Twee miljoen naar onderzoek voor dementie

In 2017 organiseerde onderzoeksorganisatie ZonMw in samenwerking met Alzheimer Nederland een nieuwe subsidieronde in het kader van het Deltaplan Dementie. ZonMw heeft 28 subsidieaanvragen voor dementieonderzoeksprojecten gehonoreerd. In totaal is ruim € 17 miljoen besteed. De individuele projecten ontvangen bedragen tussen € 200.000 en € 1.500.000. Alzheimer Nederland werkte mee aan de ronde door beoordeling door ervaringsdeskundigen te organiseren en door bij elf projecten als co-financier op te treden. In totaal steunde Alzheimer Nederland de projecten met in totaal twee miljoen euro. Alzheimer Nederland werkte mee door:

Kennis van ervaringsdeskundigen

Onderzoek wordt relevanter als we gebruikmaken van de kennis van ervaringsdeskundigen. Alle 138 ingestuurde projecten werden op deze manier beoordeeld. De beoordeling van projecten gericht op behandeling en zorg ging via focusgroepen. Alzheimer Nederland organiseerde zeven focusgroepen met mantelzorgers en zeven focusgroepen met mensen met dementie verspreid over het hele land (gemiddeld zes á zeven deelnemers per focusgroep). De groepen beoordeelden de 70 aanvragen. De aanvragen voor onderzoek gericht op de oorzaak van dementie of diagnostiek, ging via een online panel van mantelzorgers. 67 projecten werden door 162 mantelzorgers beoordeeld op relevantie.
 

Investering in onderzoek

Alzheimer Nederland investeerde via de Vriendenloterij, twee miljoen euro in deze ronde van Memorabel. Met deze bijdrage steunen we elf onderzoeken:

  • Drie gericht op de oorzaken van dementie, ter waarde € 700.000.
  • Twee gericht op diagnostiek, ter waarde van € 400.000.
  • Drie gericht op behandeling en preventie, ter waarde van € 450.000.
  • Drie op het gebied van zorg, ter waarde van € 450.000.

Een korte samenvatting van de onderzoeken per thema vindt u hieronder.

Thema 1: Oorsprong en mechanisme van de ziekte

Is aanpassing van RNA een mogelijke behandeling voor de ziekte van Alzheimer?

In het kort

  • Ophopingen van het schadelijke amyloïd-bèta eiwit is één van de belangrijkste kenmerken van de ziekte van Alzheimer.
  • Aanpassing van het zogeheten Amyloid Precursor Protein (APP) kan ertoe leiden dat dit schadelijke eiwit niet meer wordt gemaakt.
  • Succes betekent een mogelijke doorbraak in het voorkomen of stoppen van Alzheimer.

Uitgebreide omschrijving

Eén van de belangrijkste kenmerken in de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer zijn ophopingen van het amyloïd-bèta eiwit. Deze ophopingen ontstaan doordat enzymen het grotere Amyloïd Precursor Protein (APP) op een verkeerde manier in kleinere stukjes knippen. Hierdoor ontstaan kleinere, schadelijke fragmenten van het amyloïd-bèta eiwit. Deze studie onderzoekt een behandeling waarbij het APP-eiwit zo wordt aangepast dat het schadelijke amyloïd-bèta eiwit niet meer wordt gevormd. Hierdoor kan hersenschade beperkt of zelfs voorkomen worden. De onderzoekers passen het APP-eiwit aan door het binden van een zogeheten ‘antisense oligonucleotide’ aan het APP RNA. Het RNA is het molecuul dat ervoor zorgt dat de genetische code, die opgeslagen ligt in het DNA, wordt vertaald naar een eiwit. De ‘antisense oligonucleotide’ zorgt ervoor dat de code voor amyloïd-bèta niet meer in het APP-eiwit terechtkomt, zodat het schadelijke eiwitfragment niet meer kan worden gemaakt. Waar eerdere studies zich - vaak tevergeefs - focusten op het verwijderen van amyloïd-bèta eiwit uit de hersenen, kiest dit onderzoek een andere aanpak: het voorkomen of stoppen van ophopingen van het schadelijke eiwit. Als deze aanpak succesvol blijkt, zou dit een doorbraak betekenen in onderzoek naar de ziekte van Alzheimer.

