Terugblik Alzheimer Café Bunnik 14.11.2019

Wat weten we over bewegen?

Of we wel voldoende bewegen en weten waarom we dat zouden moeten doen? Bent u bekend met de beweegnorm en weet u waarom iemand met dementie zou moeten bewegen? Robin Oosterom, fysiotherapeut bij Quarijn, vuurt eerst een aantal vragen op ons af. We hopen maar dat hij ons gaat helpen ze te beantwoorden vanavond. 

Normaal verouderingsproces

Het is bekend dat we bij het ouder worden minder sterk en mobiel worden. De spierkracht neemt af, het uithoudingsvermogen wordt minder en dat geldt bijvoorbeeld ook voor de coördinatie. Gaandeweg krijgen we minder controle over het lichaam. Dat komt o.a. omdat de signalen die onze hersenen afgeven aan de spieren er langer over doen voordat ze hun boodschap overgebracht hebben. Al deze kenmerken horen bij het normale proces van ouder worden. Geen fijne boodschap maar het goede nieuws is dat het mogelijk is dit proces te vertragen. Dat kun je doen door in beweging te blijven en het lichaam voldoende prikkels te geven. Je cellen blijven namelijk jonger als je blijft bewegen! Verder geldt ook dat er een verband is tussen mentale en fysieke fitheid. Als je lekker in je vel zit en je niet teveel zorgen maakt, kun je ook veel meer aan. 

Dementie en bewegen

Robin vertelt dat dementie ervoor zorgt dat mensen versneld ouder worden. De ziekte heeft niet alleen effect op het functioneren van de cognitie, maar ook op de mobiliteit en fysieke gesteldheid. Door het verminderen van de reactiesnelheid, het minder goed kunnen uitvoeren van dubbeltaken, het verminderen van selectieve aandacht gaat ook de fysieke gesteldheid sneller achteruit. Het uitvoeren van taken wordt lastiger en trager. Naasten kunnen dan de neiging hebben om die taken volledig over te nemen, maar zeker in de beginfase van dementie is dat niet nodig. Sterker, het is beter om dat niet te doen. Belangrijk is alleen wel dat je duidelijke en enkelvoudige opdrachten geeft of vragen stelt. Dus bijvoorbeeld niet: “wil je dit kopje mee naar de keuken nemen, in de vaatwasser zetten en meteen het koffiezetapparaat even uitzetten”? Beter is om al deze stapjes te splitsen. De persoon met dementie ervaart zo succes in het uitvoeren van de taak en blijft vaardigheden onderhouden. 

Elke vorm van dementie is weer anders

De achteruitgang van de motoriek en de mentale gesteldheid verloopt bij elke vorm van dementie anders en er zijn ook veel verschillen tussen mensen. Als je dit weet kun je bepaalde kenmerken herkennen en er rekening mee houden. 
Bij de ziekte van Alzheimer zie je dat de loopsnelheid trager wordt, de staplengte korter. Er is sprake van onhandigheid, motorische onrust en in het algemeen lopen deze mensen meer op de voorvoet en is er weinig armzwaai. Bij veel mensen zie je dat ze loopdrang krijgen, ze blijven maar lopen en voelen eigenlijk niet meer aan of ze moe zijn. Daardoor neemt het risico op vallen toe. 
Kenmerken van vasculaire dementie zijn vaak dat mensen lopen met een ‘breedgangspoor’ (wijdbeens) en dat ze vooral aan een kant van het lichaam achteruit gaan. Ook een tragere loopsnelheid, stijfheid en een gestoorde balans behoren tot de kenmerken. 
Bij lewy body dementie zie je vaak een Parkinsonbeeld. Er is sprake van stijfheid, traagheid en freezing. Ook Bradykinesie, wat inhoudt dat iemand tremoren heeft, veel bewegingen maakt kan bij deze vorm van dementie horen. 
Tot slot vertelt Robin over FTD (frontotemporale dementie). Hierbij zie je vaak een verlies aan initiatief, trillen, vallen en coördinatie verlies. 

Blijf in beweging

Robin heeft een belangrijke boodschap voor iedereen: blijf in beweging! Dat geldt voor iedereen, ook voor mensen met dementie. Je onderhoudt vaardigheden, het uithoudingsvermogen blijft langer op peil, de kracht en de coördinatie blijven langer behouden. En ook heel belangrijk: door te bewegen stimuleer je de bloedsomloop in het hele lijf dus ook in de hersenen. 

Hoeveel bewegen?

Robin heeft ons cijfers getoond van records van senioren boven de 65 op bijvoorbeeld de 100 meter sprinten (13 seconden), de 10 km hardlopen (38.26 minuten), het ver springen (4,98 meter) en het hoog springen (1,48 meter).
Het is voor iedereen duidelijk dat bij de genoemde voorbeelden de lat voor de gemiddelde (oudere) mens veel te hoog ligt en dat is geen schande. Ieder op zijn eigen niveau!
De beweegnorm ligt op gemiddeld 1 uur per dag matige tot intensieve beweging en 2 keer per week bot- en spierversterkende oefeningen. Die laatste voor de oudere mensen gecombineerd met balansoefeningen. Als dat teveel van het goede is dan aanpassen naar wat wel mogelijk is. Maar indien mogelijk, wel blijven doen. 

Anneke dankt Robin voor zijn enthousiaste uiteenzetting en wij weten wat ons te doen staat.

Dit nieuwsbericht is gepubliceerd door