Ruim 2,5 miljoen euro voor onderzoek naar dementie

Alzheimer Nederland heeft in 2013 en 2014 toegezegd 20 langlopende onderzoeken te ondersteunen met in totaal € 2.665.950. De onderzoeken zijn divers van aard, van betere zorg tot onderzoek naar medicatie en diagnose. De onderzoeken zijn gestart dankzij een subsidie van Alzheimer Nederland, voor een deel in samenwerking met diverse partners.

20 projecten

In het onderstaande overzicht leest u een korte samenvatting van de 20 projecten.

Bloeddrukmedicijn tegen Alzheimer

Nilvadipine is een bloeddrukverlagend medicijn met mogelijk een interessante extra werking. Uit dierstudies blijkt namelijk dat het middel de hersenen beschermt. Bij speciale muizen die de ziekte van Alzheimer ontwikkelen, bleek het middel in staat de hoeveelheid van het schadelijke eiwit amyloid beta in de hersenen verlagen. Ophopingen van amyloid beta in de hersenen zijn één van de karakteristieke kenmerken van de ziekte van Alzheimer. Daarnaast toonde een kleine studie aan dat het middel het geheugen verbeterde van patiënten met zowel hoge bloeddruk als 'MCI' (milde cognitieve klachten, een soort voorstadium van dementie). Gegronde redenen om in een grote groep patiënten te onderzoeken of nilvadipine de symptomen van de ziekte van Alzheimer kan verlichten.

Het onderzoek
In het zogenaamde NILVAD Fase3* onderzoek krijgen 250 patiënten uit verschillende Europese landen 18 maanden het middel nilvadipine toegediend. Nog eens 250 patiënten krijgen gedurende dezelfde periode een placebo (een medicijn zonder het werkzame bestandsdeel). Op deze manier wordt de veiligheid en effectiviteit van het middel onderzocht.

Verdieping
Het Radboud Alzheimer Centrum doet mee aan het NILVAD onderzoek. Het Radboud Alzheimer Centrum doet echter ook uitgebreid onderzoek naar risicofactoren voor dementie. Zo kijken ze bijvoorbeeld naar de invloed van hoge bloeddruk en de gevolgen daarvan op bijvoorbeeld hersendoorbloeding. Omdat nilvadipine hierop aangrijpt, willen ze bij veertig patiënten die vanuit het centrum deelnemen aan de NILVAD trial, een aantal extra metingen doen. Bijvoorbeeld met diverse hersenscans en onderzoek naar de eiwitten in de hersenvloeistof.

Alzheimer Nederland maakt deze verdiepingsslag door haar subsidie mogelijk. Door dit extra onderzoek kunnen de onderzoekers de effecten van nilvadipine in detail bestuderen.

Toekomst
Als dit onderzoek een succes is, slaan de onderzoekers twee vliegen in één klap. Niet alleen hebben ze dan een middel in handen om Alzheimerpatiënten te behandelen, maar door de extra verdiepingsslag komen ze dan ook meer te weten over de oorzaken van de ziekte van Alzheimer. Zo geeft dit onderzoek informatie over de invloed die bloeddruk, doorbloeding van de hersenen, regulatie van doorbloeding en neerslagen van Alzheimereiwitten hebben op elkaar en op de schade in de hersenen. Door deze verdieping hopen ze belangrijke kennis op te doen over de risicofactoren. Mogelijk levert dit onderzoek dan een belangrijke bijdrage aan onderzoek om Alzheimer te voorkomen, en over de rol die nilvadipine of andere medicijnen hierin kunnen spelen.

Onderzoekers: Radboud Alzheimercentrum
Start: januari 2014
Duur onderzoek: 50 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland:  € 300.000 euro

Netwerk dementie: DementieNet Verbeteren zorg aan mensen met dementie en mantelzorgers

Hoewel het aantal patiënten met dementie toeneemt, moet de zorg voor hen juist verbeteren. Om dit te realiseren ontwikkelt het Radboud Alzheimer Centrum 'DementieNet'. Een netwerk van regionale zorgprofessionals op het gebied van dementie. Doel is om patiënten en mantelzorgers in staat te stellen om de benodigde zorg te organiseren en om zelf, samen met professionals, belangrijke beslissingen te nemen. Alzheimer Nederland financiert het onderzoek naar de effecten van DementieNet.

Kernteam
In een DementieNet regio wordt de zorg voor mensen met dementie en hun mantelzorgers georganiseerd rondom een kernteam van een huisarts en een verpleegkundige. De zorg die zij aanbieden kan naar behoefte worden uitgebreid met bijvoorbeeld casemanagers, verzorgingshuizen, geheugenklinieken en geriaters. Het DementieNet geeft patiënten en mantelzorgers zo snel toegang tot de benodigde zorg. Van algemene wijkverpleging tot specialistische zorg van een academisch Alzheimer Centrum.

Verwachte voordelen
De voordelen van een DementieNet zijn divers.

  • Mensen met dementie en hun mantelzorgers krijgen door het netwerk snel toegang tot de benodigde zorg.
  • Zorgprofessionals met ervaring op het gebied van dementie worden binnen het DementieNet beter gevonden, waardoor zij zich (verder) kunnen specialiseren.
  • De resultaten en effecten van zorg worden geregistreerd. Daardoor kunnen zorgprofessionals hun resultaten vergelijken met andere professionals.

Uiteindelijk hopen de onderzoekers dat 'DementieNet' een model wordt voor het leveren van goede dementiezorg dat nationaal en internationaal wordt overgenomen.

Het onderzoek
Tijdens het onderzoek worden in vier jaar twee DementieNet regio's opgericht en vergeleken met een regio waar dit systeem niet wordt geïntroduceerd. In alle drie de regio's wordt de geleverde zorg en de effecten en resultaten voor patiënt en mantelzorger geregistreerd. Zo kan het effect van DementieNet worden gemeten. Het gaat dan vooral om: het effect voor de patiënt en mantelzorger, de kwaliteit van zorg en de kosten. Daarnaast wordt gekeken of het DementieNet in staat is om de organisatie van de dementiezorg in een regio te veranderen naar een netwerk van samenwerkende zorgprofessionals op dementiegebied.

Flexibel
Door de bijdrage van Alzheimer Nederland kan 'het DementieNet' jaarlijks geëvalueerd worden, zodat het op basis van deze gegevens al kan worden verbeterd terwijl het project nog loopt.

Onderzoeker: prof dr. M. Olde Rikkert, dr M Perry en drs. M Nieuwboer,
Instituut: Radboud Alzheimer Centrum
Start: juni 2014
Duur onderzoek: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: € 326.902 euro

totstandgekomen_beeldmerk.png

Op hol geslagen beschermingsmechanisme remmen

Eén van de kenmerken van alzheimer is het ontstaan van eiwitklontjes in hersencellen. Deze klontjes ontstaan wanneer een beschermingsmechanisme van de hersencellen te lang wordt geactiveerd. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken hoe hersencellen dit beschermingsmechanisme bij elkaar activeren en zo zorgen voor de 'verspreiding' van de ziekte door de hersenen. Door dit vroege ziekteproces van dementie in kaart te brengen, hopen de onderzoekers aanwijzingen te vinden voor betere diagnostiek en uiteindelijk behandeling van de ziekte. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Er is nog geen behandeling voor dementie. In de afgelopen jaren bleken nieuw ontwikkelde medicijnen geen effect te hebben. Onderzoekers denken dat deze medicatie te laat in het ziekteproces ingrijpt, waardoor de schade al is aangericht. Het is daarom belangrijk om de processen in kaart te brengen die verantwoordelijk zijn voor de allereerste veranderingen in de hersencellen van mensen met dementie.

