Praten over onderzoek met mensen met dementie

Bij mensen met dementie wordt een aantal (cognitieve) functies aangetast, zoals het opnemen, filteren, verwerken en verstrekken van informatie. Daarnaast kunnen mensen met dementie extra gevoelig zijn voor afleidende prikkels, zoals (harde) geluiden, veel mensen bij elkaar, mensen die langslopen en andere dingen doen, etc. Dat maakt communiceren met mensen met dementie soms lastig. Mogelijk kan iemand met dementie door de aangetaste functies:

  • langzamer reageren op wat je zegt
  • informatie minder goed begrijpen/verwerken
  • moeite hebben met zich uitdrukken in woorden (verminderde woordenschat, formulering etc.)
  • zich moeilijk een voorstelling van iets maken
  • moeite hebben met keuzes maken
  • moeite hebben zich te concentreren

Het is dus erg belangrijk dat wij omstandigheden creëren en ons aanpassen aan de persoon met dementie, zodat we zijn/haar communicatiemogelijkheden optimaal benutten. Hieronder vind je daarvoor wat algemene tips.

 

Tips voor de voorbereiding en het gesprek zelf

  • Zorg voor back-up plannen.
    Heb je ooit een gesprek voorbereid voor een sollicitatie of onderhandeling dat precies verliep zoals gepland? Nee toch? En voor een gesprek met mensen met dementie geldt dat ook. Want wat er nodig is om aan te sluiten bij de ander en echt contact te maken, is bij iedereen met dementie anders. Zorg dus dat je voorbereid bent op onverwachte situaties. Dit kan bijvoorbeeld doordat je de informatie die je wilt delen op verschillende manieren aanbiedt, dat je verschillende gespreksmethodes paraat hebt en dat je een flexibel programma hanteert. Je kunt ook gebruik maken van voorwerpen en specifieke materialen die passen bij je onderwerp. Hieronder vindt je nog een aantal suggesties voor een goed gesprek over je onderzoek.
     
  • Nodig uit om te vertellen: vervang vragen door aanbod.
    Stel zo min mogelijk vragen, maar nodig uit om te vertellen. Vertel iets over een onderwerp en/of laat wat zien, bijvoorbeeld pictogrammen/foto’s etc. En zwijg dan. Vaak zie je dat de persoon met dementie dan vanzelf reageert, omdat er een associatie optreedt of een gedachte opkomt. Indien jij of een andere aanwezige de persoon met dementie kent, dan kun je diegene ook op weg helpen of inhaken op hun verhaal vanuit die ervaring.
     
  • Geef mensen de tijd om te reageren.
    Vertraag je tempo en laat stiltes vallen. Geef de persoon met dementie tijd om informatie te verwerken. En geef hem/haar tijd om een reactie te formuleren. Wacht bewust na het delen van informatie.
     
  • Maak gebruik van eigen kennis en ervaring van het hier en nu.
    Vraag de persoon met dementie niet na te denken over dingen die (kort) in het verleden zijn gebeurd, want die zijn ze mogelijk vergeten. Daarnaast is het voorstellingsvermogen verminderd. Dat maakt het lastig om na te denken over dingen die voor hem of haarzelf (nog) niet van toepassing zijn. Dus nadenken over de toekomst en het inleven in situaties van anderen kan lastig zijn. Vermijd ‘Vertel eens over wat u deze week gedaan heeft..’ of ‘Als u (later).. dan.. ’
     
  • Stem de manier van vragen stellen af op de persoon en/of groep.
    Open vragen kunnen heel lastig te beantwoorden zijn. Vaak is het daarom handig om mensen keuzes voor te leggen en daarbij het aantal keuzes te beperken. Je kunt bijvoorbeeld de persoon met dementie vragen om dingen/foto's op volgorde van belangrijkheid te leggen of in te delen in categorieën. Zorg ook dat de context van de vraag duidelijk is. Vraag niet ‘out of the blue’  om te kiezen tussen rood en blauw, maar schets de situatie. Bijvoorbeeld: “Als u een kerstboom gaat versieren, kiest u dan liever voor rode of voor blauwe ballen?” Kijk wel weer uit om het gesprek niet teveel te sluiten, voor mensen die wel breed over een onderwerp kunnen nadenken. Als je vragen helemaal sluit, kun je veel missen. (“Wilt u koffie of thee?”, nodigt iemand niet uit om voor cola of water te kiezen.)
     
