Het Fellowshipprogramma van Alzheimer Nederland is een uitwisselingsprogramma voor onderzoekers met het buitenland. Zo kunnen de onderzoekers uit verschillende landen kennis en ervaring met elkaar delen en samenwerkingsverbanden op te zetten. Hieronder vindt u per jaar een korte samenvatting van de onderzoeken die een financiering hebben gekregen. Wetenschappers en ervaringsdeskundigen hielpen bij het beoordelen van de kwaliteit en relevantie van elke aanvraag.

Fellowships 2019

Negen talentvolle onderzoekers ontvingen in 2019 een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 275.350 uitgetrokken. Van de negen toegekende projecten zijn er twee waarbij een ervaren buitenlandse onderzoeker zijn kennis gaat delen met een Nederlandse groep.

Mentale achteruitgang bij FTD

Frontotemporale dementie (FTD) is na de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie op jonge leeftijd (jonger dan 65 jaar). Bij ongeveer 10-40% van de patiënten is er een erfelijke oorzaak. Bij hen wil Jackie Poos onderzoeken of er veranderingen optreden in de denkfuncties, nog vóórdat zij symptomen ontwikkelen.

Poos maakt gebruik van gegevens van de deelnemers aan het internationale GENFI onderzoek dat in 2012 is gestart. De 1000 patiënten én gezonde familieleden worden ieder jaar onderzocht met behulp van zogenaamd ‘neuropsychologisch onderzoek’. Dat zijn testen die concentratie, probleemoplossend vermogen, taal en inlevingsvermogen meten. De onderzoeker zal dragers van het FTD-gen vergelijken met mensen zonder dit gen. Ze verwacht dat dragers achteruit gaan op bepaalde testen en dat dit afhankelijk is van welke erfelijke eigenschap er in de familie is. Daarentegen verwacht ze dat mensen zonder het gen niet achteruit gaan op de testen.

Wanneer de ‘neuropsychologische testen’ gevoelig genoeg zijn om FTD zeer vroeg vast te stellen, dan kan dit leiden tot snellere en betere diagnostiek. Dit is belangrijk voor patiënten en naasten maar ook voor het ontwikkelen van medicijnen. Met deze testen kan dan worden bepaald wanneer iemand moet starten met een medicijnstudie en of de medicijnen effect hebben.

Aanvrager: Jackie Poos MSc
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Erasmus MC
Fellowship bij: Dementia Research Centre, University College London (UCL)
Originele titel: Tracking cognitive decline from the presymptomatic to symptomatic stage of genetic frontotemporal dementia
Start:  06-01-2020
Duur: 3 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: €8.750

Gevolgen voorspellende test alzheimer

De ziekte van Alzheimer kan tegenwoordig in een steeds vroeger stadium aangetoond worden. Dit wordt gedaan met zogenaamde ‘biomarker’ testen. De uitkomst laat zien hoeveel kans iemand heeft om de ziekte van alzheimer te ontwikkelen in de komende jaren. Voor mensen met milde klachten, zonder dementie, kan het op deze manier testen op de ziekte van Alzheimer zowel voor- als nadelen hebben.

In de Nederland wordt biomarker diagnostiek, zoals de ruggenprik, nog weinig toegepast. In Zweden daarentegen, wordt het standaard ingezet in geheugenpoliklinieken. Ook zijn artsen verplicht de resultaten te delen met hun patiënten. Door de Zweedse bezoekers van de geheugenpoli en de Zweedse artsen te bevragen, kan dr. Leonie Visser inzicht krijgen in de gevolgen van het delen van zo’n uitslag en meer te weten komen over het goed communiceren van de resultaten van een biomarker test.

Met de uitkomsten van het onderzoek kan het Nederlandse diagnosetraject verbeterd worden door middel van;

  • Betere informatie voor toekomstige patiënten en hun naasten
  • Aanpassen van richtlijnen voor het gebruik van biomarker testen
  • Ontwikkelen van hulpmiddelen voor zowel artsen als patiënten en naasten om het gesprek over biomarker testen te ondersteunen.

Aanvrager: Dr. Leonie (N.C.) Visser
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Amsterdam
Fellowship bij: Center for Alzheimer Research, Karolinska Institutet (Zweden)
Originele titel: Disclosure of results of biomarker testing for Alzheimer’s disease: The impact on patients and their care partners.

Start:  01-01-2020
Duur: 10 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 65.000  

Bloeddrukvariatie een nieuw signaal voor dementie?

Gezonde bloedvaten zijn belangrijk voor gezonde hersenen. Zo weten we bijvoorbeeld dat een hoge bloeddruk op middelbare leeftijd een belangrijke risicofactor is voor het ontstaan van dementie op latere leeftijd. Maar de onderzoeken over het effect van hoge bloeddruk op latere leeftijd spreken elkaar tegen. Dit kan mogelijk worden verklaard doordat eerdere studies alleen maar keken naar de gemiddelde hoogte van de bloeddruk en niet naar de mate waarin de bloeddruk over de tijd schommelt. Mensen met een schommelende bloeddruk hebben een groter risico op een beroerte of TIA. Maar spelen schommelingen in de bloeddruk ook een rol bij het ontstaan van dementie?

Om tot een betrouwbaar antwoord te komen, zal Rianne de Heus de gegevens van verschillende internationale studies combineren. Ze maakt gebruik van de gegevens van meer dan 40 onderzoekers, die de gegevens van hun onderzoeksdeelnemers (anoniem) delen. Dit samenwerkingsverband word geleid vanuit een onderzoekscentrum in Adelaide, Australië. Op dit moment hebben zij al van 60.000 individuele onderzoekdeelnemers gegevens beschikbaar.

Rianne de Heus gaat kijken of er verbanden te vinden zijn tussen bloeddrukschommelingen en het ontstaan van dementie. Mogelijk kan dit onderzoek er toe leiden dat we in de toekomst niet alleen een hoge bloeddruk, maar ook grote schommelingen in bloeddruk gaan behandelen om zo het risico op dementie te verkleinen.

Aanvrager: Rianne A.A. de Heus
Werkzaam bij: Radboudumc Alzheimer Center
Fellowship bij: University of Adelaide
Originele titel: Blood pressure variability: a novel biomarker for dementia
Start:  01-12-2019
Duur: 8 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 27.000

Vrijetijdsactiviteiten tegen dementie

Onderzoekers weten al jaren dat mensen die sociaal en lichamelijk actief blijven minder kans hebben op geheugenklachten en dementie. Men denkt dat actief blijven zorgt voor een soort reserve capaciteit, waardoor schade aan de hersenen gecompenseerd wordt. Deze reserve wordt ‘cognitieve reserve’ genoemd en het bestaan ervan is hoopgevend. Als we begrijpen wat iemand extra cognitieve reserve geeft, dan kunnen we die kennis gebruiken om het ontstaan van geheugenproblemen en dementie te voorkomen of te vertragen.

Een hoge opleiding of veeleisende baan draagt bij aan de cognitieve reserve. Maar na de middelbare leeftijd zijn er weinig mensen die nog starten met zo’n opleiding of baan. Er zijn echter ook aanwijzingen dat het hebben van een rijk sociaal leven en vrijetijdsactiviteiten je cognitieve reserve vergroten. Beide zaken zijn ook voor oudere mensen nog belangrijk en bieden daarmee kansen om geheugenproblemen te verminderen.

In dit onderzoek zal Nathan Lewis met behulp van grote studies waarbij mensen zonder geheugenklachten langdurig (over de periode van 10-15 jaar) gevolgd zijn, onderzoeken of vrijetijdsactiviteiten en sociaal functioneren inderdaad bijdragen aan de cognitieve reserve. Hij gaat hiervoor mensen met meer of minder hersenschade vergelijken in het ontstaan van geheugenproblemen en kijkt dan of sociaal functioneren en vrijetijdsactiviteiten bijdragen aan de mate waarin mensen hersenschade kunnen tolereren. Als deze activiteiten inderdaad bijdragen aan cognitieve reserve, dan is het voor de samenleving nog belangrijker dat we mensen gedurende hun hele leven kansen geven om sociaal actief te blijven en hobby’s en andere vrijetijdsactiviteiten op te pakken.

Aanvrager: Nathan A. Lewis
Werkzaam bij: University of Victoria
Fellowship bij: Radboudumc Alzheimer Center
Originele titel: Social and Cognitive Activity Engagement and the Onset of Cognitive Decline
Start:  01-06-2020
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.500

Genetische oorzaken krimp van het brein

Hoe het brein eruit ziet is sterk genetisch bepaald. Maar andere factoren zijn ook belangrijk, zoals de ontwikkeling van het brein in de jeugd. Daarnaast zorgt dementie voor veranderingen in het brein. Deze zijn vaak al tientallen jaren voordat iemand de diagnose dementie krijgt zichtbaar. Doordat zowel dementie, genetica als invloeden in de jeugd invloed hebben op het brein, is het lastig te bepalen welke genen precies van invloed zijn op krimp van het brein bij mensen met dementie.

