Alzheimer Nederland

Veelgestelde vragen

Vergeetachtig of dementie?

Wat is het verschil tussen vergeetachtigheid en dementie?

Vergeetachtigheid en dementie zijn niet hetzelfde. Vergeetachtigheid is een onschuldig verschijnsel waarbij iemand tijdelijk iets niet kan herinneren. Bij dementie is het alsof oude informatie voorgoed is verdwenen.


Vergeetachtigheid
Bij vergeetachtigheid is er sprake van 'normale' geheugenklachten. Een naam van een kennis waar u even niet op kan komen. Vaak schiet het u later te binnen of herkent u de naam feilloos als iemand anders het noemt. Vergeetachtigheid verstoort het dagelijkse leven niet. Iemand die vergeetachtig is, kan het huishouden doen, de financiën regelen en een reis ondernemen.

Dementie
De symptomen van dementie zijn vele malen ernstiger. Iemand met dementie vergeet niet alleen de naam van een kennis, maar herkent hem helemaal niet. Het is alsof de informatie uit het geheugen is verdwenen. Iemand met dementie verdwaalt in een bekende omgeving en vergeet essentiële dingen, bijvoorbeeld hoe je een boterham moet smeren. Voor een dementerende zijn veel dagelijkse handelingen al gauw te moeilijk.

Wat zijn de signalen van dementie?

1. Vergeetachtigheid
Een van de meest voorkomende symptomen is het vergeten van nieuwe informatie. Andere signalen zijn: het vergeten van belangrijke data of gebeurtenissen, dezelfde vraag telkens opnieuw stellen en afhankelijk zijn van spiekbriefjes of familie voor dingen die voorheen zonder hulp onthouden werden.

2. Problemen met dagelijkse handelingen
Gewone dingen gaan steeds moeilijker. Denk aan hobby's en de financiën regelen. Ook zaken die gepland moeten worden of in een bepaalde volgorde uitgevoerd, leveren problemen op. Zoals koffie zetten of een maaltijd bereiden.

3. Vergissingen met tijd en plaats
Het is normaal als u even niet weet welke dag het is of waar u naartoe liep. Maar bij beginnende dementie gebeurt dit steeds vaker. Het besef van tijd wordt minder en uren lijken soms minuten. Ook het vinden van de weg wordt moeilijker. U vergeet soms waar u bent en hoe u daar gekomen bent.

4. Taalproblemen
Met dementie kan het moeilijk zijn om een gesprek te volgen. U kunt midden in een gesprek stoppen met praten en niet meer weten hoe u verder moet of het voorgaande herhalen. U kunt eenvoudige woorden vergeten en komt steeds moeilijker op namen. Bijvoorbeeld "waar is dat ding voor mijn haar?" als u naar een kam zoekt. Praten gaat ook minder vloeiend.

5. Kwijtraken van spullen
U kunt spullen op vreemde plekken leggen, bijvoorbeeld een portemonnee in de koelkast of een boek in de oven. U raakt spullen kwijt en kunt niet meer achterhalen waar u ze gelaten hebt.

6. Slecht beoordelingsvermogen
Bij dementie wordt het steeds lastiger om situaties in te schatten en keuzes te maken. u kunt aanbiedingen slecht inschatten en grote sommen geld uitgeven. Ook bij het doen van boodschappen kunt u teveel kopen of spullen kopen die niet nodig zijn.

7. Terugtrekken uit sociale activiteiten
U kunt problemen ondervinden bij hobby's en sport en het voeren van gesprekken. U trekt zich vaker terug en onderneemt minder dan voorheen. Ook kunt u urenlang voor de televisie zitten en veel langer slapen dan gewoonlijk. Voor een buitenstaander lijkt het luiheid of gebrek aan interesse. Maar het is een soort faalangst. Als u niets doet, kunt u ook niets fout doen.

8. Veranderingen in gedrag en karakter
Het kan gebeuren dat uw gedrag en karakter veranderen. Dat u verward, achterdochtig, depressief of angstig wordt. Zonder duidelijke aanleiding wisselt uw stemming: het ene moment rustig en opeens verdrietig of kwaad. U kunt soms ook dingen doen die u anders nooit deed.

9. Onrust
Een van de symptomen van dementie is onrust. Daardoor lijkt het of u telkens iets zoekt, moet opruimen of iets anders moet doen. Dit constante gevoel van onrust en de neiging te lopen leidt vaak ook tot slaapproblemen.

10.Visuele problemen
Voor sommige mensen zijn visuele problemen een symptoom van dementie. U krijgt problemen bij het lezen, afstand inschatten en het onderscheiden van kleur of contrast. Ook komt het voor dat u zichzelf niet herkent als u langs een spiegel loopt.

Diagnose

Hoe wordt de diagnose dementie gesteld?

Het vaststellen van dementie is niet eenvoudig. De huisarts en specialisten zullen dit zorgvuldig onderzoeken.


Onderzoek
Als iemand op het spreekuur komt met verschijnselen van dementie zal de huisarts hem enkele vragen stellen. De arts zal mogelijke lichamelijke invloeden zoals hormoonstoornissen, vitaminetekorten, verkeerd gebruik van medicijnen of een depressie proberen uit te sluiten. Verder zal de arts urine- en bloedonderzoek doen.

Familielid
Om een goed beeld te krijgen van de klachten zal de arts ook willen spreken met iemand uit de directe omgeving, een familielid of vriend, over de geheugenstoornissen, andere problemen en veranderingen in het gedrag. De huisarts kan het eerst een poosje aankijken. Op die manier onderzoekt hij of de verschijnselen blijvend zijn en na verloop van tijd erger worden. Als dit zo is, bevestigt dit het vermoeden van dementie. Als u het lastig vindt om in het bijzijn van uw naaste over zijn klachten te spreken, is het raadzaam dit van tevoren te bespreken met de arts.

Specialisten
Wanneer de huisarts vermoedt dat iemand dementie heeft, zal hij de patiënt vaak doorsturen naar een gespecialiseerde instelling. Hier kan de diagnose worden bevestigd en zal de oorzaak, bijvoorbeeld ziekte van Alzheimer of vasculaire dementie, worden vastgesteld.

 

Wanneer moet u naar de dokter?

Maakt u zich zorgen over uw vergeetachtigheid of die van een ander? Wees verstandig en neem tijdig contact op met uw huisarts.


Vergeetachtigheid of dementie
Maakt u zich zorgen over uw geheugen? In dat geval is het raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts. Uw arts zal samen met u naar de oorzaak zoeken van uw vergeetachtigheid. Vergeetachtigheid kan een gevolg zijn van stress of een bijwerking van een medicijn. In zulke gevallen is vergeetachtigheid goed behandelbaar. Als de huisarts dementie vermoedt zal hij dit zorgvuldig onderzoeken en u doorverwijzen naar specialisten.

Bekijk ook de tien signalen van dementie.

Tijdige diagnose
Een vroegtijdige diagnose van dementie is belangrijk. Als de diagnose dementie tijdig gesteld wordt, kan iemand nog zelfstandig zaken voor de toekomst regelen. Ook geeft de diagnose vaak rust en duidelijkheid voor alle betrokkenen. Daarnaast kunnen medicijnen in bepaalde gevallen het ziekteproces vertragen.

 

Wat als de huisarts u niet serieus neemt?

Als uw huisarts denkt dat u zich onterecht zorgen maakt, is er waarschijnlijk niks aan de hand. Voordat u verdere stappen onderneemt is het daarom handig om eerst meer informatie in te winnen.


Op deze website leest u meer over de symptomen van dementie. U kunt uw zorgen natuurlijk ook bespreken met iemand in uw omgeving die dementie zelf van dichtbij heeft meegemaakt, of u kunt eens een Alzheimer Café bezoeken of de Alzheimertelefoon bellen. Als u zich daarna nog steeds zorgen maakt, zet dan uw zorgen op papier. De lijst hieronder kan u helpen een gesprek met de huisarts voor te bereiden.
 

