In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Aanstaande dinsdag word ik 60 jaar. Toen ik zes jaar geleden de diagnose hoorde
had ik maar één doel: op mijn 60ste de marathon van New York lopen. Helaas heeft
de ziekte mij meer in zijn macht dan me lief is. Een marathon lopen is verleden
tijd. Hardlopen is sowieso helemaal uitgesloten. Weer iets ingeleverd, denk ik
bij mezelf, maar ik sta er niet lang bij stil. Ik kon toen nog niet inschatten
wat ik nu allemaal over de ziekte weet.
Wijsheid komt met de jaren en de zes jaren na de diagnose hebben mij veel inzicht
en rijkdom gebracht. Ik heb geleerd om in te leveren, maar ook weer terug te pakken.
Verdwalen en de weg niet meer weten is ‘inleveren’, maar genieten van hoe mooi
de weg is waar ik vervolgens loop is ‘weer terugpakken’. Thuiskomen doe ik altijd,
ik geniet van de omgeving en het mooie weer. Dat ik niet herken waar ik loop,
nou en? Ik draag altijd een kaartje bij me waar mijn adres opstaat, dus ik vraag
gewoon of iemand het kent. Er zijn zelfs lieve mensen die even met me meelopen
totdat ik de omgeving weer herken. Één ding doe ik nooit: in paniek raken. Waarom
zou ik?
Wel een gek idee, 60 jaar. Ik weet nog wie ik ben, herken mijn partner nog, mijn
vrienden en kennissen weet ik allemaal nog bij naam te noemen en daar ben ik dolblij
mee. Sommige dingen gaan moeilijker, maar daar zeur ik niet over. Ik vind er een
oplossing voor. Neem mijn leesbril. In alle kamers slingert wel ergens een bril,
maar toch kan ik hem niet vinden. De oplossing: bril met dubbel focus. Mijn bril
heb ik nu de heel dag op en ben ik nooit meer kwijt.
Lastiger zijn mijn sleutels. Dat daar nog nooit iemand iets heeft uitgevonden…
Als ik mijn mobiel weer eens kwijt ben, draai ik met mijn vaste telefoon mijn
06-nummer. Ik vind m’n mobieltje altijd terug. Ik weet een perfect verjaardagscadeau:
een extra klein telefoontje dat alleen kan rinkelen voor aan een sleutelbos. Dat
zou een perfecte uitvinding voor mij zijn. Een makkelijke manier om mijn sleutels
terug te vinden.
Ons huis is aangepast aan iemand met de ziekte van Alzheimer. Er hangen twee
schoolborden als agenda aan de voordeur. Naast mijn bureau hangt een groot bord
met alle geheugensteuntjes en ezelsbruggetjes. Maar het is net of het nu allemaal
minder erg is. Als je 60 jaar bent mag je meer vergeten dan je lief is, dat cadeautje
geef ik mezelf. Accepteren wordt steeds makkelijker.
Maar mijn vriendje Alzheimer is zes jaar geworden en dat wil hij waarschijnlijk
ook gaan vieren. Hoe pakken we dat nu aan zodat we niet in elkaars vaarwater terechtkomen?
Een groot feest is uitgesloten, dat staat vast. Dat is een onmogelijke opgave
voor mij.
De oplossing is vanzelf gekomen. Izaak heeft op 3 maart een bijscholingscursus.
Dat vind ik helemaal niet erg. Ik ga heerlijk naar de sauna, in mijn eentje mijn
verjaardag vieren. Ik laat me de hele dag verwennen en vervolgens met de taxi
naar huis rijden. Wie maakt me wat? Het is mijn feestje. Zestig jaar, wat een
leeftijd, dat ik dat nog beleven mag.
Mijn zus heeft komend weekend gereserveerd in een heel rustig restaurant. De
rest van de familie, vrienden en kennissen krijgen een aparte uitnodiging. Met
een vriendin uit Amsterdam ga ik een rondvaart maken door de grachten. Daarna
gaan we een vorkje prikken op een terras. Een heerlijk vooruitzicht. Je verjaardag
uit smeren over de hele maand is zo gek nog niet. Zo ben ik de hele maand een
beetje jarig. Iedereen tevreden en mijn vriendje Alzheimer hopelijk ook.
Oud? De duvel is oud! Ik ga op voor de 65. Dat moet kunnen als mijn vriendje
Alzheimer mij goed is gezind. Ik doe er alles aan om hem gunstig te stemmen, het
is tenslotte ook zijn verjaardag. Ik ga deze 60ste verjaardag vieren op een manier
dat we allebei tevreden zijn. Mijn vriendje en ik zijn nog steeds aan elkaar gewaagd.
De maand maart wordt vast heel bijzonder.
Evert
Reageer op deze column
Lees andere columns van Evert van Rossum