Beschermingsmechanisme draait door
Alle mensen met de ziekte van Alzheimer en ongeveer de helft van de mensen met frontotemporale dementie (FTD) hebben klontjes van het eiwit 'tau' in de hersenen. Deze klontjes verschijnen in de hersencellen als reactie op andere processen. Daarom richt dit onderzoek zich op een proces dat voorafgaat aan de klontering: een beschermingsmechanisme dat de Unfolded Protein Response (UPR) heet. Dit mechanisme is een reactie van de hersencel op de aanwezigheid van verkeerde eiwitten en beschermt de hersencellen tegen schade. Maar als het te lang actief is, wordt de klontering van tau in gang gezet. Wanneer tau gaat klonteren, is de hersencel ten dode opgeschreven.  

Verspreiding
Tijdens het verloop van de ziekte wordt het beschermingsmechanisme in steeds meer hersencellen actief. In dit project wordt onderzocht hoe de hersencellen elkaar als het ware aansteken. Daarvoor gaan de onderzoekers in gekweekte hersencellen het beschermingsmechanisme activeren. Daarna kijken ze welke stoffen de cellen uitscheiden om het beschermingsmechanisme van andere hersencellen te activeren.

Na dit onderzoek 
Via dit onderzoek hopen de onderzoekers de signaalstoffen te vinden die dit vroege ziekteproces in gang zetten. Wanneer deze stoffen aanwezig zijn, is dat een aanwijzing dat mensen een vorm van dementie hebben. Die informatie kan gebruikt worden voor het verbeteren van de diagnostiek. Daarbij is het natuurlijk ook interessant om te kijken of het signaal geremd kan worden. Hersencellen hebben het UPR beschermingsmechanisme nodig om te overleven. Dus dit systeem kan niet uitgeschakeld worden. Maar misschien kan de overactivatie van het systeem wel gestopt worden, om zo ziektes als Alzheimer en FTD te behandelen.

Projectleider: Dr. W. Scheper
Onderzoeksinstituut: VU/VUmc
Start: dec 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro. Benodigd 50.000 euro

Originele projecttitel: The UPR in the cell-to-cell spreading of tau pathology in dementia. 
Meer informatie: website ZonMw 

Oorzaken van Lewy body dementie

Lewy body dementie is een veel voorkomende vorm van dementie. We weten echter weinig over deze ziekte. In bepaalde families komt de ziekte vaker voor. Maar er zijn nog geen erfelijke factoren ontdekt die hiervoor verantwoordelijk zijn. Ook de diagnose van de ziekte is lastig, waardoor patiënten pas laat toegang krijgen tot de juiste begeleiding en behandeling. Dit onderzoek wil meer inzicht geven in de oorzaken van lewy body dementie en zo verder onderzoek naar betere diagnostiek en medicatie mogelijk maken. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Lewy body dementie, is na de ziekte van Alzheimer één van de meest voorkomende vormen van dementie op oudere leeftijd. Een kenmerk van de ziekte, de zogenaamde lichaampjes van Lewy (lewy body's) in de hersencellen, komt ook bij de ziekte van Parkinson voor. De verschijnselen van de ziekte variëren echter, waardoor de ziekte bij sommigen in eerste instantie op de ziekte van Alzheimer lijkt en bij anderen op de ziekte van Parkinson.

Erfelijkheid
Over de onderliggende ziekteprocessen is nog maar weinig bekend. Erfelijkheid speelt een rol, want in bepaalde families komt zowel lewy body dementie als de ziekte van Parkinson vaker voor. Een veelvoorkomende erfelijke oorzaak is echter nog niet ontdekt.

Diagnose
Er is ook nog geen test om lewy body dementie in bloed of hersenvocht aan te tonen. Hierdoor wordt de ziekte gemiddeld pas na drie jaar vastgesteld; een jaar later dan de ziekte van Alzheimer.

Dubbel aanpak
De onderzoekers proberen met nieuwe technieken de erfelijke factoren te ontdekken die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van lewy body dementie. Tegelijkertijd onderzoeken ze ook welke eiwitten meer, minder of juist veranderd voorkomen in het hersenweefsel en hersenvocht van patiënten. Omdat ons erfelijk materiaal verantwoordelijk is voor de aanmaakt van eiwitten, versterken de onderzoeken elkaar. De onderzoekers kunnen bijvoorbeeld kijken of gevonden veranderingen in het DNA, ook leiden tot meer, minder of veranderde eiwitten in de hersenen. Andersom kunnen gevonden afwijkingen in de eiwitten, weer gebruikt worden om fouten in het DNA op te sporen. De combinatie van technieken, maakt de kans op nieuwe ontdekkingen daardoor groter.

Toekomst
De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden om de diagnose lewy body dementie sneller te stellen. Dat is belangrijk voor de behandeling. Zo reageren deze patiënten vaak goed op bepaalde 'alzheimermedicatie' (cholinesteraseremmers), maar zogenaamde 'antipsychotica' kunnen juist ernstige bijwerkingen geven. Meer inzicht in de ziekteprocessen die een rol spelen bij lewy body kunnen daarnaast gebruikt worden om uiteindelijk medicijnen te kunnen ontwikkelen die een remmend effect op de ziekte hebben.

Projectleider: Dr. F.J. de Jong
Onderzoeksinstituut: Erasmus MC
Start: 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro. Benodigd 50.000 euro 
Originele projecttitel: Identification of molecular and genetic mechanisms in familial Lewy Body Dementia: a novel approach
Meer informatie: Website ZonMw

De hersenen leren beschermen

Mensen die hun hersenen actief houden hebben minder kans op dementie. Een verklaring hiervoor is dat bepaalde processen die gepaard gaan met leren, onze hersencellen beschermen. Mogelijk kunnen we deze beschermende processen activeren en gebruiken als nieuwe aanpak tegen de ziekte van Alzheimer. De eerste stappen op weg naar deze nieuwe therapie worden hopelijk via dit onderzoek gezet.Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Er is op dit moment geen therapie die effectief de ziekte van Alzheimer kan bestrijden. Om deze te kunnen ontwikkelen, is het belangrijk om de oorzaak van de ziekte te begrijpen. De afgelopen jaren bleek de ziekte van Alzheimer echter een zeer complexe ziekte. Daarom richten de onderzoekers zich juist op het beschermen van de hersencellen.  

Lerende hersenen zijn beschermd
Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat mensen die mentaal actief blijven, minder vaak dementie krijgen. Hoe dit precies werkt is nog niet bekend, maar onlangs ontdekten de onderzoekers biologische mechanismen die dit kunnen verklaren. Ze ontdekten dat actief lerende hersencellen bepaalde veranderingen ondergaan. Deze veranderingen beschermen de hersencel tegen de ziekteprocessen van de ziekte van Alzheimer.

Kunstmatig geleerde hersenen
In een eerder onderzoek hebben de onderzoekers muizen ontwikkeld waarbij alle hersencellen waren verandert alsof ze net iets geleerd hadden. Deze muizen waren hierdoor goed beschermd tegen schadelijke ziekteprocessen van de ziekte van Alzheimer. Andersom werden muizen waarvan alle hersencellen zodanig waren veranderd alsof ze niet geleerd hadden juist extra gevoelig voor deze schadelijke processen.