Originele titel: RNA modulation therapy for Alzheimer’s disease
Hoofdonderzoeker: Dr. W.M.C. van Roon-Mom

Instituut: Leids Universitair Medisch Centrum
Toekenning: € 689.866
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 200.000
Start: 2017
Duur: 48 maanden

De rol van darmbacteriën in het ontstaan en voorkomen van dementie

In het kort

  • Hoe bepaalt de darmflora in samenspel met leefstijl, medicatie en ons DNA de ontwikkeling van dementie?
  • Welke darmbacteriën beschermen het brein?
  • Leidt op korte termijn mogelijk tot nieuwe medicijnen of interventies op het gebied van leefstijl om dementie te voorkomen.

Uitgebreide omschrijving

Hoe beïnvloeden onze darmbacteriën (ook wel darmflora genoemd) het ontstaan van de verschillende vormen van dementie? En hoe kunnen we de samenstelling van de darmflora zo manipuleren dat onze hersenen zo lang mogelijk gezond blijven? Ieder mens draagt ongeveer twee kilo bacteriën in de darm. Deze sturen via stoffen in het bloed signalen naar ons brein. Het menselijk erfelijk materiaal bepaalt welke groepen darmbacteriën floreren. Ook levensstijl en geneesmiddelen bepalen de bacteriesamenstelling. Het doel van dit project is om te begrijpen hoe darmbacteriën in samenspel met leefstijl, medicatie en ons DNA de ontwikkeling van dementie bepalen. Dit gebeurt in het Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek (ERGO) en het Groningse Life Lines onderzoek. In het 100-plus onderzoek van het VUmc, waarin 100-jarigen zonder geheugenklachten centraal staan, kijken ze welke bacteriën het brein juist beschermen. Dit kan op korte termijn leiden tot nieuwe medicijnen of interventies op het gebied van leefstijl, waarmee dementie kan worden voorkomen. In de innovatieve studie wordt onder andere samengewerkt met het bedrijf Mimetas, waardoor de onderzoekers in staat zijn medicijnen in grote aantallen te testen op miniatuurmodellen van de bloedhersenbarrière op een chip.

Originele titel: Understanding the role of the gut microbiome in the pathogenesis and prevention of dementia
Hoofdonderzoeker: Prof. dr. ir. C.M. van Duijn
Instituut: Erasmus Medical Center
Toekenning: € 1.460.373
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 400.000
Start: 2017
Duur: 48 maanden

Het activeren van TNF receptor 2 als mogelijke behandeling voor de ziekte van Alzheimer

In het kort

  • Het eiwit Tumor Necrose Factor alfa (TNFα) speelt een belangrijke rol in het ontstaan van alzheimer.
  • Activering van de receptor TNFR2 remt de effecten van ontstekingen in de hersenen en zorgt ervoor dat hersencellen overleven.
  • Onderzoek zou kunnen leiden tot een veelbelovend nieuw medicijn.

Uitgebreide omschrijving

Hoewel er zeer intensief onderzoek wordt gedaan naar de ziekte van Alzheimer, is er op dit moment nog geen behandeling. Uit eerder onderzoek blijkt dat Tumor Necrose Factor alfa (TNFα), een eiwit dat in ons lichaam door cellen van het afweersysteem wordt gemaakt, een belangrijke rol speelt in het ontstaan van Alzheimer. Mensen met de ziekte maken namelijk te veel van deze eiwitten aan, waardoor de ontstekingsreactie in de hersenen uit de hand loopt. Twee zogeheten receptoren van TNFα blijken hier een rol in te spelen: activering van TNFR1 leidt tot het afsterven van hersencellen en versterkt ontstekingen, terwijl activering van TNFR2 deze effecten remt en ervoor zorgt dat hersencellen overleven. Het doel van dit project is om aan te tonen dat activering van TNFR2 de ziekte van Alzheimer inderdaad kan remmen. Dit zou kunnen leiden tot een veelbelovend nieuw medicijn dat alzheimer zou kunnen voorkomen, of in ieder geval de voortgang van de ziekteproces zou kunnen remmen. Ook willen de onderzoekers ontdekken of het eiwit Lipocaline 2 de effectiviteit van de behandeling zou kunnen voorspellen of aantonen. Dit eiwit is namelijk goed te meten in het bloed van mensen met alzheimer.

