Jonge leeftijd
Erfelijkheidsonderzoek heeft alleen zin als meerdere
mensen in de familie op relatief jonge leeftijd aan dementie lijden
of hebben geleden. Anders is er zeer waarschijnlijk geen sprake van
een erfelijke vorm. Het testen van een gezond familielid wordt
alleen overwogen als er bij de patiënt al een afwijkend gen is
gevonden. Immers, de gevolgen van een dergelijk onderzoek kunnen
zeer ingrijpend zijn. Als dementie op jonge leeftijd in uw familie
voorkomt kan de huisarts u meer vertellen over de mogelijkheden, of
u doorverwijzen naar een specialist.
Erfelijkheidsonderzoek
Het is mogelijk voorspellend DNA-onderzoek naar de
aanleg voor een erfelijke aandoening te doen. Dit gebeurt in een
klinisch genetisch centrum. Via een stamboomonderzoek wordt
nagegaan hoe vaak en bij wie de ziekte in de familie voorkomt. Zo
maakt men een schatting van de kans om de ziekte te krijgen. Om
meer zekerheid te krijgen kan een bloedonderzoek worden gedaan. Met
dit onderzoek wordt bekeken of er een verandering in de genen zit
die erfelijke dementie kan veroorzaken. Zie voor meer
informatie www.erfocentrum.nl of bel de erfolijn (0348 -
437690).
Andere verklaringen
Tot nu toe concentreerde het erfelijkheidsonderzoek naar
dementie zich grotendeels op de opsporing van fouten (mutaties) in
het DNA (het erfelijk materiaal). Het blijkt dat slechts een
klein deel van de verschillende vormen van dementie door één zo'n
fout wordt veroorzaakt. Daarom zoekt men naar andere verklaringen
voor het ontstaan van dementie, zoals voeding, ontstekingen,
gifstoffen en verschillende combinaties hiervan. Tot nu toe kan de
schade die in de hersenen ontstaat door vormen van dementie -
waaronder de ziekte van Alzheimer - nog niet volledig worden
verklaard.