Hersencellen beschermen
Tijdens dit onderzoek wordt gekeken of we therapieën kunnen ontwikkelen om de hersencellen te beschermen tegen de ziekteprocessen van de ziekte van Alzheimer. Daarmee kan dit onderzoek leiden tot de ontwikkeling van een nieuwe generatie van medicijnen. Deze richten zich dan niet op het verminderen van de ziekte, maar juist op het verbeteren van het beschermende vermogen van het brein.

Projectleider: Dr. ir. H. Kessels
Instituut: Het Nederlands Herseninstituut, KNAW
Start: 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 100.000 euro

Originele projecttitel: Learning to resist Alzheimer's disease: Novel molecular mechanisms that protect neurons against amyloid-beta
Meer informatie:  Website ZonMw 

Betere diagnostiek met bestaande technieken

Om de diagnose 'ziekte van Alzheimer' te kunnen stellen, hebben artsen in de laatste jaren steeds meer technieken tot hun beschikking gekregen. Het vereist echter een grote mate van specialisatie om deze zo goed en efficiënt mogelijk in te zetten. Bovendien geeft geen enkele test 100% zekerheid. Goede communicatie over de mogelijke resultaten en onzekerheden van uitslagen is dus ook erg belangrijk. Via dit onderzoek wordt gewerkt aan heldere protocollen voor testen, goede begeleiding van patiënten en hun naasten tijdens de diagnose en goede communicatie over de uitslagen. De resultaten van dit onderzoek worden meteen toegepast in de geheugenklinieken. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Op het gebied van diagnostiek naar de ziekte van Alzheimer is in de laatste jaren veel bereikt. Zo zijn er inmiddels drie soorten diagnostische tests; MRI-scans, eiwitmetingen in hersenvocht en PET-scans. Hiermee kunnen artsen bepalen of iemand kenmerken van de ziekte van Alzheimer heeft. De nieuwe testen worden echter niet optimaal gebruikt, omdat duidelijke richtlijnen voor het gebruik ervan ontbreken. Bovendien betrekken dokters patiënten en hun naasten nog te weinig bij keuzes rondom diagnostiek en weten zij niet goed hoe ze een testuitslag moeten vertellen aan een patiënt.

Bestaande kennis beter benutten
Dit project pakt deze problemen aan door de beste toepassingen van MRI-scans, metingen in hersenvocht en PET-scans te selecteren, beslisregels voor artsen te maken om te kiezen welke test wanneer nodig is, patiënten en mantelzorgers te betrekken bij diagnostische dilemma's en de communicatie met de patiënt over de testuitslagen te verbeteren.

Verwachte resultaten
De uitkomsten van het onderzoek worden daadwerkelijk ingevoerd in Nederlandse geheugenpoli's. Daarmee zorgt dit onderzoek voor betere en snellere diagnostiek. Dit helpt de zorgkosten beheersbaar te houden, omdat de beschikbare testen worden ingezet wanneer dat nodig is en waar mogelijk achterwege worden gelaten. Bovendien zijn goed geïnformeerde patiënten en mantelzorgers meer betrokken bij de besluitvorming rondom het eigen ziekteproces. Zij krijgen zo de kans om tijdig zorg op maat te regelen. Zo worden ongelukken en (crisis)opnames voorkomen.

Projectleider: Dr. W.M. van der Flier
Instituut: VUmc Alzheimercentrum
Start: 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 100.000 euro

Originele projecttitel: ABIDE: Alzheimer's Biomarkers in Daily Practice
Meer informatie: Website ZonMw

Combineren van hersenscans voor betrouwbare diagnose

Mensen die de ziekte van Alzheimer op jonge leeftijd krijgen, moeten vaak jaren wachten op een diagnose. Hersenscans bieden voor hen geen uitkomst. De veranderingen in hun hersenen zijn in het begin van de ziekte te klein om op te sporen. De onderzoekers verwachten echter dat een combinatie van verschillende hersenscans wel krachtig genoeg is om de diagnose te stellen. Het combineren van scan-gegevens is voor de mens onmogelijk. Tijdens dit onderzoek wordt daarom een computerprogramma ontwikkeld die dat wel kan. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Het gebruik van hersenscans heeft de diagnostiek van de ziekte van Alzheimer flink verbeterd. Maar zeker in vroege stadia van de ziekte van Alzheimer op jonge leeftijd is de ziekte moeilijk vast te stellen, omdat hersenafwijkingen op een scan dan nog klein zijn.

Combineren van hersenscans
De onderzoekers verwachten dat het combineren van verschillende soorten hersenscans kan bijdragen aan een betrouwbare diagnose. De resultaten van scans combineren is voor een mens echter onmogelijk. Nieuwe computerprogramma's moeten hier uitkomst bieden.

Zeer kleine veranderingen
Het te ontwikkelen programma zal beelden van de gewone MRI, die de vorm en structuur van de hersenen meet, combineren met scans die de doorbloeding van de hersenen meet en scans die meten welke delen van hersen actief zijn. Speciale software doorzoekt deze verschillende scans op patronen die uniek zijn voor de ziekte van Alzheimer. Zo treden bij alzheimer op jonge leeftijd vaak specifieke veranderingen op in hersenactiviteit en krimp van hersengebieden. Deze zijn echter zo klein dat ze op basis van één scan vaak gemist worden. De combinatie van scans moet de kans op herkenning vergroten.

Training van de computer
Het nieuwe programma wordt 'getraind' met bestaande hersenscans van patiënten waarbij de diagnose al is gesteld en beelden van gezonde vrijwilligers. Ook worden er beelden gebruikt van mensen met erfelijke aanleg voor de ziekte, die een hersenscan kregen voordat ze de ziekte kregen. Door ook gebruik te maken van deze beelden kan het nieuwe programma ook informatie opleveren over de vroegste veranderingen bij de ziekte van Alzheimer.

Verwachte resultaten en toekomst
Het project is een eerste stap naar een systeem waarbij hersenscanonderzoek worden gecombineerd om de diagnostiek van alzheimer te verbeteren. Daarbij kan het systeem in de toekomst ook vroegdiagnostiek (voor de ziekte) mogelijk maken. Dit onderzoek is daarmee belangrijk voor de patiënt van nu. Maar kan ook belangrijk zijn voor de patiënt van morgen. Onderzoekers denken namelijk dat nieuwe medicatie zo vroeg mogelijk in het ziekteproces moet worden ingezet.

Projectleider: Dr. ir. A.M. Wink
Instituut: VUmc Alzheimercentrum
Start:2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 100.000 euro

Originele projecttitel: Automated Multimodality Image-based Classifiers for Early Detection of Alzheimer's Disease
Meer informatie:  Website ZonMw

Met slim bewegen, minder kans op dementie

Mensen die veel bewegen, hebben minder kans op het krijgen van dementie. Dat blijkt uit verschillende bevolkingsonderzoeken. Maar, kunnen we deze kennis ook gebruiken om mensen met een hoog risico op dementie te beschermen? Tijdens deze studie wordt gekeken welk bewegingsprogramma de hersenen het beste beschermt. De kennis die dit onderzoek oplevert wordt meteen ingezet om een nieuw bewegingsprogramma voor risicogroepen op te zetten. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

Dementie kan nog niet worden genezen. Daarom is het belangrijk om het risico op het ontstaan van dementie zo klein mogelijk te maken. Lichamelijke inactiviteit is één van de risico's voor het ontstaan van dementie. Dit project richt zich op mensen die op basis van erfelijkheid een verhoogd risico hebben op dementie. Deze mensen zijn drager van apolipoproteine E4 (APOEe4), een eiwit dat betrokken is bij de cholesterol stofwisseling.

