In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Met een tevreden gevoel sta ik op. Zoals iedere morgen laat ik eerst de hond uit. Verrek, alles is ineens anders. De huizen en bomen staan nog wel op dezelfde plaats, maar toch voelt het anders. Ik word er dromerig en zweverig van.
Weer thuis. Ik geef de kat te eten en zet Izaaks ontbijt klaar, maar om de een of andere reden wilt het maar niet echt lukken. De kat blijft maar om me heen draaien. Ik snap er niks van. ‘Is er geen thee?’, roept Izaak ineens.
Dromerig zit ik op de bank. Izaak vraagt: ‘Wat ben je afwezig? Heb je niet goed geslapen?’ ‘Ik heb prima geslapen en waarom ik zo afwezig ben staat niet in mijn balboekje’, antwoord ik. Ik loop naar de computer, maar een e-mail beantwoorden lukt me niet. Ik krijg de letters niet in de juiste volgorde. Dan maar even mijn favoriete spelletje proberen. Meteen bij de eerste keer ‘game over’. Ook dat lukt niet.
Toch ben ik heel tevreden. Ik snap als geen ander dat ik nog slaap en mijn vriendje Alzheimer mij totaal in zijn macht heeft. Raar eigenlijk. Ik zou nu toch heel boos of kwaad moeten worden, maar ik ben intens tevreden. Totaal uitgeschakeld en intens tevreden, dat is natuurlijk voor geen mens te begrijpen, denk ik bij mezelf. Ik kijk in de spiegel en zie een brede glimlach op mijn gezicht en een heel vreemde gelukkige uitdrukking.
Ik loop naar de kast met cd’s en zet ‘The Water Music’ van Händel op. Dromerig zit ik naar de zweverige muziek te luisteren. Ik geniet intens, mij totaal niet beseffend dat ik hier normaal gesproken niet naar kan luisteren. Ik houd helemaal niet van klassieke muziek, nu neurie ik de meeste stukken zomaar mee. Izaak zit me met grote ogen aan te kijken.
‘Ik ga naar mijn werk hoor, red je het wel?’ zegt hij even later. Ik zwaai Izaak uit. ‘Maak je om mij maar geen zorgen, ik doe vandaag lekker niks. Ik blijf thuis en vermaak me wel.’
De muziek galmt door het huis, de poes ligt tevreden naast de hond te slapen op de bank. Ik ga ernaast zitten. Plots schrik ik wakker door een harde knal. Verschrikt kijk ik om me heen. De poes en de hond zijn net zo geschrokken als ik.
Even de poes eten geven. Maar wat doen die hondenbrokken nu in zijn bakje? Even
de hond uitlaten, het is weer net zo druk en lawaaierig als altijd. Ik ben weer
wakker en mijn vriendje Alzheimer is weer even vertrokken. Gauw een Spaanse cd
opzetten. Mijn mail kan ik weer beantwoorden.
‘Alles op zijn tijd’, hoor ik mezelf zeggen. Ik ben waarschijnlijk de enige die
dat begrijpt en tevreden neem ik weer plaats op de bank. De poes op mijn schoot,
de hond aan mijn voeten en mijn vriendje Alzheimer slaapt. Ik ben klaarwakker
en intens gelukkig.
Een vreemde rust overvalt me en ik denk bij mezelf: Ik ben er weer. In mijn wereld,
mijn wereld die alleen ik begrijp. Wat heb ik het leven lief.
Evert
Reageer op deze column

