• Schrijf je goede voornemens op. Bedenk ook waarom je ze hebt bedacht en schrijf op wat het voornemens voor jou zo belangrijk maakt. Als je dit af en toe terugleest, dan houd je het doel voor ogen en is de kans groter dat je het volhoudt. 
  • Stel realistische doelen. Zegt je dokter dat je meer moet bewegen? Begin dan met een doel waarvan je zeker weet dat het gaat lukken, zoals een kwartier of halfuur wandelen. Voorkom dat je ontmoedigd raakt als je een doel niet haalt. Een doel halen werkt juist stimulerend.
  • Vertel je omgeving over je goede voornemens. Ze kunnen je steunen of stimuleren om je voornemen vol te houden. Ook kunnen ze verleidingen uit de weg nemen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld een gezonde maaltijd maken of voorstellen om een rondje te gaan wandelen in plaats van op de bank te zetten. Nog leuker; bedenk samen goede voornemens die jullie allebei willen volhouden!
  • Breng jezelf niet in de verleiding. Ga bijvoorbeeld niet met een lege maag naar de supermarkt als je gezonder wilt eten. En vervang de snoeppot op tafel door een fruitmand. Als je beter wilt concentreren, leg dan je telefoon weg met het geluid op stil. Zo maak je het voor jezelf makkelijker.
  • Maak een ‘Als-dan plan’. Hiermee denk je na over hoe en wanneer je het goede voornemen kunt uitvoeren. Je maakt het heel praktisch en haalt drempels voor jezelf weg. Bijvoorbeeld: als ik klaar ben met avondeten, dan ga ik een half uurtje wandelen. Zet je wandelschoenen alvast bij de deur, zodat je gelijk kunt gaan.
  • Geef niet te snel op. Lukt het even niet? Dat is niet erg. Geef niet gelijk op en probeer het de volgende dag wel weer goed te doen. 
  • Wees trots! Sta jezelf toe om je trots te voelen als je een doel behaald hebt. De herinnering aan trotse gevoelens kunnen je helpen om nieuwe doelen te bereiken.