Optimaal bewegen
Op welke manier inactiviteit slecht is voor ons brein, is nog niet goed onderzocht.
Die kennis is echter belangrijk voor het ontwikkelen van optimale bewegingsprogramma's. De onderzoekers gaan daarom bij zowel muizen als mensen (APOEe4-dragers en mensen met een beginnende dementie) kijken of lichamelijke inactiviteit leidt tot een achteruitgang van hersenfuncties. Ook wordt onderzocht of verschillende lichamelijke trainingsprogramma's (gecombineerd met hersengymnastiek) leiden tot een verbetering van hersenfuncties. De onderzoekers willen uiteindelijk aantonen dat een geschikt bewegingsprogramma de cognitieve en lichamelijke achteruitgang kan vertragen bij mensen die een sterk verhoogd risico hebben op dementie, of al in het beginstadium van de ziekte zijn.

Gebruik van de resultaten
Al tijdens het onderzoek begeleidt en evalueert het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen de ingebruikname van de ontwikkelde bewegingsprogramma's. Zo wordt al tijdens het onderzoek gewerkt aan een snelle, brede en duurzame start van programma's om mensen met een verhoogd risico op dementie -door leeftijd of erfelijke factoren- slim te laten bewegen om dementie tegen te gaan.

Projectleider: Prof. dr. E.J.A. Scherder
Instituut: Rijksuniversiteit Groningen, Stichting VU/VUmc
Start: 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland:100.000 euro

Originele projecttitel: Train the sedentary brain: move smart to reduce the risk of dementia
Meer informatie: Website ZonMw

Ziekteprocessen alzheimer tegelijkertijd bestrijden

Op het gebied van medicatie tegen de ziekte van Alzheimer, worden voorzichtig de eerste successen geboekt. Zo zijn onderzoekers in staat om de ziekteprocessen te beïnvloeden. Maar de effecten op het leven van patiënten zijn nog heel klein. In dit onderzoek wordt daarom gewerkt aan een therapie die verschillende ziekteprocessen tegelijkertijd aanpakt. Deze unieke aanpak kan op lange termijn een doorbraak voor de behandeling van alzheimer betekenen.Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

In het ziekteproces van de ziekte van Alzheimer spelen verschillende factoren tegelijkertijd een rol. De ontwikkeling van geneesmiddelen tegen de ziekte van Alzheimer richtte zich tot nu toe echter voornamelijk op één onderdeel van dat ziekteproces. Die geneesmiddelen blijken weinig effect te hebben. Een gecombineerde aanpak vergroot mogelijk de kans op effect.

Vier ziekteprocessen bestrijden
In dit onderzoeksproject gaan de onderzoekers na of zij een geneesmiddel kunnen ontwikkelen dat meerdere onderdelen van het ziekteproces tegelijk aanpakt. Hiervoor worden verschillende stoffen geselecteerd die elk een ander onderdeel van het ziekteproces aanpakken. In het laboratorium wordt onderzocht of die stoffen in combinatie inderdaad het verwachte effect hebben.

De hersenen bereiken
De hersenen worden beschermd tegen bacteriën, virussen en schadelijke stoffen door de zogenaamde bloed-hersen barrière. Medicijnen die als tablet worden ingenomen, komen daardoor moeilijk in de hersenen terecht. Als de medicijnen worden opgesloten in hele kleine bolletjes, die speciaal zijn ontwikkeld om door de barrière te reizen, kunnen de medicijnen de hersenen veel beter bereiken. De onderzoekers willen deze methode verder verbeteren zodat het nieuwe medicijn zo effectief mogelijk werkt.

Eerste stappen op weg naar medicatie
De gecombineerde aanpak wordt eerst getest op muizen waarvan het erfelijk materiaal zodanig is aangepast dat ze al jong ziektesymptomen vertonen. Daarbij wordt bekeken of de muizen taken beter uitvoeren na toediening van het te ontwikkelen medicijn. Als de dierproeven succesvol zijn, moet na dit onderzoek van vier jaar worden uitgezocht of het middel ook bij patiënten werkt. Daarmee is dit onderzoek gericht op de langere termijn. Medicatie wordt in verschillende fasen op mensen getest. Bij elkaar duren deze testen op patiënten minimaal 10 jaar.

Projectleider: Dr. K. Broersen
Instituut: Universiteit Twente
Start: 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 100.000 euro

Originele projecttitel: Exploring the potential of multi-target treatment for Alzheimer's disease: towards an integrated approach
Meer informatie:  Website ZonMw

Grip op gedragveranderingen bij dementie op jonge leeftijd

Het gedrag van jonge mensen met dementie verandert door de ziekte vaak ingrijpend. Mensen zijn bijvoorbeeld sneller boos of agressief, maar ook depressiviteit, lusteloosheid en angst komen vaak voor. Bij ouderen met dementie blijkt dat het goed werkt om al bij de eerste signaleren van dit gedrag te beginnen met het zoeken en verminderen van oorzakelijke prikkels en als dat nodig is te starten met een behandeling. Zo nam probleemgedrag en ook het gebruik van medicatie af. Tijdens dit onderzoek wordt gekeken of deze 'Grip' methode ook is aan te passen voor dementie op jonge leeftijd. Hieronder leest u een samenvatting van het onderzoeksproject.

In Nederland zijn ongeveer 12.000 mensen die voor hun 65e levensjaar dementie krijgen. Door de ziekte zijn mensen sneller opgewonden of boos, maar ook hallucinaties, wanen, angst, depressie, lusteloosheid en initiatiefloosheid komen veel voor. Deze symptomen hebben belangrijke gevolgen voor het welzijn van de mensen met dementie en hun naasten, maar vormen tevens een grote belasting voor de zorgteams die deze mensen begeleiden in verpleeghuizen.

Gebruik maken van bestaande kennis
Tijdens dit onderzoek wordt gewerkt aan het verbeteren van het opsporen van probleemgedrag, het zoeken naar mogelijke aanleidingen, het vermijden en verminderen van aanleidingen, behandeling met en zonder medicatie en periodieke evaluatie van de effecten van de genomen maatregelen. Hierbij wordt de 'Grip op moeilijk hanteerbaar gedrag' methode aangepast voor gebruik bij jonge mensen met dementie in het verpleeghuis.

Behoeftes
Bij de 'grip' methode wordt moeilijk hanteerbaar gedrag verklaard door onvervulde behoeften, een verlaagde stresstolerantie of de manier waarop patiënten proberen om te gaan met de veranderingen in hun leven. Bij mensen die al op jonge leeftijd dementie kregen spelen andere verwachtingen en behoeftes een rol. Daarom wordt het programma eerst aangepast aan de wensen van jonge mensen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eerdere studies, zoals de Needyd studie.

Kennis meteen in de praktijk
Het programma wordt tijdens het onderzoek ingevoerd op tien afdelingen voor jonge mensen met dementie. Daarna wordt geëvalueerd of de methode geschikt is voor deze groep patiënten. Als laatste wordt het programma ook geschikt gemaakt voor toepassing in de thuissituatie. De verwachting is dat het zorgprogramma leidt tot een afname van probleemgedrag, tot minder gebruik van medicatie en tot een toename van de levenskwaliteit van degene met dementie. Ook verwachten de onderzoekers dat de belasting van de zorgteams zal afnemen.

