Wet zorg en dwang is nog onbekend bij veel mantelzorgers

Wet zorg en dwang is nog onbekend bij veel mantelzorgers

Alzheimer Nederland heeft een peiling gedaan naar onvrijwillige zorg bij mensen met dementie. De vragenlijst werd ingevuld door 1500 mantelzorgers en 69 mensen met dementie. Jullie lieten weten dat er nog vaak onvrijwillige zorg wordt toegepast. De Wet zorg en dwang (Wzd) is daarnaast bij veel mensen onbekend. Alzheimer Nederland heeft op 1 februari de peiling aangeboden aan de Kamercommissie VWS om hier meer aandacht voor te vragen.

Zelfbeschikking is een mensenrecht. Ook voor je naaste met dementie. Mensen met dementie willen zo veel en zo lang mogelijk de regie over hun leven houden. De Wet zorg en dwang helpt daarbij. De wet regelt dat zorgmedewerkers niet zomaar zorg mogen toepassen die je naaste niet wil. Als er toch onvrijwillige zorg wordt toegepast, is goede communicatie met familie, een deskundige blik van buiten en een gestructureerde aanpak met stappenplan heel belangrijk.

Verzet tegen zorg komt vaak voor 

De Wzd bestaat sinds 1 januari 2020. We wilden graag weten wat de ervaringen zijn met de Wzd. Merken je naaste en jij iets van de wet? Hoe vaak wordt onvrijwillige zorg toegepast en als dit wordt toegepast, is het dan opgenomen in het zorgplan? En weet je van het bestaan van de cliëntvertrouwenspersoon? 

Mensen met dementie lieten weten dat familieleden en zorgmedewerkers regelmatig activiteiten verbieden. Of dat ze hen juist dingen willen laten doen die ze niet willen. ‘Dat voelt elke keer als inleveren,’ vertelde iemand met dementie.

Ook mantelzorgers herkennen dit. De helft geeft aan dat hun naaste met dementie zich verzet tegen zorg. Dit gebeurt vaker in het verpleeghuis (58%) dan thuis (43%).   

Alleen vrijheidsbeperking als het echt niet anders kan

Vrijheid en veiligheid is een groot thema bij dementie. Het is belangrijk om te kijken hoe vrijheidsbeperking niet (of zo min mogelijk) ingezet kan worden. En als het echt niet anders kan, moet het zorgvuldig gebeuren.

Daarvoor is goed overleg tussen zorgmedewerkers en mantelzorgers nodig. Ook een zorgvuldig proces en deskundigheid zijn belangrijk. En daar is nog veel te verbeteren, blijkt uit de peiling. Slechts zes op de tien mantelzorgers hebben regelmatig overleg met de zorgmedewerker om te bespreken of de onvrijwillige zorg nog nodig is. Vier op de tien mantelzorgers zijn het wel eens oneens met de aanpak van de zorgmedewerkers. De meeste mantelzorgers maken zich hier zorgen over. Ook geeft een kwart van de mantelzorgers aan dat de onvrijwillige zorg van hun naaste niet is opgenomen in het zorgplan. Terwijl dit wel moet.

Wzd vooral in thuissituatie onbekend

De Wzd bestaat al twee jaar, maar is nog onbekend bij een groot deel van de mantelzorgers. 61% van de mantelzorgers met een thuiswonende naaste die professionele zorg krijgt, kent de wet niet. Woont de naaste in een zorginstelling? Dan is de Wzd bij 26% van de mantelzorgers onbekend. Dat is zorgelijk, want als je niet weet dat de wet bestaat, kun je er ook geen gebruik van maken.

Cliëntvertrouwenspersoon helpt 

Uit de peiling blijkt ook dat de cliëntvertrouwenspersoon voor veel mantelzorgers onbekend is. In zorginstellingen kent 62% van de mantelzorgers de cliëntenvertrouwenspersoon (cvp) niet. In de thuissituatie is dat 82%. Dat is zonde, omdat familie en zorgmedewerkers nog vaak verschillen van mening over de toepassing van de Wzd. Wanneer dat gebeurt kan de cvp helpen. De cvp is een onafhankelijke tussenpersoon die mantelzorgers en zorgmedewerkers helpt bij het bedenken van een oplossing.

Heb je zelf een probleem waarbij de cvp kan helpen? Vraag dan aan de zorgorganisatie wie in de regio ondersteuning van een cvp aanbiedt. Of kijk op dwangindezorg.nl, daar vind je per regio het juiste telefoonnummer. Hulp en advies vragen aan een cvp is gratis.

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door