Vergeetachtigheid
Bij vergeetachtigheid is er sprake van 'normale'
geheugenklachten. Een naam van een kennis waar u even niet op kan
komen. Vaak schiet het u later te binnen of herkent u de naam
feilloos als iemand anders het noemt. Vergeetachtigheid verstoort
het dagelijkse leven niet. Iemand die vergeetachtig is, kan het
huishouden doen, de financiën regelen en een reis ondernemen.
Dementie
De symptomen van dementie zijn vele malen ernstiger.
Iemand met dementie vergeet niet alleen de naam van een kennis,
maar herkent hem helemaal niet. Het is alsof de informatie uit het
geheugen is verdwenen. Iemand met dementie verdwaalt in een bekende
omgeving en vergeet essentiële dingen, bijvoorbeeld hoe je een
boterham moet smeren. Voor een dementerende zijn veel dagelijkse
handelingen al gauw te moeilijk.
1. Vergeetachtigheid
Een van de meest voorkomende symptomen is het vergeten van
nieuwe informatie. Andere signalen zijn: het vergeten van
belangrijke data of gebeurtenissen, dezelfde vraag telkens
opnieuw stellen en afhankelijk zijn van spiekbriefjes of familie
voor dingen die voorheen zonder hulp onthouden werden.
2. Problemen met dagelijkse handelingen
Gewone dingen gaan steeds moeilijker. Denk aan hobby's en
de financiën regelen. Ook zaken die gepland moeten worden of
in een bepaalde volgorde uitgevoerd, leveren problemen op.
Zoals koffie zetten of een maaltijd bereiden.
3. Vergissingen met tijd en plaats
Het is normaal als u even niet weet welke dag het is of
waar u naartoe liep. Maar bij beginnende dementie gebeurt dit
steeds vaker. Het besef van tijd wordt minder en uren lijken
soms minuten. Ook het vinden van de weg wordt moeilijker. U vergeet
soms waar u bent en hoe u daar gekomen bent.
4. Taalproblemen
Met dementie kan het moeilijk zijn om een gesprek te
volgen. U kunt midden in een gesprek stoppen met praten en
niet meer weten hoe u verder moet of het voorgaande herhalen.
U kunt eenvoudige woorden vergeten en komt steeds moeilijker op
namen. Bijvoorbeeld "waar is dat ding voor mijn haar?" als u
naar een kam zoekt. Praten gaat ook minder vloeiend.
5. Kwijtraken van spullen
U kunt spullen op vreemde plekken leggen, bijvoorbeeld een
portemonnee in de koelkast of een boek in de oven. U raakt
spullen kwijt en kunt niet meer achterhalen waar u ze gelaten
hebt.
6. Slecht beoordelingsvermogen
Bij dementie wordt het steeds lastiger om situaties in te
schatten en keuzes te maken. u kunt aanbiedingen slecht
inschatten en grote sommen geld uitgeven. Ook bij het doen
van boodschappen kunt u teveel kopen of spullen kopen die niet
nodig zijn.
7. Terugtrekken uit sociale activiteiten
U kunt problemen ondervinden bij hobby's en sport en het
voeren van gesprekken. U trekt zich vaker terug en onderneemt
minder dan voorheen. Ook kunt u urenlang voor de televisie
zitten en veel langer slapen dan gewoonlijk. Voor een
buitenstaander lijkt het luiheid of gebrek aan interesse. Maar
het is een soort faalangst. Als u niets doet, kunt u ook niets
fout doen.
8. Veranderingen in gedrag en karakter
Het kan gebeuren dat uw gedrag en karakter veranderen. Dat
u verward, achterdochtig, depressief of angstig wordt. Zonder
duidelijke aanleiding wisselt uw stemming: het ene moment
rustig en opeens verdrietig of kwaad. U kunt soms ook dingen doen
die u anders nooit deed.
9. Onrust
Een van de symptomen van dementie is onrust. Daardoor
lijkt het of u telkens iets zoekt, moet opruimen of iets
anders moet doen. Dit constante gevoel van onrust en de neiging
te lopen leidt vaak ook tot slaapproblemen.
10.Visuele problemen
Voor sommige mensen zijn visuele problemen een symptoom
van dementie. U krijgt problemen bij het lezen, afstand
inschatten en het onderscheiden van kleur of contrast. Ook
komt het voor dat u zichzelf niet herkent als u langs een spiegel
loopt.
Onderzoek
Als iemand op het spreekuur komt met verschijnselen van
dementie zal de huisarts hem enkele vragen stellen. De arts zal
mogelijke lichamelijke invloeden zoals hormoonstoornissen,
vitaminetekorten, verkeerd gebruik van medicijnen of een depressie
proberen uit te sluiten. Verder zal de arts urine- en
bloedonderzoek doen.
Familielid
Om een goed beeld te krijgen van de klachten zal de arts
ook willen spreken met iemand uit de directe omgeving, een
familielid of vriend, over de geheugenstoornissen, andere problemen
en veranderingen in het gedrag. De huisarts kan het eerst een
poosje aankijken. Op die manier onderzoekt hij of de verschijnselen
blijvend zijn en na verloop van tijd erger worden. Als dit zo is,
bevestigt dit het vermoeden van dementie. Als u het lastig vindt om
in het bijzijn van uw naaste over zijn klachten te spreken, is het
raadzaam dit van tevoren te bespreken met de arts.
Specialisten
Wanneer de huisarts vermoed dat iemand dementie heeft, zal
hij de patiënt vaak doorsturen naar een gespecialiseerde
instelling. Hier kan de diagnose worden bevestigd en zal de
oorzaak, bijvoorbeeld ziekte van Alzheimer of vasculaire dementie,
worden vastgesteld.
Vergeetachtigheid of dementie
Maakt u zich zorgen over uw geheugen? In dat geval is het
raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts. Uw arts zal samen
met u naar de oorzaak zoeken van uw vergeetachtigheid.
Vergeetachtigheid kan een gevolg zijn van stress of een
bijwerking van een medicijn. In zulke gevallen is vergeetachtigheid
goed behandelbaar. Als de huisarts dementie vermoedt zal hij dit
zorgvuldig onderzoeken en u doorverwijzen naar specialisten.
Bekijk ook de
tien signalen van dementie.
Tijdige diagnose
Een vroegtijdige diagnose van dementie is belangrijk. Als
de diagnose
dementie tijdig gesteld wordt, kan iemand nog zelfstandig
zaken voor de toekomst regelen. Ook geeft de diagnose vaak
rust en duidelijkheid voor alle betrokkenen. Daarnaast kunnen medicijnen in bepaalde
gevallen het ziekteproces vertragen.
