Behandelingen
Er zijn verschillende therapieën, zoals bewegingstherapie,
muziektherapie, en gesprekstherapie, die het ziekteproces van
dementie kunnen vertragen en verzachten. Behandelingen worden vaak
in groepsvorm aangeboden en richten zich vooral op het uitwisselen
van gedachten en gevoelens.
Medicijnen
In Nederland zijn middelen voor dementie beschikbaar. Deze
medicijnen genezen niet de beschadiging van de hersenen, maar
kunnen de gevolgen van het ziektebeeld beperken. Het dagelijks
functioneren op het gebied van geheugen, denken, taal en handelen
kan door de geneesmiddelen verbeteren. De effecten van de
medicijnen zijn per persoon verschillend en niet te voorspellen.
Een vroegtijdige diagnose is belangrijk. Hoe eerder de diagnose
dementie gesteld wordt, des te beter kunnen medicijnen het
ziekteproces vertragen.
Rivastigmine en galantamine
In Nederland zijn drie middelen voor dementie beschikbaar:
rivastigmine (Exelon), galantamine (Reminyl) en memantine (Ebixa).
De medicijnen rivastigmine en galantamine zijn acetylcholine-esterase-remmers. Deze
medicijnen zijn bedoeld voor mensen die aan een lichte of matige
vorm van de ziekte lijden. De medicijnen gaan de verslechtering van
het geheugen tegen.
Memantine
Het middel memantine behoort tot de NMDA-antagonisten. Dit is een
categorie medicijnen dat wordt gebruikt om probleemgedrag, zoals
onrust of agressie te bestrijden. Mensen met een gevorderd stadium
van de ziekte van Alzheimer kunnen memantine voorgeschreven
krijgen.
Andere medicijnen
Daarnaast gebruiken mensen met dementie veelal medicijnen
voor gedragsproblemen, zoals antidepressiva, slaapmedicijnen en
kalmeringsmiddelen. Het gebruik van medicijnen is echter niet
zonder risico's. Veel medicijnen hebben bijwerkingen, mensen met
dementie vergeten soms medicijnen of weigeren ze in te nemen.
Onderzoek
Over de hele wereld wordt er onderzoek gedaan naar de
oorzaken van dementie. Wetenschappelijk onderzoek is het enige
middel waarmee we dementie kunnen bestrijden. Door meer inzicht te
krijgen in oorzaken, risicofactoren, verloop en behandeling van
dementie, kan dementie beter behandeld worden. Alzheimer Nederland
financiert onderzoek naar dementie en stimuleert de toepassing van
de onderzoeksresultaten in de praktijk.
Lees voor meer informatie de brochure Medicijnen en
dementie. Deze is te bestellen in de webwinkel.
Wat moet u weten over medicijnen?
Blijf op de hoogte met de
digitale nieuwsbrief
In de hersenen van iemand met de ziekte van Alzheimer is de concentratie van de neurotransmitter acetylcholine verlaagd. Neurotransmitters zijn stoffen die in de hersenen informatie overbrengen. Ze worden daarom ook wel prikkeloverdragende stoffen genoemd. Acetylcholine-esterase-remmers remmen de afbraak van acetylcholine in de hersenen, waardoor de concentratie acetylcholine hoger wordt. Hierdoor zijn de zenuwcellen beter in staat informatie op elkaar over te dragen en verminderen de symptomen van de dementie.
NMDA-antagonisten verlagen de concentratie van glutamaat in de hersenen. Een te hoge concentratie van glutamaat verstoort namelijk de signaaloverdracht en beschadigt op den duur de neuronen. Iemand met dementie die een NMDA-antagonist gebruikt zoals memantine gaat minder snel achteruit in hun verstandelijk vermogen.
Bewegingsonrust
Een dementerende kan onrustig zijn. Hij dwaalt doelloos
rond, trommelt met de vingers, schuifelt met de voeten, schuift
laden open en dicht, of ijsbeert door het huis.
