In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Ging het vandaag net zo lekker, stortte ik opeens helemaal in.
Ik droomde dat ik een jaar of 6 was. Mijn pa en mama hadden weer eens ruzie, dat gebeurde nog wel eens in die tijd. Mijn broer Hans en ik zochten altijd vertrouwen bij elkaar. Als we bang waren kropen we weg, in bed of onder de tafel. Altijd kropen we tegen elkaar aan. Mijn broer was mijn veilige haven.
Een droom is iets onwerkelijks. Je vliegt door de tijd. Opeens ben ik dement en oud. Mijn broer komt naar me toe, houdt me stevig vast en zegt broertje. Ik herken hem en wil wat aardigs zeggen, maar ik krijg het niet uit mijn strot. Ik hakkel en krijg mijn woorden niet onder controle, wat ik ook probeer. Ik huil en wil zeggen dat ik hem heb gemist, maar het lukt niet.
Een droom gaat met je aan de haal. Ik ben weer 6 jaar. Mama is weggelopen, Hans huilt nu. Ik ben groot en sla een arm om me heen. Rot papa ook, mama is weg en komt nooit meer terug.
Ik schrik in tranen wakker. Vandaag is het 26 jaar geleden dat mama is overleden.
Ik heb mijn broer 25 jaar niet meer gezien. Ruzie, onenigheid, koppigheid, het
zal me een worst wezen. Mijn vriendje alzheimer gaat straks met me aan de haal.
Het verdriet om mijn moeder is weer heel groot. Wat houd ik van die vrouw en wat
mis ik haar. Maar ik houd ook van mijn broer en ik mis hem. Ik vraag me af of
hij mij nu ook mist en zo ja,
zou hij me komen opzoeken? Komt hij dan niet te laat? Zou ik hem dan nog herkennen?
Evert
lees andere columns van Evert van Rossum

