In februari 2004 hoorde Evert van Rossum dat hij de ziekte van Alzheimer heeft.
Hij schrijft als dementerende een column voor de website van Alzheimer Nederland.
Ik droom dat ik 25 jaar terug ben in de tijd. Ik woon in Noord-Brabant op een
bungalowpark met mijn grote liefde Anton, onze hond Ashild en poes Kiekie. Ik
ben erg gelukkig. Niets aan de hand. ‘Anton, ik ga even lekker een eindje fietsen’,
hoor ik mezelf zeggen. Ik fiets regelrecht mijn nachtmerrie in. Ik kom in een
wereld terecht met niets. Alles is weg, geen geuren, geen kleuren. ‘Help me’,
roep ik. ‘Waar ben ik?’
Gelukkig word ik wakker, maar ik ben wel totaal van de kaart. Een poes en een
hond zitten op mijn bed. Maar hoe die beesten heten, ik heb echt geen idee. Er
loopt ook nog een vreemde vent rond in mijn huis die heel lief ‘Goedemorgen’ tegen
mij zegt. Al zou ik er een zak goud mee kunnen verdienen, ik weet zijn naam echt
niet. Hij voelt wel vertrouwd aan.
Ik kan toch niet vragen hoe die meneer heet? Ik ga terug naar bed, even bijkomen.
Ik hoor hem roepen: ‘Ramses en Dora, niet in de slaapkamer!’ Zo, dat zijn dus
de namen van de hond en de poes. Dat probleem is opgelost. Maar hoe kom ik nu
toch achter de naam van die man?
De computer brengt uitkomst. Er is mail voor ene Izaak. Gelukkig, ik weet het
weer… Heel langzaam kom ik weer terug op aarde, maar ik ben nog de hele dag van
de kaart. Ik ben ondertussen flink bang geworden om mensen niet te herkennen en
dingen te vergeten.
Het wordt steeds erger.
Mijn zus belt. ‘Heb je de begrafenis van de moeder van René Froger op televisie
gezien?’ Ik beaam het. Dat soort momenten zijn tranentrekkers voor ons want wij
missen nog iedere dag onze moeder die al 28 jaar niet meer bij ons is. ‘Op 12
juni gaan we naar het concert van De Toppers hè’, vervolgt mijn zus. ‘We hebben
kaarten helemaal vooraan op het veld. Ik heb er echt zin in!’ ‘Ga ik dan ook mee?’,
vraag ik, ‘dan mag ik wel even geld overmaken!’ ‘Suffie’, hoor ik aan de andere
kant van de lijn, ‘je hebt allang betaald.’ Ik weet echt van niks. Izaak moet
het maar nakijken. Ik geloof er niks van dat ik echt heb betaald.
Een vriendin is op vakantie geweest naar Cuba. Ik stuurde vroeger altijd een
kaartje met ‘Welkom thuis’. Nu vergeet ik zelfs even te bellen om te vragen hoe
ze het hebben gehad. Ik schaam me rot.
Natuurlijk hou ik er rekening mee dat het allemaal erger gaat worden. Ik maak
me zorgen dat ik alles van het heden ga vergeten. Dat ik in het verleden ga leven
maakt me weer niet bang. Mijn hele leven is immers een groot feest geweest. De
diepe dalen kunnen het feest niet verpesten.
Voor mijn omgeving vind ik het erger. Straks herken ik mijn partner niet meer.
Dat maakt me banger dan ik ooit ben geweest. Maar ik moet daar niet te lang bij
stilstaan, anders raak ik weer totaal van de kaart. Het is nog steeds een gele
kaart, die kan ik nu nog accepteren. Nu maar duimen dat de rode kaart nog lang
wegblijft. Ik ben al van de kaart bij de gele, de rode is een nachtmerrie.
Evert
Reageer op deze column
Lees andere columns van Evert van Rossum