Agressief gedrag
Iemand met dementie kan agressief gedrag vertonen, zoals
schelden, bedreigen en slaan. Als iemand angstig is, kan hij
reageren met agressief gedrag omdat hij zich niet meer op een
gewone manier kan uiten. Agressief gedrag kan ontstaan als hij in
paniek raakt, bijvoorbeeld tijdens de lichamelijke verzorging. Hij
schaamt zich, is bang of gefrustreerd dat hij zichzelf niet meer
kan wassen.
Prikkelbaar
Mensen met dementie kunnen onder verschillende
omstandigheden prikkelbaar of geïrriteerd zijn. Vaak richt de
irritatie zich op degene die het meest betrokken is. Omdat die
persoon nu eenmaal in de buurt is, of omdat de dementerende
aanvoelt dat hij steeds meer afhankelijk wordt van deze
persoon.
Ontremd gedrag
Impulsief en onaangepast gedrag, ook wel
ontremmingsverschijnselen genoemd, zijn bekende gedragsproblemen.
Iemand met dementie kan persoonlijke informatie aan een volslagen
onbekende op straat vertellen of op luide toon door een gesprek
heen praten. Ook kan hij ongepast seksueel gedrag vertonen. Het
ontgaat hem dat zijn houding niet gepast is in een bepaalde
situatie.
Stemmingsproblemen
Ongeveer 85 procent van mensen met dementie krijgt te
maken met stemmingsproblemen: depressie, angst en apathie. Apathie
is lusteloosheid, onverschilligheid en het verlies van initiatief.
Hij is minder geïnteresseerd in de wereld om hem heen, heeft vaak
geen zin om iets te ondernemen en heeft afgevlakte emoties. Iemand
die last heeft van angsten of kampt met depressie is vaak somber,
pessimistisch en is bang om de deur uit te gaan. Als iemand angstig
is of in paniek raakt, kan hij reageren met agressief gedrag omdat
hij zich niet meer op een gewone manier kan uiten.
Wanen en hallucinaties
Soms krijgen mensen met dementie psychotische problemen,
zoals wanen en hallucinaties. Regelmatig is er sprake van het
waandenkbeeld te zijn bestolen. Hij beschuldigt familieleden van
het stelen van zoekgeraakte spullen. Ook hallucinaties komen voor
bij mensen met dementie, bijvoorbeeld het zien van mensen of het
horen van geluiden die er niet zijn. Deze hallucinaties kunnen
beangstigend zijn. Hallucinaties kunnen ook prettig zijn,
bijvoorbeeld als mensen prachtige kleuren zien die er in
werkelijkheid niet zijn.
De middelen die kunnen worden gebruikt bij gedragsproblemen behoren
tot de zogeheten psychofarmaca. Psychofarmaca zijn medicijnen
(farmaca) die invloed op de geest (psyche) uitoefenen.
Antidepressiva
Dementerenden die lang neerslachtig of somber zijn, kan
men behandelen met antidepressiva. Dit zijn middelen met een
activerende werking. Deze middelen worden ook bij apathie
(passiviteit) gebruikt. De werkzaamheid van het medicijn verschilt
van persoon tot persoon. Vaak duurt het enige tijd, twee tot vier
weken, voordat er een merkbare verandering optreedt. De
bijwerkingen kunnen echter al na enkele uren optreden. Als een
middel na zes tot acht weken niet helpt heeft het geen zin dit
middel te blijven gebruiken.
Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen
Dementerenden met slaapstoornissen, rusteloosheid en
agressief gedrag krijgen vaak kalmeringsmiddelen
(tranquillizers) voorgeschreven. Deze medicijnen hebben
een angstdempende werking. Veel van deze medicijnen kunnen ook als
slaapmiddel worden gebruikt. Vroeger duidde men kalmeringsmiddelen
aan als sedativa; nu noemt deze middelen anxiolytica
('angstoplossers'). Slaapmiddelen noemt men ook wel hypnotica.
Kalmerings- en slaapmiddelen kunnen een negatieve invloed hebben op
het geheugen. Andere bijwerkingen zijn sufheid, verwardheid en
spierslapte.