Originele titel: Stimulation of TNF receptor 2 as effective therapeutic for Alzheimer's disease
Hoofdonderzoeker: Prof. dr. U.L.M.  Eisel
Instituut: Rijksuniversiteit Groningen
Toekenning: € 352.116
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 100.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Thema 2: Diagnostiek

De diagnostische uitdaging van neuropsychiatrische symptomen bij de ziekte van Alzheimer

In het kort

  • Tachtig procent van de mensen met Alzheimer krijgt neuropsychiatrische symptomen zoals somberheid, angst of apathie.
  • Combinatie van dossieronderzoek, interventiestudie en onderzoek naar onderliggende ziektemechanismen.
  • Leidt tot betere herkenning, begrip en behandeling van neuropsychiatrische symptomen bij alzheimer.

Uitgebreide omschrijving

Meer dan tachtig procent van alle mensen met de ziekte van Alzheimer krijgt gedurende de ziekte te maken met neuropsychiatrische symptomen zoals somberheid, angst, apathie of ontremd gedrag. Deze symptomen hebben een negatieve invloed op de kwaliteit van leven, het ziektebeloop en de zorgkosten. Voor de ziekte van Alzheimer is momenteel geen medicijn beschikbaar, maar voor neuropsychiatrische symptomen bestaan wel effectieve behandelingen. Daarom is het belangrijk dat deze symptomen in een zo vroeg mogelijk stadium worden herkend zodat er kan worden gestart met een passende behandeling. Bij mensen met de ziekte van Alzheimer worden neuropsychiatrische symptomen onvoldoende herkend, behandeld en begrepen. Dit project richt zich op een betere herkenning van deze symptomen op de geheugenpolikliniek, door middel van dossieronderzoek bij meer dan drieduizend mensen met alzheimer. Ook worden de symptomen behandeld in een interventiestudie. Daarnaast moet neuropathologisch en beeldvormend onderzoek bij mensen met de gedragsvariant van alzheimer leiden tot meer inzicht in de onderliggende ziektemechanismen van neuropsychiatrische symptomen.

Originele titel: The diagnostic challenge of neuropsychiatric symptoms in Alzheimer’s disease
Hoofdonderzoeker: Dr. R. Ossenkoppele
Instituut: VU medisch centrum
Toekenning: € 829.341
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 200.000

Start: 2017
​​​​​​​
Duur: 48 maanden

Tijdige diagnose bij dementie - het verbeteren van gezamenlijke besluitvorming in de huisartsenpraktijk

In het kort

  • Gedeelde besluitvorming kan helpen bij een ‘tijdige’ diagnose, passend bij de voorkeuren van patiënt en naaste.
  • Ontwikkeling van een keuzehulp die in het diagnostiektraject de gezamenlijke besluitvorming van huisarts en patiënt ondersteunt.
  • Keuzehulp leidt mogelijk tot minder onzekerheid bij het maken van moeilijke beslissingen.

Uitgebreide omschrijving

Een veel gedeelde mening is dat een vroege diagnose van alzheimer in een voorstadium of zeer mild stadium voordelen heeft. Zo kunnen mensen zekerheid krijgen over de oorzaak van de geheugenklachten en kunnen zij zich beter voorbereiden op toekomstige beslissingen die ze moeten nemen. Een vroege diagnose heeft ook nadelen, zoals angst of stigmatisering. Mensen hebben verschillende overwegingen bij het wel of niet starten van een diagnostiektraject. Het is van belang deze vroeg te bespreken, bij voorkeur in de huisartsenpraktijk. Dit moet leiden tot een ‘tijdige’ diagnose, waarbij het diagnostiektraject begint op het moment dat de oudere met geheugenklachten daar ook zelf aan toe is. Gedeelde besluitvorming kan hierbij helpen. Dit houdt in dat huisarts en patiënt gezamenlijk beslissen, waarbij zij naast medisch-inhoudelijke argumenten ook nadrukkelijk de voorkeuren van de patiënt en naasten meenemen. Doel van dit onderzoek is om een keuzehulp te ontwikkelen en te evalueren die deze gezamenlijke besluitvorming ondersteunt. Uiteindelijk hopen de onderzoekers dat mensen die zich met geheugenklachten melden bij de huisarts, minder onzekerheid ervaren bij het maken van moeilijke beslissingen. Dit heeft mogelijk ook positieve gevolgen voor hun kwaliteit van leven.