De genetische basis achter de structuur van het brein wordt steeds beter begrepen, met name door recente grootschalige internationale samenwerkingen. Echter, de structuur van de hersenen is tot op heden slechts op één tijdspunt bestudeerd, en het is daarom niet mogelijk geweest om veranderingen in de tijd te onderzoeken. De ontdekte genen die effect hebben of de structuur van het brein blijken dan ook weinig relevantie te hebben voor dementie

Natalia Vilor-Tejedor gaat kijken naar genetische studies, die wel hebben gekeken naar veranderingen in de tijd. Deze studies hebben informatie over het krimpen van het brein in de jaren vóór dementie verzameld. Daarmee hoopt ze wél voor dementie relevante genen te ontdekken.
Tot nu toe waren er echter vele obstakels in dit ingewikkelde onderzoek waarbij genetische informatie moet worden gecombineerd met informatie uit hersenscans. In dit project zal Natalia Vilor-Tejedor, met haar wiskundige achtergrond proberen om oplossingen te ontwikkelen voor deze problemen. Om zo genen te ontdekken die een rol spelen bij het krimpen van het brein bij dementie. Dit kan belangrijke nieuwe kennis zijn, waardoor er nieuwe inzichten komen over het ontstaan van dementie.

Aanvrager: Natalia Vilor-Tejedor
Werkzaam bij: Barcelona Beta Brain Research Center (Spanje)
Fellowship bij: Erasmus MC
Originele titel: Genetic architecture of brain atrophy
Start:  01/02/2020
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.500

Effect van cognitieve reserve en brein reserve op alzheimer

Er zijn grote verschillen in de geestelijke vermogens van mensen met dezelfde hoeveelheid schadelijke alzheimereiwitten in het brein. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat er twee factoren invloed hebben. Zowel ‘cognitieve reserve’ als ‘brein reserve’ kunnen het effect van de schadelijke alzheimereiwitten verminderen. Cognitieve reserve is het vermogen van het brein om zich aan te passen, om zo het begin van klachten uit te stellen. Deze vorm van reserve is gerelateerd aan opleiding en beroep en kan zelfs bij volwassenen en ouderen, veranderen als gevolg van cognitieve en/of fysieke activiteit. De tweede vorm van reserve is vergelijkbaar, maar geassocieerd met de structuur van het brein en lijkt niet door de tijd heen te kunnen veranderen. In dit onderzoek zijn we geïnteresseerd in de effecten van deze twee type reserves op de abnormale opstapeling van het schadelijke alzheimer eiwit tau.

De onderzoekers gaan met PET hersenscans meten hoeveel tau eiwit in het brein aanwezig is. Vervolgens kijken ze in verschillende fases van de ziekte naar het verband tussen tau neerslag, cognitieve reserve en brein reserve. Ze nemen in deze analyses ook de rol van het geslacht mee.

De onderzoekers willen vaststellen of behandelingen gericht op het verbeteren van cognitieve reserve meer geschikt zijn voor mensen die de ziekte van Alzheimer hebben of voor mensen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van Alzheimer. Doordat er veel bekend is over de deelnemers aan het onderzoek, hopen we ook te identificeren welke activiteiten resulteren in het grootste individuele voordeel.

Aanvrager: Gemma Salvadó Blasco
Werkzaam bij: Barcelona βeta Brain Research Center
Fellowship bij: Alzheimer Centrum Amsterdam
Originele titel: Effect of cognitive reserve and brain reserve on tau accumulation
Start:  01-02-2020
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.000

Gevolgen van alzheimerschade voor patiënt

Bij de ziekte van Alzheimer zien we neerslagen van het alzheimereiwit ‘amyloid’ tussen de hersencellen. Deze neerslagen worden ook wel ‘plaques’ genoemd en het is al meer dat 100 jaar bekend dat deze in het brein van mensen met alzheimer voorkomen. Als gevolg van deze plaques, krijgen mensen met alzheimer last van vergeetachtigheid, maar 30% van de patiënten krijgt eerst andere problemen. Ze hebben vooral taal- of gedragsproblemen. Waarom de ziekte van Alzheimer zo verschillend kan verlopen weten we nog niet. Onlangs heeft Baayla Boon echter een nieuwe vorm van plaques ontdekt; de ‘grofkorrelige plaque’. Zou deze de verschillen kunnen verklaren?

Bij de ziekte van Alzheimer zijn verschillende hersengebieden betrokken bij verschillende stoornissen. Bij elke patiënt met de ziekte van Alzheimer zien we in de hersenen onder de microscoop ophopingen van het amyloïde eiwit. Baayla Boon gaat uitzoeken hoe de verschillende vormen van amyloïde plaques verspreid zijn over verschillende hersengebieden. Vervolgens wil ze kijken hoe die verspreiding samenhangt met de verschillende stoornissen die patiënten hebben.

Ook wil ze onderzoeken hoe de plaque samenhangt met onderzoeken die we nu al op de geheugenpolikliniek uitvoeren, want plaques zijn alleen na het overleiden te onderzoeken. Op die manier hoopt ze al bij leven te begrijpen welk type alzheimer iemand heeft. Het is haar streven dat ze patiënten eerder kan vertellen wat hen de jaren na de diagnose te wachten staat.

Aanvrager: Baayla D.C. Boon
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Amsterdam
Fellowship bij: Mayo Clinic (V.S.)
Originele titel: Clinical relevance of the coarse-grained plaque in Alzheimer’s disease
Start:  01-07-2020
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 65.000

Tau en het hersennetwerk

Sinds een jaar of tien kan het alzheimereiwit amyloid in de hersenen zichtbaar gemaakt worden met een ‘PET hersenscan’. Hierdoor weten we dat bij mensen met veel amyloid ook het hersennetwerk verstoord wordt. Dit netwerk draagt informatie over van het ene naar het andere hersengebied. Maar amyloid neerslag hangt niet één op één samen met de symptomen die een patiënt heeft.

Eerdere studies met een ander alzheimereiwit, het eiwit tau, laten zien dat de neerslag van dit schadelijke eiwit veel beter samenhangt met de klachten. Tau neerslagen in taal of geheugengebieden, veroorzaken ook taal- of geheugenproblemen. Daarom is Wiesje Pelkmans erg benieuwd naar de invloed van het tau eiwit op de hersennetwerken. Ze denkt dat deze twee onderdelen sterk met elkaar samenhangen. Maar hoe deze relatie precies zit, weten we nog niet. Als we dat beter begrijpen. begrijpen we ook beter hoe de ziekte van Alzheimer zich precies ontwikkelt, wat ons hopelijk weer een stap dichterbij een oplossing voor deze ziekte brengt.

Kortom in dit project willen de onderzoekers kijken of ophopingen van het tau eiwit in de hersenen samenhangt met slechtere hersennetwerken en ergere geheugenklachten. Deze informatie kan de diagnostiek verbeteren, maar geeft ook inzicht in hoe het schadelijke tau eiwit de informatieoverdracht in het brein verstoord. Deze kennis over de ziekte is belangrijk voor het ontwikkelen van behandelingen.

Aanvrager: Wiesje Pelkmans
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Amsterdam
Fellowship bij: Lund University (Zweden)
Originele titel: The relationship between regional tau burden and gray matter network alterations in Alzheimer’s disease
Start:  01-02-2020
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 7.600

Cholesterol en alzheimer

De ziekte van Alzheimer is de voornaamste oorzaak van dementie. Het is echter nog steeds niet bekend waardoor Alzheimer veroorzaakt wordt, en dit maakt het ontwikkelen van nieuwe medicijnen erg moeilijk. Recentelijk werd bekend dat de ophoping van cholesterol in hersencellen kan leiden tot opstapeling van schadelijke alzheimereiwitten zoals Tau en amyloid. Daarnaast werden aanwijzingen gevonden dat medicijnen die cholesterol in de hersenen verlagen mogelijk ook gebruikt kunnen worden om alzheimer te voorkomen of remmen.

Voor het ontwikkelen van therapieën is het belangrijk om te begrijpen waarom en hoe, cholesterol zich ophoopt in hersencellen. De onderzoeksgroep denkt dat genetische aanleg hier een rol bij speelt. Tijdens dit onderzoek zal Lill Eva Johansen testen of mutaties in het ABCA7 gen de oorzaak zijn voor ophoping van cholesterol bij alzheimerpatiënten. Mutaties in dit gen komen regelmatig voor bij Alzheimerpatiënten.  

