In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Heel soms denk ik na over de dood. Ik ben niet suïcidaal, maar het afscheid nemen
van het leven houdt me toch erg bezig. Het vreemde is dat het niet eens mijn ziekte
is die me bang maakt. De wereld maakt me bang. Beter gezegd: de homo sapiens die
er op woont, zorgt ervoor dat ik het afscheid ga zien als een zegen.
Er gebeuren gewoon te veel dingen die ik met mijn kleine brein nog kan bevatten. Soms gaat het fantastisch met me, maar soms ben ik door een pietluttigheid dagen van slag.
Overleven in ‘De Wereld der Dwazen’ gaat me steeds zwaarder vallen. Het is net of de mensen steeds dommer en gekker worden. Ik begin al aan mezelf te twijfelen. Ik denk soms echt: nog even en je ligt beneden aan de glijbaan. Ik kan soms niet meer het onderscheid maken van wat echt of nep is. Wat is recht en wat is krom? Ik ben er soms heilig van overtuigd dat ik de wedstrijd heb verloren.
Als je zo gaat denken, kom je in een neerwaartse spiraal terecht en dat is bijna niet meer te stoppen. Tot er iets in je leven gebeurt zodat je ineens het licht weer ziet en in jezelf gaat geloven.
Wij wonen in een deftig complex waar iedereen elkaar in zijn waarde laat. Tenminste,
dat dacht ik. Op een dag krijg ik van een vriendin twee posters. Eentje hang ik
bij de entree op en de ander naast de lift op de tweede verdieping waar wij wonen.
Een buurvrouw die op de begane grond woont, zegt tegen mij: ‘Wat zonde dat die
mooie poster naast de lift hangt op de tweede. Die moet je op de begane grond
hangen, dan kan iedereen ervan genieten.’ Omdat ik de beroerdste niet ben, hang
ik de poster beneden aan de muur.
Als Izaak thuiskomt van zijn werk vraagt hij: ‘Waar is de poster?’ ’Die hangt
beneden.’
‘Waar dan? Ik heb niks gezien’, zegt Izaak. We gaan samen zoeken. De poster zal
toch niet gestolen zijn?
Ik vraag het aan de buurvrouw, maar die weet ook van niks. Gelukkig, daar stapt de voorzitter van de bewonerscommissie uit de lift. We vragen het aan hem. ‘Ja, die heb ik weg gehaald,’ zegt hij. ‘Bewoners hadden geklaagd over de poster. Hij was te opvallend voor het gebouw.’
De posters heb ik gekregen van een vriendin die ik Hyacinth Bucket noem, van de serie ‘Schone schijn’. Zij had de poster met smaak uitgezocht. Hij had zo opgehangen kunnen worden bij de Bijenkorf of het koninklijk paleis. Maar in ons complex neemt men er aanstoot aan.
Ook meldt de voorzitter me nog even netjes dat met de beheerder van het pand contact is opgenomen omdat rond de kerstdagen het appartement te bont hadden versierd. Daar moet paal en perk aan worden gesteld. De regels krijgen we nog wel te horen.
Ik zie Izaak verkleuren van rood naar paars. Gauw ingrijpen, denk ik, anders vallen er doden. Ineens voel ik mijn neerwaartse spiraal omhoog gaan. Ik krijg weer zin om te gaan trainen en te schilderen. Ik ben de voorzitter eeuwig dankbaar. Ik ben helemaal niet dement. Het bekende spreekwoord ‘er lopen meer gekken buiten dan binnen’ wordt me ineens duidelijk.
Ik heb soms het gevoel dat sommige mensen in ons sjieke complex alles aangrijpen om ons weg te pesten, omdat we de standing naar beneden halen. Toch doet het me goed. Ik heb het nodig. Ik heb ineens weer mijn vechtlust terug. Aan de dood denk ik helemaal niet meer. Ik ga ertegen aan!
Evert
Reageer op deze column
Lees andere columns van Evert van Rossum