  • Zorg voor een rustige en veilige omgeving:
    • Mensen met dementie hebben soms last van verminderd zicht. Contrast tussen kleur van de stoel en de kleur van de vloer kan belangrijk zijn. En ook wit papier op een witte tafel is lastig te zien, neem eventueel een dun donker tafelkleed mee.
    • Vermijd een ruimte met dynamische prikkels (geluid en beweging), dus bijvoorbeeld met veel glas (waarachter beweging is zoals langslopende mensen) en veel omgevingsgeluiden.
    • Het creëren van een goede sfeer draagt bij aan een gevoel van veiligheid. Neem dus extra de tijd om mensen op hun gemak te stellen en laat weten dat er geen foute antwoorden bestaan.
    • Als je een één op één gesprek voert, kan het ook prettig zijn als er een bekende aanwezig is. Laat deze bekende dan zitten in het blikveld van degene met wie je het gesprek voert.
    • Voor sommige mensen is oogcontact heel prettig (zij weten dan dat communicatie aan hen gericht is), voor anderen kan oogcontact bedreigend zijn, pas je daaraan aan.
    • Bewegen kan helpen om de geest wat los te krijgen. Je kunt bv. gaan wandelen en het gesprek voeren. Wat je ook kunt doen is een plaspauze/drinkpauze inlassen waar mensen even wat kunnen bewegen. Of plaats een buffetje waar men koffie kan pakken.
       
  • Wie zit tegenover je?
    Naast rekening te houden met de ziekte, is het minstens zo belangrijk om rekening te houden met de individuen waar je mee praat. Hoe worden ze het liefst aangesproken? Wat is een prettige tijd om af te spreken? Zijn er problemen met het gehoor of zicht? Zijn ze vanuit beroep of andere achtergrond bepaalde manieren van communiceren gewend? Weten ze veel van een bepaald onderwerp? Of leeft er iets bij hen waar je op kunt aansluiten? Bespreek dit en leer de mensen kennen met wie je praat.
    Ook de voorbereiding van een gesprek is dus erg belangrijk. Bij bijvoorbeeld een dagbesteding weet de groepsbegeleider vaak veel over de deelnemers. Dat kan je helpen om goed aan te sluiten bij de groep. 
     
  • Praktische zaken bij een groepsgesprek
    Organiseer je zelf een bijeenkomst? Denk dan aan deze praktische zaken:
    • Houd rekening met een bijeenkomst van in totaal ongeveer 2 uur:
      • een half uurtje om kennis te maken en mensen te laten wennen
      • maximaal een uur voor het gesprek zelf
      • een half uurtje uitloop voor eventueel napraten en afscheid nemen
    • Zorg dat je tijdens het gesprek in ieder geval met 2 personen bent: 1 gespreksleider en 1 notulist. 3 personen kan eventueel ook, maar zorg ervoor dat het niet een soort ‘invasie’ wordt voor de groep.
    • Tip aan de notulist: probeer woordelijk mee te schrijven met wat er gezegd wordt. Dit soort gesprekken verloopt namelijk niet altijd even gestructureerd. Je kunt daarom beter na afloop proberen om meer structuur in je notulen aan te brengen.
    • Afhankelijk van het tijdstip kun je er daarnaast voor kiezen om iets lekkers bij de koffie mee te nemen. Houd hierbij wel rekening met de praktische eetbaarheid (een moorkop of een tompouce zijn natuurlijk lekker, maar niet heel makkelijk te eten).
    • De deelnemers aan het gesprek zijn over het algemeen erg blij dat ze een bijdrage kunnen leveren en dat ze je kunnen helpen. Het is leuk om dit gevoel nog extra te benadrukken door een bedankje mee te nemen dat je na afloop kunt uitdelen.

Bestaande groep 

Sluit je aan bij een bestaande groep mensen met dementie, om een groepsgesprek te houden, zoals een plek voor dagbesteding. Houd dan rekening met deze aanvullende punten:

  • Zorg dat je vooraf contact hebt gehad met de eventuele coördinator/begeleider van de groep. Hij of zij kan je alvast wat vertellen over de groepsdynamiek en over dingen waar je eventueel rekening mee moet houden. Verder kan het ook handig zijn om het thema van het gesprek alvast vóór te bespreken. Soms zijn bepaalde zaken al eerder onderwerp van gesprek geweest in de groep en kun je dus alvast wat ‘vóórinformatie’ krijgen.
  • Denk ook aan de coördinator/begeleider van de groep als je bedankjes uitdeelt!

 

Bronnen
Dit document is mede tot stand gekomen door input van Ervarea.
www.ervarea.nl