download print
12 augustus 2010

In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.

Ik heb niets met voetbal. Met de kolderieke toestanden eromheen al helemaal niet. Met stomme verbazing kijk ik altijd naar het gedrag van mannen als hun club een doelpunt heeft gescoord. Ze weten van gekkigheid niet waar ze elkaar moeten grijpen. Voetbal en mannen, ik zal het wel nooit begrijpen. Het spelletje is wel goed om mijn langetermijngeheugen weer eens flink op te poetsen. Over alle spelregels, zelfs buitenspelval, kan ik meepraten. Het is mij namelijk met de paplepel binnengegoten.

Ik kom uit een echte voetbalfamilie. Mijn vader is gek van voetbal en mijn moeder ging vroeger vaak mee naar thuiswedstrijden van zijn cluppie Elinkwijk in de Utrechtse wijk Zuilen. Ik weet alleen niet of zij meeging voor het voetbal zelf of vanwege de mooie mannen die meespeelden. Mijn broer voetbalde bij Ultrajectum. Mijn vader trainde hem op het trapveldje voor onze flat. Eén keer zo fanatiek dat hij mijn broer een hersenschudding bezorgde. Als Elinkwijk had gewonnen, was mijn vader zo trots als een pauw. Maar als zijn club verloor, had hij zondagavond steevast hoofdpijn en zaten we altijd zwijgzaam te eten. ’s Maandags hadden we last van de naweeën van het verlies, want dan was hij de hele dag gepest op zijn werk.

In Utrecht, waar ik ben opgegroeid, waren er drie grote voetbalclubs, Elinkwijk, DOS en Velox. De broer van mijn vader was voor DOS, altijd leuk tijdens de verjaardagen. Je kunt het vergelijken met de strijd tussen Feyenoord- en Ajaxsupporters. Dit ‘probleem’ lostte zich vanzelf op want in 1970 fuseerden de drie clubs tot FC Utrecht. Mijn vader zag dit als verraad. Uit principe ging hij niet naar Stadion Galgenwaard. Elinkwijk was en blijft altijd zijn club. Toen werd hij fan van het Nederlands Elftal. Ook mijn zus is een grote voetbalfan, zij mist geen wedstrijd van Oranje. U begrijpt dus waar het op dit moment bij ons thuis over gaat: het EK.

Vorige week zei mijn zus: ‘Laten we het balkon van Pa versieren met een grote vlag. Dinsdag 17 juni is hij jarig, dan versieren wij de woonkamer met oranje spullen en kijken we gezellig met z’n allen bij hem.’ Izaak en ik wonen in hetzelfde complex als mijn vader. Het is een normaal wooncomplex, maar sommige bewoners hebben standing. Althans, dat vinden zij zelf. Wij mogen het wooncomplex niet naar beneden halen door de balkons te versieren met oranje vlaggen en vaandels. Schande! Omdat ik natuurlijk een grote fan ben van mijn vader en hij van het Nederlands Elftal, heb ik ons balkon toch opgefleurd met een grote voetbalvlag. Jammer voor alle buren. Je moet een alzheimerpatiënt nooit dwars zitten, dat wordt oorlog. Ook Izaak hoort bij de goegemeente die niks met voetbal heeft. Toen hij thuiskwam van zijn werk en ons balkon zag, riep hij meteen: ‘Schrijf mij maar in bij de gemeente Nieuwegein als woningzoekende.’

Nogmaals, ik heb niks met voetbal, ik vind het een stom spel, maar ik hou nu eenmaal van gezelligheid. Daarom vind ik het reuze spannend als het Nederlands Elftal speelt. Ik hoop echt dat ze winnen op mijn vaders verjaardag. Als Nederland dan scoort, maken wij net zo veel lawaai als een heel voetbalstadion bij elkaar. Arme buren, arme Izaak, arme mensen die totaal niet van voetbal houden, die hopen natuurlijk dat de Oranjegekte gauw voorbij is, dat Nederland snel wordt uitgeschakeld. Maar ik hoop dat de gezelligheid, de saamhorigheid, de versierde straten en de spanning nog lang voorduurt en we de finale halen.

De oranjegekte heeft één heel groot voordeel: Niemand merkt dat ik de ziekte van Alzheimer heb. Voor een paar weken leven we allemaal in mijn roze (of beter gezegd: oranje) wereld.

Heel veel voetbalplezier en voor degenen die niet van voetballen houden: heel veel sterkte!

Evert

Reageer op deze column

 

lees andere columns van Evert van Rossum

 

                   © 2010 Alzheimer Nederland - Privacy - Webmaster