Het onderzoek zal hopelijk nieuwe inzichten opleveren over het vroege ziekteproces van Alzheimer en bijdragen aan de ontwikkeling van cholesterolverlagende medicijnen ter behandeling van de ziekte van Alzheimer.

Aanvrager: Lill Eva Johansen
Werkzaam bij: UMC Utrecht Brain Center
Fellowship bij: Center for Molecular Neurology, VIB – Uantwerpen
Originele titel: Understanding the role of ABCA7 in sporadic Alzheimer’s disease pathogenesis
Start:  05.01.2020
Duur: 18 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 65.000

Fellowships 2018

Zeven talentvolle onderzoekers ontvingen in 2018 een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 166.947 uitgetrokken. Naast deze projecten van Alzheimer Nederland zijn er ook vier projecten gefinancierd samen met de Britse zusterorganisatie ‘Alzheimer’s Society’.

Erfelijke oorzaak bij FTD en psychiatrische aandoeningen

Bij dementie wordt vaak gedacht aan geheugenklachten, maar bij de gedragsvariant van frontotemporale dementie (FTD) zijn voornamelijk veranderingen in gedrag en karakter aanwezig. Deze vorm van dementie op jonge leeftijd lijkt op die van psychiatrische ziektebeelden. Er kan bijvoorbeeld emotionele afvlakking en ontremming optreden wat ook het geval is bij een bipolaire stoornis. Een andere opvallende overeenkomst met schizofrenie, autisme en bipolaire stoornis is een verminderd inlevingsvermogen.

Onderzoeken hebben laten zien dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt bij deze vorm van FTD, maar ook bij schizofrenie, autisme en een bipolaire stoornis. Omdat er veel overlap is tussen de symptomen en de betrokken hersengebieden van deze aandoeningen is het mogelijk dat ook deels dezelfde genen een rol spelen.

Het doel van dit project is om de overlap in de erfelijke factoren te onderzoeken. Met dit onderzoek wil Lianne Reus meer inzicht krijgen in de oorzaak van de gedragsvariant van FTD. Die kennis is belangrijk voor betere diagnostiek, maar kan ook de aanzet zijn voor nieuw onderzoek naar een betere en gerichtere behandeling van de ziekte.

Aanvrager: Lianne Reus
Werkzaam bij: VUMC
Fellowship bij: University of California, Los Angeles
Originele titel: Genetic and functional overlap between  behavioural variant frontotemporal dementia, schizophrenia, bipolar disorder, and autism spectrum disorder
Start: 04-03-2019
Duur: 4 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 11.350

Hersennetwerk meten voor betere diagnose

Voor het denken en handelen zijn er in onze hersenen miljarden hersencellen. Om goed te kunnen werken, moeten deze cellen contact maken met elkaar. Zo ontstaat een groot en complex netwerk. Bij de ziekte van Alzheimer raken de verbindingen tussen hersencellen en hersendelen beschadigd. Met verschillende technieken zijn die beschadigingen – of  verstoringen van het netwerk – te meten.

We weten nog niet wat de verstoringen die we meten precies betekenen. Daarom probeert Ellen Dicks tijdens haar onderzoek te achterhalen welke verstoring zorgt voor welke problemen (bijvoorbeeld geheugenproblemen, concentratieproblemen of taalproblemen). Ook wordt onderzocht welke problemen het eerst optreden bij mensen met een erfelijke vorm van de ziekte van Alzheimer.  

Het meten, maar vooral het begrijpen van de veranderingen in het hersennetwerk zou kunnen helpen om mensen met vroege veranderingen door de ziekte van Alzheimer eerder te diagnosticeren en beter te kunnen behandelen. Met meer kennis over de beschadigingen is het makkelijker te zien of de ziekte verergert, stabiel blijft of zelfs verbetert. Zo zou er makkelijker gekeken kunnen worden of een therapie of medicijn helpt bij de ziekte. In de toekomst kan dit helpen bij het ontwikkelen van behandelmogelijkheden voor mensen met de ziekte van Alzheimer.

Aanvrager: Ellen Dicks
Werkzaam bij: Amsterdam UMC
Fellowship bij: Washington University
Originele titel: Investigating modality-specific associations of brain connectivity with dysfunction in cognitive domains and disease progression
Start: 01-02-2019
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 8590

Verschillen in hersenschade en symptomen bij alzheimer

De symptomen van mensen met de ziekte van Alzheimer kunnen veel verschillen. Sommige mensen hebben veel geheugenproblemen terwijl anderen juist meer problemen ervaren met taal. Met behulp van testen en scores, heeft Colin Groot een methode ontwikkeld om op basis van deze symptomen mensen met Alzheimer onder te verdelen in subgroepen.

Colin wil kijken of er bij de verschillende groepen ook verschillen te zien zijn op hersenscans. Zo zijn er bijvoorbeeld scans die schade aan zenuwbanen kunnen vaststellen en scans die de neerslag van schadelijke alzheimereiwitten kunnen aantonen. In zijn onderzoek wil Colin Groot met deze scans kijken waar mensen beschadigingen hebben. Hij kijkt dan of de locatie van de schade in de hersenen kan verklaren waarom mensen verschillende symptomen hebben.

Resultaten van dit onderzoek kunnen helpen om de diagnose van de ziekte van Alzheimer te vergemakkelijken. Het kan namelijk artsen bewuster maken dat niet alleen geheugenproblemen maar ook taalproblemen op Alzheimer kunnen wijzen. Mensen met weinig geheugenproblemen maar wel met andere klachten kunnen dan toch goed gediagnosticeerd worden. Daarnaast kan de bewustwording van de verschillen in uiting van de ziekte er ook voor zorgen dat begeleiding en therapie in de toekomst beter kan worden afgestemd per individu.

Aanvrager: Colin Groot
Werkzaam bij: VUMC
Fellowship bij: Austin Health, University of Melbourne
Originele titel: Tau and white matter abnormalities in cognitively defined subgroups of early Alzheimer’s disease patients
Start: 01-08-2019
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.500

De invloed van voeding op alzheimer

Voeding heeft een belangrijke invloed op de gezondheid van onze hersenen. Zo lijkt een gezond eetpatroon het risico op de ziekte van Alzheimer te verkleinen. Welke voedingstoffen precies de ziekte kunnen voorkomen of vertragen is echter niet duidelijk. Goede richtlijnen voor voeding kunnen daarom nog niet gegeven worden.

In haar onderzoek wil Francien de Leeuw kijken welke voedingstoffen die men eet ook echt in de hersenen terecht komen. Hiervoor gaat ze naar Amerika waar een studie loopt die de voedingsgewoonten van mensen jarenlang volgt en waarbij de deelnemers hun hersenen na het overlijden doneren voor onderzoek.

Er zal in het onderzoek vooral gekeken worden naar de vitamines D en E en op verschillende mineralen. Ook zal de mate waarin kenmerken van de ziekte van Alzheimer aanwezig zijn in de hersenen worden gemeten. Zo kan bestudeerd worden of de aanwezigheid van de voedingstoffen een invloed heeft op de ziektekenmerken. De kennis van dit onderzoek kan in de toekomst mogelijk bijdragen aan het geven van concrete voedingsadviezen om dementie te voorkomen en kan misschien ook relevant zijn voor mensen die de ziekte van Alzheimer al hebben.

Aanvrager: Francien de Leeuw
Werkzaam bij: VUMC
Fellowship bij: Rush University, Chicago
Originele titel: Nutrients in the human brain and their relation with Alzheimer’s disease neuropathology
Start: 01-01-2019
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 11.176

Woordvindproblemen: een vroeg signaal van alzheimer

Bij de ziekte van Alzheimer denkt men vooral aan geheugenproblemen. Vaak hebben mensen met beginnende dementie ook problemen met het vinden van woorden. Deze klachten beginnen in veel gevallen al jaren voordat de diagnose gesteld wordt en eerder dan de vergeetachtigheid.

Om deze klachten te testen wordt momenteel de “woordvloeiendheid” test gebruikt. Hierbij moeten in 60 seconden zoveel mogelijk woorden van een bepaalde categorie (bijvoorbeeld dieren) opgenoemd worden. Hoe meer woorden genoemd worden, hoe beter de “woordvloeiendheid” is.

Er zijn echter aanwijzingen dat niet zozeer het aantal woorden iets zegt over de kans op de ziekte van Alzheimer, maar vooral de kwaliteit van de woorden. Het zou dan gaan om hoe ingewikkeld de woorden zijn in plaats van hoeveel woorden er worden opgenoemd.

