Dementie na het 65e levensjaar
Iemand met een ouder, broer of zus die na zijn
65e levensjaar de ziekte van Alzheimer kreeg, heeft een
iets groter risico op dementie. In het algemeen neemt de kans dat u
de ziekte krijgt slechts met enkele procenten toe en blijft de kans
dat u de ziekte niet krijgt veel groter.
Dementie voor het 65e levensjaar
Bij sommige vormen van dementie speelt erfelijkheid een
grotere rol, met name als de dementie zich al voor het
65e levensjaar openbaart. Hoe groot de kans op dementie
is, verschilt per ziekte en familie. Uw arts kan u hier meer over
vertellen. Slechts in enkele families in Nederland is sprake van
een direct overerfbare vorm van dementie. Bij deze families is de
aanwezigheid van een afwijkend gen de oorzaak van
dementie. Dragers van het gen krijgen op jonge leeftijd, vaak al
voor het 50e levensjaar, de eerste symptomen van
dementie.
Erfelijkheidsonderzoek
Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de
erfelijkheid van de verschillende vormen van dementie.
Erfelijkheidsonderzoek heeft alleen zin als meerdere mensen in de
familie op relatief jonge leeftijd aan dementie lijden of hebben
geleden. Anders is er zeer waarschijnlijk geen sprake van een
erfelijke vorm. Het testen van een gezond familielid wordt alleen
overwogen als er bij de patiënt al een afwijkend gen is gevonden.
Immers, de gevolgen van een dergelijk onderzoek kunnen zeer
ingrijpend zijn.
Leeftijd
De belangrijkste risicofactor voor dementie is leeftijd.
Hoe ouder, hoe groter de kans op dementie. Minder dan 1 procent van
de mensen tussen de 60 en 65 heeft dementie, terwijl meer dan 40
procent van de mensen boven de 90 jaar dementie heeft.
Andere ziekten en aandoeningen
Hart- en vaatziekten vergroten de kans op dementie. Ook
andere ziekten die tot schade aan hart en bloedvaten leiden, zoals
diabetes (suikerziekte) een hoge bloeddruk of atherosclerose
(aderverkalking) verhogen het risico op dementie. Hersenletsel kan
de kans op dementie ook vergroten. Daarnaast komt de ziekte van
Alzheimer relatief vaak voor bij mensen met Downsyndroom. De eerste
verschijnselen openbaren zich soms al rond het 40e
levensjaar, maar worden niet altijd herkend. Lees meer over risicofactoren.