DementieNet verbetert samenwerking in dementiezorg

‘Bij DementieNet proberen we meerdere aspecten bij elkaar te laten komen die nodig zijn om de zorg in de wijk te verbeteren’, vertelt Marjolein van der Marck van het Radboudumc Alzheimer Centrum. DementieNet ondersteunt zorgverleners in de eerste lijn om een netwerk te vormen en de zorg te verbeteren. Het doel is betere samenwerking. Van der Marck en haar collega Anke Richters onderzochten wat deze nieuwe manier van werken oplevert voor mensen met dementie, mantelzorgers en professionele zorgverleners.

‘We hebben de afgelopen jaren meer dan 30 netwerken gevormd’, vertelt Marjolein van der Marck. Ieder netwerk is anders: hoe veel zorgverleners er betrokken zijn en vanuit welke disciplines. Het gaat bijvoorbeeld om wijkverpleegkundigen, huisartsen, casemanagers en welzijnswerkers. ‘We hebben geen standaard methode voor alle netwerken, maar sluiten helemaal aan bij de praktijk zoals die in de wijk is.’ DementieNet biedt ondersteuning aan de zorgverleners om de samenwerking binnen het netwerk te verbeteren. Elk netwerk stelt eigen doelen op voor kwaliteitsverbetering. ‘Denk aan betere diagnostiek, beter omgaan met onbegrepen gedrag of het gebruik van sociale voorzieningen in de buurt.’


Beter afgestemde zorg

Met vragenlijsten en interviews hebben Van der Marck en Richters de effecten van DementieNet grondig onderzocht: ‘We zien dat de samenwerking binnen de netwerken verbetert. De zorg is beter afgestemd en dat zorgt ervoor dat de kwaliteit van zorg omhoog gaat. Mensen met dementie en mantelzorgers merken dit ook.’ Wat er precies is verbeterd, verschilt per netwerk. Richters: ‘Bij enkele succesvolle netwerken bleek het multidisciplinair overleg centraal te staan. Hoewel dit vaak lastig is om op te zetten wat betreft agenda's en ruimte, is dit in enkele netwerken toch gelukt en daar zagen we de onderlinge afstemming ook echt vooruitgaan. Sterk leiderschap, bij voorkeur centraal vanuit de huisartsenpraktijk, is hier essentieel in.’ Van der Marck vult aan: ‘In een aantal netwerken is bij meer mensen met dementie de diagnose gesteld. Maar dat zijn slechts een paar voorbeelden. De focus ligt op samenwerking, betere afstemming onderling én meer kennis over dementie.’
 

Meer grip op complexe zorg

Hoe belangrijk die samenwerking en afstemming is, blijkt uit de ervaringen van zorgverleners. Van der Marck: ‘Zorgverleners vinden het heel fijn dat ze gezamenlijke doelen en visies hebben. Je kunt je voorstellen dat dit het werkplezier voor de zorgverlener vergroot. Dat heeft weer een positief effect op de persoon met dementie en de mantelzorger. De zorg bij dementie is vaak heel complex en we zien dat professionele zorgverleners en ook mantelzorgers meer grip krijgen op de situatie. Dat komt de kwaliteit van zorg ten goede.’ De kortere lijntjes tussen verschillende zorgverleners worden ook vaak genoemd als voordeel van de samenwerking in het netwerk. ‘Ik weet nu bij wie ik terecht kan in mijn regio, hoorden we veel van zorgverleners.’


Nieuwe netwerken

Het aantal netwerken breidt zich nog steeds uit na deze eerste studie. ‘Alzheimer Nederland heeft het onderzoek naar DementieNet de eerste vier jaar gesteund. Nu hebben we nieuwe financiering gekregen om het onderzoek vier jaar voort te zetten.’ Huisartsen, wijkverpleegkundigen, casemanagers, welzijnswerkers, ergotherapeuten, specialisten ouderengeneeskunde en praktijkondersteuners kunnen contact opnemen om in hun eigen regio een netwerk te vormen.
 

Praat samen over de zorg

Van der Marck heeft tot slot een advies aan mantelzorgers, ook als de professionele zorgverleners van hun naaste nog geen DementieNet netwerk vormen. ‘Als mantelzorger is het goed om het gesprek aan te gaan met de zorgverleners. Je kunt dan bespreken wat je wensen zijn, maar ook wat er volgens jou goed gaat. Het hoeft niet alleen kritisch te zijn. Je kunt ook de positieve dingen benoemen die behouden moeten blijven.’ Samen kun je de zorg verbeteren, is de overtuiging van Van der Marck. ‘Mantelzorgers hebben zoveel kennis. Die moeten we ook goed benutten.’


Meer informatie

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door