aan het
woord.