- Is het geheugen volgens u de laatste tijd achteruitgegaan?
- Kan hij makkelijk meedoen aan een gesprek?
- Vervalt hij in herhalingen?
- Kan hij zich goed uitdrukken en duidelijk verstaanbaar maken?
- Vertoont hij af en toe vreemd gedrag? (Zet hij de eieren bijvoorbeeld in het vriesvak of de vuile kopjes in de servieskast?)
- Verlopen vakanties anders dan vroeger?
- Is het aanleren van nieuwe vaardigheden moeilijker? (bijvoorbeeld het bedienen van nieuwe apparaten)
- Gaan de dagelijkse handelingen hem goed af? Kan hij zich bijvoorbeeld goed aankleden, of trekt hij bijvoorbeeld wel eens twee verschillende schoenen aan?
- Vergeet hij de plek wel eens waar hij net geweest is?
- Slaapt hij op andere tijden en is hij op andere tijden wakker?
- Is zijn karakter de afgelopen tijd veranderd?

Bekijk ook de tien signalen van dementie en test uw eigen geheugen of dat van een naaste op www.geheugentest.nl.

Neemt de huisarts u nog steeds niet serieus, dan kunt u een second opinion aanvragen bij een andere huisarts. Bedenk goed waarom u een second opinion wil en bespreek dit zo mogelijk met uw huisarts. Hij kan een andere arts voor u vinden  en zonodig een brief schrijven en/of uw medische gegevens doorsturen.

 

Vormen van dementie

Wat is het verschil tussen dementie en alzheimer?

Vaak wordt de vraag gesteld wat precies het verschil is tussen dementie en Alzheimer. Kort gezegd is dementie een verzamelnaam voor een aantal verschijnselen. Deze verschijnselen worden veroorzaakt door een ziekte, zoals de ziekte van Alzheimer. Er zijn echter ruim 50 ziekten die dementie kunnen veroorzaken. Alle ziektes leiden tot een geleidelijke achteruitgang door het afsterven van de hercencellen.

 

Dementie
Dementie is een syndroom. Dat wil zeggen dat het een verzameling van verschijnselen is, waaronder geheugenverlies, problemen met oriëntatie, gedrag en/of taal. Men spreekt over dementie als deze verschijnselen veroorzaakt worden door een ziekte die de hersenen aantast, waardoor de hersencellen afsterven en de verstandelijke vermogens van iemand achteruit gaan. De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer, maar er zijn ruim 50 oorzaken voor dementie. Andere veel voorkomende vormen van dementie zijn vasculaire dementie, frontotemporale dementie en Lewy body dementie. Maar liefst 1 op de 5 mensen krijgt een vorm van dementie.
 
Ziekte van Alzheimer
De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Ongeveer 70% van alle mensen met dementie heeft de ziekte van Alzheimer. Bij deze ziekte kunnen de hersencellen steeds minder goed contact maken met elkaar en met de zenuwen die informatie naar en van de hersenen doorgeven. Steeds meer hersencellen verschrompelen, waardoor ze niet meer kunnen functioneren. Lees meer over de ziekte van Alzheimer.

 

 

Wat zijn verschillen tussen vasculaire dementie en de ziekte van Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer ontstaat door opeenhopingen van bepaalde eiwitten in de hersenen. Vasculaire dementie ontstaat door stoornissen in de doorbloeding van de hersenen, zoals een hersenbloeding of herseninfarct. Er zijn ook verschillen in de symptomen, het verloop en het ziekte-inzicht.

 

Oorzaak
Onderzoekers denken dat de ziekte van Alzheimer ontstaat door opeenhopingen van bepaalde eiwitten (beta-amyloïd) in de hersenen. Vasculaire dementie ontstaat door stoornissen in de doorbloeding van de hersenen, zoals een hersenbloeding of herseninfarct.

Verloop
De achteruitgang bij vasculaire dementie verloopt vaak stapsgewijs. De vaardigheden gaan als het ware met kleine sprongen achteruit met tussentijds enige stabiliteit of zelfs vooruitgang. Dit in tegenstelling tot het verloop bij de ziekte van Alzheimer, waar de persoon met dementie geleidelijker achteruitgaat. Ook is het zo dat het verloop van de ziekte bij vasculaire dementie gemiddeld sneller is dan bij de ziekte van Alzheimer.

Verschijnselen
Bij vasculaire dementie is er meestal sprake van een samengaan van geestelijke en lichamelijke verschijnselen. Bij de ziekte van Alzheimer daarentegen gaat het vooral om een algemene geestelijke achteruitgang, waarbij de lichamelijke verschijnselen pas in een later stadium van de ziekte optreden.

Ziekte-inzicht
Door het grillige verloop kunnen mensen met vasculaire dementie zich langer bewust zijn van het feit dat ze achteruit gaan. Dit kan emotionele problemen zoals somberheid en verdriet geven.

 

Is de ziekte van Alzheimer te behandelen?

In Nederland zijn drie middelen voor de ziekte van Alzheimer beschikbaar, Rivastigmine (Exelon), Galantamine (Reminyl) en Memantine (Ebixa).

 

Werking van geneesmiddelen
Deze middelen hebben geen genezende werking, maar richten zich op een vertraging of stabilisatie van het ziekteproces, waardoor patiënten mogelijk tijdelijk beter functioneren op het gebied van geheugen, denken, taal en handelen.

Medicijnen voor verschillende groepen

Een belangrijk verschil tussen de middelen is de groep patiënten die er voor in aanmerking komt. Voor rivastigmine en galantamine zijn dit mensen met een lichte tot matig ernstige vorm van Alzheimer. Deze wonen vaak nog thuis. Voor memantine gaat het om mensen in een matig ernstig tot ernstig stadium van de ziekte.

Informatie over geneesmiddelen

Alzheimer Nederland heeft brochures met informatie over rivastigmine (Exelon), galantamine (Reminyl) en memantine (Ebixa). Deze kunt u bekijken en downloaden op de pagina Behandeling & Medicijnen.

 

Welke typen vasculaire dementie zijn er?

De verschijnselen waarmee de dementie begint, zijn afhankelijk van het gebied in de hersenen dat is beschadigd. Er zijn daardoor diverse typen vasculaire dementie, elk met zijn eigen verschijnselen. 

 

Twee hoofdvormen
Er zijn twee hoofdvormen: één vorm wordt veroorzaakt door een beroerte('infarct'), en de ander wordt veroorzaakt door aandoeningen van de kleine bloedvaten in de hersenen.

 

Oorzaak en onderzoek

Wat zijn de oorzaken van vergeetachtigheid?

Het geheugen zit ingewikkeld in elkaar. Als iemand vergeetachtig is, kan er van alles aan de hand zijn. Vaak is er sprake van normale (ouderdoms) vergeetachtigheid. Maar vergeetachtigheid kan ook door lichamelijke of psychologische klachten worden veroorzaakt.


Geneesmiddelen

Het gebruik van slaapmiddelen en/of combinaties van verschillende geneesmiddelen kan geheugenklachten geven. Als u onzeker bent over het effect van uw medicijnen op uw geheugen ga dan naar de huisarts. Noteer dan voor uzelf goed wat u slikt. Noteer ook de middelen die u zelf bij de apotheek of drogist hebt gehaald, ook eventuele homeopathische middelen.

Voeding
Een tekort aan bepaalde vitaminen (vooral vitamine B, dat veel voorkomt in vlees) in het lichaam zorgt ervoor dat de hersenen minder goed werken. Ook wanneer iemand te weinig vocht tot zich neemt, kan dat leiden tot problemen met het geheugen. Daarnaast heeft ook alcohol invloed op het geheugen. Dit geldt zeker voor 'kwetsbare ouderen' en mensen met dementie, omdat zij extra gevoelig zijn voor de effecten van alcohol.

