In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Dagdromen gebeurt mij de laatste tijd steeds vaker. Eerst kwamen de dromen alleen
‘s nachts voorbij, maar nu ook overdag. Als ik thuis ben is het niet zo erg, maar
soms gebeurt het als ik op de fiets zit. Dan fiets ik zo mijn andere wereld in
en weet ik meteen niet meer waar ik ben. Het vreemde is dat ik het nog normaal
vind ook. Die dagdromen zijn zo ongelooflijk fijn, de wereld is ineens duizend
maal mooier. Dus fiets ik maar door en door zonder te beseffen waar ik ben, laat
staan dat ik weet waar ik naar toe wil.
Iedereen in mijn omgeving maakt zich hierover grote zorgen. Ik niet. Mijn dagdromen
maken mijn leven heel aangenaam. Alle chagrijnige gezichten hebben dan iets grappig.
Ik schiet prompt in de lach. Mensen doen mij dan denken aan ‘Dappere Dodo’, een
marionettenpop van vroeger.
Ik vind de weg naar huis nooit zelf, maar toch kom ik altijd thuis. Tegenwoordig
heb ik in alle jassen en tassen en in mijn portemonnee een adreskaartje zitten
waarop staat in welke wijk ik woon. Ik woon in een bekende wijk in Nieuwegein.
Bovendien heb ik een mond, dus soms vraag ik gewoon of mensen mij de weg kunnen
wijzen.
Het gebeurt natuurlijk ook als ik met de hond aan het wandelen ben. Ik loop zo
mijn droomwereld binnen en de mensen staan me dan stomverbaasd aan te kijken als
ik de weg vraag. Maar als ik vertel dat ik door mijn ziekte even de weg kwijt
ben, is iedereen meteen begripvol.
De dagdromen nemen zoveel afstand van de Wereld der Dwazen dat het voor mij iedere
keer een feest is om in die wereld te belanden. De dwaasheid van de wereld wordt
iedere keer extra onderstreept en het leuke is dat de mensen echt marionetten
worden. Als ik iemand tegenkom die heel vriendelijke en aardig is, dan maakt deze
persoon mijn wereld nog kleurrijker en mooier dan hij al is. Waarom zou ik dan
bang zijn voor deze wereld?
In mijn dagdroomwereld zie ik kleuren die ik niet herken. Ik kan ze niet omschrijven,
maar ze zijn ongelooflijk prachtig. Ik word er altijd een beetje stil van. Een
droomwereld die eigenlijk niet verstoord kan worden door wie of wat dan ook. Deze
wereld blijft altijd bij me en ik voel me er veilig in.
Als Izaak uit zijn werk komt, ziet hij aan mijn gezicht hoe mijn dag is geweest.
Als hij een dag thuis is zegt hij altijd bezorgd: ‘Ga maar even lekker rusten.’
Hij snapt als geen ander dat mijn werelden door elkaar lopen. Hij is ermee vertrouwd
geraakt dat hij mij moet loslaten als ik in mijn andere wereld beland. Er tegenin
gaan heeft totaal geen zin. Mijn alzheimerwereld laat mij dromen. Ik kom vanzelf
weer terug op aarde, ik mag even proeven aan ‘het later’.
Proeven aan de toekomst zou me doodsbang moeten maken, maar het gekke is dat
mijn toekomst mij geruststelt. Ik weet dat het eindpunt, de start is van een nieuw
begin. Een nieuw begin van een nieuw leven, een heel ander leven. Wat een spannende
uitdaging!Het is een totaal onbekende wereld waar ik nu soms even om een hoekje
mag kijken. Spannend hè?
Het doet mij wel verdriet om afscheid te nemen van mijn geliefde, vrienden en
familie. De ziekte is wreed voor hen, zij zullen mij kwijtraken. Ik zal ze later
niet meer herkennen, maar ik hoop dat ik de blijheid blijf uitstralen in mijn
nieuwe leven zodat zij gerust gesteld zijn dat ik in mijn nieuwe wereld ook gelukkig
ben. Laten we ons hier voorlopig maar aan vastklampen, want morgen kan alles anders
zijn. Vandaag leef je, morgen is je toekomst, overmorgen is zo ver weg. Dat vergeet
ik zelfs wel eens.
Evert
Reageer op deze column
Lees andere columns van Evert van Rossum

