Begrippenlijst

Acetylcholine-esterase-remmers

In de hersenen van iemand met de ziekte van Alzheimer is de concentratie van de neurotransmitter acetylcholine verlaagd. Neurotransmitters zijn stoffen die in de hersenen informatie overbrengen. Ze worden daarom ook wel prikkeloverdragende stoffen genoemd. Acetylcholine-esterase-remmers remmen de afbraak van acetylcholine in de hersenen, waardoor de concentratie acetylcholine hoger wordt. Hierdoor zijn de zenuwcellen beter in staat informatie op elkaar over te dragen en verminderen de symptomen van de dementie.

Afasie

Een persoon met dementie kan kampen met een afasie of taalstoornis. Hij kan steeds slechter op woorden komen, voorwerpen benoemen, lezen en schrijven, begrijpen wat anderen zeggen of herhalen wat hij gehoord heeft.

Agnosie

Agnosie is een stoornis in het herkennen van objecten en personen. Iemand met dementie herkent de dagelijkse gebruiksvoorwerpen niet meer. Maar ook bekenden of familieleden worden op den duur niet meer herkend.

Apraxie

Iemand met dementie kan een apraxie of handelingsstoornis hebben. Het uitvoeren van doelbewuste maar eenvoudige handelingen kan hij dan niet meer, zoals het smeren van een boterham.

Beroerte

Als de bloedvoorziening naar een deel van hersenen stopt, sterft dat deel van de hersenen af aangezien dat deel van de hersenen geen zuurstof meer krijgt. Dit noemen we een beroerte. In medische termen heet dit een CVA (cerebraal vasculair accident). Een beroerte kan worden veroorzaakt door een verstopping van een bloedvat of het knappen van een bloedvat in de hersenen. Een beroerte kan leiden tot vasculaire dementie.

Bèta-amyloïd

Bèta-amyloïd is een eiwit in de hersenen. Onderzoekers denken dat het verkeerd afbreken van dit eiwit de ziekte van Alzheimer veroorzaakt. Bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er ophopingen van dit verkeerd afgebroken eiwit tussen de zenuwcellen en in de bloedvaten van de hersenen. Door deze ophopingen van amyloïd (plaques) kan de zenuwcel niet meer functioneren en worden de verbindingen tussen de zenuwcellen verstoord.

Casemanager

Een casemanager is een onafhankelijke en vaste begeleider die iemand met dementie en zijn naasten met raad en daad ter zijde staat, vanaf de diagnose tot het eindstadium. Een casemanager informeert, denkt mee, adviseert, regelt zorg en helpt met het maken van keuzes.

Lees meer over casemanagement

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

Heeft u zorg nodig? AWBZ-zorg is zorg die wordt betaald via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Om deze zorg te krijgen heeft u een indicatie nodig. Dit is een besluit waarin staat welke zorg u nodig heeft en hoeveel. U krijgt deze indicatie van het CIZ, het Centrum Indicatiestelling Zorg

Indien u verpleging of hulp nodig heeft bij (langdurige) ziekte, handicap of ouderdom, krijgt u te maken met AWBZ-zorg. Er worden 5 soorten zorg onderscheiden:

  1. Persoonlijke verzorging
    zoals hulp bij het douchen, aankleden, scheren, het innemen van medicijnen en naar het toilet gaan
  2. Verpleging
    medische hulp, zoals wondverzorging en injecties, of hulp bij zelf leren injecteren
  3. Begeleiding
    hulp bij het organiseren van praktische zaken in uw dagelijks leven
  4. Verblijf in een instelling
    zoals in een verpleeg- of verzorgingshuis
  5. Behandeling
    het herstel of de verbetering van een aandoening (bijvoorbeeld opnieuw leren lopen na een hersenbloeding), of de verbetering van vaardigheden of gedrag (bijvoorbeeld leren omgaan met woedeaanvallen)

Voor meer informatie over AWBZ-zorg en het CIZ kunt u terecht op www.ciz.nl.