Ziekten
Vergeetachtigheid kan ook worden veroorzaakt door bepaalde ziekten, zoals infectieziekten. Ook als de schildklier teveel of te weinig werkt, kan vergeetachtigheid ontstaan. In de praktijk blijkt dat lang niet altijd één duidelijke oorzaak is aan te wijzen. Soms treden ook geheugenproblemen op na een hersenschudding of een narcose. Vrouwen in de menopauze kunnen soms ook klachten over hun geheugen hebben. Al deze oorzaken zijn vaak van voorbijgaande aard.

Overspannenheid
Mensen die zwaarmoedig zijn, veel piekeren of een grote tegenslag te verduren hebben, kunnen hierdoor zó in beslag worden genomen dat er in hun hoofd als het ware geen plaats meer is voor andere dingen. Geheugenklachten door overspannenheid zijn in principe onschuldig. Over het algemeen verdwijnen de klachten vanzelf.

Onderspannenheid
Als iemand af en toe eens iets vergeet schaamt hij zich misschien voor zijn vergeetachtigheid. Dit kan reden zijn om situaties uit de weg te gaan waarbij andere mensen zijn vergeetachtigheid kunnen opmerken. Dat is een begrijpelijke, maar ook gevaarlijke reactie. Hierin schuilt het gevaar dat hij zich gaat terugtrekken uit het gewone leven. Familie en vrienden kunnen dan denken: 'Hij is een stuk stiller dan vroeger, hij is nu toch wel erg aan het aftakelen'. Op die manier wordt de reeds bestaande onzekerheid over het geheugen nog eens versterkt.

Zorgen?
Als u zich zorgen maakt over uw geheugen bezoek dan in ieder geval uw huisarts of maak de geheugentest. Deze kunt u invullen op www.geheugentest.nl of in de brochure Is het dementie?. U kunt deze test ook invullen als u zich zorgen maakt over het geheugen van een ander.
Zoals u heeft kunnen lezen zijn veel oorzaken van vergeetachtigheid goed te behandelen en misschien maakt u zich alleen maar teveel zorgen. Piekeren helpt in ieder geval niet.

Bekijk ook de 10 signalen van dementie

 

Waardoor ontstaat de ziekte van Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer ontstaat door eiwitophopingen in de zenuwcellen van de hersenen (plaques) en door een aantasting van de zenuwcellen door kluwen van eiwitten (tangles).


Plaques
Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er in de zenuwcellen van de hersenen ophopingen van een bepaald eiwit, beta-amyloïd. De afbraak van dit eiwit verloopt niet goed. Door de ophopingen, plaques, gaan de zenuwcellen en de verbindingen tussen deze zenuwcellen te gronde. Hierdoor kunnen de hersenen niet goed meer functioneren en sterven zenuwcellen af.

Tangles
Op den duur worden ook de zenuwcellen aangetast. Er ontstaan tangles, kluwen. Het ziet er uit als een wirwar van draadvormige eiwitten in een zenuwcel, die het functioneren van de zenuwcel onmogelijk maakt.

 

Is de ziekte van Alzheimer te voorkomen?

Een slechte conditie van het hart en de bloedvaten verhoogt de kans op dementie. Gezond eten, voldoende bewegen en niet roken verkleinen de kans op de ziekte van Alzheimer.


De kans op de ziekte van Alzheimer wordt vergroot door een slechte conditie van het hart en de bloedvaten. Wie veel ongezond vet eet en weinig sport, loopt meer kans op schade aan de hart- en bloedvaten en verhoogt daarmee de kans op dementie. In tegenstelling wat veel gedacht wordt, verhoogt ook roken de kans op dementie aanzienlijk. Mensen die roken hebben 50 procent meer kans op dementie dan mensen die niet roken. Ook is het belangrijk om sociaal actief te blijven waarbij de hersenen steeds opnieuw geprikkeld worden door bezigheden.

Waardoor ontstaat frontotemporale dementie?

Frontotemporale dementie (voorheen ziekte van Pick genoemd) ontstaat meestal in het voorste deel van de hersenen. Enkele erfelijke vormen van deze ziekte worden veroorzaakt door een afwijkend gen en het tau-eiwit.

 

Frontaal- en temporaalkwab
De term frontotemporale dementie (FTD) omvat een aantal ziektebeelden, zoals de ziekte van Pick, semantische dementie en primair progressieve afasie. Bij FTD zijn vooral het voorste deel van de hersenen (de frontaalkwab) en/of het slaapbeen (de temporaalkwab) beschadigd. Deze hersengebieden zijn verantwoordelijk voor onze besluitvorming en coördinatie en voor onze emotionele reacties en taalvaardigheid.

Erfelijke vormen
In 25 tot 40% van de gevallen is frontotemporele dementie erfelijk. Enkele erfelijke vormen van frontotemporale dementie worden veroorzaakt door een afwijkend gen. Hierdoor functioneert het tau-eiwit, dat een rol speelt in het transport van stoffen in de hersencel, niet goed meer en sterft de hersencel uiteindelijk af.

Lees meer over frontotemporale dementie

 

Wat is een delier?

Een delier (of delirium) is een plotseling optredende ernstige verwardheid. Het is één van meest voorkomende complicaties tijdens ziekenhuisopnames van oudere patiënten. Een delier heeft een lichamelijke oorzaak en ontstaat door een ernstige ziekte, infectie of trauma in combinatie met een zwakkere gezondheid door bijvoorbeeld hoge leeftijd, cognitieve stoornissen of dementie. Mensen die een delier hebben, hebben vaak een wisselend bewustzijn en hebben altijd moeite de concentratie en aandacht te behouden. Kenmerkend is het vaak snelle ontstaan van het delier. Het beeld van een delier varieert; onrust, angst en gedragsveranderingen zijn vaak te zien. De symptomen kunnen in de loop van de dag verschillen en momenten van helderheid zijn mogelijk.

Omgaan met dementie

Wat betekent dementie voor vrienden en kennissen?

De indruk die dementie op de omgeving achterlaat wordt vaak onderschat. Als vrienden en buren op de hoogte worden gebracht van de ziekte, begrijpen zij situaties beter en kunnen zij steun bieden.


Isolement
Als familie en vrienden niet weten wat er aan de hand is, weten zij zich vaak geen raad met het verwarde gedrag van de dementerende. Dit leidt er vaak toe dat ze de dementerende gaan mijden. Om te voorkomen dat de dementerende en de directe verzorger in een isolement raken, is het belangrijk om contact te houden.

Sociale contacten
Een goede buur of vriend kan de verzorging van de dementerende ook een paar uur overnemen. Zo heeft de mantelzorger even tijd voor zichzelf. Het onderhouden van sociale contacten is belangrijk: het kan iemand met dementie op een positieve manier prikkelen en plezier geven en voorkomt eenzaamheid.

Wat betekent dementie voor de kinderen en kleinkinderen?

Kinderen van een dementerende hebben verdriet om wat er gebeurt met hun vader of moeder. Ook de kleinkinderen merken vaak dat er iets ernstig aan de hand is. Hierover praten en uitleg geven, kan verhelderend werken en angsten weghalen.


Rolomdraaiing
Kinderen hebben verdriet om wat er gebeurt met hun vader, moeder, opa of oma. Zij maken zich zorgen, zijn bang of geïrriteerd of schamen zich. Wat het extra moeilijk maakt, is de rolomdraaiing. De kinderen zijn ineens 'de verantwoordelijke' en dat voor iemand die juist altijd verantwoordelijk was voor hen. Ook zijn er gevoelens van verlies: een gesprek zoals vroeger is niet meer mogelijk en ervaringen delen wordt lastiger.

Kleinkinderen
Ook de kleinkinderen vangen signalen op dat er iets ernstigs aan de hand is. Het is daarom belangrijk open en duidelijk met de kinderen te praten over dementie en wat dit voor hen betekent. Toch worden kleine kinderen vaak niet goed ingelicht over wat er precies met de dementerende aan de hand is. Volwassenen denken dat het hen niet interesseert, dat ze het niet begrijpen of dat het nieuws ze ongerust zal maken.

Hoe ga ik met onrustig gedrag om?

