Het Fellowshipprogramma heeft als doel om kennis en ervaring die in beide landen is opgedaan, te delen en samenwerkingsverbanden op te zetten. In 2017 is een deel van het budget beschikbaar gesteld om buitenlandse talentvolle onderzoekers naar Nederland te halen.

Wetenschappers en ervaringsdeskundigen hielpen bij het beoordelen van de kwaliteit en relevantie van elke aanvraag. Acht talentvolle onderzoekers ontvingen een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 240.000 uitgetrokken.

Hieronder een korte samenvatting van de fellowships.

Fellowships 2017

Oogtest voor alzheimer en PCA

Een eenvoudige test om de ziekte van Alzheimer vast te stellen is één van de belangrijkste doelstellingen van het onderzoek naar deze ziekte. Zo’n test maakt een vroege diagnose mogelijk en hopelijk een vroege behandeling met medicijnen, die op dit moment worden ontwikkeld.

Alzheimer Nederland maakte eerder het onderzoek ‘Blik op het brein, de alzheimer oogtest’ mogelijk. Onderzoeker Jurre de Haan, heeft nu een fellowshipbeurs gekregen om het Dementia Research Center in Londen te bezoeken. Dit centrum is wereldwijd één van de belangrijkste expertisecentra op het gebied van PCA (posterieure corticale atrofie), een zeldzame variant van de ziekte van Alzheimer die begint met problemen met zien.

Met de onderzoeken wil Jurre de Haan een oogtest ontwikkelen die helpt om de diagnose alzheimer en PCA sneller te stellen. Bij deze ziekten worden namelijk niet alleen de hersenen aangetast, maar ook het oog. Dit komt omdat het netvlies, net als de hersenen, zenuwcellen bevat. Dit onderzoek gaat na of  we met oogonderzoek de ziekteverschijnselen kunnen vaststellen.

Aanvrager: Jurre den Haan
Werkzaam bij: 
VUmc
Fellowship bij:  Dementia Research Center Univ. College London
Originele titel:  Ocular biomarkers in posterior cortical atrophy (PCA); as a part of I-READ
Start: januari 2018
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 12.400

Weerbaarheid tegen dementie tussen culturen

De ziekte van Alzheimer treft mensen die mentaal actief zijn, gemiddeld op een latere leeftijd. Zo krijgen mensen met een hogere opleiding, mensen die langer doorwerken dan de pensioenleeftijd, mensen met uitdagende hobby’s (bespelen muziekinstrument) en mensen die sociaal erg actief zijn gemiddeld later dementie. Dit mentaal actief zijn, heet ook wel de ‘cognitieve reserve’.

Dit verschil in cognitieve reserve vinden we niet alleen terug tussen individuen, maar ook tussen culturen. Daarom kijkt onderzoeker Juan Flores-Vasquez naar de verschillen tussen Nederland en Mexico. Wat zijn de verschillen tussen opleiding, (vrijwilligers)werk, ontspanning en sociale activiteiten? Kunnen we benoemen welke elementen hierin vooral bepalen wat onze hersenen beschermt tegen dementie?

Hersentraining om dementie uit te stellen, is tot nu toe weinig effectief. Een kruiswoordpuzzel maakt je geheugen niet beter en een spel als memory maakt je alleen beter in dat spel, maar je onthoudt er niet beter gezichten en namen door. Door te kijken naar cognitieve reserve in verschillende landen hopen we effectieve elementen te vinden, die we kunnen toepassen in preventie van dementie.   

Aanvrager:  Juan Flores-Vasquez
Werkzaam bij:  RU Groningen
Fellowship bij:  Nat.Inst.of Neurology and Neurosurgery, Mexico
Originele titel:  Cross-cultural variance in cognitive reserve in amnestic MCI and healthy older adults: a comparative neuropsychological/EEG study in the Netherlands and Mexico
Start: maart 2018
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 63.562

'Gezonde Gewoontesprogramma'

Mensen met vergeetachtigheidsklachten kunnen in Amerika het ‘Gezonde Gewoontesprogramma’ volgen. De beroemde Mayo Kliniek ontwikkelde dit programma. Het bestaat uit;

  • Omgaan met vergeetachtigheid, door het gebruik van een agenda voor dagelijkse activiteiten.
  • Deelname aan steungroepen, waarbij de aandacht ligt op hoe sociale steun gezocht kan worden in het dagelijkse leven.
  • Lichamelijk actief blijven met een beweegprogramma.
  • Mentaal actief blijven met hersenspelletjes.

