Campagne Bibliotheek West-Brabant - Het verhaal van het Geheugenhuis

Campagne Bibliotheek West-Brabant - Het verhaal van het Geheugenhuis

Ervaringen delen met lotgenoten, herinneringen ophalen met behulp van de Belevenistafel, een Geheugenkoffer lenen om thuis verder in gesprek te gaan, of gewoon even tot rust komen. Daar is het Geheugenhuis voor bedoeld; een fijne plek in de bibliotheek voor iedereen die op welke manier dan ook te maken heeft met geheugenproblemen of dementie.

Soms helpt de lamme de blinde
De Bibliotheek West-Brabant heeft een breed aanbod dat bedoeld is om aandacht te vragen voor dementie. Eén van de activiteiten die de bibliotheek ook aanbiedt is de workshop levensboek schrijven. Een levensboek kan mensen met dementie en hun naaste omgeving helpen. De 78-jarige Ria uit Roosendaal is mantelzorger voor haar man Rein (80). In 2017 werd bij hem dementie geconstateerd. Toen Ria en Rein het Odensehuis in Roosendaal bezochten wees Ida, coördinator van het Odensehuis Ria op de workshop levensboek schrijven in de bibliotheek. “Dat leek me heel leuk en waardevol om te doen. Al dacht ik in het begin wel eventjes: tsjonge, waar ben ik aan begonnen. Want het maken van een digitaal levensboek is een leuke, maar tijdrovende klus. Het levensboek is dan ook nog niet af. Ik moet er nodig weer mee verder, maar ik schrijf het steeds in kleine stukjes. Gelukkig zijn de medewerkers van de bibliotheek enthousiast en heel behulpzaam. Net als de andere deelnemers, al voelt dat soms wel een beetje alsof de lamme de blinde helpt, we hebben immers allemaal geen idee wat we moeten doen en zitten daar om het te leren.”, vertelt Ria lachend.

Zelfde verhaal, ander perspectief
Niet alleen de bibliotheek, maar ook het Odensehuis zelf biedt de mogelijkheid om te leren hoe je een levensboek moet schrijven. “Wij hebben die activiteit eveneens aangeboden aan onze bezoekers. Samen met Rein heb ik ook gewerkt aan zijn levensboek terwijl Ria dat bijna tegelijkertijd deed in de bibliotheek. De bedoeling was dat Ria de input van haar man dan kon verwerken in haar versie. Dezelfde verhalen van en over Rein, maar vanuit een ander perspectief.”, legt Ida uit.

Momentje met mijn moeder
Voor de geboren en getogen Roosendaalse Ida (64) was het schrijven van een levensboek niet helemaal vreemd. “Met mijn moeder samen heb ik ook een levensboek geschreven. Zij had dementie en omdat ze best al ver in het ziekteproces zat kon ze niet alles meer vertellen. Bijzonder was dat mijn moeders moeder toen ook nog leefde. Zij heeft mij nog hele waardevolle dingen kunnen vertellen voor het levensboek over mijn moeder. Op bijzondere momenten pak ik dat boek er nog weleens bij en als ik het dan doorblader dan heb ik nog even zo’n momentje met mijn moeder. Het is en blijft voor mij dan ook een heel waardevol document.”

Acceptatie
Als een partner of familielid getroffen wordt door dementie, dan vraagt dat veel van mensen. Niet alleen kost mantelzorgen veel energie, maar ook het acceptatieproces kan soms moeizaam verlopen. Ria vertelt: “Ik vind het mantelzorger zijn behoorlijk pittig. Rein kan nog best veel zelf, maar vaak ziet hij toch niet wat er moet gebeuren, of hoe iets precies werkt. En dan denk ik al snel: ‘laat maar, dan doe ik het zelf wel’. Maar ook dingen als autorijden. Rein kan dat niet meer, ik gelukkig nog wel. Maar langere afstanden over onbekende snelwegen vond, en vind ik soms best spannend. Anderzijds, ik móet wel, want anders kom ik nergens meer. En het is lastig dat Rein nog steeds denkt dat hij niets mankeert……hij heeft niets, zegt ie dan.” Rein vult zijn vrouw aan: “Ik vind het eigenlijk allemaal zwaar overdreven. Als je mij vraagt wat ik allemaal gedaan heb in mijn leven, dan kan ik je dat heel goed vertellen. Ja natuurlijk, ik vergeet best weleens wat, maar wie niet? En je kunt nu eenmaal niet alles onthouden, toch? Ik zal best iets mankeren, maar ik ervaar dat zelf eigenlijk niet zo.”

