Onderzoek: de afvoer van alzheimereiwit stimuleren

‘Met meer kennis over schadelijke alzheimereiwitten in de hersenen kunnen we misschien de afvoer ervan stimuleren’, vertelt onderzoeker Marcel Verbeek over zijn onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Daarmee zouden we de ziekte kunnen vertragen of uitstellen.’ Met zijn collega’s bestudeert Verbeek ‘CAA’, een ziekte waarbij het alzheimereiwit de bloedvaten beschadigt. Deze ziekte vertoont vaak een overlap met de ziekte van Alzheimer. Verbeek deed onderzoek naar de ziekte met een beurs van 150.000 euro van Alzheimer Nederland.

Mensen met CAA hebben te maken met kleine of grote bloedingen in de hersenen. Die kunnen onder andere leiden tot dementie. Net als bij de ziekte van Alzheimer ontstaan er ophopingen van het schadelijke alzheimereiwit ‘amyloid’. Beginnen die ophopingen zich te vormen tussen hersencellen, dan heeft iemand alzheimer. Zitten ze in de wanden van de bloedvaten, dan spreken we van CAA. ‘Het kan een zelfstandige aandoening zijn, maar het komt ook heel veel voor bij mensen met Alzheimer, soms in meer en soms in mindere mate.’


Verschillende amyloid eiwitten

Bij de ziekte van Alzheimer en bij CAA blijft amyloid dus zitten op plekken waar het niet hoort. De hersenen kunnen de eiwitten niet meer goed afvoeren. Met de beurs onderzocht Verbeek waar dat aan ligt: ‘Wij denken dat het ene amyloid eiwit beter afgevoerd kan worden dan het andere. Dat is afhankelijk van hoe het eiwit eruit ziet. We weten nog niet precies hoeveel verschillende amyloid eiwitten er zijn, maar waarschijnlijk tientallen.’

Een klein verschil kan wel eens veel uitmaken voor de afvoer, denken de onderzoekers. ‘Het eiwit kan net iets langer of korter zijn dan het standaard eiwit. Eerst werd gedacht dat de langere ook altijd giftiger waren, maar dat blijkt niet te kloppen. Juist bepaalde eigenschappen van een groter amyloid eiwit blijken namelijk voor een betere afvoer te zorgen. Dat was onverwacht.’
 

Een kwestie van balans

Een kleine afwijking van het standaard eiwit kan dus grote gevolgen hebben. ‘Dat grotere eiwit gaat namelijk ook een andere interactie aan met een andere belangrijk eiwit ApoE’, gaat Verbeek verder. ApoE kent ook verschillende varianten die de afvoer van amyloid makkelijker of moeilijker maken. Het is een kwestie van balans tussen factoren die de productie en de afvoer van amyloid bepalen. Is deze balans niet goed, dan kun je ophopingen van amyloid krijgen. Bij CAA krijg je daar bloedingen van, waardoor dementie kan ontstaan of verergeren.


Erfelijke CAA

Verbeek en zijn collega’s proberen op het kleinste niveau te ontcijferen waarom iemand CAA krijgt. Wat hierbij helpt, is dat CAA bij een bepaalde groep mensen erfelijk bepaald is. ‘Deze vorm komt voor bij een aantal families uit Katwijk en omgeving. Mensen die drager zijn, hebben een echt ander amyloid eiwit. Zij krijgen vaak rond hun vijftigste al een fatale hersenbloeding. De variant van amyloid die zij hebben, geeft ook veel informatie over het proces bij mensen met de niet-erfelijke variant.’
 

Sleutels voor behandeling

Het onderzoek van Verbeek kan uiteindelijk leiden tot een gerichte behandeling. ‘Onze gedachte is dat als we beter begrijpen hoe CAA ontstaat, dus welke amyloid eiwitten de kwade pier zijn en welke niet, dan kunnen we daar op den duur op inspelen voor een behandeling die de afvoer van amyloid stimuleert. Het zou een hele stap zijn als we het ziekteproces kunnen remmen en daarmee de bloedingen voorkomen.’
 

Meer weten?

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door