Deze training kan mensen die vergeetachtig worden helpen om langer gezond en zelfstandig te blijven. Een deel van de mensen met ernstige vergeetachtigheid (Milde Cognitieve Klachten of MCI genoemd), krijgt namelijk dementie. Bij deze mensen gaat het geheugen achteruit, maar gewoontes blijven vaak langer intact. Deze gewoontes worden aangeleerd door degene met klachten en een naaste. Zodat de naaste kan helpen bij het uitvoeren en volhouden van het programma, maar ook zelf profiteert van de gezonde gewoonten.

Tijdens het onderzoek in de VS, kijkt Liselotte de Wit of ze vooraf mensen kan herkennen die veel baat hebben bij het programma. Bijvoorbeeld mensen die een goed ‘gewoontegeheugen’ hebben. Dit zou de effectiviteit van het programma verhogen. Dat vergroot uiteindelijk de kans dat we het programma ook in Nederland kunnen gebruiken en dat verzekeraars het vergoeden.

Aanvrager: Liselotte de Wit
Werkzaam bij: University of Florida    
Fellowship bij: Radboud UMC
Originele titel: Implicit Memory Functioning in amnestic MCI due to Alzheimer’s Disease: Implications for Behavioral Interventions
Start: aug 18
Duur: 24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 65.000

Oorzaken dementie bij 90-plussers

Er is nog weinig bekend over dementie bij 90+ ers. Als onderzoekers naar hun hersenen kijken na overlijden, zien ze veel verschillende vormen van hersenschade. Het bijzondere is echter dat ze deze schade ook vinden bij 90+ ers zonder dementie. Het is dus nog grotendeels onduidelijk welke factoren dementie veroorzaken in deze leeftijdscategorie. Zo lijken bekende risicofactoren voor dementie zoals een hoge bloeddruk op hoge leeftijd juist te beschermen tegen dementie.

Fellow Nienke Legdeur gaat in Californië zoeken naar verbanden tussen risicofactoren van dementie en de schade die ze in de hersenen vinden na het overlijden. Zijn dezelfde verbanden te vinden als bij jonge mensen met dementie? (En verschillen mensen met en zonder dementie misschien juist in de capaciteit om met schade om te gaan?). Of zijn de risicofactoren van dementie verschillend bij jong en oud, en moet medicatie om dementie te voorkomen, misschien wel leeftijdsafhankelijk worden?  

De onderzoeksgroep in California heeft al veel ervaring en kennis opgedaan over het doen van onderzoek bij 90+ ers. Daarnaast is deze fellowship een eerste stap in een mogelijk uitgebreidere samenwerking tussen de 90+ Studie in Californië en de eigen 90+ Studie in Amsterdam. Door gegevens van de twee studies met elkaar te combineren.

Aanvrager:  Nienke Legdeur
Werkzaam bij:  VUmc
Fellowship bij:  University of California, Irvine USA
Originele titel:  What is the underlying substrate for the effect of risk factors on dementia in the oldest old subjects using neuropathology?

Start:  maart 2018
Duur: 4 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 11.550

Effecten van dementie in de vroegste stadia

De nieuwste medicijnonderzoeken naar de ziekte van Alzheimer behandelen mensen zo vroeg mogelijk. Niet alleen aan het begin van de ziekte, maar in een voorstadium (bijvoorbeeld milde geheugenklachten zonder dementie) of zelfs bij gezonde mensen met een verhoogd risico. De testen die normaal de ernst van geheugen, concentratie en andere klachten door dementie vaststellen, zijn voor deze mensen niet te gebruiken. Want voor en na de behandeling is de score hetzelfde.

Er zijn nieuwe testen nodig. Testen die niet te moeilijk of te makkelijk zijn. Daarnaast moeten de testen gericht zijn op veranderingen in het beginstadium van de ziekte meten. In de afgelopen jaren zijn er veel testen ontwikkeld, die dit moeten doen. Maar deze testen zijn zelf nog niet goed onderzocht.