Dit project kijkt daarom naar de kwaliteit van de woorden uit de testen van mensen die later dementie hebben ontwikkeld. Hiervoor zal er een nieuwe methode ontwikkeld worden die door middel van taalkundige analyse bekijkt wat er precies gezegd wordt. De gedachte is dat bij de ziekte van Alzheimer eerst problemen optreden met het vinden van moeilijkere en minder vaak voorkomende woorden en dat pas daarna het aantal woorden ook afneemt.

Omdat de “woordvloeiendheid” test veel wordt toegepast wereldwijd kan het verbeteren en nauwkeuriger maken van deze test van grote waarde zijn om de klinische diagnose van de ziekte van Alzheimer eerder te kunnen stellen. Dit kan een verschil maken in de levenskwaliteit van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Ook kan het ervoor zorgen dat  de selectie van personen in het voorstadium van dementie voor onderzoek naar medicijnen voor de ziekte van Alzheimer beter wordt.

Aanvrager: Jet Vonk
Werkzaam bij: UMCU
Fellowship bij: Columbia University
Originele titel: Early detection of semantic loss in preclinical Alzheimer’s disease
Start: 01-11-2018
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 64.999

Effect van geluid op mensen met dementie

Onbegrepen gedrag komt vaak voor bij mensen met dementie en is zwaar voor de persoon zelf en de zorgverleners. Mogelijk kan het aanpassen van de omgeving (zoals omgevingsgeluid) dit onbegrepen gedrag verminderen. In dit onderzoek wil Sarah Janus gegevens uit Nederlandse en Noorweegse verpleeghuizen gebruiken om te kijken of er een verband is tussen het onbegrepen gedrag en de leefomgeving.

Ook wordt er in dit onderzoek gekeken naar de invloed van de omgeving en het geluid uit de omgeving op onrustig gedrag. Hiervoor worden 15 verpleeghuisbewoners meerdere keren per dag een paar minuten per dag geobserveerd. Dit om per persoon in kaart te brengen welke omgeving tot onrust leidt en om een persoonsgerichte benadering en behandeling aan de mensen te bieden.

Hopelijk kan met meer kennis de omgeving van mensen met dementie verbeterd worden en onrust en onbegrepen gedrag verminderen. Het veranderen van omgevingsfactoren kan soms heel simpel zijn en toch al grote effecten geven. Het gebruik van een tafelkleed kan bijvoorbeeld het geluid van rammelende kopjes verminderen. Het doel van dit project is op deze manier via de omgeving van de persoon met dementie de kwaliteit van leven in verpleeghuizen te verbeteren.

Aanvrager: Sarah Janus
Werkzaam bij: UMCG
Fellowship bij: Oslo University Hospital and Vestfold Hospital Trust Aldring og helse
Originele titel: Dementia & (Sound)Environments: Using a new approach to evaluate how environment influences neuropsychiatric symptoms in dementia
Start: 01-01-2019
Duur: 15 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 49.982

Het levenstestament: kennis uit het buitenland

Het aantal mensen in Nederland wat te maken krijgt met dementie neemt toe. Als het in een vergevorderd stadium van de ziekte niet meer mogelijk is om zelf beslissingen te nemen, kan de rechter een vertegenwoordiger aanwijzen. Steeds meer ouderen nemen zelf voorzorgsmaatregelen. Terwijl zij nog gezond zijn, maken ze bij de notaris een ‘levenstestament’. Dit is een document waarin ze hun financiële, medische of persoonlijke wensen vastleggen. Daarbij benoemen zij meestal ook een vertegenwoordiger. Iemand die zij goed kennen en vertrouwen.

De mogelijkheid om een levenstestament op te stellen kennen we in Nederland nog niet zo lang. Hierdoor is er wettelijk nog niets geregeld en zijn er in de praktijk nog problemen waar tegenaan wordt gelopen. Bijvoorbeeld hoe je moet voorkomen dat de benoemde vertegenwoordiger (financieel) misbruik maakt van de kwetsbare persoon met dementie? Ook erkennen officiële instanties (zoals banken) niet altijd het levenstestament.

In andere landen zoals België, Duitsland, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk bestaat het levenstestament al langer en werkt het beter dan in Nederland. Rieneke Stelma-Roorda wil bij deze vier genoemde landen onderzoeken wat voor oplossingen daar zijn bedacht voor de problemen met het levenstestament waar in Nederland tegenaan wordt gelopen. In Nederland zouden we gebruik kunnen maken van deze ervaringen en oplossingen om het toepassen van het levenstestament te verbeteren.

Aanvrager: Rieneke Stelma-Roorda
Werkzaam bij: Vrije Universiteit Amsterdam
Fellowship bij: University of Cambridge, University of Antwerp, University of Göttingen and Lucerne University
Originele titel: Living wills: experiences and best practices from abroad
Start: 01-10-2018
Duur: 12 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 8350

In samenwerking met Alzheimer's Society

Alzheimer Nederland heeft vier projecten gefinancierd samen met de Britse zusterorganisatie ‘Alzheimer’s Society’. Alzheimer Nederland ondersteunt de twee Nederlandse onderzoekers voor in totaal € 24.863. De Alzheimer’s Society ondersteunt de Engelse onderzoekers met £ 19.985. De wetenschappelijke beoordeling en de beoordeling op relevantie door mantelzorgers van alle projecten, werd door beide organisaties gezamenlijk uitgevoerd.

IJzer in de hersenen bij de ziekte van Alzheimer

In een gezond brein speelt ijzer een belangrijke rol voor de communicatie tussen de hersencellen. Het lijkt erop dat bij de ziekte van Alzheimer er teveel ijzer is in de hersenen. Dit is schadelijk voor de hersencellen, maar er zijn ook cellen die deze schadelijke effecten tegengaan. Dit zijn de zogenaamde microglia. Dat zijn afweercellen die de hersen beschermen tegen virussen, bacteriën en gevaarlijke stoffen.

Om de hersenen te beschermen ruimen de microglia het teveel aan ijzer bij de ziekte van Alzheimer op. Door de grote hoeveelheid ijzer die de microglia moeten opnemen gaan ze zich anders gedragen. Ze lijken wel in de war.  Uiteindelijk gaan de microglia hierdoor zelf schade aan de hersenen veroorzaken.

Het doel van dit onderzoek is om te kijken in het lab wat er precies met de microglia gebeurt als zij teveel ijzer opnemen. Zo kunnen de onderzoekers zien wat de verwarde microglia doen en of ze dit met medicijnen kunnen verhelpen. Deze medicijnen zouden dan ook in de mens mogelijk de schade die veroorzaakt wordt door microglia kunnen beperken.

Aanvrager: Boyd Kenkhuis
Werkzaam bij: Leiden University Medical Centre
Fellowship bij: Universiteit van Edinburgh
Originele titel: Iron as inflammation inducer in Alzheimer’s Disease
Start: 01/01/2019
Duur: 12 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.500

Ondersteuning van mantelzorgers

Wanneer iemand dementie krijgt, heeft dit invloed op het dagelijks functioneren, maar ook op het gedrag en de stemming. Dit maakt het zorgen voor iemand met dementie voor de naaste extra moeilijk. De afgelopen jaren zijn er daarom veel programma’s ontwikkeld om mantelzorgers te helpen. Maar we horen vaak van mantelzorgers dat ze niet weten waar ze hulp kunnen vinden.

Mogelijk sluit de bestaande hulp ook onvoldoende aan op de behoeftes van de mantelzorgers. De hulp is vaak praktisch, terwijl er ook psychosociale hulp nodig is. Uit onderzoek kwam naar voren dat mantelzorgers graag meer informatie willen hebben over mogelijkheden voor ondersteuning.

Het doel van deze fellowship is om te kijken hoe informatie over psychosociale hulp toegankelijker is te maken. Hiervoor willen de onderzoekers wetenschappelijke kennis met elkaar delen en in samenwerking met Alzheimer Nederland een de informatie op haar websites verbeteren. Uiteindelijk kan dit leiden tot een verbetering in het aanbod en gebruik van psychosociale hulp.

Aanvrager: Marleen Prins
Werkzaam bij: Trimbos-instituut
Fellowship bij: Universiteit van Worcester
Originele titel: Improving support for family carers of people with dementia
Start: 01/04/2019
Duur: 3 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 12.363

Onder de mensen blijven ondanks dementie

Onderzoek heeft aangetoond dat de wereld van mensen met dementie door de ziekte verkleint. Mensen met dementie zien minder vaak anderen, verlaten minder het huis en verliezen zowel hun onafhankelijkheid als zelfvertrouwen. Dit is vooral een probleem voor mensen met dementie die alleen wonen. Bij deze mensen voelt 62% zich eenzaam terwijl dit gemiddeld 38% is voor mensen met dementie. Het ondersteunen van mensen met dementie om ‘onder de mensen’ te blijven komen is daarom uiterst belangrijk en stelt hen in staat om: sociale contacten te onderhouden, lichaamsbeweging te krijgen en betekenisvolle rollen in de samenleving te blijven vervullen.