Bij veel mensen met dementie komt onrustig gedrag voor. Ook agressie en prikkelbaarheid treden bij ongeveer de helft van de mensen met dementie op. Mensen met dementie dwalen bijvoorbeeld doelloos rond, of willen steeds terug naar huis of naar hun ouders, trommelen met de vingers, schuifelen met de voeten, schuiven laden open en dicht, of 'ijsberen' door het huis. Dit kan voor zowel de persoon met dementie als de omgeving erg vermoeiend zijn.

Oorzaken
Het lijkt vaak alsof mensen met dementie zich doelloos of impulsief gedragen. Vaak reageren zij hiermee wel degelijk op hun omgeving. Met hun gedrag maken zij duidelijk wat ze voelen of nodig hebben, vooral als zij het niet meer onder woorden kunnen brengen.

Het is belangrijk uit te sluiten dat de persoon met dementie pijn of honger heeft, vermoeid of uitgedroogd is of aan een verstopping of infectie lijdt. Ook verandering van medicatie of verkeerde medicijncombinaties kunnen onrust veroorzaken.

Omgaan met onrustig gedrag
Om te leren omgaan met onrustig gedrag, zijn de onderstaande vragen behulpzaam:

Aanleiding
-Waar en wanneer trad het gedrag op?
-Gebeurde er iets (bijzonders) in de directe omgeving?

Gedrag
-Welke vorm nam het gedrag aan? Is het nog steeds hetzelfde?
-Hield het gedrag vanzelf op? Kwam het snel weer terug?

Gevolgen
-
Hoe reageerde de omgeving?
-Hoe reageerde de patiënt hierop?

Wat kunt u doen?
-Vaak is de onrust een reactie op bijvoorbeeld verkeerde verlichting, lawaai of de inrichting van de ruimte. Noteer wanneer, waar en bij welke activiteit een bepaald gedrag optrad, en probeer de situatie te wijzigen of vermijden.

-Negatieve of corrigerende reacties van de omgeving kunnen de onrust verergeren. Stel minder eisen aan de patiënt en biedt hulp aan op een onopvallende manier, zonder aandringen.

-Zorg voor een rustige dagelijkse routine. Deel taken op in overzichtelijke stappen.

-Mocht onrustig gedrag toch optreden, blijf dan rustig, ga de confrontatie niet aan en laat niet merken dat u bang bent. Maak oogcontact met de dementerende.

Wat kan ik doen aan agressieve buien?

Mensen met dementie kunnen zich boos of agressief gedragen. Iemand met dementie kan zich agressief gedragen omdat hij (of zij) zijn gewone gevoelens niet meer op een gewone manier kan uiten.

Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de agressie meestal niet tegen u persoonlijk is gericht, maar dat het een verschijnsel van de ziekte is. Dit komt doordat het beoordelingsvermogen en zelfcontrole zijn door de ziekte zijn afgenomen. Hierdoor kan iemand een situatie verkeerd begrijpen en zich bedreigd voelen. Onthoud dat hij de agressieve reactie niet in de hand heeft. Er is veel frustratie bij mensen met dementie. De grip op het dagelijks leven wordt minder, gewone handelingen lukken niet zo goed meer, anderen bemoeien zich voortdurend met hen en bepalen wat goed voor hen is. Verder gebeurt het regelmatig dat mensen binnen het territorium van iemand komen zonder dat de persoon met dementie begrijpt waarom ze dat doen. Voor iemand die zijn hele leven voor zichzelf is opgekomen, is afhankelijk zijn krenkend, vooral als iemand niet begrijpt wat er aan de hand is.

Dementerende mensen worden vaak geconfronteerd met eigen onvermogen. Er zijn verschillende factoren die de kans vergroten dat mensen agressief reageren. Veel agressieve reacties komen voor als iemand met dementie lichamelijk wordt verzorgd. Angst en schaamte, maar ook frustratie omdat hij (of zij) zichzelf niet meer kan verzorgen zijn dan de oorzaak. Ook kan het een paniekreactie zijn als er te veel of te hoge eisen aan hem worden gesteld of omdat hij eenvoudige taken niet meer kan uitvoeren. Agressief gedrag kan een manier zijn om zichzelf te beschermen.

Hoe uit agressie zich?
Agressie kan op verschillende manieren worden geuit: in verbale agressie (schelden, bedreigen, spotten, insinueren, dreigen, ongewenste seksuele opmerkingen maken, enzovoort) of non-verbale agressie (stompen, kapot gooien van dingen, schoppen, slaan, bijten, kopstoten geven, knijpen, spugen, anderen ongewenst aanraken, enzovoort).

Wat kunt u doen?
Als u kunt ontdekken wat de aanleiding voor de boosheid is, kunt u misschien de agressieve reacties voor zijn. Afhankelijk van wat u denkt dat de oorzaak is, kunt u het volgende proberen: 

-zorg voor een rustige dagelijks routine;
-stel minder eisen; 
-neem tijd om uit te leggen wat er gebeurt; 
-voorkom haast of ongeduld;
-spreek uw waardering uit voor de dingen die hij doet en vraag hem u te helpen bij karweitjes; 
-laat haar energie kwijtraken: wandelen, in de tuin werken, enz;
-raadpleeg uw huisarts bij vragen

Tips voor het moment
Preventieve maatregelen werken helaas niet altijd. Op het moment dat het gedrag uit de hand dreigt te lopen, kunt u het volgende doen:

-Blijf rustig, maak oogcontact en laat niet merken dat u bang bent.
-Vertel op rustige toon dat niemand hem kwaad wil doen. 
-Ga niet in discussie
-Houd voldoende afstand en pak hem niet vast.
-Probeer hem af te leiden, bied wat te drinken aan of praat over iets anders. 
-Geef hem de kans naar een open ruimte te lopen.
-Verlaat zo nodig de kamer.

Als agressieve reacties vaak voorkomen of heel ernstig zijn, kunnen kalmerende medicijnen uitkomst bieden. Ga nooit zelf experimenteren, maar overleg met de behandelende arts. 

Is geheugentraining zinvol?

Uit onderzoek blijkt dat geheugentraining door het eindeloos herhalen van geheugenspelletjes of puzzelen niet helpt het geheugen beter te maken. Wat meer effect heeft is het aanleren van technieken om het geheugen zo optimaal mogelijk te gebruiken.


Of geheugentraining zinvol is, hangt af van het principe van de training. Er zijn trainingen waarbij men probeert het geheugen in zijn totaliteit te verbeteren door het eindeloos herhalen van geheugenspelletjes. Het idee hierachter is dat het geheugen een soort spier is die door extra oefenen sterker gemaakt kan worden. Uit onderzoek blijkt echter dat het geheugen niet werkt als een spier en dat zulke trainingen absoluut niet helpen om het geheugen beter te maken.

Bij de betere geheugencursussen wordt een goede voorlichting gegeven over hoe een normaal geheugen werkt en wat het verschil is tussen normale en abnormale vergeetachtigheid. Ook wordt verteld wat nodig is voor een goed werkend geheugen, zoals tijd, aandacht, concentratie, een goed gezichtsvermogen en een goed gehoor. Ook worden tips gegeven over hoe u bepaalde alledaagse dingen, zoals namen, gemakkelijker kunt onthouden. Deelname aan een geheugencursus kan vaak heel zinvol zijn en kan u wellicht van veel onnodige zorgen over uw eigen geheugen afhelpen.

Merkt iemand zelf dat hij dementeert?

Dat kan. Iemand die lijdt aan dementie weet in het begin soms niet wat er aan de hand is, maar beseft wel dat er iets mis is. Dit roept vaak angst op.


Angst
Door het geheugenverlies zal iemand met dementie het gevoel van houvast en tijd verliezen. Dit roept angst op, waarop hij kan reageren met agressie en achterdocht, of juist met pessimisme. Hij kan proberen de wereld 'kloppend' te maken door bijvoorbeeld anderen de schuld te geven als hij iets kwijt is. Ook kan hij zich vastklampen aan zijn partner of het verleden om zich veilig te voelen. Lees ook ons informatief over Depressie en angst.

