In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Ik was de afgelopen week weer op Gran Canaria om even bij te tanken.
De heenreis was weer een geweldige aanslag, dus ‘voer’ voor mijn vriendje Alzheimer.
Ik had me nog zo goed voorbereid. Zo had ik oordoppen gekocht om de herrie van
Schiphol wat te onderdrukken, maar helaas kon ik de omroepinstallatie niet buiten
sluiten. Gewapend met mijn oordoppen in en slaapmasker begon ik aan de vlucht
van vier uur. Maar sommige vakantiegangers waren door het dolle heen. Uitgeput
kwam ik aan in onze schitterende bungalow aan de boulevard. Het uitzicht op de
zee en het weer waren prachtig, maar het circus en de kermis in mijn hoofd draaiden
op volle toeren.
De volgende morgen, op weg naar het strand kreeg ik last van diarree. Wat was
ik ziek. Maar hup schouders eronder, niet zeuren Evert, in de schaduw liggen en
genieten van… ? Ja, waarvan eigenlijk? Izaak sleepte mij van het strand naar de
taxi. Niemand stak een hand uit om te helpen, maar dat verbaasde ons niet. De
mensen zullen wel gedacht hebben: Moet hij maar niet zoveel zuipen.
In de bungalow vroeg ik of Izaak een arts wilde laten komen. Althans, dat dacht
ik. Waarom hij niet direct op mijn verzoek reageerde, werd mij pas veel later
duidelijk: ik beheerste de Nederlandse taal niet en spraak koeterwaals. De arts
had binnen vijf minuten een soort noodhospitaal ingericht, onder de wenteltrap
lag ik aan het infuus. Ik zag hem zakken ophangen en medicatie erin spuiten. Tweeënhalf
uur later hoorde ik hem zeggen: ‘No problemo, no problemo.’ Alles onder controle.
Van Izaak begreep ik later dat de arts geen seconde van mijn zijde is geweken.
De volgende dag stond hij om half elf weer voor mijn neus en kreeg ik weer wat
spuiten in mijn bil. ‘Luister eens goed’, zei hij in het Spaans. ‘Ik spuit nu
zoveel vreugde in je dat je kunt gaan genieten van je vakantie. Jullie zitten
hier prachtig en je gaat lekker genieten van het uitzicht. Als het nodig is bel
je mij direct.’
De dame die onze bungalow schoon hield gaf ons stapels schone handdoeken en beddengoed.
Wat waren alle mensen lief voor. De Spaanse vriendelijkheid deed me goed.
Izaak installeerde mij onder het afdak. Ik kon weer genieten van het schitterende
uitzicht en het mooie weer. Helaas hadden we links en rechts buren die de hele
dag door sigaretten paften. Ook konden deze mensen prachtig hoesten en gorgelen,
zodat we moesten vluchten. Gelukkig weten wij op Gran Canaria inmiddels goed de
weg. Met de taxi gingen we naar een lustoord om in de schoot van moeder aarde
te genieten.
De terugvlucht was om 22.45 uur. Opgebrand, uitgeput, radeloos en moedeloos stond
ik om 03.00 uur weer op Schiphol. Het circus en de kermis in mijn hoofd waren
weer in volle gang.
Nu ik weer thuis ben, verlang ik eigenlijk nog maar naar één ding: RUST! Als
op Gran Canaria alle stoppen bij mij waren doorgeslagen, had ik tenminste rust
gevonden in de schoot van moeder aarde…. Het had zo mooi kunnen zijn.
Evert
Reageer op deze column

