Uit het Alzheimer Café van de gemeente Berg en Dal

Communicatie bij dementie
Communicatie bij dementie

Communicatie bij dementie

Uit het Alzheimer Café van de gemeente Berg en Dal

Communicatie bij dementie (12 okt.2020)

De zaal is corona-proof ingericht. De tafeltjes staan op gepaste afstand, er zijn niet meer dan twee stoelen per tafeltje. In totaal zijn er dertig stoelen. Bij mijn binnenkomst, met mondkapje, controleert een vrijwilliger, ook met mondkapje, of ik op de presentielijst sta. Alles loopt gesmeerd. De gespreksleider opent de avond en geeft het woord aan John Ekkerink, die als psycholoog werkzaam is in een verpleeghuis. Hij vertelt vanavond over de communicatie met mensen met dementie. “Communicatie is een basisbehoefte”, legt Ekkerink uit. “Je hebt het als mens nodig om met andere mensen te communiceren, ook als je goed alleen kunt zijn. Door de communicatie met anderen word je bevestigd in wie je bent. En het leven is leuker als je de mooie ervaringen en je zorgen kunt delen met anderen. Je hebt elkaar nodig.”

De communicatie verandert

“Dementie verandert het contact dat je met elkaar hebt, en de communicatie verandert ook. Iemand met dementie merkt dat hij dingen vergeet, niet meer op woorden kan komen, hij raakt het overzicht kwijt, wordt onzeker en voelt zich bedreigd. Dat heeft allemaal invloed op de communicatie. En dat is vaak moeilijk voor de mantelzorger, die in zijn eigen rouwproces zit. Want,” zo stelt Ekkerink, “dementie heb je niet alleen. Het is een persoonlijk, maar ook een sociaal drama.” Ekkerink vertelt dat hij op huisbezoek ging bij een man met dementie. ‘Fijn dat u er bent, zei de man, u moet eens naar mijn vrouw kijken, er is iets goed mis met haar, ze doet allemaal vreemde dingen.’ Of iemand weet altijd alles beter, of is juist heel onzeker en vraagt voortdurend om bevestiging. Dat soort situaties zijn heel tragisch voor de partner, en hebben het risico in zich dat er strijd ontstaat en je uit elkaar gedreven wordt. Dan is het de kunst om het contact toch goed te proberen te houden. Er is dus maatwerk nodig, communicatie die is afgestemd op het gedrag en de gevoelens van degene met dementie.

Moet je corrigeren of meebewegen?

Als iemand zegt dat het maandag is hoef je dat niet te verbeteren, want dat heeft verder geen consequenties. Maar als iemand ’s nachts om drie uur naar buiten wil om naar zijn moeder te gaan moet je natuurlijk wel corrigeren. Verder heeft Ekkerink  de volgende tips: “communiceer altijd op ooghoogte en zorg dat de ander je kan zien als je praat. Ga dus niet achter hem staan. Gebruik korte zinnen en praat zo veel mogelijk over concrete dingen, dingen die je kunt zien en aanwijzen. Stel enkelvoudig, gesloten vragen. Dus niet ‘wat wil je drinken’, of ‘wil je koffie of thee’, maar vraag eerst of iemand koffie wil en vraag als hij met nee antwoord pas of hij thee wil. Mensen met dementie reageren namelijk meestal op het laatste stukje van de vraag, het eerste deel zijn ze dan al vergeten."

Levensgeschiedenis

"Iemand met dementie heeft een andere werkelijkheid dan zijn gesprekspartner. Hij leeft in zijn werkelijkheid bij voorbeeld nog bij zijn moeder thuis of heeft nog die drukke kantoorbaan. Dat is lastig praten. Probeer daarom zo veel mogelijk een brug te slaan. ‘Kon je moeder lekker koken, kreeg je een lekker kopje thee als je uit school kwam?’ Daarom is het goed om de levensgeschiedenis te kennen van de persoon met dementie, zodat je mee kunt praten over zijn werkelijkheid. Dan kom je in een gedeelde werkelijkheid en is echt contact op gevoelsniveau mogelijk. Neem hiervoor de tijd en probeer de belevingswereld van de ander te begrijpen.”

Anne-Mieke Penders

Alzheimer-Nederland, regio Nijmegen

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door