Gedragsproblemen
Iemand met dementie heeft niet alleen geheugenklachten. Hij krijgt ook te maken met taal-, herkennings- en gedragsproblemen. Ook zal zijn dagelijks functioneren achteruitgaan. Door dit besef kan hij emotioneel, labiel of somber worden. Hij maakt zich zorgen over geplande uitjes of het ontmoeten van vrienden. Ook kan hij lusteloos en onverschillig overkomen.

 

Kan ik nog op vakantie met iemand met dementie?

Op vakantie gaan is spannend voor iedereen. Voor mensen met dementie en hun omgeving vraagt dit om extra maatregelen. Daarnaast zijn er mogelijkheden om georganiseerd -begeleid door deskundige vrijwilligers- op reis te gaan met iemand met dementie. Lees de tips voor reizen met een reisgenoot met dementie:

  1. Legitimatie en adresgegevens
    Voorzie de reisgenoot met dementie van een identiteitsbewijs en adresgegevens van de verblijfslocatie. Hang deze gegevens aan een kettinkje om de nek of stop  deze gegevens in de broekzak.
  2. Behoud structuur
    Probeer alles zo vertrouwd mogelijk te houden. Bied structuur door vast te houden aan bed- en etenstijden en neem bijvoorbeeld favoriete nachtkleding en een eigen kussen mee.
  3. Goed voorbereiden
    Wees goed voorbereid. Neem genoeg rust voor de vakantie en begin tijdig met inpakken. Bekijk ook wat de mogelijkheden voor medische ondersteuning zijn op de vakantiebestemming.
  4. Plan juiste activiteiten
    Maak een reisschema. Vermijd activiteiten met grote groepen, drukke locaties en
    energieke kinderen.
  5. Neem beperkingen in acht
    Houd rekening met de mogelijkheden en beperkingen van de reisgenoot met dementie. Bedenk daarbij ook goed wat uw eigen capaciteit als zorgverlener is.
  6. Vermijd langere reistijd
    Beperk lange vluchttijden en autoritten. Zorg dat uw reisgenoot voldoende afleiding heeft door bijvoorbeeld bladen, puzzels of foto's mee te nemen.
  7. Rijd veilig
    Bestuurt u een auto en uw reisgenoot voelt zich ongemakkelijk? Stop de auto en probeer uw reisgenoot te kalmeren. Zo vermijdt u ongelukken.
  8. Directe vlucht, documentatie en medicatie
    Kies voor een directe vlucht naar een bestemming. Zorg dat u beschikt over de belangrijke documenten van uw reisgenoot met dementie. Draag medicatie mee in de handbagage.
  9. Rustige en veilige hotelkamer
    Vraag om een grote en rustige kamer als u in een hotel verblijft. Vermijd kamers met glazen deuren en wanden. Informeer eventueel naar een mogelijkheid om de deur te vergrendelen zodat uw reisgenoot 's nachts niet kan gaan dwalen.
  10. Maak alternatieve plannen
    Houd alternatieve plannen voor de vakantie in gedachte. Zo kunt u adequaat reageren op de gemoedstoestand van uw reisgenoot.


Speciale vakanties voor u en uw reisgenoot
Er zijn ook speciale zorgvakanties bedoeld voor personen met dementie en hun reisgenoten. Zo verblijft u bijvoorbeeld een week in een hotel in een rustgevende omgeving. Een team van deskundigen en vrijwilligers staat klaar om u beiden een bijzondere week te bezorgen. Meer informatie vindt u op de website van hetvakantiebureau.nl.  

 

Welke gedragsveranderingen komen vaak voor bij dementie?

Iemand met dementie krijgt in een later stadium te maken met gedragsproblemen en veranderingen in karakter.


Bewegingsonrust
Een dementerende kan onrustig zijn. Hij dwaalt doelloos rond, trommelt met de vingers, schuifelt met de voeten, schuift laden open en dicht, of ijsbeert door het huis.

Agressief gedrag
Iemand met dementie kan agressief gedrag vertonen, zoals schelden, bedreigen en slaan. Als iemand angstig is, kan hij reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten. Agressief gedrag kan ontstaan als hij in paniek raakt, bijvoorbeeld tijdens de lichamelijke verzorging. Hij schaamt zich, is bang of gefrustreerd dat hij zichzelf niet meer kan wassen.

Prikkelbaar
Mensen met dementie kunnen onder verschillende omstandigheden prikkelbaar of geïrriteerd zijn. Vaak richt de irritatie zich op degene die het meest betrokken is. Omdat die persoon nu eenmaal in de buurt is, of omdat de dementerende aanvoelt dat hij steeds meer afhankelijk wordt van deze persoon.

Ontremd gedrag
Impulsief en onaangepast gedrag, ook wel ontremmingsverschijnselen genoemd, zijn bekende gedragsproblemen. Iemand met dementie kan persoonlijke informatie aan een volslagen onbekende op straat vertellen of op luide toon door een gesprek heen praten. Ook kan hij ongepast seksueel gedrag vertonen. Het ontgaat hem dat zijn houding niet gepast is in een bepaalde situatie.

Stemmingsproblemen
Ongeveer 85 procent van mensen met dementie krijgt te maken met stemmingsproblemen: depressie, angst en apathie. Apathie is lusteloosheid, onverschilligheid en het verlies van initiatief. Hij is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen, heeft vaak geen zin om iets te ondernemen en heeft afgevlakte emoties. Iemand die last heeft van angsten of kampt met depressie is vaak somber, pessimistisch en is bang om de deur uit te gaan. Als iemand angstig is of in paniek raakt, kan hij reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten.

Wanen en hallucinaties
Soms krijgen mensen met dementie psychotische problemen, zoals wanen en hallucinaties. Regelmatig is er sprake van het waandenkbeeld te zijn bestolen. Hij beschuldigt familieleden van het stelen van zoekgeraakte spullen. Ook hallucinaties komen voor bij mensen met dementie, bijvoorbeeld het zien van mensen of het horen van geluiden die er niet zijn. Deze hallucinaties kunnen beangstigend zijn. Hallucinaties kunnen ook prettig zijn, bijvoorbeeld als mensen prachtige kleuren zien die er in werkelijkheid niet zijn.

 

Waar vindt u hulp bij dementie?

Na de diagnose kan de patiënt vaak nog prima thuis wonen, maar heeft net als de mantelzorger hulp en ondersteuning nodig. Voor bijna ieder probleem zijn er verschillende oplossingen en instanties te vinden.


Het vinden van hulp bij dementie is voor een leek niet gemakkelijk. Gelukkig komen er in steeds meer regio's casemanagers (ook wel trajectbegeleider of dementieconsulent genoemd). Dit is een onafhankelijke en vaste begeleider voor mensen met dementie en hun naasten.

Behandeling en Medicijnen

Hoe lost u problemen met medicijnen op?

Het innemen van medicijnen kan voor iemand met dementie een zware opgave zijn. Problemen met slikken of het weigeren van medicijnen zijn veelvoorkomende problemen.


Slikproblemen
Als de dementerende moeite heeft met het doorslikken van geneesmiddelen, is men geneigd om pillen of capsules te breken of te verpulveren. Overleg eerst met de huisarts of de apotheker of dit mag, want meestal beïnvloedt dit de werkzaamheid van de geneesmiddelen. Vraag aan de arts of de medicatie in vloeibare vorm verkrijgbaar is.

Weigeren van medicijnen
Iemand met dementie kan som moeilijk te overtuigen zijn van de noodzaak bepaalde medicijnen in te nemen. Door het gebrek aan ziekte-inzicht of verwardheid kan de patiënt er stellig van overtuigd zijn dat hij geen medicatie nodig heeft. Vaak helpt het als u zegt dat de dementerende de geneesmiddelen nodig heeft voor zijn gezondheid. Zeg voor welke klachten het geneesmiddel is. Laat de huisarts zo nodig een briefje schrijven waarin dit kort en duidelijk te lezen is.

