‘Je moet er rekening mee houden dat veranderingen in je leven je in verwarring
zullen brengen.’ Deze wijze woorden sprak mijn psycholoog bij mijn eerste consult.
‘Probeer stabiliteit in je leven te brengen. Ga ergens wonen waar je je de omgeving
goed eigen maakt. Als je dan achteruit gaat, kun je toch nog lang van die vertrouwde
omgeving blijven genieten. Let vooral op goede zorg. Zorg dat jij je er veilig
voelt. Als je je later moet verplaatsen, blijft het altijd een vreemde omgeving.’
Deze raad knoopten Izaak en ik goed in onze oren. We verhuisden naar verpleeghuis
Humanitas Bergweg. Maar de veiligheid die we daar dachten te vinden, bleek voor
mij niet die veilige haven. Ik voelde mij er erg ontheemd en binnen twee jaar
verhuisden we weer naar Nieuwegein. Deze keuze is de beste geweest die we hebben
gemaakt. In Nieuwegein zijn we erg happy. Deze veranderingen heb ik goed doorstaan.
Dat ik zou veranderen, wisten we al en heb ik als vanzelfsprekend geaccepteerd.
Zo zit mijn ziekte nu eenmaal in elkaar. Maar een verandering waarmee de psycholoog
en wij geen rekening hadden gehouden is dat Izaak door het ouder worden ook in
gedrag verandert. In juli wordt hij 59 jaar. Haha, bijna 60 dus en dat is te merken.
Zijn jonge uitstraling maakt langzamerhand plaats voor die van een opafiguur.
Dat mag natuurlijk, want hij is tenslotte opa geworden van Lars. Alleen werkt
het op mijn zenuwen. Ik word soms gillend gek van zijn ouwe lullengedrag. Voor
een alzheimerpatiënt is het bijna niet te behappen. Ik wil alles bij het oude
laten. Dat is veiliger en rustiger voor mij. Veranderingen brengen mij in verwarring.
Voor mijn zelfbehoud moet Izaak blijven zoals hij is. Izaak en ik zijn van hetzelfde
geboorte jaar (1949), maar onze werelden verschillen totaal. Iza in zijn glansrol
als opa en ik als een puber van 15 jaar. Hij spaart nu zelfs postzegels. Het moet
niet gekker worden!
Izaak, de schat… Alle zorgen en problemen, zowel zakelijk als privé, komen op
zijn schouders terecht. Voor hem is alles bij het oude gebleven, behalve zijn
puberende maatje. Gek eigenlijk: mensen worden gewaarschuwd dat mensen met de
ziekte van Alzheimer veranderen, maar ik ben nooit gewaarschuwd dat ‘de normale
mens’ ook verandert. ‘Dat is toch vanzelfsprekend?’ zult u zeggen. Maar voor mij
is niets vanzelfsprekend.
Mijn ziekte maakt mij jonger in hart en geest. Mijn ziekte beschermt mij. Ik
heb geen zorgen meer. Mijn ziekte geeft mij de ruimte om nog even te genieten
van het leven. Door mijn ziekte leef ik als een kind, die lacht en geniet. Een
stemmetje in mijn achterhoofd zegt: ‘Geniet ervan, het duurt maar even.’
Het probleem is minder groot dan ik nu misschien doe voorkomen. Samen kunnen
we er erg om lachen. Maar het blijft een vreemde situatie, die oude man en die
puber.
Evert
lees andere columns van Evert van Rossum

