Meer informatie


pdfIcon.png Wat moet u weten over medicijnen?

pdfIcon.png Rivastigmine en Galantamine

pdfIcon.png Ebixa

infoOpsomming.png Blijf op de hoogte met de digitale nieuwsbrief

webwinkel icoon Brochure Medicijnen en dementie

medicijnen.jpg

Acetylcholine-esterase-remmers

In de hersenen van iemand met de ziekte van Alzheimer is de concentratie van de neurotransmitter acetylcholine verlaagd. Neurotransmitters zijn stoffen die in de hersenen informatie overbrengen. Ze worden daarom ook wel prikkeloverdragende stoffen genoemd. Acetylcholine-esterase-remmers remmen de afbraak van acetylcholine in de hersenen, waardoor de concentratie acetylcholine hoger wordt. Hierdoor zijn de zenuwcellen beter in staat informatie op elkaar over te dragen en verminderen de symptomen van de dementie.

NMDA-antagonisten

NMDA-antagonisten verlagen de concentratie van glutamaat in de hersenen. Een te hoge concentratie van glutamaat verstoort namelijk de signaaloverdracht en beschadigt op den duur de neuronen. Iemand met dementie die een NMDA-antagonist gebruikt zoals memantine gaat minder snel achteruit in hun verstandelijk vermogen.

Welke gedragsveranderingen komen vaak voor bij dementie?

Iemand met dementie krijgt in een later stadium te maken met gedragsproblemen en veranderingen in karakter.


Bewegingsonrust
Een dementerende kan onrustig zijn. Hij dwaalt doelloos rond, trommelt met de vingers, schuifelt met de voeten, schuift laden open en dicht, of ijsbeert door het huis.

Agressief gedrag
Iemand met dementie kan agressief gedrag vertonen, zoals schelden, bedreigen en slaan. Als iemand angstig is, kan hij reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten. Agressief gedrag kan ontstaan als hij in paniek raakt, bijvoorbeeld tijdens de lichamelijke verzorging. Hij schaamt zich, is bang of gefrustreerd dat hij zichzelf niet meer kan wassen.

Prikkelbaar
Mensen met dementie kunnen onder verschillende omstandigheden prikkelbaar of geïrriteerd zijn. Vaak richt de irritatie zich op degene die het meest betrokken is. Omdat die persoon nu eenmaal in de buurt is, of omdat de dementerende aanvoelt dat hij steeds meer afhankelijk wordt van deze persoon.

Ontremd gedrag
Impulsief en onaangepast gedrag, ook wel ontremmingsverschijnselen genoemd, zijn bekende gedragsproblemen. Iemand met dementie kan persoonlijke informatie aan een volslagen onbekende op straat vertellen of op luide toon door een gesprek heen praten. Ook kan hij ongepast seksueel gedrag vertonen. Het ontgaat hem dat zijn houding niet gepast is in een bepaalde situatie.

Stemmingsproblemen
Ongeveer 85 procent van mensen met dementie krijgt te maken met stemmingsproblemen: depressie, angst en apathie. Apathie is lusteloosheid, onverschilligheid en het verlies van initiatief. Hij is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen, heeft vaak geen zin om iets te ondernemen en heeft afgevlakte emoties. Iemand die last heeft van angsten of kampt met depressie is vaak somber, pessimistisch en is bang om de deur uit te gaan. Als iemand angstig is of in paniek raakt, kan hij reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten.

Wanen en hallucinaties
Soms krijgen mensen met dementie psychotische problemen, zoals wanen en hallucinaties. Regelmatig is er sprake van het waandenkbeeld te zijn bestolen. Hij beschuldigt familieleden van het stelen van zoekgeraakte spullen. Ook hallucinaties komen voor bij mensen met dementie, bijvoorbeeld het zien van mensen of het horen van geluiden die er niet zijn. Deze hallucinaties kunnen beangstigend zijn. Hallucinaties kunnen ook prettig zijn, bijvoorbeeld als mensen prachtige kleuren zien die er in werkelijkheid niet zijn.

 

Hoe worden gedragsveranderingen behandeld?

Het behandelen van probleemgedrag kan het leven voor de patiënt en zijn omgeving (iets) aangenamer maken, maar grijpt niet in op het beloop van de dementie. Uiteenlopende medicijnen worden toegepast om probleemgedrag te behandelen.


De middelen die kunnen worden gebruikt bij gedragsproblemen behoren tot de zogeheten psychofarmaca. Psychofarmaca zijn medicijnen (farmaca) die invloed op de geest (psyche) uitoefenen.

Antidepressiva
Dementerenden die lang neerslachtig of somber zijn, kan men behandelen met antidepressiva. Dit zijn middelen met een activerende werking. Deze middelen worden ook bij apathie (passiviteit) gebruikt. De werkzaamheid van het medicijn verschilt van persoon tot persoon. Vaak duurt het enige tijd, twee tot vier weken, voordat er een merkbare verandering optreedt. De bijwerkingen kunnen echter al na enkele uren optreden. Als een middel na zes tot acht weken niet helpt heeft het geen zin dit middel te blijven gebruiken.

Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen
Dementerenden met slaapstoornissen, rusteloosheid en agressief gedrag krijgen vaak kalmeringsmiddelen (tranquillizers) voorgeschreven. Deze medicijnen hebben een angstdempende werking. Veel van deze medicijnen kunnen ook als slaapmiddel worden gebruikt. Vroeger duidde men kalmeringsmiddelen aan als sedativa; nu noemt deze middelen anxiolytica ('angstoplossers'). Slaapmiddelen noemt men ook wel hypnotica. Kalmerings- en slaapmiddelen kunnen een negatieve invloed hebben op het geheugen. Andere bijwerkingen zijn sufheid, verwardheid en spierslapte.

Antipsychotica
Bij dementie gebruikt men antipsychotica om waandenkbeelden, hallucinaties, slaapstoornissen, agressief gedrag, loopdrang en seksuele ontremming te onderdrukken. Een andere naam voor antipsychotica is neuroleptica. Hoewel bij dementie verschillende antipsychotica worden gebruikt, bestaat er nauwelijks of geen verschil in effect tussen deze middelen. De antipsychotica verschillen daarentegen wel in de aard en ernst van de bijwerkingen.

Anticonvulsiva
Als antipsychotica of kalmeringsmiddelen bij rusteloos en agressief gedrag niet voldoende effect hebben, kunnen anticonvulsiva worden geprobeerd. Anticonvulsiva zijn oorspronkelijk ontwikkeld tegen epilepsie. Voorbeelden van anticonvulsiva zijn carbamazepine (Carbymal, Tegretol) en valproïnezuur (Depakine). Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de werking bij dementie. Bijwerkingen van carbamazepine zijn een onzekere loop (ataxie), verwardheid, sufheid, leukopenie (minder witte bloedcellen) en allergische reacties. Oudere patiënten zijn erg gevoelig voor de bijwerkingen. De dosis kan dan zo mogelijk worden verlaagd.

Lees meer over medicijnen in de brochure Medicijnen en dementie.  Deze brochure is te bestellen via de webwinkel.

 

Hoe krijgt u de beste behandeling?

Een goed resultaat van een behandeling met medicijnen is vaak de beloning van een geduldige zoektocht naar de oorzaken van de verschijnselen en de precieze werking van het medicijn bij de individuele patiënt.


Juiste dosering
Als de arts een doseringen voorschrijft en deze later aanpast of andere middelen voorschrijft, is dit meestal een teken van zorgvuldig handelen. Iedere patiënt reageert immers anders op medicijnen. Bij de een werkt een (tijdelijk) lagere dosering of een ander medicijn beter, bij de ander is een combinatie met een ander geneesmiddel het beste.

Speurtocht
Sommige familieleden vatten dit zoekproces op als een teken van ondeskundigheid: 'De dokter weet het niet meer, hij doet maar wat'. Toch is de speurtocht vaak wel de moeite waard. Het kan leiden tot een afname van de ongewenste verschijnselen en een verbetering van het welbevinden van de dementerende.

Bijwerkingen
Onvermijdelijk zijn bijwerkingen bij het gebruik van veel geneesmiddelen. De hoeveelheid overlast die bijwerkingen veroorzaken, kan worden beperkt door een goede rapportage aan de arts en door in overleg met hem te zoeken naar een betere dosering of de medicatie te veranderen.

 

Hoe lost u problemen met medicijnen op?

Het innemen van medicijnen kan voor iemand met dementie een zware opgave zijn. Problemen met slikken of het weigeren van medicijnen zijn veelvoorkomende problemen.


Slikproblemen
Als de dementerende moeite heeft met het doorslikken van geneesmiddelen, is men geneigd om pillen of capsules te breken of te verpulveren. Overleg eerst met de huisarts of de apotheker of dit mag, want meestal beïnvloedt dit de werkzaamheid van de geneesmiddelen. Vraag aan de arts of de medicatie in vloeibare vorm verkrijgbaar is.

Weigeren van medicijnen
Iemand met dementie kan som moeilijk te overtuigen zijn van de noodzaak bepaalde medicijnen in te nemen. Door het gebrek aan ziekte-inzicht of verwardheid kan de patiënt er stellig van overtuigd zijn dat hij geen medicatie nodig heeft. Vaak helpt het als u zegt dat de dementerende de geneesmiddelen nodig heeft voor zijn gezondheid. Zeg voor welke klachten het geneesmiddel is. Laat de huisarts zo nodig een briefje schrijven waarin dit kort en duidelijk te lezen is.

Lees meer over problemen met medicijnen in brochure Medicijnen en dementie. Deze is te bestellen in de webwinkel.

Deel ervaringen met
lotgenoten online!
Zoeken naar:
Een Alzheimer café
bij u in de buurt
Zoeken naar:
Een Alzheimer afdeling
bij u in de buurt
 

Vragen over
dementie?
Bel de Alzheimer
telefoon

030 - 656 7511

24 uur per dag bereikbaar

Wij willen de zorg voor u beter maken!

Alzheimer Nederland werkt samen met landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden en zorgverzekeraars om de zorg te verbeteren. Dan kan niet zonder uw verhaal!

Help ons en vertel uw ervaringen

Andere thema's bij: Verloop ziekte