Op deze website leest u meer over de symptomen van dementie. U kunt
uw zorgen natuurlijk ook bespreken met iemand in uw omgeving die
dementie zelf van dichtbij heeft meegemaakt, of u kunt eens een Alzheimer Café bezoeken
of de Alzheimertelefoon bellen. Als u zich
daarna nog steeds zorgen maakt, zet dan uw zorgen op papier. De
lijst hieronder kan u helpen een gesprek met de huisarts voor te
bereiden.
- Is het geheugen volgens u de laatste tijd
achteruitgegaan?
- Kan hij makkelijk meedoen aan een gesprek?
- Vervalt hij in herhalingen?
- Kan hij zich goed uitdrukken en duidelijk verstaanbaar
maken?
- Vertoont hij af en toe vreemd gedrag? (Zet hij de eieren
bijvoorbeeld in het vriesvak of de vuile kopjes in de
servieskast?)
- Verlopen vakanties anders dan vroeger?
- Is het aanleren van nieuwe vaardigheden moeilijker? (bijvoorbeeld
het bedienen van nieuwe apparaten)
- Gaan de dagelijkse handelingen hem goed af? Kan hij zich
bijvoorbeeld goed aankleden, of trekt hij bijvoorbeeld wel eens
twee verschillende schoenen aan?
- Vergeet hij de plek wel eens waar hij net geweest is?
- Slaapt hij op andere tijden en is hij op andere tijden
wakker?
- Is zijn karakter de afgelopen tijd veranderd?
Bekijk ook de
tien signalen van dementie en test uw eigen geheugen of
dat van een naaste op www.geheugentest.nl.
Neemt de huisarts u nog steeds niet serieus, dan kunt u een second
opinion aanvragen bij een andere huisarts. Bedenk goed waarom u een
second opinion wil en bespreek dit zo mogelijk met uw huisarts. Hij
kan een andere arts voor u vinden en zonodig een brief
schrijven en/of uw medische gegevens doorsturen.
Oorzaak
Onderzoekers denken dat de ziekte van Alzheimer ontstaat
door opeenhopingen van bepaalde eiwitten
(beta-amyloïd) in de hersenen. Vasculaire dementie
ontstaat door stoornissen in de doorbloeding van de hersenen, zoals
een hersenbloeding of herseninfarct.
Verloop
De achteruitgang bij vasculaire dementie verloopt vaak
stapsgewijs. De vaardigheden gaan als het ware met kleine sprongen
achteruit met tussentijds enige stabiliteit of zelfs vooruitgang.
Dit in tegenstelling tot het verloop bij de ziekte van Alzheimer,
waar de persoon met dementie geleidelijker achteruitgaat. Ook is
het zo dat het verloop van de ziekte bij vasculaire dementie
gemiddeld sneller is dan bij de ziekte van Alzheimer.
Verschijnselen
Bij vasculaire dementie is er meestal sprake van een
samengaan van geestelijke en lichamelijke verschijnselen. Bij de
ziekte van Alzheimer daarentegen gaat het vooral om een algemene
geestelijke achteruitgang, waarbij de lichamelijke verschijnselen
pas in een later stadium van de ziekte optreden.
Ziekte-inzicht
Door het grillige verloop kunnen mensen met vasculaire
dementie zich langer bewust zijn van het feit dat ze achteruit
gaan. Dit kan emotionele problemen zoals somberheid en verdriet
geven.
Hart- en vaatziekten
Veel mensen met vasculaire dementie hebben dan ook een
voorgeschiedenis van hart- en vaatlijden. Voor de dementie begon
hadden zij bijvoorbeeld last van een chronisch hoge bloeddruk,
hartritmestoornissen, diabetes, vaataandoeningen of TIA's
(tijdelijke verstoring van de hersenfunctie door vermindering of
afsluiting van de bloedtoevoer). Ook is het mogelijk dat iemand een
of meerdere infarcten, ofwel beroertes, heeft doorgemaakt voor de
dementie begon.
Hoe vaak komt het voor?
Vasculaire dementie is één van de meest voorkomende vormen van
dementie. Ongeveer 15% van de mensen met dementie lijdt aan deze
vorm, waardoor het op de ziekte van Alzheimer na de meest
voorkomende vorm van dementie is.
Twee hoofdvormen
Er zijn twee hoofdvormen: één vorm wordt veroorzaakt door
een beroerte('infarct'), en de ander wordt veroorzaakt door
aandoeningen van de kleine bloedvaten in de hersenen.
Parkinson verschijnselen
Daarnaast kenmerkt het ziektebeeld zich door
verschijnselen van de ziekte van Parkinson, zoals trillingen,
stijfheid, langzame beweging, een gebogen houding en een afwijkende
manier van lopen.
Aantal mensen met Lewy Body dementie
Naar schatting hebben 15 tot 25 procent van alle
dementerende mensen die ouder zijn dan 65 Lewy body dementie.
Jonge leeftijd
Eén van de meest opvallende kenmerken van frontotemporale dementie
is dat deze ziekte al op relatief jonge leeftijd voorkomt. Het
merendeel van de mensen dat door deze ziekte wordt getroffen, is
tussen de 40 en 60 jaar.
Hoewel de schattingen erg uiteenlopen lijkt er bij 10 tot 20 procent van de jong dementerenden (ontstaan van dementie vóór het 65e levensjaar) sprake te zijn van frontotemporale dementie.
Functieverlies hersenen
Bij de ziekte van Alzheimer gaan de zenuwcellen in de hersenen en
de verbindingen tussen deze zenuwcellen te gronde. Hierdoor kunnen
de hersenen niet goed meer functioneren. Dit heeft tot gevolg dat
mensen die aan deze ziekte lijden steeds minder in staat zijn om de
wereld om hen heen te begrijpen.
Denken, voelen en handelen aangetast
Uiteindelijk tast de ziekte van Alzheimer alle aspecten van de
persoonlijkheid van de patiënt aan: het denken, voelen en handelen.
Wat er precies misgaat is nog onduidelijk, maar door het vele
onderzoek van de laatste jaren wordt er steeds meer
duidelijk.
Verloop van de ziekte
Bij ieder mens is die aantasting echter anders. Bij sommige
patiënten kan de achteruitgang heel snel verlopen, terwijl anderen
nog jarenlang een relatief gewoon leven kunnen leiden. Wel is zeker
dat de dementerende langzaam maar zeker de regie over zijn eigen
leven verliest: hij wordt steeds afhankelijker van de hulp van
anderen.