Antipsychotica
Bij dementie gebruikt men antipsychotica om
waandenkbeelden, hallucinaties, slaapstoornissen, agressief gedrag,
loopdrang en seksuele ontremming te onderdrukken. Een andere naam
voor antipsychotica is neuroleptica. Hoewel bij dementie
verschillende antipsychotica worden gebruikt, bestaat er nauwelijks
of geen verschil in effect tussen deze middelen. De antipsychotica
verschillen daarentegen wel in de aard en ernst van de
bijwerkingen.
Anticonvulsiva
Als antipsychotica of kalmeringsmiddelen bij rusteloos en
agressief gedrag niet voldoende effect hebben, kunnen
anticonvulsiva worden geprobeerd. Anticonvulsiva zijn
oorspronkelijk ontwikkeld tegen epilepsie. Voorbeelden van
anticonvulsiva zijn carbamazepine (Carbymal, Tegretol) en
valproïnezuur (Depakine). Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de
werking bij dementie. Bijwerkingen van carbamazepine zijn een
onzekere loop (ataxie), verwardheid, sufheid, leukopenie (minder
witte bloedcellen) en allergische reacties. Oudere patiënten zijn
erg gevoelig voor de bijwerkingen. De dosis kan dan zo mogelijk
worden verlaagd.
Lees meer over medicijnen in de brochure Medicijnen
en dementie. Deze brochure is te bestellen via de webwinkel.
Juiste dosering
Als de arts een doseringen voorschrijft en deze later
aanpast of andere middelen voorschrijft, is dit meestal een teken
van zorgvuldig handelen. Iedere patiënt reageert immers anders op
medicijnen. Bij de een werkt een (tijdelijk) lagere dosering of een
ander medicijn beter, bij de ander is een combinatie met een ander
geneesmiddel het beste.
Speurtocht
Sommige familieleden vatten dit zoekproces op als een
teken van ondeskundigheid: 'De dokter weet het niet meer, hij doet
maar wat'. Toch is de speurtocht vaak wel de moeite waard. Het kan
leiden tot een afname van de ongewenste verschijnselen en een
verbetering van het welbevinden van de dementerende.
Bijwerkingen
Onvermijdelijk zijn bijwerkingen bij het gebruik van veel
geneesmiddelen. De hoeveelheid overlast die bijwerkingen
veroorzaken, kan worden beperkt door een goede rapportage aan de
arts en door in overleg met hem te zoeken naar een betere dosering
of de medicatie te veranderen.
Slikproblemen
Als de dementerende moeite heeft met het doorslikken van
geneesmiddelen, is men geneigd om pillen of capsules te breken of
te verpulveren. Overleg eerst met de huisarts of de apotheker of
dit mag, want meestal beïnvloedt dit de werkzaamheid van de
geneesmiddelen. Vraag aan de arts of de medicatie in vloeibare vorm
verkrijgbaar is.
Weigeren van medicijnen
Iemand met dementie kan som moeilijk te overtuigen zijn
van de noodzaak bepaalde medicijnen in te nemen. Door het gebrek
aan ziekte-inzicht of verwardheid kan de patiënt er stellig van
overtuigd zijn dat hij geen medicatie nodig heeft. Vaak helpt het
als u zegt dat de dementerende de geneesmiddelen nodig heeft voor
zijn gezondheid. Zeg voor welke klachten het geneesmiddel is. Laat
de huisarts zo nodig een briefje schrijven waarin dit kort en
duidelijk te lezen is.
Lees meer over problemen met medicijnen in brochure
Medicijnen en dementie. Deze is te bestellen in de
webwinkel.
Vragen over
dementie?
Bel de Alzheimer
telefoon
030 - 656 7511
24 uur per dag bereikbaar
Wij willen de zorg voor u beter maken!
Alzheimer Nederland werkt samen met landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden en zorgverzekeraars om de zorg te verbeteren. Dan kan niet zonder uw verhaal!
Andere thema's bij: Verloop ziekte