Het doel van dit onderzoek is om samen met mensen met dementie die alleen leven een digitale applicatie te ontwikkelen. Deze applicatie moet informatie bieden en de mensen ondersteunen om in de samenleving mee te kunnen blijven doen.

Aanvrager: Kieren Egan
Werkzaam bij: Universiteit of Strathclyde, Glasgow
Fellowship bij: Vrije Universiteit Amsterdam
Originele titel: “MYCONNECTION-FRIEND”, a multi-national project to empower people with dementia who live alone to increase community involvement through the development of an easy to use digital application
Start: 04/03/2019
Duur: 18 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer’s Society: £ 10.000

Gelijke toegang tot zorg voor mensen met dementie

Opleiding, werk, inkomen en de woonsituatie zorgen vaak voor verschillen in toegang tot gezondheidszorg. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat mensen met een lager inkomen en opleiding de zorg minder goed kunnen betalen of moeilijker informatie kunnen vinden en begrijpen. Dit is een bekend fenomeen bij verschillende ziekten. Het is echter nog niet eerder onderzocht voor dementiezorg.  

Het aantonen van potentiële verschillen in zorgtoegang geeft de mogelijkheid om dit aan te pakken. Op deze manier is het mogelijk om ernaar te streven dat alle mensen met dementie uiteindelijk gelijke toegang tot zorg krijgen. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen dat mensen met een lager inkomen of opleiding sneller in crisissituaties terecht komen en daardoor sneller gebruik moeten maken van zorg in een verpleeghuis.

Aanvrager: Clarissa Giebel
Werkzaam bij: Universiteit van Liverpool
Fellowship bij: Universiteit van Maastricht
Originele titel: Socio-economic predictors of accessing and utilising formal dementia care and the experiences of people with dementia and caregivers: A comparison between England and the Netherlands
Start: 01/2019
Duur: 18 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer’s Society: £ 9.985

Fellowships 2017

In 2017 is een deel van het budget beschikbaar gesteld om buitenlandse talentvolle onderzoekers naar Nederland te halen.

Wetenschappers en ervaringsdeskundigen hielpen bij het beoordelen van de kwaliteit en relevantie van elke aanvraag. Acht talentvolle onderzoekers ontvingen een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 240.000 uitgetrokken.

Oogtest voor alzheimer en PCA

Een eenvoudige test om de ziekte van Alzheimer vast te stellen is één van de belangrijkste doelstellingen van het onderzoek naar deze ziekte. Zo’n test maakt een vroege diagnose mogelijk en hopelijk een vroege behandeling met medicijnen, die op dit moment worden ontwikkeld.

Alzheimer Nederland maakte eerder het onderzoek ‘Blik op het brein, de alzheimer oogtest’ mogelijk. Onderzoeker Jurre de Haan, heeft nu een fellowshipbeurs gekregen om het Dementia Research Center in Londen te bezoeken. Dit centrum is wereldwijd één van de belangrijkste expertisecentra op het gebied van PCA (posterieure corticale atrofie), een zeldzame variant van de ziekte van Alzheimer die begint met problemen met zien.

Met de onderzoeken wil Jurre de Haan een oogtest ontwikkelen die helpt om de diagnose alzheimer en PCA sneller te stellen. Bij deze ziekten worden namelijk niet alleen de hersenen aangetast, maar ook het oog. Dit komt omdat het netvlies, net als de hersenen, zenuwcellen bevat. Dit onderzoek gaat na of  we met oogonderzoek de ziekteverschijnselen kunnen vaststellen.

Aanvrager: Jurre den Haan
Werkzaam bij: 
VUmc
Fellowship bij:  Dementia Research Center Univ. College London
Originele titel:  Ocular biomarkers in posterior cortical atrophy (PCA); as a part of I-READ
Start: januari 2018
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 12.400

Weerbaarheid tegen dementie tussen culturen

De ziekte van Alzheimer treft mensen die mentaal actief zijn, gemiddeld op een latere leeftijd. Zo krijgen mensen met een hogere opleiding, mensen die langer doorwerken dan de pensioenleeftijd, mensen met uitdagende hobby’s (bespelen muziekinstrument) en mensen die sociaal erg actief zijn gemiddeld later dementie. Dit mentaal actief zijn, heet ook wel de ‘cognitieve reserve’.

Dit verschil in cognitieve reserve vinden we niet alleen terug tussen individuen, maar ook tussen culturen. Daarom kijkt onderzoeker Juan Flores-Vasquez naar de verschillen tussen Nederland en Mexico. Wat zijn de verschillen tussen opleiding, (vrijwilligers)werk, ontspanning en sociale activiteiten? Kunnen we benoemen welke elementen hierin vooral bepalen wat onze hersenen beschermt tegen dementie?

Hersentraining om dementie uit te stellen, is tot nu toe weinig effectief. Een kruiswoordpuzzel maakt je geheugen niet beter en een spel als memory maakt je alleen beter in dat spel, maar je onthoudt er niet beter gezichten en namen door. Door te kijken naar cognitieve reserve in verschillende landen hopen we effectieve elementen te vinden, die we kunnen toepassen in preventie van dementie.   

Aanvrager:  Juan Flores-Vasquez
Werkzaam bij:  RU Groningen
Fellowship bij:  Nat.Inst.of Neurology and Neurosurgery, Mexico
Originele titel:  Cross-cultural variance in cognitive reserve in amnestic MCI and healthy older adults: a comparative neuropsychological/EEG study in the Netherlands and Mexico
Start: maart 2018
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 63.562

'Gezonde Gewoontesprogramma'

Mensen met vergeetachtigheidsklachten kunnen in Amerika het ‘Gezonde Gewoontesprogramma’ volgen. De beroemde Mayo Kliniek ontwikkelde dit programma. Het bestaat uit;

  • Omgaan met vergeetachtigheid, door het gebruik van een agenda voor dagelijkse activiteiten.
  • Deelname aan steungroepen, waarbij de aandacht ligt op hoe sociale steun gezocht kan worden in het dagelijkse leven.
  • Lichamelijk actief blijven met een beweegprogramma.
  • Mentaal actief blijven met hersenspelletjes.

Deze training kan mensen die vergeetachtig worden helpen om langer gezond en zelfstandig te blijven. Een deel van de mensen met ernstige vergeetachtigheid (Milde Cognitieve Klachten of MCI genoemd), krijgt namelijk dementie. Bij deze mensen gaat het geheugen achteruit, maar gewoontes blijven vaak langer intact. Deze gewoontes worden aangeleerd door degene met klachten en een naaste. Zodat de naaste kan helpen bij het uitvoeren en volhouden van het programma, maar ook zelf profiteert van de gezonde gewoonten.

Tijdens het onderzoek in de VS, kijkt Liselotte de Wit of ze vooraf mensen kan herkennen die veel baat hebben bij het programma. Bijvoorbeeld mensen die een goed ‘gewoontegeheugen’ hebben. Dit zou de effectiviteit van het programma verhogen. Dat vergroot uiteindelijk de kans dat we het programma ook in Nederland kunnen gebruiken en dat verzekeraars het vergoeden.

Aanvrager: Liselotte de Wit
Werkzaam bij: University of Florida    
Fellowship bij: Radboud UMC
Originele titel: Implicit Memory Functioning in amnestic MCI due to Alzheimer’s Disease: Implications for Behavioral Interventions
Start: aug 18
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 65.000

Oorzaken dementie bij 90-plussers

Er is nog weinig bekend over dementie bij 90+ ers. Als onderzoekers naar hun hersenen kijken na overlijden, zien ze veel verschillende vormen van hersenschade. Het bijzondere is echter dat ze deze schade ook vinden bij 90+ ers zonder dementie. Het is dus nog grotendeels onduidelijk welke factoren dementie veroorzaken in deze leeftijdscategorie. Zo lijken bekende risicofactoren voor dementie zoals een hoge bloeddruk op hoge leeftijd juist te beschermen tegen dementie.

Fellow Nienke Legdeur gaat in Californië zoeken naar verbanden tussen risicofactoren van dementie en de schade die ze in de hersenen vinden na het overlijden. Zijn dezelfde verbanden te vinden als bij jonge mensen met dementie? (En verschillen mensen met en zonder dementie misschien juist in de capaciteit om met schade om te gaan?). Of zijn de risicofactoren van dementie verschillend bij jong en oud, en moet medicatie om dementie te voorkomen, misschien wel leeftijdsafhankelijk worden?  

