Vijftien komma een - door Jetske van der Schaar

In het staartje van 2018 vlieg ik er nog even met mijn vriend tussenuit voor een lang weekend naar Edinburgh. Althans, dat is de bedoeling, maar net als de afgelopen twaalf maanden duurt alles langer dan verwacht. De vlucht vertraagt totdat de laatste bar op Schiphol is gesloten, de bagage past niet in de bovenhandse vakken en iedereen dringt, maar niemand schiet op. Tollend van vermoeidheid arriveren we kort na middernacht in het eeuwenoude centrum met burchten, kerken en kastelen waar de tijd tussen de stadsmuren stil lijkt te staan.

Klaarwakker veer ik de volgende ochtend rechtop in bed, een beker oploskoffie naast de schemerlamp en in mijn hand de telefoon. ‘Lieverd!’ Ik por mijn vriend tussen de ribben. ‘Lieverd, lees dit eens!’

Hoe meer bekend wordt over het alzheimer-gen, des te meer mijn lot is vastgelegd en ingeperkt. Mijn DNA voorspelt met zekerheid dat ik straks ziek zal worden en zelfs bij benadering wanneer. Bovendien zijn de verschijnselen immuun voor alles dat een preventieve invloed heeft tegen ’gewone’ dementie. Gezond eten, regelmatig bewegen, voldoende slapen, mentale stimulans of sociaal contacten. Ik kan op mijn kop gaan staan, maar tenzij ik ondertussen eiwitklonters uit de knoop pulk, verandert er voor mij helemaal niets.

Maar daar, daar staat het: meer sporten zou de aanvang uit kunnen stellen bij een zeldzame vorm. Mijn zeldzame vorm. Razendsnel schiet mijn blik door de zinnen, schuift mijn vinger over het scherm, hongerig naar informatie, op mijn hoede voor de mitsen en maren die er altijd voor een uitzondering zijn. Hoeveel, wil ik weten, wat moet ik doen?

Tenminste 150 minuten stevig inspannen per week, dat is genoeg voor minder schade in de hersenen en een aantoonbaar beter denkvermogen. Lopen, zwemmen, fietsen, alles telt mee, al lijkt een combinatie van duursport, krachttraining en evenwichtsoefeningen het gunstigst te zijn. Twee en een half uur per week, reken ik uit. Wat levert mij dat op?

Ik volg de link naar het oorspronkelijke paper, ploeg door wetenschappelijk jargon en dan plakken mijn ogen aan de pagina. Drie cijfers, één woord. Ik controleer de plaatsing van de komma, maar ik zag het toch goed. Vijftien komma een. Bij dragers van het gen die fanatiek bewegen, beginnen de symptomen gemiddeld 15,1 jaar later dan de rest.

‘Vijftien!’ roep ik verbijsterd. ‘Vijftien jaar…’ De betekenis dringt langzaam tot me door. Voor het eerst in mijn leven is er bewijs dat ik wél iets kan doen. Het is slechts een kleine studie en de samenhang is nog onzeker, maar toch. Al waren het vijftien maanden. Het voelt alsof de getallen die in mijn grafsteen staan gebeiteld een beetje worden weg gevijld.

Ik zoen mijn vriend uit de veren en even laten lopen we hand in hand de Royal Mile af naar beneden en in één ruk door de berg op richting Arthur’s Seat. Het is een flinke klim, die ons meer tijd kost dan verwacht. Soms moeten we dalen voor we verder kunnen stijgen, hobbelt het pad in steile slingers over losse keien en het laatste stukje klauter ik met één hand aan de grond. Maar dan staan we met ijzige tenen en gloeiende wangen op de winderige top.

72 minuten voor een weergaloos uitzicht over middeleeuwse monumenten en moderne buitenwijken, glooiend over groene heuvels tegen grijze bergen aan een blauwe zee en in de verte aan de horizon misschien een paar jaar in de toekomst vooruit. Een lach zwelt diep van binnen en ik veeg een vinger langs mijn ooghoek. Vijftien komma een.
 

Noot Alzheimer Nederland
Helaas toont de studie waar Jetske naar verwijst niet aan dat mensen met het alzheimergen die veel bewegen 15,1 jaar later dementie krijgen. Daarvoor is dit onderzoek te onnauwkeurig en het resultaat is nog in tegenspraak met ander onderzoek. Deze studie laat zien dat mensen die veel bewegen, onder andere veel minder alzheimereiwitten in het hersenvocht hebben dan anderen. Aan de hand daarvan schatten de onderzoekers dat de eerste symptomen tot wel 15 jaar later kunnen optreden. Deze studie is uitgevoerd om snel een antwoord te krijgen op de vraag of er ‘mogelijk een effect is’. Het antwoord daarop is ja. Nieuwe langdurige studies moeten aangeven of er echt een effect is en hoe groot dat effect is.

Bij niet-genetische varianten van dementie is inmiddels veel bewijs dat een gezonde leefstijl, waaronder veel beweging, het risico op dementie kan verminderen of de ziekte met jaren kan uitstellen (dus geen garantie). Veel onderzoekers verwachten dat het effect bij erfelijke dementie kleiner is, omdat er van jongs af aan schadelijke processen in de hersenen spelen. Het is dus niet zo dat mensen met een vorm van erfelijke dementie op jonge leeftijd dit zelf hadden kunnen voorkomen of uitstellen.

 

Erfelijkheid en dementie

moeder-en-dochter-400x233.jpg

Meer informatie

Wat mag het zijn?

In-de-horeca-SDV-400x233.jpg

Lees ook deze column van Jetske

 

Waarom duurt het zo lang

Philip-Jetske-400-233.jpg

Bekijk de video

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door