Werking van geneesmiddelen
Deze middelen hebben geen genezende werking, maar richten zich op
een vertraging of stabilisatie van het ziekteproces, waardoor
patiënten mogelijk tijdelijk beter functioneren op het gebied van
geheugen, denken, taal en handelen.
Medicijnen voor verschillende groepen
Een belangrijk verschil tussen de middelen is de groep patiënten
die er voor in aanmerking komt. Voor rivastigmine en galantamine
zijn dit mensen met een lichte tot matig ernstige vorm van
Alzheimer. Deze wonen vaak nog thuis. Voor memantine gaat het om
mensen in een matig ernstig tot ernstig stadium van de
ziekte.
Informatie over geneesmiddelen
Alzheimer Nederland heeft brochures met informatie over
rivastigmine (Exelon), galantamine (Reminyl) en memantine (Ebixa).
Deze kunt u bekijken en downloaden op de pagina Behandeling
& Medicijnen.
Plaques
Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er in de zenuwcellen
van de hersenen ophopingen van een bepaald eiwit, beta-amyloïd. De
afbraak van dit eiwit verloopt niet goed. Door de ophopingen,
plaques, gaan de zenuwcellen en de verbindingen tussen
deze zenuwcellen te gronde. Hierdoor kunnen de hersenen niet goed
meer functioneren en sterven zenuwcellen af.
Tangles
Op den duur worden ook de zenuwcellen aangetast. Er
ontstaan tangles, kluwen. Het ziet er uit als een wirwar van
draadvormige eiwitten in een zenuwcel, die het functioneren van de
zenuwcel onmogelijk maakt.
Frontaal- en temporaalkwab
De term frontotemporale dementie (FTD) omvat een aantal
ziektebeelden, zoals de ziekte van Pick, semantische dementie en
primair progressieve afasie. Bij FTD zijn vooral het voorste deel
van de hersenen (de frontaalkwab) en/of het slaapbeen (de
temporaalkwab) beschadigd. Deze hersengebieden zijn
verantwoordelijk voor onze besluitvorming en coördinatie en voor
onze emotionele reacties en taalvaardigheid.
Erfelijke vormen
In 25 tot 40% van de gevallen is frontotemporele
dementie erfelijk. Enkele erfelijke vormen van frontotemporale
dementie worden veroorzaakt door een afwijkend gen. Hierdoor
functioneert het tau-eiwit, dat een rol speelt in het transport van
stoffen in de hersencel, niet goed meer en sterft de hersencel
uiteindelijk af.
Lees meer over frontotemporale dementie
Geneesmiddelen
Het gebruik van slaapmiddelen en/of combinaties van
verschillende geneesmiddelen kan geheugenklachten geven. Als u
onzeker bent over het effect van uw medicijnen op uw geheugen ga
dan naar de huisarts. Noteer dan voor uzelf goed wat u slikt.
Noteer ook de middelen die u zelf bij de apotheek of drogist hebt
gehaald, ook eventuele homeopathische middelen.
Voeding
Een tekort aan bepaalde vitaminen (vooral vitamine B, dat
veel voorkomt in vlees) in het lichaam zorgt ervoor dat de hersenen
minder goed werken. Ook wanneer iemand te weinig vocht tot zich
neemt, kan dat leiden tot problemen met het geheugen. Daarnaast
heeft ook alcohol invloed op het geheugen. Dit geldt zeker voor
ouderen, omdat zij gevoeliger zijn voor de effecten van alcohol dan
jongeren.
Ziekten
Vergeetachtigheid kan ook worden veroorzaakt door bepaalde
ziekten, zoals infectieziekten. Ook als de schildklier teveel of te
weinig werkt, kan vergeetachtigheid ontstaan. In de praktijk blijkt
dat lang niet altijd één duidelijke oorzaak is aan te wijzen. Soms
treden ook geheugenproblemen op na een hersenschudding of een
narcose. Vrouwen in de menopauze kunnen soms ook klachten over hun
geheugen hebben. Al deze oorzaken zijn vaak van voorbijgaande
aard.
Overspannenheid
Mensen die zwaarmoedig zijn, veel piekeren of een grote
tegenslag te verduren hebben, kunnen hierdoor zó in beslag worden
genomen dat er in hun hoofd als het ware geen plaats meer is voor
andere dingen. Geheugenklachten door overspannenheid zijn in
principe onschuldig. Over het algemeen verdwijnen de klachten
vanzelf.
Onderspannenheid
Als iemand af en toe eens iets vergeet schaamt hij zich
misschien voor zijn vergeetachtigheid. Dit kan reden zijn om
situaties uit de weg te gaan waarbij andere mensen zijn
vergeetachtigheid kunnen opmerken. Dat is een begrijpelijke, maar
ook gevaarlijke reactie. Hierin schuilt het gevaar dat hij zich
gaat terugtrekken uit het gewone leven. Familie en vrienden kunnen
dan denken: 'Hij is een stuk stiller dan vroeger, hij is nu toch
wel erg aan het aftakelen'. Op die manier wordt de reeds bestaande
onzekerheid over het geheugen nog eens versterkt.
Zorgen?
Als u zich zorgen maakt over uw geheugen bezoek dan in ieder geval
uw huisarts of maak de geheugentest. Deze kunt u invullen op www.geheugentest.nl of in de
brochure Is
het dementie?. U kunt deze test ook invullen als u zich
zorgen maakt over het geheugen van een ander.
Zoals u heeft kunnen lezen zijn veel oorzaken van vergeetachtigheid
goed te behandelen en misschien maakt u zich alleen maar teveel
zorgen. Piekeren helpt in ieder geval niet.
Bekijk ook de 10 signalen van dementie
De kans op de ziekte van Alzheimer wordt vergroot
door een slechte conditie van het hart en de bloedvaten. Wie veel
ongezond vet eet en weinig sport, loopt meer kans op schade aan de
hart- en bloedvaten en verhoogt daarmee de kans op dementie. In
tegenstelling wat veel gedacht wordt, verhoogt ook roken de kans op
dementie aanzienlijk. Mensen die roken hebben 50 procent meer kans
op dementie dan mensen die niet roken. Ook is het belangrijk om
sociaal actief te blijven waarbij de hersenen steeds opnieuw
geprikkeld worden door bezigheden.
Isolement
Als familie en vrienden niet weten wat er aan de hand is,
weten zij zich vaak geen raad met het verwarde gedrag van de
dementerende. Dit leidt er vaak toe dat ze de dementerende gaan
mijden. Om te voorkomen dat de dementerende en de directe verzorger
in een isolement raken, is het belangrijk om contact te
houden.