Odensehuis
Ida weet uit de dagelijkse praktijk in het Odensehuis dat mensen die, in welke vorm of mate dan ook met dementie geconfronteerd worden, vaak moeite hebben met de acceptatie. “Dat is ook de reden dat de opzet van het Odensehuis heel laagdrempelig is. Mensen hebben geen indicatie of verwijzing van een arts nodig. Als mensen maar het minste vermoeden hebben dat er iets niet pluis is met hun geheugen, dan zijn ze bij ons al van harte welkom. Ook als zij niet direct hun hele verhaal op tafel willen leggen. Dat komt later wel.” Dat Rein wat onverschillig lijkt te zijn over zijn dementie, maakt het voor zijn vrouw soms lastig om samen met hem aan zijn levensboek te werken. Ze vertelt: “Ik heb natuurlijk wel input van Rein nodig, daarom interview ik hem soms. Over zijn jeugd weet ik bijvoorbeeld weinig, ik heb daarover dingen aan zijn broer gevraagd. Rein is ook nogal uitvoerig in zijn antwoorden dus als hij bij A begint zit je voordat je het weet bij Z zonder dat alles wat hij verteld heeft ook relevant is. Door samen met Rein af en toe door zijn levensboek te bladeren toets ik soms of dingen inderdaad kloppen. En dat is best lastig, want Rein denkt vaak dat dingen zo niet gegaan zijn. Toch levert het samen doorbladeren regelmatig ook leuke herinneringen en verhalen over vroeger op.”

Hulpmiddel voor zorgverleners
Dementie is niet te genezen. Dit betekent dat de ziekte alleen maar erger wordt. In die situaties kan een levensboek heel nuttig zijn. Vaak zijn mensen in het begin niet bezig met iets als een levensboek schrijven, pas later voelen zij dat het waardevol kan zijn om daar toch aan te beginnen. En niet alleen voor de mantelzorger en de patiënt. Ida legt uit: “Een levensboek is bijvoorbeeld ook heel waardevol voor een zorgverlener. Rein heeft 40 jaar als docent Electrotechniek gewerkt. Als een zorgverlener zoiets leest in iemands levensboek kan de zorg daar soms op aangepast worden. De achtergrond van iemand met dementie kan bruikbare informatie opleveren voor een zorgverlener. Vooral als het ziekteproces al zover is dat communiceren heel moeilijk is, kan een levensboek een goed hulpmiddel zijn.”

‘Is niet erg opa, dat weet je straks toch niet meer’
Dementie heb je nooit alleen, je omgeving wordt er ook mee geconfronteerd. Zo ook de kleinkinderen van Ria en Rein. “Die pakken het heel goed op. Onze jongste kleinzoon van 14 jaar zegt weleens tegen Rein: ‘Joh, maak je niet zo druk opa. Straks weet je het toch niet meer.’ Ik vind het ook fijn dat ze er zo nuchter mee omgaan. Dat helpt mij ook. Als het levensboek van Rein af is, voor zover een levensboek af kan zijn, dan wil ik het laten afdrukken en aan onze kinderen en kleinkinderen laten lezen. Zodat ze een indruk krijgen van de mooie herinneringen van hun vader en opa.”, vertelt Ria.

Het Geheugenhuis
Omdat de acceptatie van dementie voor de meeste mensen lastig is, vindt Ida het Geheugenhuis een geweldig initiatief. “Het is prettig dat het Geheugenhuis op een openbare plek als de bibliotheek ingericht is. Een plek waar veel mensen komen en waar geen drempel is om binnen te lopen. Je kunt gewoon eens rondkijken in het Geheugenhuis en zien wat er allemaal is aan boeken en materialen. Er staat een Belevenistafel en er zijn Geheugenkoffers die je kunt lenen, maar het is daarnaast ook een plek om gewoon eventjes tot rust te komen. En niets te moeten. Of boeken te lezen over dementie. Alles is mogelijk. En dat helpt mensen. Niet alleen bij de acceptatie van dementie in hun omgeving, maar ook om herinneringen op te halen of gesprekken over vroeger op gang te brengen. Ik wijs mensen in het Odensehuis regelmatig op het Geheugenhuis en vaak hoor ik later dan terug dat ze dat een waardevol bezoek vonden.”

Meer informatie en video's zijn te vinden op de website van de bibliotheek West-Brabant.

 

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door