Tweelingen geven inzicht in alzheimer

Onderzoek tweeling

Neurowetenschapper Anouk den Braber en neuropsycholoog Jori Tomassen van het Alzheimercentrum Amsterdam, Amsterdam UMC onderzoeken een bijzondere groep ouderen. Zij volgen 98 tweelingen om meer te weten te komen over de fase die voorafgaat aan de ziekte van Alzheimer. Alzheimer Nederland heeft dit tweelingenonderzoek de afgelopen jaren gesteund met twee subsidies van 50.000 euro.

‘Alzheimer is sterk genetisch, maar de omgeving speelt ook mee. Die invloeden trek je niet zomaar uit elkaar.'

Al bijna vier jaar volgen Den Braber en Tomassen een grote groep eeneiige tweelingen. Deze tweelingen delen dezelfde genen. Hierdoor lijken zij vaak heel erg op elkaar, met name voor hoog erfelijke eigenschappen zoals oog- en haarkleur. Toch zijn er vaak ook verschillen zichtbaar, zowel in uiterlijk als in karaktereigenschappen. Deze verschillen kunnen alleen ontstaan door niet gedeelde invloeden, bijvoorbeeld van dieet, lichamelijke activiteit, opleiding en beroep. Onderzoek in eeneiige tweelingen kan daarom inzicht geven in de rol van erfelijke en niet-erfelijke invloeden op het ontstaan van ziektes, zoals de ziekte van Alzheimer.
 

Gezonde ouderen

‘Wij zijn ons tweelingonderzoek begonnen met ouderen zonder dementie of andere hersenziekten. Zij hebben dus geen alzheimer, maar soms wel een eerste teken van een zich ontwikkelende ziekte van Alzheimer.’ Ze zien dan dat het schadelijke alzheimereiwit amyloid gaat stapelen in het brein. ‘Dat proces willen we in kaart brengen’, legt Den Braber uit. De onderzoekers verzamelen gegevens uit afgenomen bloed en hersenvocht en maken scans van de hersenen. Ook nemen ze testen af om te zien hoe het geheugen functioneert. Na de eerste meting willen zij dit elke twee jaar herhalen om te volgen hoe het met de tweelingen gaat. Ze hopen op deze manier te ontdekken of het stapelen van amyloid erfelijk is.

Tweelingen verschillen onderling

Den Braber en Tomassen zagen in de eerste twee jaar van het onderzoek al verschillen in de hersenen van de tweelingen. De ene helft van een tweeling kan meer stapeling van amyloid hebben dan de andere helft. 'Hun geheugen gaat dan ook iets harder achteruit ten opzichte van de andere ouderen, maar dat hoeft helemaal niet merkbaar te zijn', legt Tomassen uit. ‘Dat wil ook nog niet zeggen dat de één zeker de ziekte van Alzheimer krijgt en de ander niet. Dat weten we nu nog niet. Dit laat alleen zien dat er een sterk verband is tussen amyloid en geheugen, zelfs al ver voor een eventuele diagnose.’ De onderzoekers proberen nu erachter te komen waarom tweelingen toch zo kunnen verschillen. Den Braber: ‘De ziekte van Alzheimer is sterk genetisch bepaald, maar in belangrijke ziekteprocessen zien we toch verschillen. Dat moet dus komen door iets wat ze niet delen. Als we die verschillen kunnen verklaren, hebben we misschien nieuwe aanknopingspunten voor preventie. Het zou natuurlijk wel kunnen dat de verschillen in de loop van de tijd ook weer kleiner worden. Daarvoor moeten we de tweelingen langer volgen.’    
 

Alzheimer bloedbiomarker

De verzamelde gegevens in de tweelingstudie proberen de onderzoekers ook te gebruiken voor andere toekomstige toepassingen. Bijvoorbeeld als screeningsmethode voor mensen die met klachten door de huisarts verwezen zijn naar de geheugenpolikliniek. Zo’n test kan dan bepalen of het nodig is om duur en belastend aanvullend onderzoek te doen. Den Braber: ‘In de toekomst kun je met de uitslagen van zo’n bloedtest mogelijk ook de juiste mensen selecteren voor medicijnstudies in een vroeg stadium.’ De bloedtest is voorlopig nog niet klaar, maar biedt dus vele perspectieven volgens de onderzoekers.
 

Vroeg behandelen

Voor een toekomstige behandeling hebben Den Braber en Tomassen ook al een idee, namelijk zo vroeg mogelijk beginnen. Al voor het amyloid-eiwit begint te stapelen, zien ze een verhoging van de activiteit van het BACE-enzym. Dit enzym is betrokken bij de productie van amyloid. Het idee om dit enzym te remmen, hebben meer onderzoekers gehad. Zij deden hun studies bij mensen die al alzheimer hadden. Maar helaas werkte dat niet. Den Braber: ‘Misschien is dat wel te laat. Wij hebben in deze studie dus gezien dat de activiteit van het BACE-enzym al verhoogd kan zijn vlak vóór de stapeling van amyloid begint. Een BACE-remmer werkt dus misschien het beste als je die heel vroeg zou kunnen inzetten.’
 

Enthousiaste deelnemers

Den Braber en Tomassen willen de tweelingen uit hun onderzoek het liefst zo lang mogelijk volgen. Zo hopen ze nog meer te weten te komen over het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. De tweelingen zelf willen in ieder geval nog jaren meedoen. Tomassen: ‘Ze zijn zo ontzettend gemotiveerd voor het onderzoek. Bijna iedereen komt terug, daar zijn we heel blij mee. We zijn wereldwijd de enigen die zo’n uitgebreide set aan alzheimer biomarkers onderzoekt in een grote groep gezonde tweelingen.’

 

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door