Tips voor het omgaan met dementie

  • De benaderingswijze van een persoon met dementie is belangrijk. Trek bijvoorbeeld de aandacht wanneer je iets wilt zeggen. Leg bijvoorbeeld even jouw hand op de arm van jouw naaste en maak oogcontact.
  • Praat in korte zinnen. Gebruik in elke zin maar één boodschap. En wacht even totdat jouw naaste de tekst heeft verwerkt.
  • Een beeld is voor jouw naaste herkenbaarder dan woorden. Beelden van vroeger zijn beter herkenbaar dan beelden van nu.
  • Plan regelmatige rustmomenten in op de dag. Zo kan jouw naaste even tot rust komen en prikkels en informatie verwerken.
  • Kom in beweging. Zoek naar een manier die jouw naaste prettig vindt. Ga  je liever niet wandelen? Dan kun je misschien samen tuinieren.
  • Stimuleer meerdere zintuigen. Laat jouw naaste dingen ruiken of aanraken als je het ergens over hebt. Hierdoor zal de persoon met dementie beter begrijpen wat je bedoelt of wat iets is.
  • Lach met elkaar en gebruik humor.
  • Hang een duidelijke kalender en klok op. Stimuleer jouw naaste om klok te kijken en gebeurtenissen af te strepen zodra ze hebben plaatsgevonden.
  • Zorg voor structuur: een duidelijke dagindeling geeft de persoon met dementie houvast.

Wat kun je beter niet doen?

  • Probeer jouw naaste niet te veel te corrigeren of tegen te spreken. Dat confronteert de persoon met dementie met wat hij niet meer weet of kan.
  • Hard praten, snel praten of juist fluisteren. Zorg dat je rustig praat en goed te verstaan bent.
  • Test jouw naaste niet door veel vragen te stellen of door hem bijvoorbeeld de namen van de kinderen op te laten noemen.
  • Gedraag je niet vrolijker dan je je voelt. Jouw naaste merkt het wanneer je niet echt vrolijk bent. Gebruik jouw humeur om te peilen hoe het met jezelf gaat. Geef het op tijd aan als je merkt dat je jezelf groot probeert te houden.
  • Vraag niet teveel van de persoon met dementie. Bekijk wat er nog lukt en wat niet meer. Dan weet je wat je nog wel en wat je niet meer van jouw naaste kunt verwachten.