In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Net voor de kerstdagen krijg ik de uitslag van alle onderzoeken. ‘Vervelend hè,
zo net voor de feestdagen’, zeggen mensen tegen mij. Hoezo vervelend? Ik weet
zelf toch allang wat er aan de hand is. Ik ken mijn eigen lijf het beste, er wordt
alleen bevestigd wat ik allang weet: dat het knudde met een rietje is.
Dat is nu het gekke mijn ziekte. Ik mag heel langzaam wennen aan de achteruitgang
en het iedere keer met horten en stoten een plek geven. Soms is het makkelijk
te accepteren, soms heb ik het er te kwaad mee. Maar ik móet en met die wetenschap
in mijn achterhoofd, geef ik alles een plekje.
Wat ik wel erg vervelend vind, is dat het zo’n eenzame strijd is. Ik voel me
nooit eens begrepen. Begrip ontvang ik wel genoeg, maar word ik ook daadwerkelijk
begrepen?
In deze tijd van recessie begrijpt iedereen ineens heel goed wat inleveren betekent.
Maar iedereen heeft wel de hoop dat dit maar van tijdelijke aard is. Na regen
komt immers altijd zonneschijn.
Helaas zit dat er voor mij niet in. Soms heb ik het gevoel dat ik langzaam gek
aan het worden ben. Alle medicatie die ik slik om een keer te slapen werkt één
keer en dan is het over. Laatst ging ik helemaal ten einde raad naar de huisarts
en hij schreef valium voor. Ik sliep één nacht als een roos, maar de volgende
dag deed ik geen oog dicht. Wat de huisarts ervan vindt weet ik niet, dan maar
twee pillen voor het slapen gaan, daar sliep ik twee uurtjes op. Nou, dan maar
drie pillen en daar sliep ik drie uurtjes op. Wat zou er gebeuren als ik de hele
doos in één keer inneem? Waarschijnlijk eeuwige rust, of toch niet?
Mijn vriendje Alzheimer accepteert gewoon niet dat er aan zijn programma wordt
gesleuteld. Hij gaat direct in de aanval op alle medicatie die ik maar naar binnen
werk. Hij bepaalt hoe het ziektebeeld vordert en maakt direct een tegenvaccin.
Hij is heer en meester.
Ik begrijp niet waarom hij zo woest is op mij. Ik doe alles om hem te behagen
en geef hem alle ruimte die hij maar wil. Maar nu sloopt hij me geestelijk dat
het pijn doet. Zo’n pijn dat alle levenssappen die in mij zitten, verdwijnen.
In de plaats daarvan krijg ik alleen meer pijn. Pijn die met geen pen is te beschrijven,
pijn die vast uit een andere dimensie komt.
Ik heb begrip genoeg. Ik weet dat de ziekte van Alzheimer mij sloopt. Maar wie
begrijpt dit als ik het zelf niet eens kan begrijpen? Net voor de feestdagen de
uitslag van alle onderzoeken. Papieren zakdoekjes zal ik maar meenemen, dat heb
ik goed begrepen, de uitslag wordt een ramp.
Evert
p.s. Laatst zat ik samen met mijn zus aan een kopje thee in een Utrechts tuincentrum.
Komt er een mevrouw op me af. Ze geeft me een hand en vertelt dat ze iedere week
naar mijn column uitkijkt. ‘Mag ik er even bij komen zitten?’ Ze vertelt dat haar
broer de ziekte van Alzheimer heeft. ‘Hij is een gesloten boek, maar door jouw
columns kan ik me zo goed in zijn wereld verplaatsen. Ik ben nooit boos op hem.
Door je columns ga ik mijn broer steeds beter begrijpen en kan ik veel beter
met hem omgaan… Ik weet dat u gek bent op bloemen. Mag ik u een bloemetje geven?’
De mevrouw kwam met een duur bloemstuk met orchideeën aanzetten. Ik durfde het
bijna niet aan te nemen en zei: ‘Dat is toch veel te gek!’ Weet u wat haar antwoord
was? ‘Vandaag leef je, geniet ervan,
morgen is zover weg!’
Lees andere columns van Evert van Rossum

