Fellowships 2016

Het Fellowshipprogramma heeft als doel om kennis en ervaring die in beide landen is opgedaan, te delen en samenwerkingsverbanden op te zetten. Dit jaar was een deel van het budget beschikbaar gesteld om buitenlandse talentvolle onderzoekers naar Nederland te halen.

Wetenschappers en ervaringsdeskundigen hielpen bij het beoordelen van de kwaliteit en relevantie van elke aanvraag. 9 jonge talentvolle onderzoekers hebben een persoonlijke beurs (fellowship) ontvangen. In totaal is daarvoor € 86.084 uitgetrokken. 7 van de onderzoekers verblijven enkele maanden in het buitenland en 2 onderzoekers verblijven een aantal maanden in Nederland.

Hieronder een korte samenvatting van de fellowships.

Eiwitafbraak in Frontotemporale dementie

Frontotemporale dementie (FTD) treft vooral mensen rond hun 50e levensjaar. De ziekte is na alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen met dementie, jonger dan 65 jaar. Dr. Del Campo en collega’s van de afdeling Klinische Chemie van de VU in Amsterdam doen onderzoek naar deze ziekte. Ze ontdekten dat patiënten met FTD een enzym in het hersenvocht hebben, dat betrokken is bij eiwitafbraak. Dit is de reden voor vervolgonderzoek bij de Spaanse Hersenbank.

In Spanje zal dr. Del Campo kijken of ze de enzymen ook kan vinden in het opgeslagen hersenweefsel van FTD patiënten. Daarna zal ze kijken of deze enzymen ook aanwezig zijn in hersengebieden die nog niet zijn aangetast door FTD hersenschade. Dat zou betekenen dat de enzymen al in een vroeg stadium van de ziekte een rol spelen, wat belangrijke informatie is voor de ontwikkeling van medicijnen. Als laatste kijkt ze of de enzymen ook kan aantonen bij andere hersenziekten en vormen van dementie. Als dat niet zo is, kunnen de eiwitten mogelijk ook gebruikt worden voor het verbeteren van de diagnostiek van FTD.

Aanvrager: Marta Del Campo Milan     
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: Alzheimer’s Center Reina Sofía Foundation/ CIEN Foundation, Madrid, Spain
Originele titel: Specific lysosomal proteins as novel signatures of FTD
Start: september 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.960

Bundeling van krachten om risico’s op dementie te vinden

Onderzoek naar risicofactoren van dementie is lastig. Dat komt doordat dementie een lange fase kent zonder symptomen. Ziekteprocessen in de hersenen zijn al 20-30 jaar voordat iemand dementie krijgt aantoonbaar. Tot op heden kennen we drie groepen risicofactoren. 1) een tweetal schadelijke eiwitten (amyloid en tau), 2) vaatschade en 3) ontstekingsprocessen. Het is echter nog niet duidelijk hoe deze factoren precies leiden tot schade aan de hersenen. Zo weten artsen bijvoorbeeld niet of uitingen van vaatschade zoals een hartinfarct of ‘stil’ herseninfarct het risico op dementie verhogen. Het succes van toekomstige behandelingen zal voor een groot deel afhangen van het tijdig en nauwkeurig herkennen van personen met een hoog risico op dementie.

Aan de Harvard Universiteit in de VS, zit de organisatie van een groot samenwerkingsverband van Noord-Amerikaanse en Europese bevolkingsonderzoeken. Door samenwerking met deze organisatie hebben de aanvragende onderzoekers een unieke mogelijkheid gecreëerd om de risicofactoren van dementie te bestuderen in een zeer groot bestand. Daarmee kunnen ze meer zeggen over de risicofactoren van dementie. En die kennis is belangrijk voor het ontwikkelen van geneesmiddelen en preventieve maatregelen.

