In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Iedere dag word ik met m’n neus op de feiten gedrukt dat ‘morgen’ voor mij net
is te behappen, maar dat ‘overmorgen’ een brug te ver is.
Vol enthousiasme hebben mijn vriendin Antonia en ik onlangs een cruise door de
Middellandse Zee geboekt. We vertrekken in Barcelona en eindigen in Istanbul,
een droomreis!
De telefoon gaat. ‘Er is iets vreselijks gebeurd’, zegt een huilende Antonia.
‘Tijdens het boodschappen doen heeft een onverlaat mij omver gelopen. Ik heb mijn
heup gebroken. Ik lig nu in het ziekenhuis en word straks geopereerd.’
Mijn droomreis zie ik in rook opgaan. Even word ik aan mijn lijfspreuk herinnerd:
‘Leef vandaag, morgen kan alles anders zijn.’ Deze wijsheid geldt natuurlijk voor
iedereen, maar ik leef er daadwerkelijk naar. Ik was het even vergeten, dus moest
ik met m’n neus op de feiten worden gedrukt.
‘Nu kan ik weer even bewijzen dat ik nog stressbestendig ben’, denk ik bij mezelf.
Ik ga met Izaak in conclaaf hoe ik dit ga aanpakken. ‘Vandaag kan je toch niks
meer doen’, zijn Izaaks wijze woorden. ‘Ga morgen maar met je zus naar het ziekenhuis
in Rotterdam.’
Zo gezegd, zo gedaan.
‘Antonia ligt niet op de zaal, ze ligt nu op de operatiekamer’, zegt de verpleegster.
Verbaasd kijk ik haar aan. ‘Ze zou toch al gisteren worden geopereerd?’, vraag
ik.
‘Druk hè, meneer, ze paste nu pas in het schema.’
De nieuwe medicatie die ik slik, verricht echt wonderen. Als ik die medicijnen
niet zou slikken, zou ik ontploffen van woede. Nu luister ik naar het verhaal
van de verpleegster en bedenk dat zij er ook niks aan kan doen. Wat heerlijk dat
mijn vriendje Alzheimer in toom wordt gehouden.
We besluiten in het huis van Antonia wat spullen op te halen voor het ziekenhuis.
Zuslief weet van wanten en pakt alles wat Antonia nodig kan hebben. Ook maken
we de koelkast leeg en geven we de planten water. Bij de drogist kopen we wat
toiletartikelen. Alleen had ik dat allemaal niet voor elkaar gekregen. Ik realiseer
me hoe hulpbehoevend ik ben. Gezonde mensen doen dat even, maar ik niet meer.
Even doet het pijn, maar mijn zus zegt: ‘Zo, weer een goede daad verricht. Dat
voelt lekker, weer iemand gelukkig gemaakt.’ Ik glimlach maar en denk: ‘Eén mens?
Je moest eens weten!’
De telefoon gaat. ‘Hallo’, met Antonia. ‘Ik ben weer op de zaal. Op jouw advies
heb ik een telefoon en televisie genomen. Wat ben jij toch een lieverd. Mijn koffer
lag onder het bed en je hebt zelfs toiletartikelen gekocht. Je bent een schat!’
Ik een schat? Mijn zus komt alle eer toe. Maar zoals het vaak gaat in het leven,
krijgt de verkeerde alle lof.
Evert