Hoe krijgt u de beste behandeling?

Een goed resultaat van een behandeling met medicijnen is vaak de beloning van een geduldige zoektocht naar de oorzaken van de verschijnselen en de precieze werking van het medicijn bij de individuele patiënt.


Juiste dosering
Als de arts een doseringen voorschrijft en deze later aanpast of andere middelen voorschrijft, is dit meestal een teken van zorgvuldig handelen. Iedere patiënt reageert immers anders op medicijnen. Bij de een werkt een (tijdelijk) lagere dosering of een ander medicijn beter, bij de ander is een combinatie met een ander geneesmiddel het beste.

Speurtocht
Sommige familieleden vatten dit zoekproces op als een teken van ondeskundigheid: 'De dokter weet het niet meer, hij doet maar wat'. Toch is de speurtocht vaak wel de moeite waard. Het kan leiden tot een afname van de ongewenste verschijnselen en een verbetering van het welbevinden van de dementerende.

Bijwerkingen
Onvermijdelijk zijn bijwerkingen bij het gebruik van veel geneesmiddelen. De hoeveelheid overlast die bijwerkingen veroorzaken, kan worden beperkt door een goede rapportage aan de arts en door in overleg met hem te zoeken naar een betere dosering of de medicatie te veranderen.

 

Hoe worden gedragsveranderingen behandeld?

Het behandelen van probleemgedrag kan het leven voor de patiënt en zijn omgeving (iets) aangenamer maken, maar grijpt niet in op het beloop van de dementie. Uiteenlopende medicijnen worden toegepast om probleemgedrag te behandelen.


De middelen die kunnen worden gebruikt bij gedragsproblemen behoren tot de zogeheten psychofarmaca. Psychofarmaca zijn medicijnen (farmaca) die invloed op de geest (psyche) uitoefenen.

Antidepressiva
Dementerenden die lang neerslachtig of somber zijn, kan men behandelen met antidepressiva. Dit zijn middelen met een activerende werking. Deze middelen worden ook bij apathie (passiviteit) gebruikt. De werkzaamheid van het medicijn verschilt van persoon tot persoon. Vaak duurt het enige tijd, twee tot vier weken, voordat er een merkbare verandering optreedt. De bijwerkingen kunnen echter al na enkele uren optreden. Als een middel na zes tot acht weken niet helpt heeft het geen zin dit middel te blijven gebruiken.

Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen
Dementerenden met slaapstoornissen, rusteloosheid en agressief gedrag krijgen vaak kalmeringsmiddelen (tranquillizers) voorgeschreven. Deze medicijnen hebben een angstdempende werking. Veel van deze medicijnen kunnen ook als slaapmiddel worden gebruikt. Vroeger duidde men kalmeringsmiddelen aan als sedativa; nu noemt deze middelen anxiolytica ('angstoplossers'). Slaapmiddelen noemt men ook wel hypnotica. Kalmerings- en slaapmiddelen kunnen een negatieve invloed hebben op het geheugen. Andere bijwerkingen zijn sufheid, verwardheid en spierslapte.

Antipsychotica
Bij dementie gebruikt men antipsychotica om waandenkbeelden, hallucinaties, slaapstoornissen, agressief gedrag, loopdrang en seksuele ontremming te onderdrukken. Een andere naam voor antipsychotica is neuroleptica. Hoewel bij dementie verschillende antipsychotica worden gebruikt, bestaat er nauwelijks of geen verschil in effect tussen deze middelen. De antipsychotica verschillen daarentegen wel in de aard en ernst van de bijwerkingen.

Anticonvulsiva
Als antipsychotica of kalmeringsmiddelen bij rusteloos en agressief gedrag niet voldoende effect hebben, kunnen anticonvulsiva worden geprobeerd. Anticonvulsiva zijn oorspronkelijk ontwikkeld tegen epilepsie. Voorbeelden van anticonvulsiva zijn carbamazepine (Carbymal, Tegretol) en valproïnezuur (Depakine). Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de werking bij dementie. Bijwerkingen van carbamazepine zijn een onzekere loop (ataxie), verwardheid, sufheid, leukopenie (minder witte bloedcellen) en allergische reacties. Oudere patiënten zijn erg gevoelig voor de bijwerkingen. De dosis kan dan zo mogelijk worden verlaagd.

Kan iemand met dementie genezen?

Dementie is een ongeneeslijk ziektebeeld. Wel zijn er medicijnen en behandelingen die het ziekteproces van dementie kunnen vertragen en verzachten.


Ongeneeslijk
Er zijn geen geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer en de andere vormen van dementie. Dementieachtige verschijnselen als gevolg van een aandoening of behandelbare ziekte, kunnen wel worden behandeld. Het is daarom altijd belangrijk te achterhalen wat de oorzaak van dementieklachten is.

Toekomst
Over de hele wereld wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dementie. Met meer inzicht in de oorzaken, de risicofactoren en het verloop van het ziektebeeld kan dementie beter worden behandeld. Op onze pagina over wetenschappelijk onderzoek leest u meer over de resultaten van recent onderzoek.

 

Hoe herkent u een gevaarlijke therapie of therapeut?

Dementie is een hersenaandoening die iemand langzaam maar zeker volledig afhankelijk maakt van de zorg van anderen. Dit is een schrikbeeld voor veel mensen. De vrees voor Alzheimer/dementie maakt mensen kwetsbaar. Ze willen er alles aan doen om zichzelf of een geliefde te genezen of te beschermen tegen deze ziekte. Helaas maken sommige mensen misbruik van deze onmacht. Daarom geven we u enkele tips om therapieën en therapeuten te herkennen die meer kwaad dan goed doen:


1. Er is geen twijfel

Een goede arts zal u nooit de garantie geven dat zijn therapie werkt. Wees dan ook op uw hoede als een behandelaar of een methode claimt dat het dementie (of een andere aandoening)  gegarandeerd kan genezen of voorkomen. Het is ook verdacht als een therapie claimt dat het heel veel verschillende aandoeningen kan genezen.

2. Baat het niet dan schaadt het niet
Geen enkele behandeling is zonder nadelen. Zelfs een therapie die werkt kost minimaal tijd en geld. Mensen die claimen dat ze dementie kunnen genezen, geven daarnaast valse hoop. Sommige therapieën hebben ook negatieve effecten op uw gezondheid.  Zo zijn er bepaalde kruiden die uw lichaam ernstige schade kunnen toebrengen of het effect van medicijnen teniet doen. Als u gebruik wilt maken van een bepaalde behandeling, bespreek deze dan altijd met uw huisarts of behandelend arts.

3. Weghouden bij behandelend arts
Als een behandelaar u weg wil houden bij een behandelend arts, dan is dat een duidelijk alarmsignaal. Bedenk goed waarom iemand dit zou willen. Vaak blijkt dat iemand op die manier de 'concurrentie' wil uitschakelen, zodat u afhankelijk wordt van een (dure) behandeling.

Twijfelt u aan een therapie?
Als u twijfelt aan een therapie of therapeut, neem dan gerust contact op met Alzheimer Nederland via info@alzheimer-nederland.nl of 033 - 303 2502.

 

Jonge mensen met dementie

Wat betekent dementie voor jonge mensen met dementie?

Bij jonge mensen duurt het vaak lang voordat de diagnose dementie gesteld wordt. Symptomen worden niet herkend, wat tot veel onzekerheid en spanningen kan leiden. Ook hebben jonge mensen nog andere rollen in de maatschappij.


Eerste problemen
De eerste problemen ontstaan vaak op het werk. Het werk komt niet meer af en het werk kost veel meer tijd en energie dan voorheen. Iemand kan ook meer problemen krijgen in het bedienen van apparaten, zoals de computer. Ook thuis merken mensen veranderingen, zo kan het eten koken een probleem worden.