Aanvragers: (1) dr. Frank J Wolters en (2) dr. Daniel Bos
Werkzaam bij: (1) Erasmus MC Epidemiologie en (2) Erasmus MC afdeling Radiologie en Epidemiologie
Fellowship bij: Harvard T.H. Chan School of Public Health, Boston, USA
Originele titel: Causality and predictive value of biomarkers for dementia in the general population: a multidimensional approach
Start: september 2016
Duur: 2 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.500 euro

Geheugenproblemen en alzheimer in de familie

Mensen met geheugenklachten hebben meer risico op het ontwikkelen van dementie, evenals mensen met een eerstegraads familielid met de ziekte van Alzheimer. Ondanks dit verhoogde risico, ontwikkelt slechts een klein gedeelte van de gezonde ouderen met geheugenklachten en een alzheimer familiegeschiedenis dementie. We kunnen alleen niet voorspellen wie dit zijn.

In Canada loopt een groot onderzoek naar mensen met alzheimer in de familie. Ongeveer de helft van deze mensen heeft ook geheugenklachten. In het Canadese onderzoek worden de uitkomsten van geheugentesten vergeleken met de uitkomsten van hersenscans die kijken naar alzheimereiwitten en hersenactiviteit. Zo willen de onderzoekers de ziekte beter begrijpen en voorspellen. Naast helpen bij dit onderzoek, kan fellow drs. Verfaillie in Canada hersenscantechnieken leren die belangrijk zijn voor zijn eigen onderzoek naar de vroege vormen van alzheimer in het VUmc Alzheimercentrum in Amsterdam.

Aanvrager: drs. Sander CJ Verfaillie
Werkzaam bij: VUmc Alzheimercentrum
Fellowship bij: McGill University, Montréal, Canada
Originele titel: Cognitive complaints and functional brain connectivity in elderly at risk for Alzheimer’s Disease
Start: september 2016
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 10.200 euro

Signaaleiwit voor verbindingen tussen hersencellen

De diagnose Alzheimer kan steeds beter en eerder worden gesteld. Maar de diagnose zegt niets over hoe de ziekte zal verlopen. Zullen de verstandelijke vermogens van de patiënt snel of langzaam achteruit gaan? Drs. Eline Willemse wil onderzoeken of een meting van het eiwit neurogranine, wél de achteruitgang kan voorspellen. Neurogranine komt voor in de ‘synaps’, de plek waar twee hersencellen met elkaar zijn verbonden. Als men veel van dit eiwit vindt in het hersenvocht, betekent dit waarschijnlijk dat er veel verbindingen verloren zijn gegaan. En de verbindingen tussen hersencellen zijn belangrijk voor de werking van de hersenen.

De synapsen worden bij iedereen in enige mate afgebroken. Neurogranine komt daardoor bij iedereen in het hersenvocht voor. Daarom is de eerste stap het bepalen van een ‘afkapwaarde’. Kortom hoeveel neurogranine is nog normaal en hoeveel duidt op de ziekte van Alzheimer? Ten tweede gaat drs Willemse kijken naar neurogranine in hersenweefsel van overleden personen met verschillende stadia van de ziekte van Alzheimer. Dat onderzoek is belangrijk om te bepalen of neurogranine iets kan zeggen over het verloop van de ziekte.

Aanvrager: Drs. Eline Willemse 
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: University of Antwerp, departement Biomedische Wetenschappen
Originele titel: Validation of Neurogranin, a novel and early biomarker for Alzheimer’s Disease.
Start: november 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 11.500 euro

Zelfmoord- & moordgedachten bij mantelzorgers

De zorg voor een naaste met dementie brengt vaak een zware belasting met zich mee. Hoe zwaar het kan zijn, bleek uit Australisch onderzoek van dr. Siobhan O’Dwyer. Uit haar onderzoek bleek dat veel mantelzorgers zelfmoordgedachtes hebben of eraan denken om hun familielid met dementie te doden. Het onderzoek roept de vraag op hoe het in Nederland zit. In Nederland is hulpverlening bijvoorbeeld vaak beter toegankelijk en zijn euthanasie en hulp bij zelfdoding onder bepaalde voorwaarden toegestaan en in ieder geval bespreekbaar. Aan de andere kant komt depressiviteit in Nederland veel voor onder mantelzorgers en dit is een belangrijke risicofactor voor zelfmoordgedachten.

