|
1. Weet je wat er met je
gebeurt? |
|
Joke vertelt aan Gerrit bij elke handeling wat hij moet doen. Hij is erg afhankelijk en heeft zelf weinig initatief meer. Gerrit vindt zijn ziekte moeilijk te bevatten maar zegt dat hij accepteert dat zijn leven gaat veranderen. |
|
2. Ik loop er maar
achteraan |
|
Gerrit loopt de hele dag achter Joke aan. Ze
wordt 'opgevreten'. Hij staat vaak in de weg en als ze moe is,
krijgt ze een kort lontje waarop ze boos kan uitvallen. Dan krijgt
ze een slecht gevoel over zichzelf. Gerrit heeft een bezeerde blik
en wordt dan stiller. Dan vraagt ze, 'is er iets?' Soms weet hij
niet meer waarom, soms geeft hij aan dat ze niet zo aardig deed.
Dan zegt ze dat hij gelijk heeft en legt ze uit dat ze er soms ook
even niet tegen kan. |
|
3. Dagelijkse
handelingen worden moeilijker |
|
Gerrit staat vaak verward op en weet dan niet wat hij moet doen.
Scheren en tandenpoetsen zit meestal nog goed in zijn routine. Maar
ook niet altijd. |
|
4. Gewone dingen nemen
steeds meer tijd |
|
De ziekte van Gerrit heeft Joke nog meer geduld gebracht. Joke
zegt: "je hebt jezelf er alleen maar mee als je ongeduldig bent of
boos wordt. Boos word je uit frustratie, als je het niet meer
aankan. Hij kan er niets aan doen. De persoon en de ziekte houd je
uit elkaar. Je komt er niet met liefde alleen. |
|
5. Je partner wordt
steeds meer kind |
|
Joke beschouwde hem op een gegeven moment als een patiënt die
steeds meer als een klein kind werd. Joke heeft zich aangeleerd om
hem niet als een klein kind te zien. "Ik ben niet zijn moeder, hij
is en blijft mijn man Gerrit, die meer verzorging nodig heeft, en
meer hulp. Vanuit die liefde kan ik meer aan." |
|
6. Naar de dagopvang, of
niet |
|
Hoe vind je het dat je naar de dagopvang
gaat? |
|
7. Delen van
gevoelens |
|
Hoe ervaart Gerrit het verdriet van zijn vrouw? |