Tijdens dit onderzoek vergelijken we verschillende testen met elkaar. Daarvoor verzamelen we eerst alle beschikbare testen, beoordeeld op inhoud en kwaliteit. Daarna vergelijken we de twee beste testen. De resultaten van dit onderzoek zullen laten zien welke test het meest optimaal is om te gebruiken in het beginfase van de ziekte van Alzheimer. Dit zal bijdragen aan het beter en gerichter meten van veranderingen over tijd. Hierdoor kan het effect van medicatie beter worden vastgesteld, maar kunnen patiënten ook beter worden begeleid, omdat problemen sneller worden opgemerkt.

Aanvrager: Roos Jutten
Werkzaam bij: 
VUmc
Fellowship bij: Alpert Medical School of Brown Univ.,Providence USA
Originele titel: Optimizing cognitive assessment in the early stages of Alzheimer’s disease.

Start: maart 2018
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 11.075

Meten van netwerk van de hersenen

Bij de ziekte van Alzheimer is een van de eerste verschijnselen dat de samenwerking tussen hersengebieden minder goed gaat. Zo herken je bijvoorbeeld iemand aan zijn gezicht, stemgeluid, kleding en waar iemand is (bijvoorbeeld op je werk). Al deze informatie is op verschillende plekken opgeslagen en goede samenwerking van de hersengebieden is hiervoor belangrijk.

Verstoringen van het hersennetwerk kunnen we sinds kort meten met een speciale hersenscan. Met dit onderzoek wil fellow Lisa Vermunt uitzoeken wanneer netwerkverstoring begint bij de ziekte van Alzheimer. Dit gaat ze doen door de netwerkverstoringen te meten bij mensen met een zeldzame erfelijke vorm van dementie. Bij deze mensen is bekend wanneer ze de ziekte van Alzheimer krijgen en daardoor kan ze de vroegste veranderingen bestuderen. 

Als we de volgorde en de snelheid van hersenveranderingen beter begrijpen, kunnen we straks beter voorspellen of iemand dementie aan het ontwikkelen is. Ons onderzoek zal beter inzicht geven in netwerkverstoring in het voorstadium van de ziekte van Alzheimer. Met deze kennis kunnen we beter meten welk vooruitzicht een individu heeft. Ook kunnen deze resultaten gebruikt worden in medicijnstudies in het voorstadium van de ziekte van Alzheimer, om beter te meten of een middel werkzaam is. Het voordeel is dat het dan sneller bekend is of een middel werkzaam is.

Aanvrager:  Lisa Vermunt
Werkzaam bij:  VUmc
Fellowship bij:  Washington University St. Louis USA
Originele titel:  Linking brain connectivity changes to development of symptoms in autosomal dominant AD
Start:  maart 2018
Duur:  4 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 6.750

Verspreiding van Alzheimereiwit tau via de hersencellen

Bij uitzondering is één van de Fellowshipsbeurzen al toegekend aan biochemicus Kerensa Broersen van de Universiteit Twente. Met de beurs gaat zij - samen met Nobelprijswinnaar Randy Schekman - in de Verenigde Staten onderzoek doen naar alzheimer. De speciale toekenning van de Fellowshipbeurs is gedaan, nadat bekend werd dat Broersen de prestigieuze Fulbright Scholarship had gewonnen. Met de toekenningen kan ze het onderzoek daadwerkelijk in de V.S. uitvoeren.
Lees er meer over in het nieuwsbericht

Aanvrager:  Kerensa Broersen
Werkzaam bij:  Universiteit Twente 
Fellowship bij:  Randy Schekman,  
University of California, Berkeley, USA
Originele titel:  Exosoom-gemedieerde neuronale transmissie van tau
Start: 
2018
Duur:  6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 12.500

Economisch beslissingsmodel voor alzheimer

Doorbraken uit wetenschappelijk onderzoek vinden niet altijd hun weg naar de patiënt. Bijvoorbeeld eind jaren 90 van de vorige eeuw kwamen de Cholinesterase-remmende medicijnen op de markt. Het heeft echter jaren geduurd voordat deze medicijnen voor alle patiënten werden vergoed door de overheden in Europa. De reden dat dit lang heeft geduurd is dat er grote onzekerheid was over het effect op de gezondheid (en specifiek het geheugen)van mensen en de kosten van het medicijn.