De onderzoeksgroep in California heeft al veel ervaring en kennis opgedaan over het doen van onderzoek bij 90+ ers. Daarnaast is deze fellowship een eerste stap in een mogelijk uitgebreidere samenwerking tussen de 90+ Studie in Californië en de eigen 90+ Studie in Amsterdam. Door gegevens van de twee studies met elkaar te combineren.

Aanvrager:  Nienke Legdeur
Werkzaam bij:  VUmc
Fellowship bij:  University of California, Irvine USA
Originele titel:  What is the underlying substrate for the effect of risk factors on dementia in the oldest old subjects using neuropathology?

Start:  maart 2018
Duur: 4 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 11.550

Effecten van dementie in de vroegste stadia

De nieuwste medicijnonderzoeken naar de ziekte van Alzheimer behandelen mensen zo vroeg mogelijk. Niet alleen aan het begin van de ziekte, maar in een voorstadium (bijvoorbeeld milde geheugenklachten zonder dementie) of zelfs bij gezonde mensen met een verhoogd risico. De testen die normaal de ernst van geheugen, concentratie en andere klachten door dementie vaststellen, zijn voor deze mensen niet te gebruiken. Want voor en na de behandeling is de score hetzelfde.

Er zijn nieuwe testen nodig. Testen die niet te moeilijk of te makkelijk zijn. Daarnaast moeten de testen gericht zijn op veranderingen in het beginstadium van de ziekte meten. In de afgelopen jaren zijn er veel testen ontwikkeld, die dit moeten doen. Maar deze testen zijn zelf nog niet goed onderzocht.

Tijdens dit onderzoek vergelijken we verschillende testen met elkaar. Daarvoor verzamelen we eerst alle beschikbare testen, beoordeeld op inhoud en kwaliteit. Daarna vergelijken we de twee beste testen. De resultaten van dit onderzoek zullen laten zien welke test het meest optimaal is om te gebruiken in het beginfase van de ziekte van Alzheimer. Dit zal bijdragen aan het beter en gerichter meten van veranderingen over tijd. Hierdoor kan het effect van medicatie beter worden vastgesteld, maar kunnen patiënten ook beter worden begeleid, omdat problemen sneller worden opgemerkt.

Aanvrager: Roos Jutten
Werkzaam bij: 
VUmc
Fellowship bij: Alpert Medical School of Brown Univ.,Providence USA
Originele titel: Optimizing cognitive assessment in the early stages of Alzheimer’s disease.

Start: maart 2018
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 11.075

Meten van netwerk van de hersenen

Bij de ziekte van Alzheimer is een van de eerste verschijnselen dat de samenwerking tussen hersengebieden minder goed gaat. Zo herken je bijvoorbeeld iemand aan zijn gezicht, stemgeluid, kleding en waar iemand is (bijvoorbeeld op je werk). Al deze informatie is op verschillende plekken opgeslagen en goede samenwerking van de hersengebieden is hiervoor belangrijk.

Verstoringen van het hersennetwerk kunnen we sinds kort meten met een speciale hersenscan. Met dit onderzoek wil fellow Lisa Vermunt uitzoeken wanneer netwerkverstoring begint bij de ziekte van Alzheimer. Dit gaat ze doen door de netwerkverstoringen te meten bij mensen met een zeldzame erfelijke vorm van dementie. Bij deze mensen is bekend wanneer ze de ziekte van Alzheimer krijgen en daardoor kan ze de vroegste veranderingen bestuderen. 

Als we de volgorde en de snelheid van hersenveranderingen beter begrijpen, kunnen we straks beter voorspellen of iemand dementie aan het ontwikkelen is. Ons onderzoek zal beter inzicht geven in netwerkverstoring in het voorstadium van de ziekte van Alzheimer. Met deze kennis kunnen we beter meten welk vooruitzicht een individu heeft. Ook kunnen deze resultaten gebruikt worden in medicijnstudies in het voorstadium van de ziekte van Alzheimer, om beter te meten of een middel werkzaam is. Het voordeel is dat het dan sneller bekend is of een middel werkzaam is.

Aanvrager:  Lisa Vermunt
Werkzaam bij:  VUmc
Fellowship bij:  Washington University St. Louis USA
Originele titel:  Linking brain connectivity changes to development of symptoms in autosomal dominant AD
Start:  maart 2018
Duur:  4 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 6.750

Verspreiding van Alzheimereiwit tau via de hersencellen

Bij uitzondering is één van de Fellowshipsbeurzen al toegekend aan biochemicus Kerensa Broersen van de Universiteit Twente. Met de beurs gaat zij - samen met Nobelprijswinnaar Randy Schekman - in de Verenigde Staten onderzoek doen naar alzheimer. De speciale toekenning van de Fellowshipbeurs is gedaan, nadat bekend werd dat Broersen de prestigieuze Fulbright Scholarship had gewonnen. Met de toekenningen kan ze het onderzoek daadwerkelijk in de V.S. uitvoeren.
Lees er meer over in het nieuwsbericht

Aanvrager:  Kerensa Broersen
Werkzaam bij:  Universiteit Twente 
Fellowship bij:  Randy Schekman,  
University of California, Berkeley, USA
Originele titel:  Exosoom-gemedieerde neuronale transmissie van tau
Start: 
2018
Duur:  6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 12.500

Economisch beslissingsmodel voor alzheimer

Doorbraken uit wetenschappelijk onderzoek vinden niet altijd hun weg naar de patiënt. Bijvoorbeeld eind jaren 90 van de vorige eeuw kwamen de Cholinesterase-remmende medicijnen op de markt. Het heeft echter jaren geduurd voordat deze medicijnen voor alle patiënten werden vergoed door de overheden in Europa. De reden dat dit lang heeft geduurd is dat er grote onzekerheid was over het effect op de gezondheid (en specifiek het geheugen)van mensen en de kosten van het medicijn.

Deze zelfde onzekerheid over het effect op gezondheid en kosten dreigt ook recente ontwikkelingen in diagnostiek en preventie van de ziekte van Alzheimer te weerhouden van vergoeding. Een nauwkeurige schatting van de verhouding tussen gezondheidseffecten en kosten kan overheden helpen om de juiste beslissing te maken en ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen bij de patiënt terecht komen.

Voor een nauwkeurige schatting is een zogenaamd simulatiemodel nodig. Met dat model kun je gezondheidseffecten en kosten inschatten over alle fasen van de ziekte. Tot nu toe zijn verschillende simulatiemodellen ontwikkeld, maar deze zijn gebaseerd op verouderde gegevens. Ook weerspiegelen deze modellen het beloop van de ziekte op een te vereenvoudigde wijze.

Daarom heeft een groep wetenschappers, de IPECAD werkgroep, afgelopen juni een plan opgesteld voor de ontwikkeling van een simulatiemodel waarmee we op nauwkeurige wijze de gezondheidseffecten en kosten van verschillende interventies kunnen schatten. Anders dan de voorgaande modellen, wordt dit model vrij toegankelijk opgesteld voor wetenschappers wereldwijd. Ondanks de grote wetenschappelijke interesse onder enkele prominente gezondheidseconomen, heeft de IPECAD werkgroep geen tot zeer beperkte middelen om dit simulatiemodel te ontwikkelen.

Deze fellowship geeft mij de mogelijkheid om verschillende componenten voor dit simulatiemodel te ontwikkelen. Ook wil ik de fellowship gebruiken om onderzoekers wereldwijd bij elkaar te brengen en over te halen een bijdrage te leven aan de ontwikkeling van dit model door het te gebruiken en te verbeteren.

Dit wil ik in de volgende stappen realiseren:

  • Gegevens uit verschillende recente studies naar de voorfase van dementie (zogenaamde subjectieve cognitieve klachten en lichte geheugenstoornis) analyseren.
  • De resultaten vertalen naar een model waarmee het beloop van de ziekte kan worden voorspeld.
  • Een gebruikersvriendelijk programma maken zodat het model kan worden gebruikt door andere wetenschappers, industrie, patiëntorganisaties, beleidsmakers en de overheid.
  • Bijeenkomsten organiseren voor de IPECAD groep. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen we onze werkzaamheden afstemmen. Aan iedere bijeenkomst wil ik een werkbezoek aan het Karolinska Institutet koppelen. Tijdens dit werkbezoek wil ik met Prof. Dr. A. Wimo en zijn collega’s het model ontwikkelen.
  • De websites www.ipecad.org en www.smard.org verder ontwikkelen waarop het simulatiemodel en een schat aan achtergrondkennis wordt gedeeld met wetenschappers wereldwijd.
  • De werkzaamheden koppelen aan mijn huidige en toekomstige projecten zodat niet langer voor ieder project apart een specifiek simulatiemodel wordt ontwikkeld maar het generieke IPECAD model verder wordt ontwikkeld en toegepast.
  • Bijeenkomsten organiseren op de afdelingen van 3 wereldwijd prominente wetenschappers gespecialiseerd in de gezondheidseconomie van de ziekte van Alzheimer. Ik wil kennis uitwisselen en hen overhalen samen te werken in de IPECAD groep.
  • 3 Alzheimer-specifieke congressen bezoeken om de resultaten te delen en wetenschappers uit te nodigen voor samenwerking. Ook wil ik 3 gezondheidseconomisch-specifieke congressen bezoeken om technische kennis uit te wisselen voor het ontwikkelen van het model. Deze congressen vinden allen plaats in Europa.