Projectleider: Dr. C. Bakker, Radboudumc / Stichting Florence
Instituut: Radboudumc / Stichting Florence
Start: 2014
Looptijd: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro. Benodigd 50.000 euro

Originele projecttitel: GRIP on neuropsychiatric symptoms in young-onset dementia: The BEYOND-II study
Meer informatie: Website ZonMw

Actief in het verpleeghuis

Veel mensen in een verpleeghuis leiden een inactief leven. Dit terwijl activiteiten een gunstig effect hebben op het brein. In dit onderzoek wordt het effect van een individuele activiteitenkaart onderzocht. Op deze kaart staat welke activiteiten iemand nog kan uitvoeren, hoeveel hulp diegene er bij nodig heeft en wie diegene erbij gaat helpen. Onderzocht wordt of de invoering van een activiteitenkaart een positief effect heeft op de geestelijke vermogen (cognitie), stemming en/of kwaliteit van leven.

Uit onderzoek blijkt dat een zogenaamde 'verrijkte omgeving' een positief effect heeft op mensen met dementie. Activiteiten zorgen voor een verrijkte omgeving. Dat kunnen allerlei activiteiten zijn, zoals fysieke activiteiten als wandelen of dansen, sociale activiteiten als met elkaar praten en op bezoek gaan en cognitieve stimulatie als bloemschikken of schilderen. Het gebruik van een individuele activiteitenkaart kan hopelijk de hoeveelheid activiteiten verhogen. De kaart geeft de verzorgende een overzicht van de activiteiten en zij kan samen met activiteitenbegeleider, fysiotherapeut, ergotherapeut, geestelijke verzorger, vrijwilligers en naasten activiteiten met degenen met dementie ondernemen. De activiteiten zijn op de persoon afgestemd, door rekening te houden met persoonlijke voorkeuren en mogelijkheden.

Onderzoek
Tijdens het onderzoek worden twee verpleeghuizen met elkaar vergeleken. In beide is de toegang tot activiteiten hetzelfde. In één verpleeghuis wordt de individuele activiteitenkaart geïntroduceerd. In beide verpleeghuizen worden vervolgens gedurende drie jaar in totaal ruim 100 bewoners 24 weken gevolgd. Hun welbevinden en vermogens worden aan het begin van de studie, na 12 weken en aan het eind van de studie gemeten doormiddel van vragenlijsten.

Onderzoeksvragen

  • Leidt het gebruik van een individuele activiteitenkaart tot een verhoging van het totaal aantal minuten aan activiteiten in de ruimste zin van het woord (o.a. bewegen, muziek luisteren, met elkaar praten)?
  • Als een verhoging van het activiteitenniveau wordt bereikt, heeft dit dan een positieve invloed op de cognitie (o.a. het geheugen), stemming en kwaliteit van leven?

Toekomst
Wanneer de individuele activiteitenkaart het activiteitenniveau van mensen met een dementie kan verhogen en als dit een positief effect heeft op cognitie, stemming en/of kwaliteit van leven, zal er een algemeen protocol worden ontwikkeld. Dit protocol kan breed worden ingezet in verpleeghuizen waar mensen met dementie verblijven.

Onderzoekers: E. Wolf, MSc en prof. dr. E.J.A. Scherder
Instituut: VU Amsterdam
Start: Feb 2014
Duur onderzoek: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: € 78.049

PERADES: Risicofactoren voor alzheimer opsporen 

In het PERADES project wordt gezocht naar nieuwe factoren die het risico op alzheimer vergroten en factoren die beschermen tegen alzheimer. In het project wordt gekeken naar;

  • Genetische factoren; erfelijke factoren met een vaststaande invloed op de kans op alzheimer
  • Epigenetische factoren; erfelijke factoren waarbij het samenspel met aan- of afwezige omgevingsfactoren (bijvoorbeeld voedingsmiddelen, bewegen of roken) de invloed op de kans op alzheimer bepaald. (bijvoorbeeld gen A + veel bewegen = geen extra kans op alzheimer en gen A + weinig bewegen = 10% extra kans op alzheimer) 
  • Omgevingsfactoren; factoren als voedingsmiddelen, beweging, roken met een vaststaande invloed op de kans op alzheimer  

Door de samenwerking van Europese onderzoekers ontstaat de grootste database voor dementieonderzoek, met de gegevens van meer dan half miljoen mensen. Deze data van eerdere onderzoeken wordt gebruikt om de complexe interacties tussen het erfelijk materiaal en de omgeving beter te begrijpen. Zo moet het meest complete overzicht ontstaan van beschermende- & risicofactoren voor alzheimer.   

Achtergrond
Uit onderzoek blijkt dan (bijna) alle gevallen van dementie op jonge leeftijd (<65 jaar) wordt veroorzaakt door erfelijke factoren. Bij dementie op latere leeftijd is dit z'n 70%. Welke erfelijke factoren precies een rol spelen is echter niet bekend. Bij dementie op jonge leeftijd is in minder dan 20% van de gevallen sprake van één bekende veroorzakende erfelijke afwijking. In het overgrote deel van de gevallen van alzheimer op jonge leeftijd is er sprake van een samenspel tussen meerdere genetische factoren. Bij alzheimer op latere leeftijd spelen daarnaast omgevingsfactoren een grote rol.

Doelen 
Voor dit onderzoek worden de resultaten van de genetische onderzoeken van ruim 50.000 patiënten en bijna 120.000 controles aan elkaar gekoppeld. Met geavanceerde biostatistiek en bio-informatica wordt zo in kaart gebracht hoe verschillende genen samen het risico op alzheimer bepalen. Daarnaast worden in dit onderzoek de gegevens van 14 bevolkingsonderzoeken aan elkaar gekoppeld. Zo ontstaan een databank van bijna 600.000 mensen waarvan het merendeel ouder is dan 65 jaar. In deze databank met gegevens wordt gekeken naar de invloed van onder andere; leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, dieet (o.a. calorieën en vetzuren) beweging en leefstijl (roken, alcohol) en de interactie van deze factoren met diverse genen.

Welke processen genetische afwijkingen en erfelijke factoren in gang zetten wordt bestudeerd in hersenbiopten van overleden. Hierin wordt gekeken of bepaalde genen bij patiënten met de ziekte van Alzheimer vaker 'aan' of 'uit' staan dan in de hersenen van gezonde personen. (Dit zijn zogenaamde epigenetische veranderingen). Als laatste wordt uit het materiaal van patiënten met een interessant profiel van risicogenen, stamcelonderzoek uitgevoerd. De stamcellen worden bijvoorbeeld gewonnen uit bloedmonsters en aangezet om uit te groeien tot hersencellen. In deze hersencellen wordt onderzocht wat het effect is van de specifieke combinatie van genen op onder andere de productie van eiwitten in de cel.    

Bijdrage Nederlandse onderzoekers
Nederlandse onderzoekers van de groepen van prof. dr. Cornelia van Duijn, (Erasmus MC) en prof. dr. John van Swieten (Alzheimercentrum VUmc) werken aan alle onderdelen van dit onderzoek mee.