Deze zelfde onzekerheid over het effect op gezondheid en kosten dreigt ook recente ontwikkelingen in diagnostiek en preventie van de ziekte van Alzheimer te weerhouden van vergoeding. Een nauwkeurige schatting van de verhouding tussen gezondheidseffecten en kosten kan overheden helpen om de juiste beslissing te maken en ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen bij de patiënt terecht komen.

Voor een nauwkeurige schatting is een zogenaamd simulatiemodel nodig. Met dat model kun je gezondheidseffecten en kosten inschatten over alle fasen van de ziekte. Tot nu toe zijn verschillende simulatiemodellen ontwikkeld, maar deze zijn gebaseerd op verouderde gegevens. Ook weerspiegelen deze modellen het beloop van de ziekte op een te vereenvoudigde wijze.

Daarom heeft een groep wetenschappers, de IPECAD werkgroep, afgelopen juni een plan opgesteld voor de ontwikkeling van een simulatiemodel waarmee we op nauwkeurige wijze de gezondheidseffecten en kosten van verschillende interventies kunnen schatten. Anders dan de voorgaande modellen, wordt dit model vrij toegankelijk opgesteld voor wetenschappers wereldwijd. Ondanks de grote wetenschappelijke interesse onder enkele prominente gezondheidseconomen, heeft de IPECAD werkgroep geen tot zeer beperkte middelen om dit simulatiemodel te ontwikkelen.

Deze fellowship geeft mij de mogelijkheid om verschillende componenten voor dit simulatiemodel te ontwikkelen. Ook wil ik de fellowship gebruiken om onderzoekers wereldwijd bij elkaar te brengen en over te halen een bijdrage te leven aan de ontwikkeling van dit model door het te gebruiken en te verbeteren.

Dit wil ik in de volgende stappen realiseren:

  • Gegevens uit verschillende recente studies naar de voorfase van dementie (zogenaamde subjectieve cognitieve klachten en lichte geheugenstoornis) analyseren.
  • De resultaten vertalen naar een model waarmee het beloop van de ziekte kan worden voorspeld.
  • Een gebruikersvriendelijk programma maken zodat het model kan worden gebruikt door andere wetenschappers, industrie, patiëntorganisaties, beleidsmakers en de overheid.
  • Bijeenkomsten organiseren voor de IPECAD groep. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen we onze werkzaamheden afstemmen. Aan iedere bijeenkomst wil ik een werkbezoek aan het Karolinska Institutet koppelen. Tijdens dit werkbezoek wil ik met Prof. Dr. A. Wimo en zijn collega’s het model ontwikkelen.
  • De websites www.ipecad.org en www.smard.org verder ontwikkelen waarop het simulatiemodel en een schat aan achtergrondkennis wordt gedeeld met wetenschappers wereldwijd.
  • De werkzaamheden koppelen aan mijn huidige en toekomstige projecten zodat niet langer voor ieder project apart een specifiek simulatiemodel wordt ontwikkeld maar het generieke IPECAD model verder wordt ontwikkeld en toegepast.
  • Bijeenkomsten organiseren op de afdelingen van 3 wereldwijd prominente wetenschappers gespecialiseerd in de gezondheidseconomie van de ziekte van Alzheimer. Ik wil kennis uitwisselen en hen overhalen samen te werken in de IPECAD groep.
  • 3 Alzheimer-specifieke congressen bezoeken om de resultaten te delen en wetenschappers uit te nodigen voor samenwerking. Ook wil ik 3 gezondheidseconomisch-specifieke congressen bezoeken om technische kennis uit te wisselen voor het ontwikkelen van het model. Deze congressen vinden allen plaats in Europa.

Het belangrijkste product van dit project is een simulatiemodel waarmee de kosteneffectiviteit (gezondheidseffect en kosten) van verschillende interventies voor de ziekte van Alzheimer kan worden berekend. Dit model zal wereldwijd beschikbaar worden gesteld aan iedereen en op duurzame wijze worden onderhouden door wetenschappers wereldwijd. Ik verwacht dat dit model zal bijdragen aan nauwkeurige schattingen van kosteneffectiviteit. En ik verwacht dat zulke nauwkeurige schattingen uiteindelijk tot betere keuzes in de zorg zullen leiden. Zodoende zullen nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap snellen toegankelijk worden gemaakt voor patiënten.