Delier

Een delier (of delirium) is een plotseling optredende ernstige verwardheid. Het is één van meest voorkomende complicaties tijdens ziekenhuisopnames van oudere patiënten. Een delier heeft een lichamelijke oorzaak en ontstaat door een ernstige ziekte, infectie of trauma in combinatie met een zwakkere gezondheid door bijvoorbeeld hoge leeftijd, cognitieve stoornissen of dementie. Mensen die een delier hebben, hebben vaak een wisselend bewustzijn en hebben altijd moeite de concentratie en aandacht te behouden. Kenmerkend is het vaak snelle ontstaan van het delier. Het beeld van een delier varieert; onrust, angst en gedragsveranderingen zijn vaak te zien. De symptomen kunnen in de loop van de dag verschillen en momenten van helderheid zijn mogelijk.

DNA

DNA staat voor Desoxyribo Nucleic Acid. In het Nederlands noemen we dit desoxyribonucleïnezuur. Het DNA is de chemische drager van onze erfelijke eigenschappen.

Dorstprikkel

Bij iemand met dementie kan de dorstprikkel verdwijnen. Hij merkt niet meer dat zijn lichaam behoefte heeft aan vocht, met gevaar op uitdroging.

Forum

Het Alzheimer forum is de plek waar mensen met gelijke interesses over onderwerpen schrijven. Via het forum kunt u contact leggen met lotgenoten en andere mensen die ervaring hebben met dementie.

Ga naar het Alzheimer Forum

Geheugenpoli

Een geheugenpoli is een instelling die zich richt op de diagnostiek, behandeling en advisering van mensen met geheugenproblemen en andere hersenstoornissen. Vaak zijn geheugenpoli's verbonden aan een ziekenhuis. In Nederland zijn er in veel steden geheugenpoli's.
Kijk voor een overzicht op www.geheugenpoli.com. Voor een bezoek aan de geheugenpoli heeft u een verwijzing van de huisarts nodig.

Geheugenstoornissen

Geheugenstoornissen zijn problemen met het geheugen die erger zijn dan normale vergeetachtigheid die hoort bij de leeftijd.

Gen

Genen spelen de hoofdrol in de erfelijkheid, zij bevatten de informatie voor alle erfelijke eigenschappen. Een gen is een stukje van het DNA dat de code bevat voor de productie van een bepaald eiwit. Genen liggen verspreid op de chromosomen. Ze bevinden zich in de kern van een lichaamscel.

Genen bepalen al onze eigenschappen, zoals de kleur van ons haar en onze ogen. Verder zorgen de genen ervoor dat bepaalde eigenschappen overerven. Ze spelen ook een rol bij de aanleg voor een bepaalde aandoening, zoals bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer.

Heteroanamnese

Voor het stellen van de diagnose is het van belang dat de arts ook aan een familielid of kennis van de patiënt vraagt welke problemen en veranderingen in gedrag er zijn. Vanwege de dementie heeft de patient vaak niet goed door hoe het echt gaat. De naaste kan vaak beter aangeven hoe de situatie is. Dit helpt de arts een beter beeld te vormen van de situatie.

Incontinentie

Incontinentie betekent dat iemand zijn urine of ontlasting niet kan ophouden. Niet zelden heeft incontinentie een lichamelijke oorzaak die verholpen kan worden. Neem daarom eerst contact op met de huisarts. Incontinentie kan worden veroorzaakt door een blaasontsteking of urineweginfectie, problemen met de prostaatklier, bijwerkingen van medicijnen, verstopping van het darmstelsel.

Mantelzorg

Mantelzorg is de zorg voor een naaste die chronisch ziek, gehandicapt of hulpbehoevend is. Het gaat dan om langdurige onbetaalde zorg voor een familielid, vriend kennis of buur. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mantelzorgers. De gemeente ondersteunt mantelzorgers met bijvoorbeeld (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg). Ook kunnen ze in aanmerking komen voor een blijk van waardering (financieel of in natura). Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij uw gemeente.

Motoriek

Motoriek is het vermogen om te bewegen. Men spreekt over de grove motoriek bij grote bewegingen zoals zwemmen en lopen. Met de fijne motoriek bedoelt men bewegingen waarbij veel aandacht en concentratie nodig is zoals tekenen en schrijven. Zowel de grove als de fijne motoriek van iemand met dementie verslechtert.

Neuropsychologisch onderzoek

Bij een neuropsychologisch onderzoek (NPO) toetst een psycholoog met vragen en testjes bepaalde functies van de hersenen. Bij een NPO wordt het geheugen, taal, handelen, redeneren en de motoriek getest. Ook wordt gesproken met een naaste van de patiënt. Op basis van de gesprekken en de testjes kan de psycholoog een uitspraak doen over het functioneren van de hersenen.

