Over woordvindingsproblemen: 'Het ligt op het puntje van mijn tong'. Blog: Jet Vonk

Jet Vonk

"Oh gut, hoe heet het ook alweer? Het ligt echt op het puntje van mijn tong." Klinkt bekend? Woordvindingsproblemen; we hebben ze allemaal wel eens, ongeacht de leeftijd. Maar hoe ouder je wordt, hoe vaker je er last van hebt. En bij de ziekte van Alzheimer zijn woordvindingsproblemen, naast geheugenproblemen, een van de eerst merkbare symptomen. Maar waar ligt de grens tussen het hebben van woordvindingsproblemen bij normale veroudering en woordvindingsproblemen bij de ziekte van Alzheimer? Om deze vraag te beantwoorden moeten we niet denken aan de hoeveelheidwoordvindingsproblemen, maar aan de soort woordvindingsproblemen. Want de ene woordzoekactie is de andere nog niet.


Het onderscheid tussen wat voor soort woordvindingsproblemen iemand heeft gaat terug op een theorie over hoe woordenschat in onze hersenen ligt opgeslagen. Het idee is dat een woord op twee niveaus in ons brein ligt vastgelegd, namelijk 1) zoals het woord gespeld/geschreven wordt en 2) wat de precieze betekenis van een woord is. Ter verduidelijking: poes en kat betekenen (ongeveer) hetzelfde en roepen daarmee hetzelfde plaatje in ons hoofd op. Maar ze hebben een hele verschillende woordvorm; je schrijft de twee woorden op een hele andere manier. Andersom, woorden die hetzelfde geschreven worden maar iets heel anders betekenen hebben dan wel dezelfde woordvorm, maar een hele andere inhoud. Bijvoorbeeld, een bank als meubel of een bank als geldinstelling zijn twee verschillende betekenisconcepten in ons hoofd.

Woord of betekenis
Woordvindingsproblemen kunnen daardoor twee oorzaken hebben: of je hebt een probleem om op de juiste woordvorm te komen, of je hebt een probleem om het juiste betekenisconcept te vinden. In het eerste geval kom je vaak even later vanzelf weer op het woord dat je zocht, of als iemand je de eerste letter of klank geeft, schiet het je te binnen. Want je weet wat je wilt zeggen, je bent alleen even het juiste woord kwijt. Maar als woordvindingsproblemen worden veroorzaakt doordat er op het betekenisniveau informatie niet beschikbaar is, dan is dat stukje informatie ook echt verdwenen. Dan kom je niet zomaar 10 minuten later opeens wel op dat woord, want het betekenisconcept is beschadigd.

Betekenis gaat verloren
Personen met de ziekte van Alzheimer hebben last van hun semantische geheugen, oftewel het geheugen dat te maken heeft met betekenissen, begrippen en feiten. Dus ook de betekenissen van woorden. Dit komt vooral duidelijk naar voren in de latere fase van de ziekte, waarin patiënten vaak niet meer weten waar bepaalde voorwerpen toe dienen. Waarom is een magnetron anders dan een kastje, want het heeft toch allebei een deurtje? Er mist specifieke betekenisinformatie dat die twee voorwerpen van elkaar onderscheidt. Dit verdwijnen van betekenisinformatie zie je al vroeg in de ziekte terug in de taal: woordvindingsproblemen die te maken hebben met het vinden van het betekenisconcept.

Woordvindingsproblemen zijn voor iedereen vervelend. Maar eigenlijk is het dus redelijk goed nieuws als je het gevoel hebt dat je precies weet wat je wilt zeggen, maar niet op het woord kunt komen. Dan zit het namelijk met de betekenis nog wel snor-want uit die snor kun je dan makkelijk even later alsnog met het puntje van je tong de betekenis losschudden.

Jet
Volg me op Twitter of Facebook

 

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door