Aanvrager: Ron Handels
Werkzaam bij:  Alzheimer Centrum Limburg
Fellowship bij:  Karolinska Institutet, Stockholm, Sweden
Originele titel:  Open-source health-economic decision model framework for Alzheimer’s disease
Start: januari
2017
Duur:  24 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 
€ 55.952

Fellowships 2016

In 2016 ontvingen negen jonge talentvolle onderzoekers een persoonlijke beurs (fellowship). In totaal is daarvoor € 86.084 uitgetrokken. Zeven van de onderzoekers verbleven enkele maanden in het buitenland en twee onderzoekers verbleven een aantal maanden in Nederland. Hieronder leest u een samenvatting van de onderzoeken.

Eiwitafbraak in Frontotemporale dementie

Frontotemporale dementie (FTD) treft vooral mensen rond hun 50e levensjaar. De ziekte is na alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie bij mensen met dementie, jonger dan 65 jaar. Dr. Del Campo en collega’s van de afdeling Klinische Chemie van de VU in Amsterdam doen onderzoek naar deze ziekte. Ze ontdekten dat patiënten met FTD een enzym in het hersenvocht hebben, dat betrokken is bij eiwitafbraak. Dit is de reden voor vervolgonderzoek bij de Spaanse Hersenbank.

In Spanje zal dr. Del Campo kijken of ze de enzymen ook kan vinden in het opgeslagen hersenweefsel van FTD patiënten. Daarna zal ze kijken of deze enzymen ook aanwezig zijn in hersengebieden die nog niet zijn aangetast door FTD hersenschade. Dat zou betekenen dat de enzymen al in een vroeg stadium van de ziekte een rol spelen, wat belangrijke informatie is voor de ontwikkeling van medicijnen. Als laatste kijkt ze of de enzymen ook kan aantonen bij andere hersenziekten en vormen van dementie. Als dat niet zo is, kunnen de eiwitten mogelijk ook gebruikt worden voor het verbeteren van de diagnostiek van FTD.

Aanvrager: Marta Del Campo Milan     
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: Alzheimer’s Center Reina Sofía Foundation/ CIEN Foundation, Madrid, Spain
Originele titel: Specific lysosomal proteins as novel signatures of FTD
Start: september 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.960

Bundeling van krachten om risico's op dementie te vinden

Onderzoek naar risicofactoren van dementie is lastig. Dat komt doordat dementie een lange fase kent zonder symptomen. Ziekteprocessen in de hersenen zijn al 20-30 jaar voordat iemand dementie krijgt aantoonbaar. Tot op heden kennen we drie groepen risicofactoren. 1) een tweetal schadelijke eiwitten (amyloid en tau), 2) vaatschade en 3) ontstekingsprocessen. Het is echter nog niet duidelijk hoe deze factoren precies leiden tot schade aan de hersenen. Zo weten artsen bijvoorbeeld niet of uitingen van vaatschade zoals een hartinfarct of ‘stil’ herseninfarct het risico op dementie verhogen. Het succes van toekomstige behandelingen zal voor een groot deel afhangen van het tijdig en nauwkeurig herkennen van personen met een hoog risico op dementie.

Aan de Harvard Universiteit in de VS, zit de organisatie van een groot samenwerkingsverband van Noord-Amerikaanse en Europese bevolkingsonderzoeken. Door samenwerking met deze organisatie hebben de aanvragende onderzoekers een unieke mogelijkheid gecreëerd om de risicofactoren van dementie te bestuderen in een zeer groot bestand. Daarmee kunnen ze meer zeggen over de risicofactoren van dementie. En die kennis is belangrijk voor het ontwikkelen van geneesmiddelen en preventieve maatregelen.