NMDA-antagonisten

NMDA-antagonisten verlagen de concentratie van glutamaat in de hersenen. Een te hoge concentratie van glutamaat verstoort namelijk de signaaloverdracht en beschadigt op den duur de neuronen. Iemand met dementie die een NMDA-antagonist gebruikt zoals memantine gaat minder snel achteruit in hun verstandelijk vermogen.

Opneming

Als iemand met dementie niet vrijwillig kiest voor opneming maar er wel een noodzaak is voor opname, zijn er twee mogelijkheden.

  1. Bij verzet tegen de opneming is een rechterlijke machtiging of in spoedgevallen een inbewaringstelling vereist. Er moet dan wel sprake zijn van gevaar dat niet anders dan door opneming kan worden afgewend.
  2. Indien iemand met dementie zich niet akkoord verklaart, maar zich ook niet verzet is een uitspraak van de zogenaamde BOPZ-indicatiecommissie vereist. Een mentor of curator kan de opneming niet vrijwillig maken door namens de persoon met dementie uit te spreken dat deze akkoord gaat met de opneming.

Scan

Een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) of een CT-scan (Computed Tomography) is een manier om foto's te maken van hersenen, vaak om hersenaandoeningen op te sporen. Afwijkingen die op deze foto's te zien zijn kunnen de arts helpen bij het stellen van de diagnose.

Syndroom

Dementie is een syndroom, ook wel een ziektebeeld genoemd. Een syndroom is een verzameling van symptomen die steeds gezamenlijk voorkomen.

De symptomen van dementie zijn een geleidelijke achteruitgang van het geestelijk functioneren, taal- en gedragsproblemen en veranderingen in het karakter. Er zijn meer dan 50 ziekten die het ziektebeeld dementie kunnen veroorzaken, zoals de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie, frontotemporale dementie en Lewy body dementie.

> Lees meer over de vormen van dementie.

Tia

Tia staat voor 'transient ischaemic attack'. De bloeddoorstroming van de hersenen wordt korte tijd onderbroken (meestal een stolsel), maar de verschijnselen die dit teweegbrengt zijn binnen 24 uur weer verdwenen. De verschijnselen hangen af van het getroffen deel van de hersenen. Vaak treedt een tijdelijke verlamming van een lichaamsdeel of het gezicht op, of is er moeite met spreken of het begrijpen van taal. Verdwijnen de verschijnselen niet volledig, dan spreekt men van een beroerte (CVA).

Volmacht

Met een volmacht wijst u iemand aan die u mag vertegenwoordigen als u (tijdelijk) niet in staat bent uw belangen te behartigen. De gevolmachtigde mag namens u de rechtshandelingen verrichten die wettelijk of door u niet zijn uitgesloten. Een volmacht kunt u altijd herroepen.

Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ).

De Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) regelt opnemingen in een inrichting zoals een verpleeghuis of een psychogeriatrische afdeling van een verzorgingshuis.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Wmo staat voor Wet maatschappelijke ondersteuning. In deze wet staat dat iedereen moet kunnen meedoen in de maatschappij. De gemeente moet voorzieningen en ondersteuning geven aan wie dat nodig heeft, bijvoorbeeld een rolstoel, traplift, hulp bij het huishouden en maaltijdverzorging.

Mantelzorgers kunnen met een persoonsgebonden budget (pgb) zelf zorg en begeleiding inkopen. Ook kan de gemeente de inkoop voor zorg en begeleiding regelen. Dit noemt men 'zorg in natura'. Voor meer informatie over de Wmo kunt u contact opnemen met het Wmo-loket in uw gemeente.

Wilsbekwaamheid

Iemand is wilsbekwaam, als hij in staat is op een bepaald moment de gevolgen van een bepaalde handeling, situatie of besluitvorming te kunnen overzien. De wilsbekwaamheid kan worden beoordeeld door een arts, notaris, (kanton)rechter of een wettelijk mentor.

Om wilsbekwaamheid te kunnen vaststellen wordt gekeken naar het vermogen op dat moment een bepaalde situatie te overzien. Door de ziekte kan iemand dus onbekwaam zijn om zijn testament te wijzigen, maar wel wilsbekwaam om te beslissen welke warme maaltijd hij wil hebben.