Toekomst
De mogelijke uitkomsten van die onderzoek zijn divers. Zo hopen de onderzoekers zeker tien nieuwe genen te vinden die te maken hebben met de ziekte van Alzheimer. Bovendien hopen ze meer te weten te komen over hoe combinaties van verschillende genen samen met omgevingsfactoren het risico op de ziekte van Alzheimer bepalen. Ook willen de onderzoekers te weten komen hoe combinaties van genen de ziekte van Alzheimer kunnen veroorzaken. Uiteindelijk moet al deze informatie leiden tot meer kennis over de ziekte van Alzheimer en tot nieuwe manieren om:

  • De ziekte eerder op te sporen
  • Mensen met een hoog risico op alzheimer te identificeren (zodat toekomstige behandelingen vroegtijdig gestart kunnen worden)
  • De ziekte met medicijnen te behandelingen

Projectleiders: prof. dr. Julie Williams (MRC Centre for Neuropsychiatric Genetics & Genomics, Cardiff)
Betrokken onderzoekers (Nederland): prof. dr. Cornelia van Duijn, (Erasmus MC) en prof. dr. John van Swieten (Alzheimercentrum zuidwest Nederland)
Start: januari 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 37.500 euro. Benodigd: 12.500 euro
Totale subsidie (EU): 3.171.567 euro via JPND

Originele projecttitel: Defining using multiple powerful cohorts, focussed Epigenetics and Stem cell metabolomics (PERADES)
Meer informatie: Website ZonMw 

RiMod-FTD: Oorzaken en ziekteprocessen van frontotemporale dementie

Tijdens het RiMod-FTD onderzoek wordt gezocht naar oorzakelijke (combinaties van) genen die frontotemporale dementie (FTD) veroorzaken. Daarnaast wordt gekeken hoe deze nieuwe en bekende genen FTD kunnen veroorzaken. Door het onderzoek hopen de onderzoekers meer inzicht te krijgen in de algemene processen van de ziekte, waardoor hopelijk doelen voor medicinale behandeling worden gevonden.

Achtergrond
FTD is een vorm van dementie die vaak op jonge leeftijd voorkomt. Daarbij staan bij FTD vaak niet de geheugenproblemen op de voorgrond, maar juist veranderingen in sociaal en persoonlijk gedrag en een algemene vervlakking van emoties. Bij FTD is de relatief grote mate van erfelijkheid opvallend. In 40% van de gevallen is er sprake van een gendefect, waarbij kinderen 50% kans hebben om de ziekte ook te krijgen. (Ter vergelijking, bij de ziekte van Alzheimer is dit ongeveer 1% van het totaal aantal gevallen). Opvallend is dat de erfelijke afwijkingen bij zeer verschillende genen tot dezelfde ziekte leiden met zeer specifieke symptomen. Daarom proberen onderzoekers naar met dit onderzoek overeenkomsten te vinden die mogelijk een aangrijpingspunt kunnen zijn voor medicatie.

Onderzoek
Tijdens het onderzoek wordt in het erfelijk materiaal van patiënten gezocht naar nieuwe mutaties die FTD veroorzaken. Daarna worden diermodellen (zebravis en muis) gemaakt van de reeds bekende en nieuw gevonden mutaties. In deze modellen wordt het effect van de mutaties in detail bestudeerd. Ook wordt het materiaal van patiënten onderzocht. Dit varieert van tot hersencel opgekweekte stamcellen uit bloed, hersenvocht en hersenbiopten van overleden patiënten. Tijdens deze fase van het onderzoek wordt onder andere gekeken of bepaalde genen 'aan' of 'uit' staan en of er afwijkende eiwitten gevonden kunnen worden.

Nederlandse bijdrage 
De Nederlandse onderzoekers onder leiding van Prof. Dr. J.C. van Swieten en Prof. Dr. A.B. Smit (Erasmus MC) spelen een rol bij alle 'werkpakketten' van het onderzoek. Enkele specialistische onderzoeken worden  specifiek door deze groep uitgevoerd op basis van jarenlange ervaring en successen.

Toekomst
Door dit project hopen de onderzoekers meer te weten te komen over de verschillende (genetische) oorzaken van FTD. Meer inzicht in de oorzaken van de ziekte levert hopelijk mogelijkheden op om de (verschillende) ziekteprocessen te voorkomen, genezen of de schadelijke effecten te verminderen.

Projectleiders: Prof. Dr. P. Heutink, German Center for Neurodegenerative Diseases (DZNE)-Tübingen
Betrokken onderzoekers (Nederland): Prof. Dr. J.C. van Swieten en Prof. Dr. A.B. Smit (Erasmus MC)
Start: januari 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro
Totale subsidie (EU): 3.323.200 euro via JPND

Originele projecttitel: Risk and modifying factors in Fronto Temporal Dementia (RiMod-FTD)
Meer informatie: Website ZonMw 

ACTIFCare: Toegang tot gezondheidszorg verbeteren

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 40% van de gediagnostiseerde mensen met dementie en hun mantelzorgers niet de juiste hulp en zorg ontvangen. Waarom de afstemming tussen behoefte aan, toegang tot en gebruik van formele (door betaalde medewerkers geleverde) zorg niet goed verloopt is nog nauwelijks onderzocht.

In het ACTIF - Care project werken acht Europese landen (Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Ierland, Portugal en Italië ) samen om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van ongelijkheid in toegang tot gezondheidszorg.

Binnen het project wordt; 

  1. Een vergelijking gemaakt tussen de gezondheidszorgsystemen en toegangspaden tot formele thuiszorg in Europa,
  2. Factoren bepaalt die een maat zijn voor de toegankelijkheid van formele zorg
  3. Een vergelijk gemaakt tussen de kosten en gevolgen voor kwaliteit van leven en vervulde behoeften van de verschillende toegangspaden tot thuiszorg
  4. De best bekende toegangspaden tot formele zorg uit de praktijk worden vervolgens gepromoot als 'goede praktijkvoorbeelden'.

Toekomst
Het uiteindelijke doel van ACTIF - Care is om de zorg voor mensen met dementie en hun naasten in Europa te optimaliseren, door overal gebruik te maken van de best bekende toegangspaden tot passende gezondheidszorg.

Projectleiders: Prof. dr. Frans Verhey & dr. Marjolein de Vugt (Alzheimer Centrum Limburg)
Start: januari 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro
Totale subsidie (EU): 2.396.430 euro via JPND

Originele projecttitel: Access to timely formal care (Actifcare)
Meer informatie: Website ZonMw 

MEETINGDEM: Europese Dementie Ontmoetings Centra

Voor het project MEETINGDEM wordt het Nederlandse concept 'Dementie Ontmoetings Centrum' (DOC) in Italië, Polen en het Verenigd Koninkrijk uitgerold. Deze DOC centra bieden mensen met dementie én mantelzorgers informatie, praktische, emotionele en sociale steun. Ze zijn met succes opgestart op 118 plekken in Nederland.

Aantoonbare voordelen van DOC's ten opzichte van reguliere dagopvang zijn;

  • Verminderd gedrags-en stemmingsproblemen van de patiënt, 
  • Uitgestelde opname in een verpleeghuis
  • De mantelzorger voelt zich meer bekwaam wat betreft het geven van zorg
  • De gebruikers zijn zeer tevreden over het concept
  • Er is een betere samenwerking tussen zorg- en welzijnsorganisaties

In de deelnemende landen wordt eerst een implementatieplan en toolkit ontwikkelt die rekening houdt met de behoeften van gebruikers, de cultuur en de bestaande gezondheids- en sociale systemen. Daarna wordt het DOC centrum opgezet en geëvalueerd op basis van een onderzoek naar:

  • Invloed van het DOC centrum op het gedrag , stemming en kwaliteit van leven van mensen met dementie en mantelzorgers
  • De kosteneffectiviteit als gevolg van veranderingen in het gebruik van andere (duurdere) diensten, zoals ziekenhuizen en verzorgingshuizen en psychofarmaca.

Toekomst
Op basis van de bevindingen wordt een aanbeveling geschreven voor de start van Dementie Ontmoetingscentra in heel Europa.

