Over waarom spraak geen taal is, derde blog van onderzoeker Jet Vonk

Vestiging Alzheimer Nederland

Taal en spraak. Twee begrippen die nauw met elkaar verbonden zijn, maar niet hetzelfde betekenen. Het verschil kan het beste worden aangeduid met 'vorm' versus 'inhoud'. Taal is de inhoud: uw woorden hebben betekenissen, uw zinnen hebben grammatica, uw gesprek heeft een doel. En in de vorm van spraak komt het de wereld in. Met uw stembanden en mond vormt u de klanken om uw taal te laten horen; dat is spraak. Bij dementie gaan spraak en taal niet tegelijk achteruit. Meer kennis over waar iemand precies problemen mee heeft kan helpen om de dagelijkse communicatie te verbeteren.

Jet Vonk

Spraak en taal zijn dus verschillende dingen en bij allebei afzonderlijk kunnen zich problemen voordoen. Zo is woordblindheid (dyslexie) een voorbeeld van een taalstoornis. Stotteren is daarentegen een spraakstoornis.

Spraakstoornis
Bij een spraakstoornis is de koppeling van de hersenen met de fijne motoriek om te spreken enigszins verstoord. Bijvoorbeeld als de dokter u vraagt 'aaaa' te zeggen, dan doet u dit normaal binnen 1 seconde zonder erbij na te denken. Maar stel nou dat het niet zo automatisch meer werkt. Dan moet u bedenken hoe u 'aaaa' zegt. Tong tegen het gehemelte of plat onderin? Mond helemaal open of maar half?

Taalstoornis
Bij een taalstoornis is er een probleem ergens in het taalsysteem, met zijn vele aspecten zoals betekenis en grammatica. In dat geval kunt u bijvoorbeeld problemen hebben met het begrijpen van taal. Zodat u geen betekenis kunt hechten aan de klankenstroom die u hoort. Of u kunt problemen hebben met het onder woorden brengen van het idee dat u wilt communiceren; dus u weet wat u wilt zeggen, maar u kunt de woorden niet vinden.

Spraak vs. taal bij dementie
In het geval van dementie wordt in een relatief vroeg stadium het taalvermogen aangetast, terwijl in een relatief laat stadium het spraakvermogen achteruit gaat. Vaak merken we achteruitgang in spraak pas als de algehele motoriek wat achteruit gaat - dus wanneer bewegingen niet meer zo soepel gaan als voorheen. Dat komt omdat alle aansturingen om te bewegen bij elkaar zitten in één gedeelte van de hersenen, de 'motorische cortex'. Taal zit wat meer verspreid in onze hersenen. Dan kan het zijn dat er soms wat steken vallen in het ene stukje taal. Bijvoorbeeld het begrijpen van wat er gezegd wordt. Een ander stukje taal, zoals het produceren van hele -grammaticaal correcte- verhalen kan dan nog prima gaan.

Sterke punten benutten
De communicatie kan dus op verschillende manieren verstoord worden, maar het is belangrijk om voor uzelf of uw naaste te weten op welk onderdeel de problemen liggen. Of misschien nog wel belangrijker: wat nog wel soepel gaat. Taal of spraak? Begrijpen of produceren? Woorden vinden of zinnen maken? Enzovoort. Want met dat in het achterhoofd, kan het zomaar zijn dat de communicatie opeens weer wat prettiger loopt.

Jet

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door