Het belangrijkste product van dit project is een simulatiemodel waarmee de kosteneffectiviteit (gezondheidseffect en kosten) van verschillende interventies voor de ziekte van Alzheimer kan worden berekend. Dit model zal wereldwijd beschikbaar worden gesteld aan iedereen en op duurzame wijze worden onderhouden door wetenschappers wereldwijd. Ik verwacht dat dit model zal bijdragen aan nauwkeurige schattingen van kosteneffectiviteit. En ik verwacht dat zulke nauwkeurige schattingen uiteindelijk tot betere keuzes in de zorg zullen leiden. Zodoende zullen nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap snellen toegankelijk worden gemaakt voor patiënten.

Aanvrager: Ron Handels
Werkzaam bij:  Alzheimer Centrum Limburg
Fellowship bij:  Karolinska Institutet, Stockholm, Sweden
Originele titel:  Open-source health-economic decision model framework for Alzheimer’s disease
Start: januari
2017
Duur:  24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 55.952

Fellowships 2016

In 2016 ontvingen negen jonge talentvolle onderzoekers een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 86.084 uitgetrokken. Zeven van de onderzoekers verbleven enkele maanden in het buitenland en twee onderzoekers verbleven een aantal maanden in Nederland. Hieronder leest u een samenvatting van de onderzoeken.

Eiwitafbraak in Frontotemporale dementie

Frontotemporale dementie (FTD) treft vooral mensen rond hun 50e levensjaar. De ziekte is na alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen met dementie, jonger dan 65 jaar. Dr. Del Campo en collega’s van de afdeling Klinische Chemie van de VU in Amsterdam doen onderzoek naar deze ziekte. Ze ontdekten dat patiënten met FTD een enzym in het hersenvocht hebben, dat betrokken is bij eiwitafbraak. Dit is de reden voor vervolgonderzoek bij de Spaanse Hersenbank.

In Spanje zal dr. Del Campo kijken of ze de enzymen ook kan vinden in het opgeslagen hersenweefsel van FTD patiënten. Daarna zal ze kijken of deze enzymen ook aanwezig zijn in hersengebieden die nog niet zijn aangetast door FTD hersenschade. Dat zou betekenen dat de enzymen al in een vroeg stadium van de ziekte een rol spelen, wat belangrijke informatie is voor de ontwikkeling van medicijnen. Als laatste kijkt ze of de enzymen ook kan aantonen bij andere hersenziekten en vormen van dementie. Als dat niet zo is, kunnen de eiwitten mogelijk ook gebruikt worden voor het verbeteren van de diagnostiek van FTD.

Aanvrager: Marta Del Campo Milan     
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: Alzheimer’s Center Reina Sofía Foundation/ CIEN Foundation, Madrid, Spain
Originele titel: Specific lysosomal proteins as novel signatures of FTD
Start: september 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.960

Bundeling van krachten om risico's op dementie te vinden

Onderzoek naar risicofactoren van dementie is lastig. Dat komt doordat dementie een lange fase kent zonder symptomen. Ziekteprocessen in de hersenen zijn al 20-30 jaar voordat iemand dementie krijgt aantoonbaar. Tot op heden kennen we drie groepen risicofactoren. 1) een tweetal schadelijke eiwitten (amyloid en tau), 2) vaatschade en 3) ontstekingsprocessen. Het is echter nog niet duidelijk hoe deze factoren precies leiden tot schade aan de hersenen. Zo weten artsen bijvoorbeeld niet of uitingen van vaatschade zoals een hartinfarct of ‘stil’ herseninfarct het risico op dementie verhogen. Het succes van toekomstige behandelingen zal voor een groot deel afhangen van het tijdig en nauwkeurig herkennen van personen met een hoog risico op dementie.

Aan de Harvard Universiteit in de VS, zit de organisatie van een groot samenwerkingsverband van Noord-Amerikaanse en Europese bevolkingsonderzoeken. Door samenwerking met deze organisatie hebben de aanvragende onderzoekers een unieke mogelijkheid gecreëerd om de risicofactoren van dementie te bestuderen in een zeer groot bestand. Daarmee kunnen ze meer zeggen over de risicofactoren van dementie. En die kennis is belangrijk voor het ontwikkelen van geneesmiddelen en preventieve maatregelen.

Aanvragers: (1) dr. Frank J Wolters en (2) dr. Daniel Bos
Werkzaam bij: (1) Erasmus MC Epidemiologie en (2) Erasmus MC afdeling Radiologie en Epidemiologie
Fellowship bij: Harvard T.H. Chan School of Public Health, Boston, USA
Originele titel: Causality and predictive value of biomarkers for dementia in the general population: a multidimensional approach
Start: september 2016
Duur: 2 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.500 euro

Geheugenproblemen en alzheimer in de familie

Mensen met geheugenklachten hebben meer risico op het ontwikkelen van dementie, evenals mensen met een eerstegraads familielid met de ziekte van Alzheimer. Ondanks dit verhoogde risico, ontwikkelt slechts een klein gedeelte van de gezonde ouderen met geheugenklachten en een alzheimer familiegeschiedenis dementie. We kunnen alleen niet voorspellen wie dit zijn.

In Canada loopt een groot onderzoek naar mensen met alzheimer in de familie. Ongeveer de helft van deze mensen heeft ook geheugenklachten. In het Canadese onderzoek worden de uitkomsten van geheugentesten vergeleken met de uitkomsten van hersenscans die kijken naar alzheimereiwitten en hersenactiviteit. Zo willen de onderzoekers de ziekte beter begrijpen en voorspellen. Naast helpen bij dit onderzoek, kan fellow drs. Verfaillie in Canada hersenscantechnieken leren die belangrijk zijn voor zijn eigen onderzoek naar de vroege vormen van alzheimer in het Alzheimercentrum Amsterdam in Amsterdam.

Aanvrager: drs. Sander CJ Verfaillie
Werkzaam bij: Alzheimercentrum Amsterdam
Fellowship bij: McGill University, Montréal, Canada
Originele titel: Cognitive complaints and functional brain connectivity in elderly at risk for Alzheimer’s Disease
Start: september 2016
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 10.200 euro

Signaaleiwit voor verbindingen tussen hersencellen

De diagnose alzheimer kan steeds beter en eerder worden gesteld. Maar de diagnose zegt niets over hoe de ziekte zal verlopen. Zullen de verstandelijke vermogens van de patiënt snel of langzaam achteruit gaan? Drs. Eline Willemse wil onderzoeken of een meting van het eiwit neurogranine, wél de achteruitgang kan voorspellen. Neurogranine komt voor in de ‘synaps’, de plek waar twee hersencellen met elkaar zijn verbonden. Als men veel van dit eiwit vindt in het hersenvocht, betekent dit waarschijnlijk dat er veel verbindingen verloren zijn gegaan. En de verbindingen tussen hersencellen zijn belangrijk voor de werking van de hersenen.

De synapsen worden bij iedereen in enige mate afgebroken. Neurogranine komt daardoor bij iedereen in het hersenvocht voor. Daarom is de eerste stap het bepalen van een ‘afkapwaarde’. Kortom hoeveel neurogranine is nog normaal en hoeveel duidt op de ziekte van Alzheimer? Ten tweede gaat drs Willemse kijken naar neurogranine in hersenweefsel van overleden personen met verschillende stadia van de ziekte van Alzheimer. Dat onderzoek is belangrijk om te bepalen of neurogranine iets kan zeggen over het verloop van de ziekte.