Tijdens dit Fellowshipproject komt dr. O’Dwyer middels drie werkbezoeken naar Nederland om haar kennis en ervaring over dit onderwerp te delen met het EMGO instituut in Amsterdam. Samen met haar wordt de eerste Nederlandse studie naar dit onderwerp opgezet. Deze studie moet inzicht geven in het probleem en zal gegeven opleveren waarmee kan worden gewerkt aan preventie van depressiviteit en zelfmoordgedachten onder mantelzorgers.

Aanvrager: dr. Siobhan O’Dwyer
Werkzaam bij: University of Exeter, Verenigd Koninkrijk
Fellowship bij:  VU Medical Centre, EMGO Institute for Health & Care Research
Originele titel: Suicidal and Homicidal Ideation in Dutch Family Carers: Research Development
Start: april 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: €11.329 euro

Invloed van stress en depressie op DNA en risico op alzheimer

Stress en depressie beïnvloeden mogelijk de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. Hoe dat kan is nog onduidelijk. Mogelijk zorgt stress voor zogenaamde ‘epigenetische’ veranderingen. Dit zijn subtiele veranderingen die ervoor zorgen dat het DNA van iemand enigszins anders wordt gebruikt. Zo maken de hersencellen daardoor bijvoorbeeld meer of juist minder van een bepaalde stof.

Dit project probeert de epigenetische veranderingen in de hersenstam van overleden alzheimerpatiënten te meten. Daarna kijken ze of diezelfde epigenetische veranderingen ook in het bloed van ouderen met milde geheugenklachten voorkomen. Dit biedt hopelijk een betrouwbare voorspelling van het risico op Alzheimer. Het ultieme doel is om de specifieke veranderingen uiteindelijk te beïnvloeden met nieuwe medicatie.  

Aanvragers: drs. Artemis Iatrou en dr. Daniel van den Hove
Werkzaam bij: Universiteit Maastricht, afd. psychiatrie en neuropsychologie
Fellowship bij: University of Exeter Medical School, Exeter, Groot Brittannië
Originele titel: Epigenetic impairment in the raphe nuclei in Alzheimer’s Disease
Start: aug 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 12.500 euro

Bepalen kans op alzheimer, door combinatie van testen

Risicofactoren van hart- en vaatziekten zoals suikerziekte, overgewicht en hoog cholesterol, verhogen ook het risico op de ziekte van Alzheimer. We weten echter niet precies op welke leeftijd deze factoren van invloed zijn en of ze ervoor zorgen dat men later ook sneller achteruit gaat. Van bepaalde signaaleiwitten, weten we al veel meer. Deze kunnen het risico op de ziekte van Alzheimer over tien-twintig jaar bepalen. 

In deze studie wil drs Isabelle Bos kijken welke verbanden er zijn tussen risicofactoren van hart- en vaatziekten en de signaaleiwitten. Hierdoor kunnen we het ziekteproces beter begrijpen en nadenken over een mogelijke tijdige interventie voor de ziekte van Alzheimer. Later kan deze kennis worden gebruikt om een betere uitspraak te doen over hoe snel iemand op latere leeftijd achteruit zal gaan. Mogelijk kan het zelfs worden gebruikt om de schade te beperken door mensen te helpen om hun risico op de ziekte van Alzheimer te verkleinen.

Aanvrager: Drs. Isabelle Bos
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Limburg
Fellowship bij: Washington University, St. Louis, USA
Originele titel: The relationship between vascular risk factors and AD biomarkers in cognitively normal individuals.
Start: februari 2017
Duur: 3 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 6500 euro

Meer informatie uit hersenscans

Jacob Vogel is een jonge Canadese onderzoeker met een achtergrond in hersenscans statistiek en computerprogrammering. Door deze combinatie van vaardigheden kan hij een grote bijdrage leveren aan het hersenscanonderzoek aan het VUmc Alzheimercentrum. Dit fellowship bestaat uit drie delen:

Scans analyseren
Bij de ziekte van Alzheimer worden er twee schadelijke eiwitten in de hersenen gevonden: amyloid en tau. Met een zogenaamde PET-hersenscan kunnen deze eiwitten in de hersenen worden gemeten. Een MRI-hersenscan kan daarnaast verlies van hersenweefsel meten. Door deze scans te vergelijken, weten we beter welk eiwit bijdraagt aan de schade aan de hersenen. Jacob heeft bij zijn instituut in Canada een geavanceerde methode uitgevonden om dergelijke analyses uit te voeren. Deze methode zullen we toepassen op bestaande hersenscans.