Aanvragers: (1) dr. Frank J Wolters en (2) dr. Daniel Bos
Werkzaam bij: (1) Erasmus MC Epidemiologie en (2) Erasmus MC afdeling Radiologie en Epidemiologie
Fellowship bij: Harvard T.H. Chan School of Public Health, Boston, USA
Originele titel: Causality and predictive value of biomarkers for dementia in the general population: a multidimensional approach
Start: september 2016
Duur: 2 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: € 5.500 euro

Geheugenproblemen en alzheimer in de familie

Mensen met geheugenklachten hebben meer risico op het ontwikkelen van dementie, evenals mensen met een eerstegraads familielid met de ziekte van Alzheimer. Ondanks dit verhoogde risico, ontwikkelt slechts een klein gedeelte van de gezonde ouderen met geheugenklachten en een alzheimer familiegeschiedenis dementie. We kunnen alleen niet voorspellen wie dit zijn.

In Canada loopt een groot onderzoek naar mensen met alzheimer in de familie. Ongeveer de helft van deze mensen heeft ook geheugenklachten. In het Canadese onderzoek worden de uitkomsten van geheugentesten vergeleken met de uitkomsten van hersenscans die kijken naar alzheimereiwitten en hersenactiviteit. Zo willen de onderzoekers de ziekte beter begrijpen en voorspellen. Naast helpen bij dit onderzoek, kan fellow drs. Verfaillie in Canada hersenscantechnieken leren die belangrijk zijn voor zijn eigen onderzoek naar de vroege vormen van alzheimer in het Alzheimercentrum Amsterdam in Amsterdam.

Aanvrager: drs. Sander CJ Verfaillie
Werkzaam bij: Alzheimercentrum Amsterdam
Fellowship bij: McGill University, Montréal, Canada
Originele titel: Cognitive complaints and functional brain connectivity in elderly at risk for Alzheimer’s Disease
Start: september 2016
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 10.200 euro

Signaaleiwit voor verbindingen tussen hersencellen

De diagnose alzheimer kan steeds beter en eerder worden gesteld. Maar de diagnose zegt niets over hoe de ziekte zal verlopen. Zullen de verstandelijke vermogens van de patiënt snel of langzaam achteruit gaan? Drs. Eline Willemse wil onderzoeken of een meting van het eiwit neurogranine, wél de achteruitgang kan voorspellen. Neurogranine komt voor in de ‘synaps’, de plek waar twee hersencellen met elkaar zijn verbonden. Als men veel van dit eiwit vindt in het hersenvocht, betekent dit waarschijnlijk dat er veel verbindingen verloren zijn gegaan. En de verbindingen tussen hersencellen zijn belangrijk voor de werking van de hersenen.

De synapsen worden bij iedereen in enige mate afgebroken. Neurogranine komt daardoor bij iedereen in het hersenvocht voor. Daarom is de eerste stap het bepalen van een ‘afkapwaarde’. Kortom hoeveel neurogranine is nog normaal en hoeveel duidt op de ziekte van Alzheimer? Ten tweede gaat drs Willemse kijken naar neurogranine in hersenweefsel van overleden personen met verschillende stadia van de ziekte van Alzheimer. Dat onderzoek is belangrijk om te bepalen of neurogranine iets kan zeggen over het verloop van de ziekte.

Aanvrager: Drs. Eline Willemse 
Werkzaam bij: VU University Medical Center, afdeling Klinische Chemie
Fellowship bij: University of Antwerp, departement Biomedische Wetenschappen
Originele titel: Validation of Neurogranin, a novel and early biomarker for Alzheimer’s Disease.
Start: november 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 11.500 euro

Zelfmoord- en moordgedachten bij mantelzorgers

De zorg voor een naaste met dementie brengt vaak een zware belasting met zich mee. Hoe zwaar het kan zijn, bleek uit Australisch onderzoek van dr. Siobhan O’Dwyer. Uit haar onderzoek bleek dat veel mantelzorgers zelfmoordgedachtes hebben of eraan denken om hun familielid met dementie te doden. Het onderzoek roept de vraag op hoe het in Nederland zit. In Nederland is hulpverlening bijvoorbeeld vaak beter toegankelijk en zijn euthanasie en hulp bij zelfdoding onder bepaalde voorwaarden toegestaan en in ieder geval bespreekbaar. Aan de andere kant komt depressiviteit in Nederland veel voor onder mantelzorgers en dit is een belangrijke risicofactor voor zelfmoordgedachten.

