Verspreiding alzheimereiwit voor het eerst aangetoond in gezonde mensen

Voor het eerst hebben wetenschappers bij gezonde mensen aangetoond hoe de verspreiding van de eiwitten die de ziekte van Alzheimer veroorzaken verloopt. Dit onderzoek is voor de wetenschap een belangrijke stap in het onderzoek naar een mogelijke behandeling van de ziekte.

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Kenmerkend voor deze ziekte zijn de twee schadelijke ‘alzheimereiwitten’ (amyloid en tau) die zich opstapelen in de hersenen. Dit stapelen gebeurt al jaren voordat de eerste ziektesymptomen zoals geheugenproblemen zich openbaren. Hoe de eiwitten zich verspreiden door de hersenen was onbekend. Het team van de Maastrichtse wetenschapper Heidi Jacobs en Harvard-professor Keith Johnson heeft nu aangetoond dat het eiwit tau de zenuwbanen gebruikt om zich van het ene naar het andere hersengebied te verspreiden. Het andere eiwit amyloid stimuleert de verspreiding van tau.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij gezonde ouderen tussen de 64 en 90 jaar oud. Het team heeft 6 jaar lang onderzoek gedaan bij deze groep mensen. In die tijd konden zij de verspreiding van de eiwitten koppelen aan veranderingen in geheugenprestaties.

Wat levert dit onderzoek op?

De resultaten van het onderzoek zijn interessant. Nu onderzoekers weten hoe tau zich door de hersenen verspreidt, zijn er meer mogelijkheden om de effectiviteit van nieuwe medicijnen te bepalen. Als een medicijn de verspreiding van tau in een vroeg stadium tegen kan houden, kan dit wellicht geheugenproblemen voorkomen.

Onderzoek mede mogelijk gemaakt door Alzheimer Nederland

Dr. Heidi Jacobs heeft voor dit onderzoek in 2014 een fellowshipbeurs van Alzheimer Nederland ontvangen. Met deze beurs kon zij naar Boston om het onderzoek verder vorm te geven. Heidi Jacobs wil nu met haar team verder onderzoek doen. Voor vroegdiagnostiek is de leeftijdsgroep waar nu mee gewerkt is toch oud te noemen. Voor haar vervolgstudie richt zij zich op een doelgroep tussen de 20-90 jaar.

Meer informatie


Bron: Maastricht Universitair Medisch Centrum+

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door