Daginvulling bij dementie op jonge leeftijd

‘Mensen met dementie raken veel kwijt, maar hebben ook veel terug te geven’, vertelt ouderenpsycholoog en onderzoeker Debby Gerritsen van het Radboudumc te Nijmegen. Zij ontwikkelde SPANkracht, een methode voor jonge mensen met dementie, mantelzorgers en casemanagers die helpt om een nieuwe daginvulling te vinden voor degene met dementie. Projecten over SPANkracht ontvingen de afgelopen jaren drie subsidies van in totaal bijna 7 ton van Alzheimer Nederland en ZonMw.

‘Jonge mensen met dementie, veertigers en vijftigers, vormen duidelijk een aparte groep. Ze hebben vaak nog werk of jonge kinderen. We doen in Nederland al best veel onderzoek naar deze groep, maar het idee dat deze mensen zich graag nuttig willen maken, had nog onvoldoende aandacht.’ Tot een paar jaar geleden, toen Gerritsen met haar collega’s de methode SPANkracht ontwikkelde voor het vinden van een daginvulling die de kwaliteit van leven verhoogt.


Zelf aan de slag

De afkorting SPANkracht staat voor een Sociale, Plezierige, Actieve en Nuttige daginvulling op basis van eigen kracht. ‘De methode helpt om eens goed naar je dagen te kijken en wat je belangrijk vindt voor je eigen welbevinden. Mensen met dementie en hun naasten willen daar het liefst al in een vroeg stadium mee beginnen, bleek uit groepsbijeenkomsten. In het begin vinden zij nuttig zijn het belangrijkst, later staat plezier meer voorop.’ SPANkracht bestaat uit een informatiegids en een werkboek voor degene met dementie. ‘We richten ons echt op de persoon met dementie, die zelf aan de slag gaat. Dat maakt de methode uniek.’


Rol van de casemanager

‘In ons onderzoek kijken we hoe effectief de methode is. Dat we ons richten op de persoon met dementie maakt het ook lastig, merken we. De hulp van een mantelzorger blijkt vaak nodig. Maar ook de casemanager kan een belangrijke rol spelen. Die rol onderzoeken we ook.’ Op dit moment gebruiken in het project ongeveer 20 mensen met dementie de SPANkracht-methode. Gerritsen heeft al een idee waar de meerwaarde van SPANkracht vooral in zit. ‘Het werkboek begint met de vragen: Wat vind ik nu eigenlijk belangrijk? en Wat wil ik graag doen en met wie van de mensen om mij heen? Je moet elkaar eens diep in de ogen kijken. Even een pas op de plaats maken. Die eerste stap blijkt heel zinvol te zijn voor mensen die met de methode werken.’


Ouderen met dementie

De volgende stap in het onderzoek is het ontwikkelen van SPAN+, dat zich juist richt op oudere mensen met dementie. ‘Hoewel iedereen uniek is, vinden ouderen toch vaak andere dingen belangrijk dan jongeren. Ook hebben jongeren vaak een andere vorm van dementie dan ouderen. Daar willen we de methode op aanpassen. We zouden ook graag zien dat als mensen thuis met SPAN+ beginnen, ze daar mee verder kunnen gaan als opname in een verpleeghuis nodig blijkt. Spanningsveld daarbij is dat verzorgenden vaak niet de tijd en ruimte hebben om mensen te ondersteunen bij het zoeken naar een daginvulling. Het is voor ons dus ook echt zoeken naar wat haalbaar is en wat niet. Wellicht kan familie erbij betrokken worden.’
 

Durf hulp te vragen

Toch geeft Gerritsen toe dat het niet alleen ligt aan de huidige zorg en de bezuinigingen op bijvoorbeeld activiteitenbegeleiding in verpleeghuizen. Het hebben van een fijne daginvulling heeft ook te maken met hulp durven vragen en accepteren. Dit ziet Gerritsen ook in haar eigen omgeving. ‘Mijn oude buurvrouw vindt het zo moeilijk om hulp van mij of de andere buren te accepteren en zou me nooit vragen om ergens mee te helpen. Toen ik wilde weten hoe dat vroeger ging, zei ze dat burenhulp heel gebruikelijk was: zelf hielp ze wel haar buren toen ze dat nog kon. We hadden eigenlijk al een participerende samenleving. Maar de huidige generatie ouderen durft dat vaak niet meer. Het is goed als zij zich daar overheen zetten en toch vragen: “Zullen we samen gaan fietsen?”’
 

Meer informatie

 

Fotograaf: Leo Duijvestijn

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door