Tijdens dit Fellowshipproject komt dr. O’Dwyer middels drie werkbezoeken naar Nederland om haar kennis en ervaring over dit onderwerp te delen met het EMGO instituut in Amsterdam. Samen met haar wordt de eerste Nederlandse studie naar dit onderwerp opgezet. Deze studie moet inzicht geven in het probleem en zal gegeven opleveren waarmee kan worden gewerkt aan preventie van depressiviteit en zelfmoordgedachten onder mantelzorgers.

Aanvrager: dr. Siobhan O’Dwyer
Werkzaam bij: University of Exeter, Verenigd Koninkrijk
Fellowship bij:  VU Medical Centre, EMGO Institute for Health & Care Research
Originele titel: Suicidal and Homicidal Ideation in Dutch Family Carers: Research Development
Start: april 2017
Duur: 5 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: €11.329 euro

Invloed van stress en depressie op DNA en risico op alzheimer

Stress en depressie beïnvloeden mogelijk de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer. Hoe dat kan is nog onduidelijk. Mogelijk zorgt stress voor zogenaamde ‘epigenetische’ veranderingen. Dit zijn subtiele veranderingen die ervoor zorgen dat het DNA van iemand enigszins anders wordt gebruikt. Zo maken de hersencellen daardoor bijvoorbeeld meer of juist minder van een bepaalde stof.

Dit project probeert de epigenetische veranderingen in de hersenstam van overleden alzheimerpatiënten te meten. Daarna kijken ze of diezelfde epigenetische veranderingen ook in het bloed van ouderen met milde geheugenklachten voorkomen. Dit biedt hopelijk een betrouwbare voorspelling van het risico op Alzheimer. Het ultieme doel is om de specifieke veranderingen uiteindelijk te beïnvloeden met nieuwe medicatie.  

Aanvragers: drs. Artemis Iatrou en dr. Daniel van den Hove
Werkzaam bij: Universiteit Maastricht, afd. psychiatrie en neuropsychologie
Fellowship bij: University of Exeter Medical School, Exeter, Groot Brittannië
Originele titel: Epigenetic impairment in the raphe nuclei in Alzheimer’s Disease
Start: aug 2016
Duur: 6 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 12.500 euro

Hart- en vaatziekten en Alzheimereiwitten

Risicofactoren van hart- en vaatziekten zoals suikerziekte, overgewicht en hoog cholesterol, verhogen ook het risico op de ziekte van Alzheimer. We weten echter niet precies op welke leeftijd deze factoren van invloed zijn en of ze ervoor zorgen dat men later ook sneller achteruit gaat. Van bepaalde signaaleiwitten, weten we al veel meer. Deze kunnen het risico op de ziekte van Alzheimer over tien-twintig jaar bepalen. 

In deze studie wil drs Isabelle Bos kijken welke verbanden er zijn tussen risicofactoren van hart- en vaatziekten en de signaaleiwitten. Hierdoor kunnen we het ziekteproces beter begrijpen en nadenken over een mogelijke tijdige interventie voor de ziekte van Alzheimer. Later kan deze kennis worden gebruikt om een betere uitspraak te doen over hoe snel iemand op latere leeftijd achteruit zal gaan. Mogelijk kan het zelfs worden gebruikt om de schade te beperken door mensen te helpen om hun risico op de ziekte van Alzheimer te verkleinen.

Aanvrager: Drs. Isabelle Bos
Werkzaam bij: Alzheimer Centrum Limburg
Fellowship bij: Washington University, St. Louis, USA
Originele titel: The relationship between vascular risk factors and AD biomarkers in cognitively normal individuals.
Start: februari 2017
Duur: 3 maanden
Gevraagde bijdrage aan Alzheimer Nederland: 6500 euro

Meer informatie uit hersenscans

Jacob Vogel is een jonge Canadese onderzoeker met een achtergrond in hersenscans statistiek en computerprogrammering. Door deze combinatie van vaardigheden kan hij een grote bijdrage leveren aan het hersenscanonderzoek aan het Alzheimercentrum Amsterdam. Dit fellowship bestaat uit drie delen:

1. Scans analyseren

Bij de ziekte van Alzheimer worden er twee schadelijke eiwitten in de hersenen gevonden: amyloid en tau. Met een zogenaamde PET-hersenscan kunnen deze eiwitten in de hersenen worden gemeten. Een MRI-hersenscan kan daarnaast verlies van hersenweefsel meten. Door deze scans te vergelijken, weten we beter welk eiwit bijdraagt aan de schade aan de hersenen. Jacob heeft bij zijn instituut in Canada een geavanceerde methode uitgevonden om dergelijke analyses uit te voeren. Deze methode zullen we toepassen op bestaande hersenscans.