Training in programmeren
Hersenscans worden steeds beter en steeds vaker ingezet. Dat zorgt voor een enorme hoeveelheid gegevens. Gespecialiseerde computerprogramma’s zijn nodig om deze hersenscans goed en snel te kunnen analyseren. Jacob beheerst deze programma’s en computertaal zeer goed en zal deze kennis en vaardigheden overdragen aan de Nederlandse onderzoekers zodat onze hersenscans nog efficiënter en nauwkeuriger geanalyseerd kunnen worden.

Opzetten database
Momenteel bestaat er geen database voor PET-hersenscan gegevens en de onderzoekers moeten daardoor voor ieder nieuw project alle data opzoeken. Dit is een tijdrovend proces en door het opbouwen van een PET database die automatisch bijgehouden wordt met nieuwe scans kan dit in de toekomst een stuk efficiënter. Jacob gaat de onderzoekers in Amsterdam helpen bij het opzetten van deze database.

Verklaring voor ‘weerstand’ tegen de ziekte van Alzheimer

Bij de ziekte van Alzheimer gaat hersenweefsel verloren, waardoor patiënten vaak last krijgen van geheugenproblemen. Hoe ernstig die geheugenproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon. Schijnbaar kunnen de hersenen van het ene persoon beter weerstand bieden tegen hersenschade dan de andere. Om dit verschijnsel te verklaren, is het begrip ‘cognitieve reserve’ bedacht. Over het algemeen komt een hoge cognitieve reserve voor bij mensen die mentaal actief blijven. Zij hebben bijvoorbeeld een hoge opleiding, een uitdagende baan of vullen hun vrije tijd met boeken en spelletjes. Ook mensen die veel aan lichaamsbeweging doen, hebben vaak een hoge cognitieve reserve.

Tijdens dit onderzoek gaat de onderzoeker de cognitieve reserve in kaart brengen door middel van hersenscans en testen van de mentale prestaties. Ze doet dit door de resultaten van gezonde mensen te vergeleken met onderzoek bij dezelfde mensen vijf jaar later. Vijf jaar later is er meer hersenschade door veroudering of dementie en kun je bepalen hoe de hersenen hiervoor hebben gecompenseerd. Dit onderzoek kan aantonen of een of meerdere zaken cognitieve reserve verklaart:

  •          Compensatie van hersenschade door het gebruik van andere hersengebieden die de functie van beschadigde hersengebieden overnemen.
  •          Hogere hersenactiviteit, bijvoorbeeld doordat de hersenen zeer efficiënt werken. Efficiëntere hersenen hoeven minder hard te werken om dezelfde mentale prestaties te leveren.
  •          Hogere capaciteit. Kortom: hersencellen kunnen extra actief worden als dat nodig is, bijvoorbeeld bij een erg moeilijke geheugentest.
  •          Hogere flexibiliteit van de hersenen, zodat hersengebieden elkaars functie makkelijker kunnen ondersteunen als ze overbelast dreigen te raken.

Dit onderzoek kan resulteren in een voorspelling van de cognitieve reserve en dat is een maat voor de snelheid van het verloop van de ziekte van Alzheimer. Dat helpt artsen om hun patiënten een nauwkeurigere voorspelling te geven over de toekomst: hoeveel geheugenproblemen zullen zij krijgen en op welke termijn? Daarnaast kan dit bijdragen aan nieuwe behandelmogelijkheden. Dat kan bijvoorbeeld door een mentaal en/of fysiek trainingsprogramma te ontwikkelen om cognitieve reserve te verhogen.

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door