Projectleider: Prof. dr. R.M. Droës, VUmc Amsterdam
Start: maart 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro
Totale subsidie (EU): 2.396.430 euro via JPND

Originele projecttitel: Adaptive Implementation and Validation of the positively evaluated Meeting Centers Support Programme for people with dementia and their carers in Europe
Meer informatie: Website ZonMw 

RHAPSODY: Online training voor mantelzorgers jong-dementerden

Tijdens het RHAPSODY project wordt een online e-learning programma ontwikkeld voor mantelzorgers van jonge mensen met dementie (<65 jaar). Er is gekozen voor een online programma omdat bijeenkomsten voor mantelzorgers van mensen met dementie op jonge leeftijd meestal geen optie zijn. Dementie op jonge leeftijd komt namelijk relatief weinig voor, waardoor patiënten/mantelzorgers in Europa gemiddeld vaak ver van elkaar verwijderd wonen. Bovendien zorgt de intensieve mantelzorg voor een beperkte mobiliteit van de mantelzorger.

Het project
Het onderzoek wordt in vier fasen uitgevoerd. In de eerste fase vindt er een vergelijking tussen landen plaats van zorgbehoeften en zorgaanbod voor jonge mensen met dementie. Dit vormt het uitgangspunt voor de tweede fase waarin het ondersteuningsprogramma wordt ontwikkeld. Vervolgens zal in fase 3 de haalbaarheid, acceptatie en kosten-effectiviteit van het online ondersteuningsprogramma worden getest in een pilotstudie. Tenslotte zullen de uitkomsten van de studie op verschillende wijze verspreid onder potentiële gebruikers, zoals mantelzorgers, zorgprofessionals, en zorgorganisaties.

Nederlandse deelonderzoek
De Nederlandse projectgroep zal zich richten op de eerste fase van het onderzoek. Hierbij brengen ze op basis van de wetenschappelijke literatuur en interviews met 215 mantelzorgers uit een eerder onderzoek de behoeften van mensen dementie op jonge leeftijd en hun mantelzorgers in kaart. Daarna kijken de onderzoekers of de uitkomsten ook gelden voor de zes deelnemende landen, door in deze landen focusgroep interviews te organiseren voor mantelzorgers.

Projectleiders: Prof. dr. Alexander Kurz (Technische Universität München)
Betrokken onderzoekers (Nederland): dr. Marjolein de Vugt (Alzheimer Centrum Limburg)
Start: maart 2014
Looptijd: 36 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: 50.000 euro
Totale subsidie (EU): 1.825.843 euro via JPND

Originele projecttitel: Research to Assess Policies and Strategies for Dementia in the Young (RHAPSODY)
Meer informatie: Website ZonMw 

Lekkage van de bloed-hersenbarrière

De twee meest voorkomende vormen van dementie zijn de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. De precieze oorzaak van deze ziekten zijn vooralsnog onbekend. Een factor die mogelijk een rol speelt bij het begin van beide ziekten is de bloed-hersenbarrière. De bloed-hersenbarrière is een mechanisme dat werkt als een soort filter tussen het bloed en het hersenweefsel. Waarschijnlijk wordt de barrière bij dementie verstoord: hij gaat een beetje lekken. Dit komt zowel bij vasculaire dementie als de ziekte van Alzheimer voor.

Een verstoorde bloed-hersenbarrière kan kleine beschadigingen in de bloedvaten van de hersenen veroorzaken die mogelijk te zien zijn op MRI scans. In deze studie onderzoeken wij de relatie tussen lekkage van de bloed-hersenbarrière en achteruitgang van de verstandelijke vermogens bij de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie.

Onderzoek
Om lekkage van de bloed-hersenbarrière te meten wordt een gloednieuwe 'DCE-MRI' scan gebruikt. Deze is ontwikkeld en getest binnen het Alzheimer Centrum Limburg. Met deze scan kan een speciale 'contrastvloeistof' worden gemeten. Deze vloeistof zal bij een intacte bloed-hersenbarrière niet in het hersenweefsel komen. De hoeveelheid van deze vloeistof die toch in de hersenen terechtkomt, is daarmee een maat voor de ernst van de lekkage.

De resultaten van de bloed-hersenbarrière meting worden vergeleken met de resultaten van andere testen. Zo worden de verstandelijke vermogens (onder andere het geheugen) gemeten en gekeken naar de hoeveelheid beschadigingen van de bloedvaten. Deze zijn zichtbaar zijn op een normale MRI scan van de hersenen.

In totaal nemen 120 mensen deel aan het onderzoek. Deze mensen zijn verdeeld over vijf groepen (twintig deelnemers per groep): mensen met de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie, een gemengde Alzheimer-vasculaire dementievorm, mensen in een voorstadium van de ziekte en mensen die geen vorm van dementie hebben (gezonde controles).

Toekomst
Met de huidige studie kunnen de onderzoekers testen in hoeverre een verstoorde bloed-hersenbarrière bijdraagt aan de oorzaak van dementie. Als deze bijdrage groot is, zal in de toekomst meer ingezet moeten worden op maatregelen die zijn gericht op het beschermen van de bloedvaten in de hersenen en daarmee de bloed-hersenbarrière. Hopelijk kan dat de afname van de verstandelijke vermogens door dementie afremmen. Bovendien kan deze studie leiden tot het ontwikkelen van een nieuwe diagnostische methode om de bloed-hersenbarrière functie bij dementie vast te stellen en het effect van  therapie, gericht op deze barrière, te bepalen.

Onderzoeker: dr. Heidi Jacobs, Alzheimer Centrum Limburg
Start: 15 januari 2013
Duur onderzoek:  48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: € 291.000 euro

Ontstaan van dementie voorspellen

Met de veroudering van de bevolking zullen leeftijdsgerelateerde ziekten zoals dementie steeds vaker voorkomen. Tegen de tijd dat mensen klachten krijgen door dementie, is er al veel hersenschade ontstaan die waarschijnlijk onherstelbaar is. Het opsporen van personen die nog geen klachten hebben, maar wel risico lopen op het ontwikkelen van dementie is daarom van groot belang. Behandeling van de ziekte - met bestaande medicijnen of medicijnen die op dit moment worden ontwikkeld - kan dan in een vroeg stadium starten.

Speciale hersenscan
Om mensen in een voorstadium van dementie op te sporen gaan de onderzoekers gebruik maken van een veelbelovende, speciale hersenscan. Deze scan - de fuctionele MRI, of kortweg fMRI - meet niet de vorm en structuur van de hersenen, maar juist de hersenactiviteit. Deze hersenactiviteit is er altijd. Zelfs als iemand rustig in de MRI scanner ligt, communiceren verschillende gebieden in de hersenen met elkaar.

Er zijn aanwijzingen dat verstoring in de communicatie tussen hersengebieden een voorspellende maat kan zijn voor het optreden van dementie. De onderzoekers kijken specifiek naar de hersenactiviteit van mensen die geen taken uitvoeren en rustig in de fMRI scanner liggen. Dit is een zogenaamde 'resting state fMRI', rs-fMRI. Tijdens deze scan wordt gekeken hoeveel en via welke 'routes' hersengebieden met elkaar communiceren. Kortom: de onderzoekers kijken naar de 'verbondenheid van hersengebieden'.

Onderzoek
Tijdens dit onderzoek krijgen 2000 deelnemers aan een bestaand bevolkingsonderzoek ("The Rotterdam Scan Study") een extra hersenscan: de eerder genoemde rs-fMRI scan. 