Aanvrager: Drs. Eline Willemse 
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: University of Antwerp, departement Biomedische Wetenschappen
Originele titel: Validation of Neurogranin, a novel and early biomarker for Alzheimer’s Disease.
Start: november 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 11.500 euro

Zelfmoord- en moordgedachten bij mantelzorgers

De zorg voor een naaste met dementie brengt vaak een zware belasting met zich mee. Hoe zwaar het kan zijn, bleek uit Australisch onderzoek van dr. Siobhan O’Dwyer. Uit haar onderzoek bleek dat veel mantelzorgers zelfmoordgedachtes hebben of eraan denken om hun familielid met dementie te doden. Het onderzoek roept de vraag op hoe het in Nederland zit. In Nederland is hulpverlening bijvoorbeeld vaak beter toegankelijk en zijn euthanasie en hulp bij zelfdoding onder bepaalde voorwaarden toegestaan en in ieder geval bespreekbaar. Aan de andere kant komt depressiviteit in Nederland veel voor onder mantelzorgers en dit is een belangrijke risicofactor voor zelfmoordgedachten.

Tijdens dit Fellowshipproject komt dr. O’Dwyer middels drie werkbezoeken naar Nederland om haar kennis en ervaring over dit onderwerp te delen met het EMGO instituut in Amsterdam. Samen met haar wordt de eerste Nederlandse studie naar dit onderwerp opgezet. Deze studie moet inzicht geven in het probleem en zal gegeven opleveren waarmee kan worden gewerkt aan preventie van depressiviteit en zelfmoordgedachten onder mantelzorgers.

Aanvrager: dr. Siobhan O’Dwyer
Werkzaam bij: University of Exeter, Verenigd Koninkrijk
Fellowship bij:  VU Medical Centre, EMGO Institute for Health & Care Research
Originele titel: Suicidal and Homicidal Ideation in Dutch Family Carers: Research Development
Start: april 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: €11.329 euro

Invloed van stress en depressie op DNA en risico op alzheimer

Stress en depressie beïnvloeden mogelijk de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. Hoe dat kan is nog onduidelijk. Mogelijk zorgt stress voor zogenaamde ‘epigenetische’ veranderingen. Dit zijn subtiele veranderingen die ervoor zorgen dat het DNA van iemand enigszins anders wordt gebruikt. Zo maken de hersencellen daardoor bijvoorbeeld meer of juist minder van een bepaalde stof.

Dit project probeert de epigenetische veranderingen in de hersenstam van overleden alzheimerpatiënten te meten. Daarna kijken ze of diezelfde epigenetische veranderingen ook in het bloed van ouderen met milde geheugenklachten voorkomen. Dit biedt hopelijk een betrouwbare voorspelling van het risico op Alzheimer. Het ultieme doel is om de specifieke veranderingen uiteindelijk te beïnvloeden met nieuwe medicatie.  

Aanvragers: drs. Artemis Iatrou en dr. Daniel van den Hove
Werkzaam bij: Universiteit Maastricht, afd. psychiatrie en neuropsychologie
Fellowship bij: University of Exeter Medical School, Exeter, Groot Brittannië
Originele titel: Epigenetic impairment in the raphe nuclei in Alzheimer’s Disease
Start: aug 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 12.500 euro

Hart- en vaatziekten en Alzheimereiwitten

Risicofactoren van hart- en vaatziekten zoals suikerziekte, overgewicht en hoog cholesterol, verhogen ook het risico op de ziekte van Alzheimer. We weten echter niet precies op welke leeftijd deze factoren van invloed zijn en of ze ervoor zorgen dat men later ook sneller achteruit gaat. Van bepaalde signaaleiwitten, weten we al veel meer. Deze kunnen het risico op de ziekte van Alzheimer over tien-twintig jaar bepalen. 

In deze studie wil drs Isabelle Bos kijken welke verbanden er zijn tussen risicofactoren van hart- en vaatziekten en de signaaleiwitten. Hierdoor kunnen we het ziekteproces beter begrijpen en nadenken over een mogelijke tijdige interventie voor de ziekte van Alzheimer. Later kan deze kennis worden gebruikt om een betere uitspraak te doen over hoe snel iemand op latere leeftijd achteruit zal gaan. Mogelijk kan het zelfs worden gebruikt om de schade te beperken door mensen te helpen om hun risico op de ziekte van Alzheimer te verkleinen.

Aanvrager: Drs. Isabelle Bos
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Limburg
Fellowship bij: Washington University, St. Louis, USA
Originele titel: The relationship between vascular risk factors and AD biomarkers in cognitively normal individuals.
Start: februari 2017
Duur: 3 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 6500 euro

Meer informatie uit hersenscans

Jacob Vogel is een jonge Canadese onderzoeker met een achtergrond in hersenscans statistiek en computerprogrammering. Door deze combinatie van vaardigheden kan hij een grote bijdrage leveren aan het hersenscanonderzoek aan het Alzheimercentrum Amsterdam. Dit fellowship bestaat uit drie delen:

1. Scans analyseren

Bij de ziekte van Alzheimer worden er twee schadelijke eiwitten in de hersenen gevonden: amyloid en tau. Met een zogenaamde PET-hersenscan kunnen deze eiwitten in de hersenen worden gemeten. Een MRI-hersenscan kan daarnaast verlies van hersenweefsel meten. Door deze scans te vergelijken, weten we beter welk eiwit bijdraagt aan de schade aan de hersenen. Jacob heeft bij zijn instituut in Canada een geavanceerde methode uitgevonden om dergelijke analyses uit te voeren. Deze methode zullen we toepassen op bestaande hersenscans.

2. Training in programmeren
Hersenscans worden steeds beter en steeds vaker ingezet. Dat zorgt voor een enorme hoeveelheid gegevens. Gespecialiseerde computerprogramma’s zijn nodig om deze hersenscans goed en snel te kunnen analyseren. Jacob beheerst deze programma’s en computertaal zeer goed en zal deze kennis en vaardigheden overdragen aan de Nederlandse onderzoekers zodat onze hersenscans nog efficiënter en nauwkeuriger geanalyseerd kunnen worden.

3. Opzetten database
Momenteel bestaat er geen database voor PET-hersenscan gegevens en de onderzoekers moeten daardoor voor ieder nieuw project alle data opzoeken. Dit is een tijdrovend proces en door het opbouwen van een PET database die automatisch bijgehouden wordt met nieuwe scans kan dit in de toekomst een stuk efficiënter. Jacob gaat de onderzoekers in Amsterdam helpen bij het opzetten van deze database.

Verklaring voor 'weerstand' tegen de ziekte van Alzheimer

Bij de ziekte van Alzheimer gaat hersenweefsel verloren, waardoor patiënten vaak last krijgen van geheugenproblemen. Hoe ernstig die geheugenproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon. Schijnbaar kunnen de hersenen van het ene persoon beter weerstand bieden tegen hersenschade dan de andere. Om dit verschijnsel te verklaren, is het begrip ‘cognitieve reserve’ bedacht. Over het algemeen komt een hoge cognitieve reserve voor bij mensen die mentaal actief blijven. Zij hebben bijvoorbeeld een hoge opleiding, een uitdagende baan of vullen hun vrije tijd met boeken en spelletjes. Ook mensen die veel aan lichaamsbeweging doen, hebben vaak een hoge cognitieve reserve.

Tijdens dit onderzoek gaat de onderzoeker de cognitieve reserve in kaart brengen door middel van hersenscans en testen van de mentale prestaties. Ze doet dit door de resultaten van gezonde mensen te vergeleken met onderzoek bij dezelfde mensen vijf jaar later. Vijf jaar later is er meer hersenschade door veroudering of dementie en kun je bepalen hoe de hersenen hiervoor hebben gecompenseerd. Dit onderzoek kan aantonen of een of meerdere zaken cognitieve reserve verklaart:

  • Compensatie van hersenschade door het gebruik van andere hersengebieden die de functie van beschadigde hersengebieden overnemen.
  • Hogere hersenactiviteit, bijvoorbeeld doordat de hersenen zeer efficiënt werken. Efficiëntere hersenen hoeven minder hard te werken om dezelfde mentale prestaties te leveren.
  • Hogere capaciteit. Kortom: hersencellen kunnen extra actief worden als dat nodig is, bijvoorbeeld bij een erg moeilijke geheugentest.
  • Hogere flexibiliteit van de hersenen, zodat hersengebieden elkaars functie makkelijker kunnen ondersteunen als ze overbelast dreigen te raken.

Dit onderzoek kan resulteren in een voorspelling van de cognitieve reserve en dat is een maat voor de snelheid van het verloop van de ziekte van Alzheimer. Dat helpt artsen om hun patiënten een nauwkeurigere voorspelling te geven over de toekomst: hoeveel geheugenproblemen zullen zij krijgen en op welke termijn? Daarnaast kan dit bijdragen aan nieuwe behandelmogelijkheden. Dat kan bijvoorbeeld door een mentaal en/of fysiek trainingsprogramma te ontwikkelen om cognitieve reserve te verhogen.