In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Iedere Alzheimerpatiënt is anders, reageert anders en beleeft de ziekte anders. De ziekte van Alzheimer in al zijn variaties is een ongrijpbaar fenomeen voor de patiënt en de omgeving.
Ik vind reizen bijvoorbeeld heel fijn. Reizen verbreedt mijn inzicht. Vaak poets ik mijn langetermijngeheugen op. ‘Hier ben ik vroeger geweest’ denk ik dan. Vervolgens noem ik tot in detail waar we zijn of waar we naartoe gaan. Oude herinneringen staan ineens weer fris in mijn geheugen. Daar kan geen cognitieve training tegenop.
Sommige mantelzorgers reageren stomverbaasd. ‘Reizen? Mijn man of vrouw wordt heel onzeker als we een weekend weg gaan. Hij (of zij) wordt erg onzeker van de nieuwe omgeving. Nee, ik kan eigenlijk niet meer weg. Thuis is onze veilige haven. Op vakantie gaan? Ik moet er niet aan denken!’
Onlangs gingen Izaak en ik met vrienden een weekendje naar Zutphen (Gelderland). We reden een prachtige toeristische route langs de Rijn en IJssel. Wat is Nederland toch een mooi land. Het herkennen van alle plekken opgeslagen in mijn ‘rugzak’ was een ongelooflijk feest. M’n vrienden moeten gedacht hebben: ‘Hij is nu zwaar aan het dementeren. Hij leeft nu echt in het verleden.’ Ze stonden versteld dat ik zomaar zei: ‘We rijden nu richting Lathum.’ En: ‘Dit is de weg naar Doesburg.’ Prompt vertelde ik het verhaal dat we eens waren uitgenodigd voor een 12,5-jarige bruiloft in Hengelo. Daar aangekomen konden we het adres maar niet vinden. Wie weet nu dat er een Hengelo is in Overijssel en een Hengelo in Gelderland? Ik sindsdien wel, want we stonden in Hengelo Overijssel! Terwijl ik deze anekdote vertelde, riep Izaak opeens: ‘Kijk, dat bord! Hengelo!’ En ja hoor, we reden bij Doesburg. ‘Ik zei het toch!’
De vrienden die ons hadden uitgenodigd zijn een stel rond de dertig. Misschien niet mensen die je bij ons verwacht, maar het klikt ongelooflijk goed tussen ons. Jacintha is de dochter van mijn beste vriendin die ik al ken sinds haar vijfde. Net als ik maakt zij nu een reis door in haar ontwikkeling. Wij begrijpen elkaar goed en samen hebben we heel wat orkanen en stormen doorstaan. Ik ben altijd als een blok voor of achter haar blijven staan. Er is een onverwoestbare vriendschap met haar gegroeid, ontstaan uit liefde. Omdat ik Jacintha altijd door dik en dun steun, hadden zij en haar vriend Bouke ons uitgenodigd voor het weekendje.
’s Avonds gingen we na een gezellig etentje discobowlen. Dat ik in Zutphen ben geweest, weten de mensen daar nu nog. Ik heb staan dansen, uit volle borst meegezongen met de Toppers en won zelfs een rondje bowlen. Ik vierde mijn eigen feestje. Dat is weer een voordeel van mijn vriendje Alzheimer. Ik heb schijt aan iedereen. ‘En daar gaan we nog een keer!’
Gesloopt maar voldaan vielen we aan het eind van de avond op bed. Met vertrouwen dat de TomTom ons de volgende dag weer langs mooie wegen naar Nieuwegein zou brengen, vielen we in slaap.
Thuis vertelde ik vol enthousiasme aan mijn vader hoe mooi alles was en hoe we hadden genoten. ‘Die trip moet je maken in de zomer, dan is alles veel mooier’, zei hij. ‘Nee pa, elk seizoen is mooi. Alles was zo prachtig. We konden zó ver kijken in het rivierenlandschap. De bossen waar we doorheen reden waren zo in rust, zo sfeervol, zo prachtig.’
Plotseling realiseerde ik me waarom ik reizen zo fantastisch vind. Iedere reis die ik maak kan mijn laatste zijn. De seizoenen maken niets uit, ik moet reizen, reizen, reizen! Als je kan genieten van al het fraais wat de wereld biedt en mag reizen met lieve vrienden als Jacintha en Bouke, is het leven een groot geschenk. Een geschenk dat ik met beide handen aanneem.
Evert van Rossum