2. Training in programmeren
Hersenscans worden steeds beter en steeds vaker ingezet. Dat zorgt voor een enorme hoeveelheid gegevens. Gespecialiseerde computerprogramma’s zijn nodig om deze hersenscans goed en snel te kunnen analyseren. Jacob beheerst deze programma’s en computertaal zeer goed en zal deze kennis en vaardigheden overdragen aan de Nederlandse onderzoekers zodat onze hersenscans nog efficiënter en nauwkeuriger geanalyseerd kunnen worden.

3. Opzetten database
Momenteel bestaat er geen database voor PET-hersenscan gegevens en de onderzoekers moeten daardoor voor ieder nieuw project alle data opzoeken. Dit is een tijdrovend proces en door het opbouwen van een PET database die automatisch bijgehouden wordt met nieuwe scans kan dit in de toekomst een stuk efficiënter. Jacob gaat de onderzoekers in Amsterdam helpen bij het opzetten van deze database.

Verklaring voor 'weerstand' tegen de ziekte van Alzheimer

Bij de ziekte van Alzheimer gaat hersenweefsel verloren, waardoor patiënten vaak last krijgen van geheugenproblemen. Hoe ernstig die geheugenproblemen zijn, verschilt van persoon tot persoon. Schijnbaar kunnen de hersenen van het ene persoon beter weerstand bieden tegen hersenschade dan de andere. Om dit verschijnsel te verklaren, is het begrip ‘cognitieve reserve’ bedacht. Over het algemeen komt een hoge cognitieve reserve voor bij mensen die mentaal actief blijven. Zij hebben bijvoorbeeld een hoge opleiding, een uitdagende baan of vullen hun vrije tijd met boeken en spelletjes. Ook mensen die veel aan lichaamsbeweging doen, hebben vaak een hoge cognitieve reserve.

Tijdens dit onderzoek gaat de onderzoeker de cognitieve reserve in kaart brengen door middel van hersenscans en testen van de mentale prestaties. Ze doet dit door de resultaten van gezonde mensen te vergeleken met onderzoek bij dezelfde mensen vijf jaar later. Vijf jaar later is er meer hersenschade door veroudering of dementie en kun je bepalen hoe de hersenen hiervoor hebben gecompenseerd. Dit onderzoek kan aantonen of een of meerdere zaken cognitieve reserve verklaart:

  • Compensatie van hersenschade door het gebruik van andere hersengebieden die de functie van beschadigde hersengebieden overnemen.
  • Hogere hersenactiviteit, bijvoorbeeld doordat de hersenen zeer efficiënt werken. Efficiëntere hersenen hoeven minder hard te werken om dezelfde mentale prestaties te leveren.
  • Hogere capaciteit. Kortom: hersencellen kunnen extra actief worden als dat nodig is, bijvoorbeeld bij een erg moeilijke geheugentest.
  • Hogere flexibiliteit van de hersenen, zodat hersengebieden elkaars functie makkelijker kunnen ondersteunen als ze overbelast dreigen te raken.

Dit onderzoek kan resulteren in een voorspelling van de cognitieve reserve en dat is een maat voor de snelheid van het verloop van de ziekte van Alzheimer. Dat helpt artsen om hun patiënten een nauwkeurigere voorspelling te geven over de toekomst: hoeveel geheugenproblemen zullen zij krijgen en op welke termijn? Daarnaast kan dit bijdragen aan nieuwe behandelmogelijkheden. Dat kan bijvoorbeeld door een mentaal en/of fysiek trainingsprogramma te ontwikkelen om cognitieve reserve te verhogen.