Doelen

  • Bepalen of de 'verbondenheid van hersengebieden' een verband heeft met de verstandelijke vermogens van gezonde personen;
  • Bepalen of de 'verbondenheid van hersengebieden' een verband heeft met de structuur van de hersenen;
  • Bepalen of de gemeten 'verbondenheid van hersengebieden' anders is bij dragers van bepaalde erfelijke factoren die het risico op dementie vergroten;
  • Bepalen of de structuur van de hersenen anders is bij dragers van bepaalde erfelijke factoren die het risico op dementie vergroten;
  • Bepalen of de gemeten 'verbondenheid van hersengebieden' de ontwikkeling van dementie kan voorspellen. De gezondheid van deelnemers aan dit bevolkingsonderzoek wordt namelijk nog jaren gevolgd 

Toekomst
Dit onderzoek vindt plaats onder deelnemers van 45 jaar en ouder. Gemiddeld zal het tientallen jaren duren voordat deze mensen dementie ontwikkelen. Toch is het belangrijk om al op dit moment deze metingen te doen. Er zijn namelijk zeer sterke aanwijzingen dat de ziekteprocessen die Alzheimer veroorzaken tot wel twintig jaar voordat de ziekte daadwerkelijk optreedt beginnen. Dit betekent echter wel dat het ook vele jaren gaat duren voordat de belangrijke (laatste) vraag van dit onderzoek wordt beantwoord.

Onderzoekers: Erasmus MC
Start: januari 2013
Duur onderzoek: 60 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland:  € 270.000 euro

PET-scan voor verbetering alzheimer diagnose

In de Alzheimercentra van het VUMC te Amsterdam en MUMC te Maastricht is een studie gestart om eiwitten die de ziekte van Alzheimer veroorzaken op te sporen met een speciale hersenscan. Met deze scan hopen de onderzoekers in de toekomst de diagnostiek van de ziekte van Alzheimer te verbeteren en het succes van nieuwe therapieën te evalueren.

De ziekte van Alzheimer wordt vermoedelijk veroorzaakt door eiwitophopingen die tussen de hersencellen liggen. Deze ophopingen, ook wel plaques genoemd, bestaan voor een groot deel uit het eiwit amyloid-beta. Dit eiwit is schadelijk voor de hersencellen. Sinds 2004 is het mogelijk om deze eiwitten zichtbaar de maken met een radio-actieve contrast vloeistof. Vóór 2004, konden deze plaques alleen maar aangetoond worden door een stukje hersenweefsel onder de microscoop te bekijken, dus pas na het overlijden.

De helft, van de helft, van de helft
De eerste contrastvloeistof die amyloid kon opsporen werd 'Pittsburgh compound B' genoemd, afgekort PIB. Deze stof maakte het in 2004 mogelijk de plaques ook tijdens het leven zichtbaar te maken. Het nadeel van PIB is de korte 'halfwaarde-tijd'. Dit betekent dat na 20 min de radio-activiteit -en daarmee de mogelijkheid om amyloid aan te tonen- al met de helft is verminderd. Na nogmaals twintig minuten is de 'helft van de helft' over (een kwart) en na een uur nog maar 'De helft van de helft van de helft', kortom een achtste of nog maar 12,5%. Dit maakt deze stof zeer beperkt toepasbaar in de dagelijkse praktijk.

Alternatief: flutemetamol
Tijdens dit onderzoek wordt daarom gekeken of de stof 'flutemetamol' een goed alternatief is. Deze stof kan amyloid-beta ook aantonen, maar de halfwaardetijd is veel langer. (110 minuten), waardoor het zelfs te vervoeren is om toe te passen.

Toegevoegde waarde?
Allereerst wordt gekeken om de nieuwe scan helpt bij het stellen van een diagnose op jonge leeftijd, met name wanneer wordt getwijfeld tussen verschillende vormen van dementie. Daarnaast wordt gekeken of de scan de snelheid in het verloop van de ziekte kan voorspellen.  Als laatste wordt ook gekeken naar de kosten-effectiviteit van de nieuwe test. Levert de test betere resultaten en is dit duurder of goedkoper dan andere methoden.

Toekomst
Wanneer er in de toekomst nieuwe behandelingen tegen de ziekte van Alzheimer worden gevonden of getest, dan kan deze hersenscan worden gebruikt om het succes van de therapie in de gaten te houden. De hoeveelheid amyloid in de hersenen is -zeker op jonge leeftijd- een maat voor de ernst van de ziekte.

Instituut: Alzheimercentrum VUmc & Alzheimer Centrum Limburg
Onderzoekers: Prof.dr. Ph. Scheltens & Prof.dr. F.R.J. Verhey
Start: jan 2013
Duur onderzoek: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland: €200.000 euro

Symptomen vasculaire dementie verminderen

Dementie, maar ook een zogenaamde 'milde achteruitgang van de verstandelijke vermogens' (MCI),  wordt vaak veroorzaakt door schade aan de bloedvaten van de hersenen. Symptomen van vaatschade in de hersenen, zoals problemen met stemming, gedrag, motoriek, geheugen, planning en overzicht, hebben grote invloed op de kwaliteit van leven. Door het toepassen van nieuwe hersenscans willen de onderzoekers mensen met vasculaire dementie uiteindelijk een behandeling op maat kunnen bieden voor de symptomen.

Achtergrond
Verschillen in de schade van de bloedvaten (een andere plek en/of een grotere schade) kan tot totaal andere symptomen leiden. Voor een effectieve behandeling moeten de beschadigingen bij de patiënt precies in kaart worden gebracht. Daarna moet de behandeling worden afgestemd op de beschadigde hersengebieden. 

Doel
De onderzoekers willen in meer detail naar de specifieke beschadigingen in de hersenen van de patiënt kijken en deze op maat behandelen. Of dit mogelijk is onderzoeken ze met twee bestaande medicijnen die specifieke hersengebieden kunnen stimuleren: methylfenidate (een medicijn tegen ADHD) en galantamine (een medicijn tegen de ziekte van Alzheimer).

Methode
Zestig patiënten met vasculaire dementie/MCI worden onderzocht volgens het standaard protocol van de geheugenkliniek van het VUmc Amsterdam. Daarna volgt de studie. Patiënten krijgen in willekeurige volgorde een eenmalige behandeling met methylfenidate, galantamine en een placebo (steeds met een week tussen de dosis). Het effect van elk medicijn en het placebo wordt gemeten met geavanceerde hersenscans (Diffusion Tensor Imaging MRI, Resting State fMRI). Tegelijkertijd wordt ook het effect van het medicijn gemeten door middel van neurologische testen van de uitvoerende vermogens en het geheugen.

Toekomst
Dit onderzoek is een zogenaamd fase 1 onderzoek. Bij een positief resultaat is de weg vrij voor fase 2 en uiteindelijk fase 3 onderzoek. In deze laatste fase wordt het effect van deze behandeling langdurig gevolgd. Als alles goed verloopt en het onderzoek succesvol is, kan dit onderzoek binnen een periode van vijf tot tien jaar tot een behandeling voor de symptomen van vasculaire dementie en vasculaire MCI leiden.

Onderzoekers: VUmc Alzheimer Centrum
Start: januari 2013
Duur onderzoek: 48 maanden
Bijdrage Alzheimer Nederland:  € 238.000,-

breingeld.jpg

Steun onderzoek

Alzheimer Nederland maakt onderzoek mogelijk naar de oorzaken van dementie, naar betere een diagnose, naar behandeling en preventie van dementie en naar betere hulp en ondersteuning voor mensen met dementie en hun naasten. De onderzoeken op deze pagina zijn afhankelijk van bijdragen van donateurs van Alzheimer Nederland. Met uw bijdrage kunnen we deze onderzoeken mogelijk maken. Wordt ook donateur en maak meer onderzoek mogelijk.

Steun het onderzoek naar dementie

 

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door