Sociale contacten
Een goede buur of vriend kan de verzorging van de
dementerende ook een paar uur overnemen. Zo heeft de mantelzorger
even tijd voor zichzelf. Het onderhouden van sociale contacten is
belangrijk: het kan iemand met dementie op een positieve manier
prikkelen en plezier geven en voorkomt eenzaamheid.
Rolomdraaiing
Kinderen hebben verdriet om wat er gebeurt met hun vader,
moeder, opa of oma. Zij maken zich zorgen, zijn bang of geïrriteerd
of schamen zich. Wat het extra moeilijk maakt, is de rolomdraaiing.
De kinderen zijn ineens 'de verantwoordelijke' en dat voor iemand
die juist altijd verantwoordelijk was voor hen. Ook zijn er
gevoelens van verlies: een gesprek zoals vroeger is niet meer
mogelijk en ervaringen delen wordt lastiger.
Kleinkinderen
Ook de kleinkinderen vangen signalen op dat er iets
ernstigs aan de hand is. Het is daarom belangrijk open en duidelijk
met de kinderen te praten over dementie en wat dit voor hen
betekent. Toch worden kleine kinderen vaak niet goed ingelicht over
wat er precies met de dementerende aan de hand is. Volwassenen
denken dat het hen niet interesseert, dat ze het niet begrijpen of
dat het nieuws ze ongerust zal maken.
Bij veel mensen met dementie komt onrustig gedrag voor. Ook agressie en prikkelbaarheid treden bij ongeveer de helft van de mensen met dementie op. Mensen met dementie dwalen bijvoorbeeld doelloos rond, of willen steeds terug naar huis of naar hun ouders, trommelen met de vingers, schuifelen met de voeten, schuiven laden open en dicht, of 'ijsberen' door het huis. Dit kan voor zowel de persoon met dementie als de omgeving erg vermoeiend zijn.
Oorzaken
Het lijkt vaak alsof mensen met dementie zich doelloos of impulsief
gedragen. Vaak reageren zij hiermee wel degelijk op hun omgeving.
Met hun gedrag maken zij duidelijk wat ze voelen of nodig hebben,
vooral als zij het niet meer onder woorden kunnen brengen.
Het is belangrijk uit te sluiten dat de persoon met dementie pijn of honger heeft, vermoeid of uitgedroogd is of aan een verstopping of infectie lijdt. Ook verandering van medicatie of verkeerde medicijncombinaties kunnen onrust veroorzaken.
Omgaan met onrustig gedrag
Om te leren omgaan met onrustig gedrag, zijn de onderstaande vragen
behulpzaam:
Aanleiding
-Waar en wanneer trad het gedrag op?
-Gebeurde er iets (bijzonders) in de directe omgeving?
Gedrag
-Welke vorm nam het gedrag aan? Is het nog steeds hetzelfde?
-Hield het gedrag vanzelf op? Kwam het snel weer terug?
Gevolgen
-Hoe reageerde de omgeving?
-Hoe reageerde de patiënt hierop?
Wat kunt u doen?
-Vaak is de onrust een reactie op bijvoorbeeld verkeerde
verlichting, lawaai of de inrichting van de ruimte. Noteer wanneer,
waar en bij welke activiteit een bepaald gedrag optrad, en probeer
de situatie te wijzigen of vermijden.
-Negatieve of corrigerende reacties van de omgeving kunnen de onrust verergeren. Stel minder eisen aan de patiënt en biedt hulp aan op een onopvallende manier, zonder aandringen.
-Zorg voor een rustige dagelijkse routine. Deel taken op in overzichtelijke stappen.
-Mocht onrustig gedrag toch optreden, blijf dan rustig, ga de confrontatie niet aan en laat niet merken dat u bang bent. Maak oogcontact met de dementerende.
Mensen met dementie kunnen zich boos of agressief gedragen.
Iemand met dementie kan zich agressief gedragen omdat hij (of
zij) zijn gewone gevoelens niet meer op een gewone manier kan
uiten.
Het is belangrijk dat u zich realiseert dat de agressie meestal
niet tegen u persoonlijk is gericht, maar dat het een verschijnsel
van de ziekte is. Dit komt doordat het beoordelingsvermogen en
zelfcontrole zijn door de ziekte zijn afgenomen. Hierdoor kan
iemand een situatie verkeerd begrijpen en zich bedreigd voelen.
Onthoud dat hij de agressieve reactie niet in de hand heeft.
Er is veel frustratie bij mensen met dementie. De grip op het
dagelijks leven wordt minder, gewone handelingen lukken niet zo
goed meer, anderen bemoeien zich voortdurend met hen en bepalen wat
goed voor hen is. Verder gebeurt het regelmatig dat mensen binnen
het territorium van iemand komen zonder dat de persoon met dementie
begrijpt waarom ze dat doen. Voor iemand die zijn hele leven voor
zichzelf is opgekomen, is afhankelijk zijn krenkend, vooral als
iemand niet begrijpt wat er aan de hand is.
Dementerende mensen worden vaak geconfronteerd met eigen
onvermogen. Er zijn verschillende factoren die de kans vergroten
dat mensen agressief reageren. Veel agressieve reacties komen voor
als iemand met dementie lichamelijk wordt verzorgd. Angst en
schaamte, maar ook frustratie omdat hij (of zij) zichzelf niet meer
kan verzorgen zijn dan de oorzaak. Ook kan het een paniekreactie
zijn als er te veel of te hoge eisen aan hem worden gesteld of
omdat hij eenvoudige taken niet meer kan uitvoeren. Agressief
gedrag kan een manier zijn om zichzelf te beschermen.
Hoe uit agressie zich?
Agressie kan op verschillende manieren worden geuit: in verbale
agressie (schelden, bedreigen, spotten, insinueren, dreigen,
ongewenste seksuele opmerkingen maken, enzovoort) of non-verbale
agressie (stompen, kapot gooien van dingen, schoppen, slaan,
bijten, kopstoten geven, knijpen, spugen, anderen ongewenst
aanraken, enzovoort).
Wat kunt u doen?
Als u kunt ontdekken wat de aanleiding voor de boosheid is, kunt u
misschien de agressieve reacties voor zijn. Afhankelijk van wat u
denkt dat de oorzaak is, kunt u het volgende proberen:
-zorg voor een rustige dagelijks routine;
-stel minder eisen;
-neem tijd om uit te leggen wat er gebeurt;
-voorkom haast of ongeduld;
-spreek uw waardering uit voor de dingen die hij doet en vraag hem
u te helpen bij karweitjes;
-laat haar energie kwijtraken: wandelen, in de tuin werken,
enz;
-raadpleeg uw huisarts bij vragen
Tips voor het moment
Preventieve maatregelen werken helaas niet altijd. Op het
moment dat het gedrag uit de hand dreigt te lopen, kunt u het
volgende doen:
-Blijf rustig, maak oogcontact en laat niet merken dat u bang
bent.
