Minder onbegrepen gedrag bij dementie

Marjoleine Pieper, onderzoeker STA OP! methode

Een nieuw stappenplan werkt goed om onbegrepen gedrag bij dementie te verminderen. Dat maakt het leven van degene met dementie makkelijker en helpt ook familieleden, verzorgers en artsen. Psycholoog Marjoleine Pieper maakte dit onlangs bekend na een studie bij 288 verpleeghuisbewoners met dementie.

Op de 21 afdelingen die aan het onderzoek meededen, verminderde het gedrag na 3 en 6 maanden. Boosheid en irritatie namen af, net als somberheid en depressieve klachten. Het gebruik van medicijnen, zoals antidepressiva, was ook minder bij de nieuwe methode dan bij de gebruikelijke zorg.

Nog steeds vaak medicatie

Onbegrepen gedrag komt veel voor bij mensen met gevorderde dementie. Zij hebben last van wanen, depressie, agressie, boosheid, extreme vreugde of onverschilligheid. Pieper: ‘Als onbegrepen gedrag als storend wordt ervaren door andere bewoners of de verzorging, dan worden er vaak medicijnen voorgeschreven. Maar aan het gebruik van deze medicijnen (psychofarmaca) kleven ook nadelen; ze werken niet bij iedereen en kunnen voor ernstige bijwerkingen zorgen. Op zoek gaan naar de oorzaak, gebeurt ook wel, maar vaak pas later en zonder een stappenplan dat houvast biedt.’

Oplossingen zonder medicijnen

De nieuwe methode, genaamd STA OP!, werkt precies andersom: eerst zonder, en dan pas met medicijnen. ‘De verzorging kijkt stap voor stap naar oorzaken van het gedrag en mogelijke oplossingen. Is er sprake van ongemak, pijn of ander leed? En pas de laatste stap is het eventueel voorschrijven van medicijnen, zoals antidepressiva en antipsychotica’, legt Pieper uit.

Het stappenplan blijkt een omschakeling. ‘Het gedrag wordt nog vaak gezien als iets wat bij de ziekte hoort, maar dat is niet zo. Het zit soms in kleine dingen. Bijvoorbeeld in de ene huiskamer staat de tv aan en in de huiskamer ernaast doen mensen een spelletje. Dat zorgt bij sommige bewoners voor te veel prikkels, en daardoor onrust.’

Meer rust op de hele afdeling

Verzorgenden van de deelnemende verpleeghuizen zijn positief over de stapsgewijze aanpak. ‘Ze zien niet alleen effect op het gedrag van de bewoner die is behandeld, maar ook op de rust op de hele afdeling. De meeste verpleeghuizen blijven de nieuwe methode gebruiken. Ze nemen het op het in de standaard zorg.’

Zelf meehelpen

Ook familieleden kunnen samen met de verzorging kijken waar zij kunnen helpen. ‘Bijvoorbeeld als alle activiteiten in het verpleeghuis in de ochtend plaatsvinden, dan kan de echtgenoot in overleg ook later op de dag langskomen. Zoiets kan bij sommige mensen voor meer balans en rust zorgen. Als de verzorging denkt dat wandelen voor een bepaalde bewoner goed zou zijn of massages, dan kan de partner of familie dit soms op zich nemen. En als je weet wat je partner, vader of moeder blij maakt of wat hij of zij vroeger leuk vond om te doen, dan kun je dat ook op eigen initiatief doen. Belangrijk is per individu te kijken naar de behoeftes, wensen en mogelijkheden.’

Straks ook in de thuiszorg

Pieper verwacht dat de methode STA OP! ook in de thuiszorg goed zou werken. ‘De casemanager heeft hierbij een sleutelrol. Die kan de stapsgewijze aanpak opstarten en volgen samen met de huisarts. Dit zou een mooie volgende stap zijn in het onderzoek. We hopen dat als je dit ook thuis kunt toepassen, dat mensen met dementie dan langer thuis kunnen blijven wonen.’

 

STA OP! bestaat uit 7 stappen die zorgverleners altijd in dezelfde volgorde zetten. Verzorgenden krijgen een uitgebreide training om goed met het plan te kunnen werken. Pas als een stap niet tot verbetering leidt, kijken ze verder naar de volgende stap.

  1. Breng het gedrag in kaart (welk gedrag, welke situatie, nieuw of terugkerend, voor wie is het een probleem).
  2. Kijk of de basisbehoeften vervuld zijn (honger, dorst, bril, gehoorapparaat, toiletbezoek) en verbeter de zorg waar mogelijk.
  3. Kijk of pijn en andere lichamelijke klachten een rol spelen en behandel de klachten.
  4. Verbeter de omgeving (niet te veel stress, niet te veel en niet te weinig zintuigelijke prikkels, voldoende contact met andere mensen )
  5. Kies een behandeling zonder medicijnen gericht op comfort, zoals het prikkelen van de zintuigen, ophalen van herinneringen of meer bewegen.
  6. Soms zijn medicijnen de oplossing. Denk eerst aan pijnmedicatie, ook als bij stap 3 geen pijnklachten waren gevonden.
  7. Start een proefbehandeling psychofarmaca (in overleg met de specialist ouderengeneeskunde), of consulteer een derde, roep bijvoorbeeld de hulp in van een psychiater.

Als ook stap 7 niet helpt, dan begint het stappenplan opnieuw bij 1. (Bekijk de uitgebreide versie handleiding van het stappenplan op zorgvoorbeter.nl

 

Meer informatie over STA OP! is te verkrijgen bij Marjoleine Pieper via m.j.c.pieper@lumc.nl 

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door