Originele titel: Timely diagnosis of Alzheimer Disease. Improving Shared Decision-Making in General Practice.
Hoofdonderzoeker: Prof. dr. R. Ponds
Instituut: Maastricht University
Toekenning: € 608.060
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 200.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden


 

Thema 3: Behandeling en preventie

SPANkracht-Plus

In het kort

  • Inzicht in werkzame onderdelen van bestaande ondersteuningsprogramma’s voor ‘empowerment’.
  • Eerder ontwikkeld ondersteuningsprogramma voor jonge mensen met dementie geschikt maken voor oudere mensen met dementie.
  • Actieonderzoek: de ‘mensen waar het om gaat’ hebben zelf een grote rol in het onderzoek.

Uitgebreide omschrijving

Om de capaciteiten van mensen met dementie beter te kunnen aanspreken en ondersteunen, is het belangrijk te weten wat de belangrijke en werkzame onderdelen zijn van bestaande ondersteuningsprogramma’s voor ‘eigen kracht’ (empowerment) en hoe deze worden toegepast. Samen met input van de doelgroep wordt deze informatie gebruikt om een eerder ontwikkeld ondersteuningsprogramma voor jonge mensen met dementie geschikt te maken voor oudere mensen met dementie. Dit programma focust op eigen kracht, waardoor mensen met dementie zich bewuster worden van hun eigen mogelijkheden. Dit bevordert zelfvertrouwen, betrokkenheid in de samenleving en wederkerigheid van sociale contacten. Hierdoor ontstaan kansen voor verbetering van de kwaliteit van leven. Na onderzoek naar de effectiviteit en toepasbaarheid van het SPANkracht-programma en eventuele bijstelling, wordt de uiteindelijke versie verspreid. Dit project is een actieonderzoek: de ‘mensen waar het om gaat’ hebben zelf een grote rol in het onderzoek. De centrale uitvoering van het project is in handen van een werkgroep die bestaat uit twee zorgprofessionals, twee welzijnsprofessionals, iemand met dementie, een mantelzorger, een onderzoeker en een projectleider. Dit garandeert inbreng van de doelgroep in alle fasen van het project.

Originele titel: SPAN+: Empowering people with dementia      
Hoofdonderzoeker: Dr. D.L. Gerritsen
Instituut: Radboudumc
Toekenning: € 477.210
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 150.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Interculturele dementiediagnostiek en zorg in de geheugenpolikliniek

In het kort

  • Verbetering van diagnostiek bij niet-Westerse migranten, door ontwikkeling van een cross-cultureel (cognitief) testprotocol.
  • Verbetering van de kwaliteit van leven van niet-Westerse mensen met dementie en hunmantelzorgers, door gebruik te maken van oplossingsgerichte therapie.
  • Behandeling is direct toepasbaar in de thuissituatie en kan voor een snelle verandering zorgen.

Uitgebreide omschrijving

De grote groep eerste generatie niet-Westerse migranten die in de jaren zeventig naar Nederland kwam, zal de komende jaren vergrijzen. Doordat risicofactoren voor dementie bij deze groep vaker voorkomen, hebben zij een verhoogde kans op dementie. Geheugenpoliklinieken zijn echter niet voorbereid op deze groep niet-Westerse patiënten, die met culturele verschillen, een taalbarrière en relatieve onbekendheid met de aandoening om een andere aanpak vragen. De onderzoekers richten zich allereerst op het verbeteren van de diagnostiek bij niet-Westerse migranten, door de ontwikkeling van een cross-cultureel (cognitief) testprotocol. Ook worden aanbevelingen gedaan voor cultureel competente gezondheidszorg. Het tweede doel is het verbeteren van de kwaliteit van leven van niet-Westerse mensen met dementie en hun mantelzorgers, door gebruik te maken van oplossingsgerichte therapie die onafhankelijk is van iemands culturele achtergrond. De behandeling bestaat uit ongeveer vijf sessies. Niet-Westerse mensen met dementie en hun mantelzorgers hebben direct baat bij dit onderzoek: naast een betere diagnose (en daardoor betere mogelijkheden voor begeleiding), is de behandeling direct toepasbaar in de thuissituatie kan deze zorgen voor een snelle, positieve verandering.