-Vertel op rustige toon dat niemand hem kwaad wil doen.
-Ga niet in discussie
-Houd voldoende afstand en pak hem niet vast.
-Probeer hem af te leiden, bied wat te drinken aan of praat over
iets anders.
-Geef hem de kans naar een open ruimte te lopen.
-Verlaat zo nodig de kamer.
Als agressieve reacties vaak voorkomen of heel ernstig zijn, kunnen kalmerende medicijnen uitkomst bieden. Ga nooit zelf experimenteren, maar overleg met de behandelende arts.
Of geheugentraining zinvol is, hangt af van het principe
van de training. Er zijn trainingen waarbij men probeert het
geheugen in zijn totaliteit te verbeteren door het eindeloos
herhalen van geheugenspelletjes. Het idee hierachter is dat het
geheugen een soort spier is die door extra oefenen sterker
gemaakt kan worden. Uit onderzoek blijkt echter dat
het geheugen niet werkt als een spier en dat zulke
trainingen absoluut niet helpen om het geheugen beter te maken.
Bij de betere geheugencursussen wordt een goede voorlichting gegeven over hoe een normaal geheugen werkt en wat het verschil is tussen normale en abnormale vergeetachtigheid. Ook wordt verteld wat nodig is voor een goed werkend geheugen, zoals tijd, aandacht, concentratie, een goed gezichtsvermogen en een goed gehoor. Ook worden tips gegeven over hoe u bepaalde alledaagse dingen, zoals namen, gemakkelijker kunt onthouden. Deelname aan een geheugencursus kan vaak heel zinvol zijn en kan u wellicht van veel onnodige zorgen over uw eigen geheugen afhelpen.
Sluit aan bij de veranderende
beleving
Voor iemand met dementie wordt het steeds onduidelijker
wat 'het eigen leven' precies betekent. Hij is onzeker en vecht
voor zijn eigen identiteit. Door aan te sluiten bij de
belevingswereld laat u de persoon met dementie in zijn waarde en
komt hij zoveel mogelijk tot zijn recht. Dit kan door het bieden
van herkenning, veiligheid, vertrouwdheid en geborgenheid.
Zorg voor een vaste dagindeling
De wereld van iemand met dementie is onoverzichtelijk en
onzeker. Het eigen geheugen is niet meer te vertrouwen. Structuur
in de dag geeft houvast. Op vaste tijden opstaan, eten, rusten en
andere activiteiten kunnen helpen om de dag door te komen. Een
planbord met daarop de tijden van alle activiteiten biedt steun,
met bijvoorbeeld '8.00 uur opstaan', '15.00 uur boodschappen
doen'.
Regelmatig rusten
Het is erg vermoeiend om te leven met dementie. De
hersenen zijn de hele dag bezig om de beperkingen te omzeilen en de
binnenkomende informatie zo goed mogelijk een plaats te geven. Dat
put uit. Het is dan ook belangrijk om gedurende de dag momenten van
rust in te bouwen en om na een drukke dag een paar rustige dagen in
te plannen.
Angst
Door het geheugenverlies zal iemand met dementie het
gevoel van houvast en tijd verliezen. Dit roept angst op, waarop
hij kan reageren met agressie en achterdocht, of juist met
pessimisme. Hij kan proberen de wereld 'kloppend' te maken door
bijvoorbeeld anderen de schuld te geven als hij iets kwijt is. Ook
kan hij zich vastklampen aan zijn partner of het verleden om zich
veilig te voelen. Lees ook ons informatief over
Depressie en angst.
Gedragsproblemen
Iemand met dementie heeft niet alleen geheugenklachten.
Hij krijgt ook te maken met taal-, herkennings- en
gedragsproblemen. Ook zal zijn dagelijks functioneren
achteruitgaan. Door dit besef kan hij emotioneel, labiel of somber
worden. Hij maakt zich zorgen over geplande uitjes of het ontmoeten
van vrienden. Ook kan hij lusteloos en onverschillig overkomen.
Bewegingsonrust
Een dementerende kan onrustig zijn. Hij dwaalt doelloos
rond, trommelt met de vingers, schuifelt met de voeten, schuift
laden open en dicht, of ijsbeert door het huis.
Agressief gedrag
Iemand met dementie kan agressief gedrag vertonen, zoals
schelden, bedreigen en slaan. Als iemand angstig is, kan hij
reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een
gewone manier kan uiten. Agressief gedrag kan ontstaan als hij in
paniek raakt, bijvoorbeeld tijdens de lichamelijke verzorging. Hij
schaamt zich, is bang of gefrustreerd dat hij zichzelf niet meer
kan wassen.
Prikkelbaar
Mensen met dementie kunnen onder verschillende
omstandigheden prikkelbaar of geïrriteerd zijn. Vaak richt de
irritatie zich op degene die het meest betrokken is. Omdat die
persoon nu eenmaal in de buurt is, of omdat de dementerende
aanvoelt dat hij steeds meer afhankelijk wordt van deze
persoon.
Ontremd gedrag
Impulsief en onaangepast gedrag, ook wel
ontremmingsverschijnselen genoemd, zijn bekende gedragsproblemen.
Iemand met dementie kan persoonlijke informatie aan een volslagen
onbekende op straat vertellen of op luide toon door een gesprek
heen praten. Ook kan hij ongepast seksueel gedrag vertonen. Het
ontgaat hem dat zijn houding niet gepast is in een bepaalde
situatie.
Stemmingsproblemen
Ongeveer 85 procent van mensen met dementie krijgt te
maken met stemmingsproblemen: depressie, angst en apathie. Apathie
is lusteloosheid, onverschilligheid en het verlies van initiatief.
Hij is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen, heeft vaak
geen zin om iets te ondernemen en heeft afgevlakte emoties. Iemand
die last heeft van angsten of kampt met depressie is vaak somber,
pessimistisch en is bang om de deur uit te gaan. Als iemand angstig
is of in paniek raakt, kan hij reageren met agressief gedrag omdat
hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten.
Wanen en hallucinaties
Soms krijgen mensen met dementie psychotische problemen,
zoals wanen en hallucinaties. Regelmatig is er sprake van het
waandenkbeeld te zijn bestolen. Hij beschuldigt familieleden van
het stelen van zoekgeraakte spullen. Ook hallucinaties komen voor
bij mensen met dementie, bijvoorbeeld het zien van mensen of het
horen van geluiden die er niet zijn. Deze hallucinaties kunnen
beangstigend zijn. Hallucinaties kunnen ook prettig zijn,
bijvoorbeeld als mensen prachtige kleuren zien die er in
werkelijkheid niet zijn.
