Drs Bart Plooij: 'Intrigerend hoe ons brein kan veranderen'

30-11-2011
 

Bart-Plooij1 Bart Plooij is neuropsycholoog en promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam (faculteit der Psychologie en Pedagogiek, afdeling Klinische Neuropsychologie). Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op pijnbeleving bij oudere mensen met en zonder een dementie. Het hoofddoel van zijn promotieonderzoek is het verbeteren van pijndiagnostiek en het optimaliseren van pijnbehandeling in verpleeghuizen. 'Het is intrigerend hoe ons brein kan veranderen, op zowel oude als op jonge leeftijd'


Het onderzoek in het kort
Het hoofddoel van het onderzoek is het verbeteren van pijndiagnostiek en het optimaliseren van pijnbehandeling in verpleeghuizen. Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat mensen met dementie minder pijnstillers slikken dan mensen die geen dementie hebben. Terwijl de kans dat ze pijn hebben even groot is. Dit geeft een risico op onderbehandeling, en daarmee een mogelijke verslechtering van de kwaliteit van leven. Er zijn meerdere mogelijk oorzaken waarom mensen met dementie minder pijnstillers gebruiken, maar in dit onderzoek gaan we er vanuit dat voornamelijk communicatieproblemen aan de basis liggen. Door dementie verslechteren de communicatievaardigheden. Daardoor kunnen mensen met dementie minder goed aangeven dat ze pijn hebben. Daarnaast uiten mensen met dementie pijn vaak anders, waardoor het verplegend personeel uitingen van pijn kan opvatten als gedragsveranderingen, passend bij de dementie.

Methode
In 7 verpleeghuizen zijn gedragsobservatielijsten ingevoerd. Het verplegend personeel vult de lijst 2 keer per dag in, gedurende een langere periode. Ze vullen in of ze bepaalde uitingen observeren die op pijn zouden kunnen wijzen. Denk aan universele uitingen van pijn als kreunen, de wenkbrauwen fronsen of de pijnlijke plek aanraken. Maar ook ander gedrag, zoals rusteloosheid, agressie of niet aangeraakt willen worden kan wijzen op pijn. Een hoge score op de observatielijst is een indicatie voor pijn, en voor de verpleeghuisarts een reden om uit te zoeken waar de pijn vandaan komt. De laatste stap is pijnbehandeling, startend met een lichte pijnstiller. Het doel is niet om pijnstilling te verhogen, maar om de pijnbehandeling te optimaliseren. De observatielijst werkt twee kanten op: ook een teveel aan pijnstilling wordt opgemerkt. Bij een lage score, dus geen indicatie voor pijn, wordt het huidige medicijngebruik bekeken en wordt dit waar nodig teruggeschroefd.

Resultaten en toekomst
Iemand die pijn heeft, voert cognitieve taken minder goed uit. Ook heeft pijn invloed op het dag- en nachtritme, omdat iemand die pijn heeft 's nachts vaker wakker wordt. We vermoeden dat dit bij mensen met dementie ook zo werkt. Wanneer we de pijn beter in kaart kunnen brengen en beter kunnen behandelen, hopen we dat de cognitieve achteruitgang minder snel gaat en het slaap- en waakritme verbetert. Dit komt de kwaliteit van leven ten goede. Plooij: 'Het is ontzettend intrigerend hoe ons brein kan veranderen, op zowel oude als jonge leeftijd. Als neuropsycholoog heb ik individueel contact met patiënten, maar met dit onderzoek kan ik ook iets betekenen voor de gehele groep mensen met dementie. Zolang er geen medicijn is, moeten we proberen het leven van mensen met dementie zo draaglijk mogelijk te maken.'

Meer informatie
Bekijk de onderzoekspagina van drs. Bart Plooij

Wetenschappers aan het woord
Dit interview maakt deel uit van de rubriek Wetenschappers aan het woord.

Terug naar Actueel