Alzheimer Nederland

richtlijn

Mensen met dementie met gedragsproblemen in zorginstellingen worden vaak behandeld met zware geneesmiddelen. Deze medicijnen zijn slechts in beperkte mate onderzocht en werkzaam bevonden en hebben daarnaast veel bijwerkingen.


De werkzaamheid en bijwerkingen worden in de regel vastgelegd in richtlijnen. De uitspraken in deze richtlijnen gelden voor grote groepen mensen en hoeven niet per se te gelden voor de individuele patiënt. Zeker patiënten met dementie hebben vaak meerdere aandoeningen en gebruiken meerdere medicamenten. De uitdaging is bij elke individuele patiënt te kunnen voorspellen welk geneesmiddel zou kunnen werken en/of bijwerkingen heeft en welke niet. Daartoe is het huidige onderzoek ontoereikend en is er behoefte aan het verzamelen van bevindingen vanuit de praktijk door zowel behandelexperts als consumenten experts.

Doel
Het opstellen van een richtlijn voor het gebruik van anti-psychotica bij dementie. Het gaat dan om:

  • antipsychotica zoals haloperidol
  • benzodiazepinen zoals oxazepam
  • antidepressiva  zoals citalopram
  • cholinesteresaeremmers zoals rivastigmine
  • NMDA blokkers zoals memantine

Opzet van het onderzoek
Met behulp van een zogenaamde Delphi procedure zullen meningen, ervaringen over werkzaamheid en bijwerkingen ten aanzien van het individuele gebruik van psychofarmaca worden uitgewisseld met als doel overeenstemming te bereiken over bewijskracht, risicoprofielen, monitoring en stopadviezen van individuele geneesmiddelen. Dit zal dan worden vastgelegd in een praktijkrichtlijn of handreiking die wordt verspreid onder artsen, organisatie van artsen en zorginstellingen en de politiek in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. 

Onderzoekers: Alzheimer Centrum Nijmegen
Start: december 2010
Duur onderzoek: 12 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: € 51.500.