Tien tips voor reizen met een reisgenoot met dementie:
Speciale vakanties voor u en uw reisgenoot
Er zijn ook speciale zorgvakanties bedoeld voor personen
met dementie en hun reisgenoten. Zo verblijft u bijvoorbeeld
een week in een hotel in een rustgevende omgeving. Een team
van deskundigen en vrijwilligers staat klaar om u beiden een
bijzondere week te bezorgen.
Meer informatie vindt u op de website van hetvakantiebureau.nl. Gaat u liever naar Spanje? Bekijkt u dan eens het aanbod van de Argos Zorggroep.
Het vinden van hulp bij dementie is voor een leek niet gemakkelijk.
Gelukkig komen er in steeds meer regio's casemanagers (ook wel
trajectbegeleider of dementieconsulent genoemd). Dit is een
onafhankelijke en vaste begeleider voor mensen met dementie en hun
naasten.
Slikproblemen
Als de dementerende moeite heeft met het doorslikken van
geneesmiddelen, is men geneigd om pillen of capsules te breken of
te verpulveren. Overleg eerst met de huisarts of de apotheker of
dit mag, want meestal beïnvloedt dit de werkzaamheid van de
geneesmiddelen. Vraag aan de arts of de medicatie in vloeibare vorm
verkrijgbaar is.
Weigeren van medicijnen
Iemand met dementie kan som moeilijk te overtuigen zijn
van de noodzaak bepaalde medicijnen in te nemen. Door het gebrek
aan ziekte-inzicht of verwardheid kan de patiënt er stellig van
overtuigd zijn dat hij geen medicatie nodig heeft. Vaak helpt het
als u zegt dat de dementerende de geneesmiddelen nodig heeft voor
zijn gezondheid. Zeg voor welke klachten het geneesmiddel is. Laat
de huisarts zo nodig een briefje schrijven waarin dit kort en
duidelijk te lezen is.
Juiste dosering
Als de arts een doseringen voorschrijft en deze later
aanpast of andere middelen voorschrijft, is dit meestal een teken
van zorgvuldig handelen. Iedere patiënt reageert immers anders op
medicijnen. Bij de een werkt een (tijdelijk) lagere dosering of een
ander medicijn beter, bij de ander is een combinatie met een ander
geneesmiddel het beste.
Speurtocht
Sommige familieleden vatten dit zoekproces op als een
teken van ondeskundigheid: 'De dokter weet het niet meer, hij doet
maar wat'. Toch is de speurtocht vaak wel de moeite waard. Het kan
leiden tot een afname van de ongewenste verschijnselen en een
verbetering van het welbevinden van de dementerende.
Bijwerkingen
Onvermijdelijk zijn bijwerkingen bij het gebruik van veel
geneesmiddelen. De hoeveelheid overlast die bijwerkingen
veroorzaken, kan worden beperkt door een goede rapportage aan de
arts en door in overleg met hem te zoeken naar een betere dosering
of de medicatie te veranderen.
De middelen die kunnen worden gebruikt bij gedragsproblemen behoren
tot de zogeheten psychofarmaca. Psychofarmaca zijn medicijnen
(farmaca) die invloed op de geest (psyche) uitoefenen.
Antidepressiva
Dementerenden die lang neerslachtig of somber zijn, kan
men behandelen met antidepressiva. Dit zijn middelen met een
activerende werking. Deze middelen worden ook bij apathie
(passiviteit) gebruikt. De werkzaamheid van het medicijn verschilt
van persoon tot persoon. Vaak duurt het enige tijd, twee tot vier
weken, voordat er een merkbare verandering optreedt. De
bijwerkingen kunnen echter al na enkele uren optreden. Als een
middel na zes tot acht weken niet helpt heeft het geen zin dit
middel te blijven gebruiken.
Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen
Dementerenden met slaapstoornissen, rusteloosheid en
agressief gedrag krijgen vaak kalmeringsmiddelen
(tranquillizers) voorgeschreven. Deze medicijnen hebben
een angstdempende werking. Veel van deze medicijnen kunnen ook als
slaapmiddel worden gebruikt. Vroeger duidde men kalmeringsmiddelen
aan als sedativa; nu noemt deze middelen anxiolytica
('angstoplossers'). Slaapmiddelen noemt men ook wel hypnotica.
Kalmerings- en slaapmiddelen kunnen een negatieve invloed hebben op
het geheugen. Andere bijwerkingen zijn sufheid, verwardheid en
spierslapte.
Antipsychotica
Bij dementie gebruikt men antipsychotica om
waandenkbeelden, hallucinaties, slaapstoornissen, agressief gedrag,
loopdrang en seksuele ontremming te onderdrukken. Een andere naam
voor antipsychotica is neuroleptica. Hoewel bij dementie
verschillende antipsychotica worden gebruikt, bestaat er nauwelijks
of geen verschil in effect tussen deze middelen. De antipsychotica
verschillen daarentegen wel in de aard en ernst van de
bijwerkingen.
Anticonvulsiva
Als antipsychotica of kalmeringsmiddelen bij rusteloos en
agressief gedrag niet voldoende effect hebben, kunnen
anticonvulsiva worden geprobeerd. Anticonvulsiva zijn
oorspronkelijk ontwikkeld tegen epilepsie. Voorbeelden van
anticonvulsiva zijn carbamazepine (Carbymal, Tegretol) en
valproïnezuur (Depakine). Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de
werking bij dementie. Bijwerkingen van carbamazepine zijn een
onzekere loop (ataxie), verwardheid, sufheid, leukopenie (minder
witte bloedcellen) en allergische reacties. Oudere patiënten zijn
erg gevoelig voor de bijwerkingen. De dosis kan dan zo mogelijk
worden verlaagd.
Ongeneeslijk
Er zijn geen geneesmiddelen voor de ziekte van Alzheimer
en de andere vormen van dementie. Dementieachtige verschijnselen
als gevolg van een aandoening of behandelbare ziekte, kunnen wel
worden behandeld. Het is daarom altijd belangrijk te achterhalen
wat de oorzaak van dementieklachten is.
Toekomst
Over de hele wereld wordt er wetenschappelijk onderzoek
gedaan naar dementie. Met meer inzicht in de oorzaken, de
risicofactoren en het verloop van het ziektebeeld kan dementie
beter worden behandeld. Op onze pagina over wetenschappelijk onderzoek leest u meer over
de resultaten van recent onderzoek.
