Verloop van de ziekte
De ziekte van Alzheimer heeft vaak een sluipend begin.
Geheugenproblemen vallen vaak als eerste op. Mensen vergeten de
meest normale dingen of verdwalen in een bekende omgeving. Wanneer
de ziekte vordert verliest de persoon met Alzheimer langzaam maar
zeker de regie over zijn eigen leven: hij wordt meer afhankelijk
van de hulp van anderen en het functioneren in het dagelijks leven
wordt steeds moeilijker. Uiteindelijk overlijdt iemand aan algemene
verzwakking, slikproblemen die luchtwegontstekingen kunnen
veroorzaken of evenwichtsproblemen waardoor ernstige valongelukkig
kunnen voorkomen.
Symptomen
In het begin vallen meestal de geheugenstoornissen op.
Later krijgt de persoon met dementie problemen met denken, handelen
en de taal. Ook kan hij te maken krijgen met veranderingen in
karakter en gedragsproblemen. Bij sommige dementerenden kan de
achteruitgang heel snel verlopen, terwijl anderen nog jarenlang een
relatief gewoon leven kunnen leiden.
Oorzaken
Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er in de zenuwcellen
van de hersenen ophopingen van een bepaald eiwit,
beta-amyloïd. De afbraak van dit eiwit verloopt niet
goed. Onderzoekers denk dat door de ophopingen, plaques,
de zenuwcellen en de verbindingen tussen deze zenuwcellen te gronde
gaan. Hierdoor kunnen de hersenen niet goed meer functioneren en
sterven zenuwcellen af. Ook ontstaan er tangles (kluwen).
Het ziet er uit als een wirwar van draadvormige eiwitten in een
zenuwcel, die het functioneren van de zenuwcel onmogelijk
maakt.