download print
Home / Alzheimer Nederland / Columns / De wereld van Alzhei... / 109. Het doet geen p...
12 augustus 2010

In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft. Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.

Als ik vroeger werd uitgescholden, troostte mijn moeder mij altijd. ‘Laat ze toch. Schelden doet geen pijn, ze zijn niet wijzer.’ Nu ik de ziekte van Alzheimer heb, mis ik soms haar opbeurende woorden. ‘Het is een vreselijke ziekte, maar het doet geen pijn.’ Ik weet zeker dat zij me met die woorden zou troosten.

In mijn zolderkamer was het een poosje hommeles. Ik werd gek van de kermis, het circus en het verkeer dat maar door mijn hoofd raasde. Mijn geriater nam mijn verhalen serieus en samen zijn we op zoek gegaan naar een medicijn dat rust in mijn hoofd brengt, zonder dat ik er suf van word. Dat is gelukt. De rust in mijn hoofd is aardig teruggekeerd. Maar wat zou ik graag mijn hoofd nog een keer op mijn moeders schouders leggen en haar vertellen dat het nog steeds pijn doet. Zij zou me wel begrijpen.

Dat ik stomme fouten maak, nemen Izaak en ik voor lief. Als ik een kaars met het aansteeklont naar beneden in een kandelaar zet, maakt Izaak een gekscherende opmerking. Op Gran Canaria kochten we een prachtig tafelkleed. Maar wie legt de mooie kant onder? Ik natuurlijk. En wie loopt er met verschillende kleuren sokken of verschillende handschoenen rond? Ik. In ons huis verdwijnen zomaar messen, scharen, ja, de vreemdste voorwerpen. Het lijkt wel alsof het spookt. Maar Izaak lacht erom en zegt: ‘Het doet toch geen pijn? In de winkels liggen genoeg scharen en messen.’ Hij is doodsbenauwd dat ik op een dag alles meeneem, maar dat is gelukkig nog nooit gebeurd. Hoewel, dat weet ik niet zeker… Ach, en al zou het een keertje gebeuren, wat dan nog? Het doet toch geen pijn.

Door de goed afgestemde medicatie – voor mijn gevoel ben ik een junk die iedere dag zijn shot nodig heeft - kan ik eindelijk weer zeggen dat ik het leven lief heb. Maar er zit bij mij altijd een addertje onder het gras. Er is altijd iets dat ik niet onder bedwang kan houden. Op dit moment is het mijn boosheid. Als ik voor mijn gevoel terecht kwaad of bood ben, dan geef ik ‘em van katoen. Dan komt het echt uit m’n tenen. Ik weet het, de wereld is dwaas en die kan ik niet veranderen, maar waarom ga ik dan toch zo tekeer? Het resultaat is dat ik drie dagen mijn stem kwijt ben van het schreeuwen. Voor Izaak overigens een heerlijke tijd. Als ik drie dagen niet kan praten is het lekker rustig in huis. Maar ach, dat doet ook geen pijn.

De aanleiding? De pijn zit van binnen en kan ik alleen begrijpen. De machteloosheid als mijn goede bedoelingen in de wind worden geslagen. Of als ik op een eerlijke vraag geen antwoord meer krijg. Nu moet ik aan de geriater weer een medicijn vragen om die pijn van woede te onderdrukken. Dat ik medicatie moet vragen om te overleven in de Wereld der Dwazen doet pijn, geloof me.

Ik zou graag eens aan mijn moeder vertellen: ‘Mama, ze vinden mij “gek” of  “achterlijk”. Mensen nemen mij niet meer serieus. Ja, ze doen alsof, maar achter m’n rug lachen ze me uit.’ Mijn moeder zou mij onder haar vleugels nemen en beschermen. ‘Lieverd, ze zijn niet wijzer, domme mensen zijn er nu eenmaal meer dan wijze’, zou ze zeggen.

Schelden doet geen pijn. Dat mensen mij nu niet meer serieus nemen, dát doet pijn. Pijn die met geen pen te beschrijven valt, hoe graag ik ook zou willen om deze gevoelens op papier te zetten. Het is een nieuwe pijn die ik nog niet kan benoemen omdat mijn vriendje Alzheimer mij nog niet toelaat in zijn wereld te kijken. Hij laat mij eerst zien hoe de Wereld der Dwazen in elkaar steekt. Dan wordt het makkelijker om straks van deze wereld afscheid van te nemen.

Nu kruip ik maar onder Izaaks vleugels. Hij beschermt me gelukkig wel. En dat doet helemaal geen pijn. Daar zit ik voorlopig lekker knus en warm.

Evert


Reageer op deze column

Lees andere columns van Evert van Rossum

 

                   © 2010 Alzheimer Nederland - Privacy - Webmaster