1. Er is geen twijfel
Een goede arts zal u nooit de garantie geven dat zijn therapie
werkt. Wees dan ook op uw hoede als een behandelaar of een methode
claimt dat het dementie (of een andere aandoening)
gegarandeerd kan genezen of voorkomen. Het is ook verdacht
als een therapie claimt dat het heel veel verschillende
aandoeningen kan genezen.
2. Baat het niet dan schaadt het niet
Geen enkele behandeling is zonder nadelen. Zelfs een therapie die
werkt kost minimaal tijd en geld. Mensen die claimen dat ze
dementie kunnen genezen, geven daarnaast valse hoop. Sommige
therapieën hebben ook negatieve effecten op uw gezondheid. Zo
zijn er bepaalde kruiden die uw lichaam ernstige schade kunnen
toebrengen of het effect van medicijnen teniet doen. Als u gebruik
wilt maken van een bepaalde behandeling, bespreek deze dan altijd
met uw huisarts of behandelend arts.
3. Weghouden bij behandelend arts
Als een behandelaar u weg wil houden bij een behandelend arts, dan
is dat een duidelijk alarmsignaal. Bedenk goed waarom iemand dit
zou willen. Vaak blijkt dat iemand op die manier de 'concurrentie'
wil uitschakelen, zodat u afhankelijk wordt van een (dure)
behandeling.
Twijfelt u aan een therapie?
Als u twijfelt aan een therapie of therapeut, neem dan gerust
contact op met Alzheimer Nederland via info@alzheimer-nederland.nl
of 033 - 303 2502.
Eerste problemen
De eerste problemen ontstaan vaak op het werk. Het werk komt niet
meer af en het werk kost veel meer tijd en energie dan voorheen.
Iemand kan ook meer problemen krijgen in het bedienen van
apparaten, zoals de computer. Ook thuis merken mensen
veranderingen, zo kan het eten koken een probleem worden.
Moeizame diagnose
Deze veranderingen worden niet direct herkend als verschijnselen
die bij een dementie horen. Overspannenheid, depressie en
relatieproblemen zijn de eerste diagnoses. Vaak gaan er een aantal
jaren en bezoeken aan verschillende specialisten overheen voor de
diagnose dementie wordt gesteld.
Verliezen van de regie
Het verliesproces waar een jong dementerende mee te maken krijgt is
veelomvattend en ingrijpend. Meer nog dan bij ouderen vanwege de
actieve rol die hij speelt in de maatschappij. Hij zal niet snel
zijn positie als kostwinner en opvoeder willen opgeven, noch rollen
en verantwoordelijkheden zoals bijvoorbeeld ten aanzien van
geldzaken of autorijden, willen verliezen.
Onzekerheid
Door de veranderingen in de hersenen worden mensen dagelijks
geconfronteerd met vreemde gewaarwordingen. Vaardigheden die men al
bijna het hele leven lang kan, lukken ineens niet meer, vertrouwde
routes lijken ineens vreemd, men vindt gebruiksvoorwerpen op
vreemde plaatsen terug, kortom men kan niet meer op het eigen hoofd
vertrouwen. Dit zorgt voor veel onzekerheid. Deze onzekerheid laat
niet iedereen zien. De meeste mensen willen zo goed mogelijk verder
leven en doen naar de buitenwereld alsof er niet veel aan de hand
is. Toch zijn er ook veel jonge mensen met dementie die over hun
ziekte kunnen en willen praten. Het kan hen goed doen om met
lotgenoten te praten over het leven met dementie. Voor hen zijn
speciale gespreksgroepen gestart.
Bekijk het overzicht met voorzieningen voor jonge mensen met dementie.
Testament en verkoop huis
Voor de verkoop van een huis of het opstellen of wijzigen van uw
testament kunt u bij de notaris terecht. Voor het passeren van een
akte moet de notaris beoordelen of iemand wilsbekwaam is. Is dit
niet het geval dan mag de akte niet gepasseerd worden.
Volmacht
Met een volmacht wijst u zelf iemand aan die u mag
vertegenwoordigen als u tijdelijk niet in staat bent uw belangen te
behartigen. Een voordeel van deze vorm is dat u wordt
vertegenwoordigd door de persoon die u zelf op basis van
wilsbekwaamheid heeft uitgekozen. Uw belangen worden zoveel
mogelijk naar uw eigen wil en inzicht behartigd. Net als bij een
testament kunt u een volmacht herroepen. Het kan verstandig zijn
aan twee personen een volmacht te verstrekken met de mogelijkheid
dat zij op elkaar toezicht houden.
Veel mensen schakelen een notaris in om de volmacht op te stellen. De notaris moet oordelen of de volmachtgever wilsbekwaam is. De gevolmachtigde moet in uw belang optreden en zich houden aan de normen van een goed vertegenwoordiger. Een belangrijk nadeel is dat er geen toezicht is op het optreden van de gevolmachtigde wanneer u door voortschrijdende dementie niet meer in staat bent dit optreden te beoordelen of, in het uiterste geval, de volmacht in te trekken. Dan ligt misbruik op de loer. Bij dementie biedt een volmacht dus geen enkele garantie voor een correcte vertegenwoordiging.
Meer weten over zaken die u bij de notaris kunt regelen? Kijk op www.notaris.nl
Volmacht of bewindvoering
Van belang is of degene(n) die het huis wil(len) verkopen op dat
moment nog wilsbekwaam is (zijn). Wilsbekwaam
houdt in dat iemand in staat is om de gevolgen en alternatieven van
een bepaalde handeling, situatie of besluit te overzien. De vragen
die dan opkomen zijn: kan iemand overzien wat de gevolgen zijn
voor het verkopen van het huis? En kan hij dit bij de notaris
verwoorden? Zo nee, dan is hij niet meer wilsbekwaam en mag de
notaris de akte niet passeren. Om het huis dan toch te kunnen
verkopen is het aanvragen van bewindvoering noodzakelijk.
Met een algehele volmacht kan het huis verkocht worden. Maar om die aan partner of kinderen te mogen geven moet degene met dementie wilsbekwaam zijn. Als zij dit niet meer kan, mag de notaris de volmacht niet afgeven.
Kopen aan de deur, op een beurs, via de telefoon of tijdens een
bustocht valt allemaal onder de colportagewet. Volgens deze wet
kunt u binnen zeven dagen de koop ongedaan maken zonder opgaaf van
reden. Dit doet u door de aankoop aangetekend terug te zenden onder
de vermelding dat u de koop ongedaan wilt maken. Deze brief moet
uiterlijk zes dagen nadat de verkoopovereenkomst is getekend
gestuurd worden naar de verkoper die daarop staat vermeld.