Moeizame diagnose
Deze veranderingen worden niet direct herkend als verschijnselen die bij een dementie horen. Overspannenheid, depressie en relatieproblemen zijn de eerste diagnoses. Vaak gaan er een aantal jaren en bezoeken aan verschillende specialisten overheen voor de diagnose dementie wordt gesteld.

Verliezen van de regie
Het verliesproces waar een jong dementerende mee te maken krijgt is veelomvattend en ingrijpend. Meer nog dan bij ouderen vanwege de actieve rol die hij speelt in de maatschappij. Hij zal niet snel zijn positie als kostwinner en opvoeder willen opgeven, noch rollen en verantwoordelijkheden zoals bijvoorbeeld ten aanzien van geldzaken of autorijden, willen verliezen.

Onzekerheid
Door de veranderingen in de hersenen worden mensen dagelijks geconfronteerd met vreemde gewaarwordingen. Vaardigheden die men al bijna het hele leven lang kan, lukken ineens niet meer, vertrouwde routes lijken ineens vreemd, men vindt gebruiksvoorwerpen op vreemde plaatsen terug, kortom men kan niet meer op het eigen hoofd vertrouwen. Dit zorgt voor veel onzekerheid. Deze onzekerheid laat niet iedereen zien. De meeste mensen willen zo goed mogelijk verder leven en doen naar de buitenwereld alsof er niet veel aan de hand is. Toch zijn er ook veel jonge mensen met dementie die over hun ziekte kunnen en willen praten. Het kan hen goed doen om met lotgenoten te praten over het leven met dementie. Voor hen zijn speciale gespreksgroepen gestart.

Bekijk het overzicht met voorzieningen voor jonge mensen met dementie.

 

Wat moet ik regelen?

Wat moet ik bij de notaris regelen?

Bij de notaris kunt u terecht voor het opstellen van een testament en de verkoop van het huis. Ook kunt u daar terecht voor een volmacht.


Testament en verkoop huis

Voor de verkoop van een huis of het opstellen of wijzigen van uw testament of levenstestament kunt u bij de notaris terecht. Voor het opstellen van een akte moet de notaris beoordelen of iemand wilsbekwaam is. Is dit niet het geval dan mag de akte niet opgesteld worden.


Nalaten aan Alzheimer Nederland

Wist u dat u Alzheimer Nederland ook op een bijzondere wijze kunt steunen in de vorm van een nalatenschap? Lees hier meer informatie over het begunstigen van Alzheimer Nederland in uw testament.

Volmacht
Met een volmacht wijst u zelf iemand aan die u mag vertegenwoordigen als u tijdelijk niet in staat bent uw belangen te behartigen. Een voordeel van deze vorm is dat u wordt vertegenwoordigd door de persoon die u zelf op basis van wilsbekwaamheid heeft uitgekozen. Uw belangen worden zoveel mogelijk naar uw eigen wil en inzicht behartigd. Net als bij een testament kunt u een volmacht herroepen. Het kan verstandig zijn aan twee personen een volmacht te verstrekken met de mogelijkheid dat zij op elkaar toezicht houden.

Veel mensen schakelen een notaris in om de volmacht op te stellen. De notaris moet oordelen of de volmachtgever wilsbekwaam is. De gevolmachtigde moet in uw belang optreden en zich houden aan de normen van een goed vertegenwoordiger. Een belangrijk nadeel is dat er geen toezicht is op het optreden van de gevolmachtigde wanneer u door voortschrijdende dementie niet meer in staat bent dit optreden te beoordelen of, in het uiterste geval, de volmacht in te trekken. Dan ligt misbruik op de loer. Bij dementie biedt een volmacht dus geen enkele garantie voor een correcte vertegenwoordiging. Om die reden is bewindvoering met meer officiële 'bescherming' omkleed.

Meer weten over zaken die u bij de notaris kunt regelen? Kijk op www.nalatenschappeninfo.nl of www.notaris.nl.

Kan een huiseigenaar met dementie zijn huis verkopen?

Soms is het nodig om het huis te verkopen, bijvoorbeeld omdat een ander huis praktischer is of om dichter in de buurt van voorzieningen te zijn. Ook kan het gebeuren dat van een echtpaar de gezonde partner overlijdt en de persoon met dementie dan niet meer in het huis kan blijven wonen.


Volmacht of bewindvoering

Van belang is of degene die het huis wil verkopen op dat moment nog wilsbekwaam is. Wilsbekwaam houdt in dat iemand in staat is om de gevolgen en alternatieven van een bepaalde handeling, situatie of besluit te overzien. De vragen die dan opkomen zijn: kan iemand overzien wat de gevolgen zijn voor het verkopen van het huis? En kan hij dit bij de notaris verwoorden? Zo nee, dan is hij niet meer wilsbekwaam en mag de notaris de akte niet passeren. Om het huis dan toch te kunnen verkopen is het aanvragen van bewindvoering noodzakelijk.

Met een algehele volmacht kan het huis verkocht worden. Maar om die aan partner of kinderen te mogen geven moet degene met dementie wilsbekwaam zijn. Als zij dit niet meer kan, mag de notaris de volmacht niet afgeven.

Wat kunt u doen aan verkopers aan deur of telefoon?

Volgens de colportagewet kan een koop binnen zeven dagen ongedaan gemaakt worden, zonder opgave van reden. Via de telefoon kunnen betaalde servicenummers geblokkeerd worden. Daarnaast kan curatele een mogelijkheid zijn.


Kopen aan de deur, op een beurs, via de telefoon of tijdens een bustocht valt allemaal onder de colportagewet. Volgens deze wet kunt u binnen zeven dagen de koop ongedaan maken zonder opgaaf van reden. Dit doet u door de aankoop aangetekend terug te zenden onder de vermelding dat u de koop ongedaan wilt maken. Deze brief moet uiterlijk zes dagen nadat de verkoopovereenkomst is getekend gestuurd worden naar de verkoper die daarop staat vermeld.

Postorder of colportage
Als een iemand met dementie regelmatig aankopen doet via postorder of colportage is het niet altijd mogelijk om overzicht te houden van de aangekochte goederen. Of de verkoopovereenkomst is niet meer terug te vinden. Ook is het niet altijd mogelijk om binnen de gestelde termijn af te zeggen. Als een koop niet binnen de gestelde voorwaarden ongedaan wordt gemaakt, moet u betalen.

Voorkomen en blokkeren
Het zelf bellen naar betaalde servicenummers (verschillende 0900 nummers) kan worden geblokkeerd door de KPN. Voor informatie zie www.kpn.com of bel 0900 - 0244. Deblokkering moet schriftelijk gedaan worden. Een andere manier om telemarketing en post (direct mail) gratis te blokkeren is via Infofilter. Dit geldt voor een termijn van vijf jaar en alleen voor bedrijven die zich hierbij hebben aangesloten. Voor informatie: zie www.infofilter.nl of bel 0900 - 666 50 00.

Curatele
In sommige gevallen is het een overweging waard de dementerende onder curatele te plaatsen, omdat dit de enige maatregel is om aankopen achteraf ongedaan te maken.

Is er specifieke rechtsbescherming nodig voor jonge mensen met dementie?
Voor mensen die voor het 65e levensjaar dementie krijgen, kan dit specifieke gevolgen hebben. Zij kunnen door de dementie hun baan (en inkomen) verliezen waardoor ze op een uitkering aangewezen zijn.

Moet ik een eigen bijdrage AWBZ betalen?

De kosten van de Thuiszorg, verzorgings- en verpleeghuizen worden betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Er wordt echter ook een eigen bijdrage gevraagd.

 

Lage en hoge eigen bijdrage
De eerste zes maanden van het verblijf in een verpleeghuis betaalt een bewoner de lage eigen bijdrage. Na deze zes maanden moet in het algemeen de hoge eigen bijdrage betaald worden, behalve als de partner nog thuis woont. Is de partner van de bewoner ook opgenomen, dan betalen zij samen de maximale hoge eigen bijdrage.