Originele titel: Intercultural dementia diagnostics and care in the memory clinic
Hoofdonderzoeker: Dr. J.M. Papma
Instituut: Erasmus MC
Toekenning: € 418.131
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 100.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Het effect van het stoppen van bloeddrukverlagende medicatie op probleemgedrag bij oudere verpleeghuisbewoners met dementie

In het kort

  • Lage bloeddruk wordt in verband gebracht met probleemgedrag bij dementie.
  • Leidt het geleidelijk afbouwen van bloeddrukverlagende medicatie tot minder probleemgedrag en een betere kwaliteit van leven?
  • Mogelijke impact van dit onderzoek is groot, gezien de verwachte stijging van het aantal mensen met dementie.

Uitgebreide omschrijving

Veel oudere verpleeghuisbewoners met dementie laten probleemgedrag zien, al dan niet voor een bepaalde periode. Dit probleemgedrag heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven van ouderen met dementie en hun omgeving en is een belangrijke reden voor opname in een verpleeghuis. In de praktijk is er behoefte aan nieuwe wegen om probleemgedrag te verminderen. Meerdere onderzoeken laten zien dat bij ouderen een lage bloeddruk in verband wordt gebracht met probleemgedrag. Dat roept vragen op over de wenselijkheid van het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie bij ouderen met dementie. In dit project wordt onderzocht of het geleidelijk verhogen van de bloeddruk door het verminderen van bloeddrukverlagende medicatie leidt tot minder probleemgedrag en een betere kwaliteit van leven bij ouderen met dementie. Gedurende acht maanden wordt bij 246 ouderen met dementie de medicatie afgebouwd, bij 246 wordt de medicatie voortgezet. Als blijkt dat het stoppen van bloeddrukverlagende medicatie inderdaad leidt tot minder probleemgedrag, dan is de impact van deze studie groot gezien de verwachte stijging van het aantal mensen met dementie van wie een groot deel bloeddrukverlagende medicatie gebruikt. Bovendien leidt dit ook tot betere zorg, omdat probleemgedrag zorgverleners en verpleegkundigen belemmert optimale zorg te verlenen.

Originele titel: Effects of stopping antihypertensive treatment on neuropsychiatric symptoms in nursing home residents with dementia
Hoofdonderzoeker: Prof. dr. J. Gussekloo
Instituut: Leiden University Medical Center
Toekenning: € 688.012
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 200.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Thema 4: Doelmatige zorg en ondersteuning

Onderzoeken van de (kosten) effectiviteit van ‘Samen verder na de diagnose dementie’ (SHARE)

In het kort

  • Inzicht in de effectiviteit van de gespreksmethode ‘Samen verder na de diagnose dementie.
  • Geschikt maken van de interventie voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.
  • Inzicht in de (kosten)effectiviteit van de gespreksmethode.

Uitgebreide omschrijving

U aanpassen aan en omgaan met de diagnose dementie is een complex proces. Mensen met dementie en hun mantelzorgers geven aan dat de ondersteuning vlak na de diagnose niet voldoende is. Ondersteuning wordt vaak pas geboden als er problemen beginnen te ontstaan. Ook is deze ondersteuning meestal niet gericht op de emotionele impact van de diagnose en hoe zij het leven dat zij leidden kunnen voortzetten. Daarom is ‘Samen verder na de diagnose dementie’ (SHARE) ontwikkeld in de Verenigde Staten. Deze interventie, die bestaat uit vijf gesprekken tussen degene met dementie en de mantelzorger onder begeleiding van een psycholoog, is getest en aangepast aan de Nederlandse situatie. Het doel van dit project is de doorontwikkeling van SHARE door deze geschikt te maken voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden en door toevoeging van een familiesessie. Zo krijgt familie ook de kans om een grotere rol te spelen bij de (toekomstige) zorg. Vervolgens wordt de (kosten)effectiviteit van de interventie onderzocht. De onderzoekers willen daarnaast ook inzicht krijgen in het gebruik van het zorgplan en de (communicatieve) vaardigheden die zijn geleerd gedurende het volgen van ‘Samen verder na de diagnose dementie’.