Postorder of colportage
Als een iemand met dementie regelmatig aankopen doet via
postorder of colportage is het niet altijd mogelijk om overzicht te
houden van de aangekochte goederen. Of de verkoopovereenkomst is
niet meer terug te vinden. Ook is het niet altijd mogelijk om
binnen de gestelde termijn af te zeggen. Als een koop niet binnen
de gestelde voorwaarden ongedaan wordt gemaakt, moet u
betalen.
Voorkomen en blokkeren
Het zelf bellen naar betaalde servicenummers
(verschillende 0900 nummers) kan worden geblokkeerd door de KPN.
Voor informatie zie www.kpn.com of bel 0900 - 0244. Deblokkering
moet schriftelijk gedaan worden. Een andere manier om telemarketing
en post (direct mail) gratis te blokkeren is via Infofilter. Dit
geldt voor een termijn van vijf jaar en alleen voor bedrijven die
zich hierbij hebben aangesloten. Voor informatie: zie
www.infofilter.nl of bel 0900 - 666 50 00.
Curatele
In sommige gevallen is het een overweging waard de
dementerende onder curatele te plaatsen, omdat dit de enige
maatregel is om aankopen achteraf ongedaan te maken.
Is er specifieke rechtsbescherming nodig voor jonge mensen
met dementie?
Voor mensen die voor het 65e levensjaar dementie krijgen, kan dit
specifieke gevolgen hebben. Zij kunnen door de dementie hun baan
(en inkomen) verliezen waardoor ze op een uitkering aangewezen
zijn.
Lage en hoge eigen bijdrage
De eerste zes maanden van het verblijf in een
verpleeghuis betaalt een bewoner de lage eigen bijdrage. Na deze
zes maanden moet in het algemeen de hoge eigen bijdrage betaald
worden, behalve als de partner nog thuis woont. Is de partner van
de bewoner ook opgenomen, dan betalen zij samen de maximale hoge
eigen bijdrage.
Berekening
Als iemand met dementie wordt opgenomen in een
verpleeghuis, vraagt het Centraal Administratie Kantoor (CAK) het
verzamelinkomen van de afgelopen twee jaar geleden bij de
Belastingdienst op. De lage eigen bijdrage is tien procent van het
verzamelinkomen. Voor de berekening van de hoge eigen bijdrage
wordt van het verzamelinkomen een aantal bedragen afgetrokken,
zoals de verschuldigde belasting, de zorgverzekeringspremie en
sommige heffingskortingen. Wat overblijft is de hoge eigen
bijdrage.
Zak- en kleedgeld
Van de betaalde eigen bijdrage kan 25% bij de
Belastingdienst worden teruggevraagd met de buitengewone
uitgavenregeling. Ook mag een bepaald bedrag worden overhouden om
vrij te besteden, het zak- en kleedgeld. Dit bedrag wordt elk jaar
opnieuw vastgesteld. Houdt men minder dan dit bedrag over na
betaling van de eigen bijdrage, dan kan een herziening van de eigen
bijdrage worden gevraagd.
Voor meer informatie over eigen bijdrage AWBZ, kijk ook op www.cak-bz.nl.
Zelf gekozen
Een voordeel van deze vorm van vertegenwoordiging is dat
de persoon zelf is gekozen. Net als bij een testament kan een
volmacht worden herroepen. Het kan verstandig zijn aan twee
personen een volmacht te verstrekken met de mogelijkheid dat zij op
elkaar toezicht houden. Een volmacht wordt alleen aan de partner of
kinderen gegeven als degene met dementie wilsbekwaam is. Als hij
dit niet meer kan, mag de notaris de volmacht niet afgeven.
Schakel
Als iemand niet meer voor zijn eigen belangen betreffende
de nodige zorg kan opkomen, wordt in overleg met deze
contactpersoon bekeken wat nodig en wenselijk is voor degene met
dementie. Deze contactpersoon is schakel tussen de zorgverleners en
familie.
Wettelijke vertegenwoordiger
Soms is er onenigheid tussen familieleden over de nodige
zorg en weten de zorgverleners niet waar ze aan toe zijn, naar wie
ze moeten luisteren. Of er zijn helemaal geen naasten die iemands
belangen kunnen behartigen. De kantonrechter kan in dat geval een
mentorschap instellen. De door de rechter benoemde mentor is de
wettelijk vertegenwoordiger aangaande zorg, begeleiding, verpleging
en behandeling van de betrokkene. De partner, familie,
bewindvoerder, curator of leidinggevende van de instelling waar
degene met dementie verblijft kan een mentor aanvragen. Vaak wordt
de partner of een familielid mentor. Als er niemand in de kring van
naasten mentor wordt, kan er vrijwillige mentor gezocht
worden.
Het aanvragen van mentorschap kan bij de kantonrechter en kost
ongeveer € 100,-. Meer informatie en aanvraagformulieren kunt u
downloaden via www.rijksoverheid.nl.
Voor het passeren van een verkoopakte en hypotheekakte en het
opstellen van een testament moet de notaris beoordelen of iemand
wilsbekwaam is. De vragen die dan opkomen zijn: kan iemand overzien
wat de gevolgen zijn voor het verkopen van het huis of het
opstellen van een testament? En kan hij dit bij de notaris
verwoorden? Zo nee, dan is hij niet meer wilsbekwaam en mag de
notaris de akte niet passeren. De wilsbekwaamheid kan worden
beoordeeld door een arts, notaris, (kanton)rechter.
Tijdig naar notaris
Als de diagnose is gesteld, hoeft dit niet per definitie
te beteken iemand niet meer wilsbekwaam is. Zeker nu de diagnose
steeds vaker in een vroege fase van de ziekte wordt gesteld, is het
zo dat mensen met dementie zeker nog hun wil kunnen bepalen. Wel is
het aan te raden om tijdig naar een notaris te gaan.
Een aanvraag voor AWBZ-zorg kunt u zelf indienen via www.ciz.nl. U kunt dit ook overlaten
aan een professionele zorgverlener, zoals een thuiszorginstelling
of de huisarts. Het CIZ onderzoekt of u aanspraak kunt maken op
AWBZ-zorg. Daaruit volgt een indicatiebesluit, waarin staat of u
AWBZ-zorg krijgt en de duur en hoeveelheid van deze zorg. Uw
zorgverzekeraar zorgt op basis van dit besluit dat u de juiste zorg
krijgt.
Voor meer informatie over AWBZ-zorg en het CIZ kunt u terecht op www.ciz.nl.