download print
12 augustus 2010

In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.

We wonen alweer een jaar in Nieuwegein en het gaat fantastisch met mij. Althans, ik heb niet het idee dat ik veel achteruit ben gegaan.

‘Oh nee?’, hoor ik Izaak zeggen. ‘Als je naar het toilet moet, sta je altijd eerst in de inloopkast. En als je wat moet pakken in de inloopkast, sta je altijd eerst in de badkamer. Je gaat nooit direct op je doel af. Je weet de indeling van ons huis soms niet meer.’

Stomverbaasd kijk ik Izaak aan. ‘Is dat zo?’, vraag ik en ik neem me voor hier voortaan goed op te letten. ‘Naar het toilet’, hoor ik mezelf mompelen, ‘naar het toilet, naar het toilet…’ En inderdaad, hij heeft gelijk: ik sta in de inloopkast. ‘Ach, het is mijn sluiproute’, denk ik maar. Ik kom bij het toilet, al is het met een omweg. Dat hindert niks, ik heb tijd zat.

‘Wassen en aankleden is ook zo’n happening’, zegt Izaak een andere keer. Iedere dag is het voor mij zondag, dus iedere dag sta ik uitgebreid onder de douche en trek ik mijn zondagse kleding aan.

‘Als jij je hebt gewassen, lijkt het alsof een tornado door de badkamer is gegaan’, gaat Izaak verder. ‘Hoe jij het voor elkaar krijgt weet ik niet, maar in alle hoeken en gaten zitten zeep en scheerschuim. Alles is drijf- en drijfnat. Als ik vijf handdoeken neerleg, gebruik jij ze alle vijf en hoe krijg jij ze in vredesnaam zo nat? Een normaal mens droogt zichzelf af in de badkamer. Jij loopt drijfnat de huiskamer in omdat je gezellig wil praten, neemt kletsnat plaats op de bank en kwebbelt er lustig op los. Als jij jezelf hebt afgedroogd, gooi je alle deuren van de kasten open. “Dat is makkelijk”, zeg je dan, “dan kan ik zien waar alles ligt.” Dat is jouw oplossing omdat je gewoon niet meer weet wat waar het ligt. Binnen een paar minuten is de tornado door de kasten gegaan. “Nee, toch maar niet”, zeg jij als je eenmaal iets aan hebt. En vervolgens gooi jij alles op een hoop. Je bent wel aangekleed, maar wat maak jij er toch iedere keer een rotzooi van!’

‘Is dat zo?’, vraag ik verbaasd, ‘ik weet van de prins geen kwaad!’

We hebben een Amerikaanse koelkast met het vriesgedeelte links en de koeling rechts. ‘Jij experimenteert ook graag wat ingevroren kan worden’, zegt Izaak op een dag. ‘Jij vergeet dat het linkergedeelte de vriezer is. Wat ik al niet heb weggegooid omdat jij het hebt ingevroren! Laatst zelfs een pot zure haring.’

‘Die vriezen ze in hoor als ze worden gevangen. Die kunnen er wel tegen’, verweer ik me.

Maar Izaak laat zich niet uit het veld slaan. ‘Vergeten is echt je volgende vriendje geworden. Als jij in de keuken alleen maar een potje thee aan het zetten bent, hoor ik dat je alle kastjes open trekt op zoek naar de theepot en de thee. Als jij eten hebt gekookt is er geen schoon bord, pan en bestek meer in huis. Voor elke handeling pak jij wat je nodig hebt. Jij weet gewoon niet meer dat je al een mes hebt gepakt. Als jij de tafel dekt zie ik je steeds met hetzelfde de kamer binnenkomen. “Oh! Dat heb ik al gepakt”, hoor ik je mompelen. Je keert je om en drie tellen later kom je weer terug met hetzelfde in je handen of je vergeet gewoon de tafel verder in orde te maken…’

En zo gaat Izaak nog  even door. Hij zet vandaag de puntjes op de i.

‘Het gekke is dat jij alles normaal vindt’, gaat hij rustig verder. ‘Als jij de tafel aan het dekken bent, gooi je meteen alle kasten open zodat je kunt zien waar het staat. Dan hoef je immers niet te zoeken. Het gemak waarmee jij accepteert dat je niet meer weet wat waar iets staat, verbaast mij iedere keer. “Niet over zeuren, het hoort er allemaal bij”, “’ik kan en mag overal langer over doen, ik heb tijd genoeg!”, “waar maak jij je nu zo druk om?”, “wat maakt het nu uit of ik weet waar wat waar staat, ik vind het toch?”

Als ik me toch irriteer, hoor ik meestal één van deze zinnen. En nu denk ik ook: waar maak ik me druk om? Het is jouw leven en ik leer van jou dat het leven waardevol is, ook al gaat alles anders dan je gewend ben. Eigenlijk heb je wel gelijk, Evert, je bent niet achteruitgegaan. Het is anders geworden en dat is even wennen.’

Met grote ogen kijk ik Izaak aan. ‘Weet je wat ook anders geworden is?’, zeg ik. ‘Jij praat aan één stuk door. Dat deed je vroeger nooit!’

‘Ik kreeg vroeger de kans niet bij jou’, zegt Izaak gevat.

En samen schieten we heel hard in de lach.

Evert


Reageer op deze column  

Lees andere columns van Evert van Rossum

 

                   © 2010 Alzheimer Nederland - Privacy - Webmaster