Berekening
Uw eigen bijdrage wordt berekend met uw verzamelinkomen van twee jaar geleden. Uw verzamelinkomen is vastgesteld door de Belastingdienst op basis van uw aangifte.. Door een wijziging van de wet telt vanaf 2013 een extra deel van uw vermogen mee bij de berekening van de eigen bijdrage. Doet u belastingaangifte? En heeft u vermogen in box 3? Dan telt 8% van de 'grondslag sparen en beleggen' mee bij de berekening van uw eigen bijdrage. De 'grondslag sparen en beleggen' is het deel van uw vermogen boven het heffingvrije vermogen. Voor de berekening van de hoge eigen bijdrage wordt van het verzamelinkomen een aantal bedragen afgetrokken, zoals de verschuldigde belasting, de zorgverzekeringspremie en sommige heffingskortingen. Wat overblijft is het bijdrageplichtig inkomen. Per maand is de hoge eigen bijdrage 8,5% van dit inkomen, met een maximum van € 2.189,20 (in 2013)

Tegemoetkoming
Dankzij de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) krijgt u direct 8% of 16% korting op uw eigen bijdrage voor Zorg met Verblijf. Daarnaast kunt u in aanmerking komen voor eentegemoetkomingvan de Wtcg. Ook mag een bepaald bedrag worden overhouden om vrij te besteden, het zak- en kleedgeld. Dit bedrag wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Houdt men minder dan dit bedrag over na betaling van de eigen bijdrage, dan kan een herziening van de eigen bijdrage worden gevraagd.

Voor meer informatie over eigen bijdrage AWBZ, kijk op www.cak-bz.nl.


 

Wat is een volmacht?

Met een volmacht wijst u iemand aan die u mag vertegenwoordigen als u tijdelijk niet in staat bent uw belangen te behartigen.


Met een volmacht wijst u zelf iemand aan die u mag vertegenwoordigen als u tijdelijk niet in staat bent uw belangen te behartigen. Een voordeel van deze vorm is dat u wordt vertegenwoordigd door de persoon die u zelf op basis van wilsbekwaamheid heeft uitgekozen. Uw belangen worden zoveel mogelijk naar uw eigen wil en inzicht behartigd. Net als bij een testament kunt u een volmacht herroepen. Het kan verstandig zijn aan twee personen een volmacht te verstrekken met de mogelijkheid dat zij op elkaar toezicht houden.

Veel mensen schakelen een notaris in om de volmacht op te stellen. De notaris moet oordelen of de volmachtgever wilsbekwaam is. De gevolmachtigde moet in uw belang optreden en zich houden aan de normen van een goed vertegenwoordiger. Een belangrijk nadeel is dat er geen toezicht is op het optreden van de gevolmachtigde wanneer u door voortschrijdende dementie niet meer in staat bent dit optreden te beoordelen of, in het uiterste geval, de volmacht in te trekken. Dan ligt misbruik op de loer. Bij dementie biedt een volmacht dus geen enkele garantie voor een correcte vertegenwoordiging. Om die reden is bewindvoering met meer officiële 'bescherming' omkleed.

Lees meer over volmacht op www.notaris.nl

Wat is het verschil tussen een contactpersoon en een mentor?

Als iemand met dementie professionele zorg nodig heeft is er meestal een naaste die als contactpersoon is aangesteld. Ook kan de kantonrechter een mentor aanstellen bij ontbreken van een contactpersoon.


Schakel
Als iemand niet meer voor zijn eigen belangen betreffende de nodige zorg kan opkomen, wordt in overleg met deze contactpersoon bekeken wat nodig en wenselijk is voor degene met dementie. Deze contactpersoon is schakel tussen de zorgverleners en familie.

Wettelijke vertegenwoordiger
Soms is er onenigheid tussen familieleden over de nodige zorg en weten de zorgverleners niet waar ze aan toe zijn, naar wie ze moeten luisteren. Of er zijn helemaal geen naasten die iemands belangen kunnen behartigen. De kantonrechter kan in dat geval een mentorschap instellen. De door de rechter benoemde mentor is de wettelijk vertegenwoordiger aangaande zorg, begeleiding, verpleging en behandeling van de betrokkene. De partner, familie, bewindvoerder, curator of leidinggevende van de instelling waar degene met dementie verblijft kan een mentor aanvragen. Vaak wordt de partner of een familielid mentor. Als er niemand in de kring van naasten mentor wordt, kan er vrijwillige mentor gezocht worden.

Het aanvragen van mentorschap kan bij de kantonrechter en kost ongeveer € 100,-. Meer informatie en aanvraagformulieren kunt u downloaden via www.rijksoverheid.nl.

Wat is wilsbekwaamheid?

Iemand is wilsbekwaam als hij in staat is op een bepaald moment de gevolgen van een bepaalde handeling, situatie of besluitvorming te overzien.


Nog wilsbekwaam?

Voor het passeren van een verkoopakte en hypotheekakte en het opstellen van een testament moet de notaris beoordelen of iemand wilsbekwaam is. De vragen die dan opkomen zijn: kan iemand overzien wat de gevolgen zijn voor het verkopen van het huis of het opstellen van een testament? En kan hij dit bij de notaris verwoorden? Zo nee, dan is hij niet meer wilsbekwaam en mag de notaris de akte niet passeren. De wilsbekwaamheid kan worden beoordeeld door een arts, notaris, (kanton)rechter.

Tijdig naar notaris
Als de diagnose is gesteld, hoeft dit niet per definitie te beteken iemand niet meer wilsbekwaam is. Zeker nu de diagnose steeds vaker in een vroege fase van de ziekte wordt gesteld, is het zo dat mensen met dementie zeker nog hun wil kunnen bepalen. Wel is het aan te raden om tijdig naar een notaris te gaan.

Hoe vraagt u AWBZ-zorg aan?

Aanvragen voor AWBZ-zorg kunt u zelf indienen of dit overlaten aan een professionele zorgverlener. Het CIZ besluit of er een indicatie voor zorg toegekend wordt.


Een aanvraag voor AWBZ-zorg kunt u zelf indienen via www.ciz.nl. U kunt dit ook overlaten aan een professionele zorgverlener, zoals een thuiszorginstelling of de huisarts. Het CIZ onderzoekt of u aanspraak kunt maken op AWBZ-zorg. Daaruit volgt een indicatiebesluit, waarin staat of u AWBZ-zorg krijgt en de duur en hoeveelheid van deze zorg. Uw zorgverzekeraar zorgt op basis van dit besluit dat u de juiste zorg krijgt.

Voor meer informatie over AWBZ-zorg en het CIZ kunt u terecht op www.ciz.nl.

Mogen mensen met dementie stemmen?

Iedere Nederlander van 18 jaar of ouder mag stemmen, tenzij hij wegens bepaalde delicten is uitgesloten van kiesrecht. Ook mensen met dementie die onder mentorschap of curatele staan en/of in een verpleeghuis zijn opgenomen, mogen hun stem uitbrengen. Om te stemmen, moet iemand echter nog wel in staat zijn om zijn wil kenbaar te maken.

Als iemand met dementie niet in staat is zelf naar de stembus te gaan, mag hij iemand machtigen. In principe moet hij zijn vertegenwoordiger (curator, mentor, partner of kind) of iemand uit zijn naaste kring machtigen, maar is geen van hen beschikbaar dan kan een hulpverlener gevraagd worden. De gemachtigde moet volgens de wil van de persoon met dementie stemmen. Voor de goede orde: alleen de persoon met dementie zelf kan iemand machtigen om voor hem te stemmen. Om iemand te machtigen, moet iemand met dementie zijn handtekening op het machtigingsformulier kunnen zetten.

Hulp in het stemhokje mag alleen gegeven worden wanneer iemand een lichamelijke beperking heeft. Iemand met dementie mag dus alleen geholpen worden als er tevens sprake is van een lichamelijke beperking, die het stemmen bemoeilijkt. De hulp kan dan ook bestaan uit het, volgens de wil van de kiezer, invullen van het stembiljet.