Originele titel: Testing the (cost)effectiveness of SHARE, a dyadic intervention on people with early-stage dementia and their caregivers, in a Randomized Controlled Trial
Hoofdonderzoeker: Drs. B.M. Willemse
Instituut: Trimbos-instituut
Toekenning: € 450.868
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 150.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Dementie; technologie in het dagelijks leven

In het kort

  • Kan het gebruik van technologie ouderen met dementie ondersteunen om langer thuis te blijven wonen?
  • Ontwikkeling van een toolkit met voorbeelden van passende technologie en geschikte methoden voor toepassing bij thuiswonende ouderen met dementie.
  • Samenwerking tussen een hogeschool, gemeenten en een regionaal netwerk van zorgen welzijnsorganisaties.

Uitgebreide omschrijving

Kan het gebruik van technologie (zoals GPS of aangepaste tablets) ouderen in het beginstadium van dementie ondersteunen om langer thuis te blijven wonen, in vergelijking met ouderen die deze technologie pas in een later stadium gaan gebruiken? Deze vraag staat centraal in dit onderzoek. Samen met iedere persoon wordt individueel gekeken welk technologie-arrangement voor hem of haar zinvol is. De onderzoekers kijken wat hierbij van invloed kan zijn, bijvoorbeeld de acceptatie van technologie, gebruikersgemak, de wijze van instructie en of er mantelzorg aanwezig is. Misschien speelt ook de manier waarop deze technologie beschikbaar gesteld wordt een rol. Er wordt dan ook vooral gezocht naar mogelijkheden die niet in verband worden gebracht met zorg. Het resultaat is een toolkit voor algemeen gebruik, met daarin methoden, instructies, e-learning modules en voorbeelden van passende technologie die gemakkelijk toegankelijk en betaalbaar zijn voor thuiswonende ouderen met dementie. Het project is een samenwerking tussen een hogeschool, gemeenten en een regionaal netwerk van zorg- en welzijnsorganisaties.

Originele titel: Dementia:Technology in Everyday Life
Hoofdonderzoeker: dr. M.J.M. Adriaansen
Instituut: Hogeschool Arnhem Nijmegen
Toekenning: € 392.605
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 100.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden

Dementie terug in het hart van de gemeenschap, een complexe casestudy naar kwaliteit van leven en sociale inbedding van oudere

In het kort

  • Realisatie van een gevarieerd aanbod voor mensen met dementie in een zorginstelling,waar zij zonder begeleiding naar buiten kunnen en anderen kunnen ontmoeten.
  • Wat zijn de gevolgen van deze veranderingen?
  • Nadruk ligt op het verbeteren van kwaliteit van leven en versterken van sociale vaardigheden en rollen.

Uitgebreide omschrijving

Mensen met dementie in een zorginstelling kunnen vaak niet vrij naar buiten. Dit heeft gevolgen voor hun welbevinden, maar ook voor de samenleving. Ouderen met dementie verdwijnen langzaam uit het gezichtsveld en mensen weten vaak niet hoe ze met dementie kunnen omgaan. Stichting Maasduinen, een zorgorganisatie in Noord-Brabant, wil dit veranderen. Op de vernieuwde locatie Park Vossenberg wordt een gevarieerd aanbod gerealiseerd voor verschillende doelgroepen in de gemeenschap met onder andere een vis-/zwemvijver, speeltuin, moestuincomplex en kapel. Cliënten kunnen zonder begeleiding naar buiten en anderen ontmoeten. De veiligheid wordt geborgd door gebruik van nieuwe technologie, herkenningspunten, routes en natuurlijke afscheidingen. Dit onderzoek evalueert de gevolgen van deze veranderingen voor en in nauw overleg met cliënten met dementie, hun familie, personeel en buurtbewoners. Daarbij wordt vooral gekeken naar kwaliteit van leven en de inbedding van dementiezorg in de samenleving. In dit onderzoek ligt de nadruk op het verbeteren van de kwaliteit van leven en het versterken van sociale vaardigheden en rollen binnen de hele gemeenschap.

 

Originele titel: "Dementia back in the heart of the community, a complex case study into quality of life and social integration of people with dementia"
Hoofdonderzoeker: Prof. dr. P.P. Groenewegen
Instituut: NIVEL
Toekenning: € 622.389
Cofinanciering Alzheimer Nederland: € 200.000

Start: 2017
Duur: 48 maanden