“Laatst maakte ik iets prachtigs mee op de markt. Een mevrouw die aan de beurt was bij de kaasboer zei: ‘ik heb dementie’. Ik zag het voor mijn ogen gebeuren: de man in de kraam nam alle tijd voor haar, ook toen ze even niet op bepaalde woorden kon komen. Dit voorval illustreert mijn drijfveer voor mijn vrijwilligerswerk; zorgen dat het taboe er af gaat. Als het gaat over omgaan met mensen met dementie is er een wereld te winnen. Niet de overhoring – ken je mijn naam, hoeveel kinderen heb ik – maar zorgen dat zij langer kunnen meedoen. Mijn droom is dat mensen met dementie beter worden begrepen. Met het Alzheimer Café en bijvoorbeeld de training Samen dementievriendelijk zetten we kleine stapjes, die uiteindelijk zorgen voor grotere stappen.

Kracht en vertrouwen

De bestuursfunctie bij afdeling Oost-Veluwe en gespreksleider bij het Alzheimer Café kreeg ik als vanzelf in mijn schoot geworpen. Nu ik gestopt ben met werken kan ik me bewust op het vrijwilligerswerk richten. In mijn rol als gespreksleider zorg ik dat bezoekers echt antwoord krijgen op hun vragen. Ik let er op dat de informatie begrijpelijk is, door uit te leggen, niet te veel informatie ineens te geven en het nog eens te herhalen. Zo nodig breng ik zelf de vragen een beetje op gang en ik stop wat humor in het gesprek. Het is een ontmoeting met een lach en een traan. De onderwerpen die aan bod komen zijn soms best wel confronterend. Ik wil de bezoekers meegeven dat je kunt genieten van wat er wel is, en dat ze weten bij wie ze voor hulp en ondersteuning terecht kunnen. Dan gaan ze niet droevig, maar met kracht en vertrouwen naar huis.

Als het gaat over omgaan met mensen met dementie is er een wereld te winnen.

Aan de stamtafel

De komende periode passen we de frequentie en het tijdstip van het Alzheimer Café aan. We organiseren twaalf in plaats van tien Alzheimer Cafés per jaar, afwisselend ’s middags en ‘s avonds. Bij de zes avondedities is er een gastspreker over een bepaald onderwerp, bij de zes middagedities kun je komen en gaan wanneer je wilt. Heb je maar een uurtje, dan kom je een uurtje. Aan de stamtafel ’s middags zitten dan bijvoorbeeld een praktijkondersteuner, een fysiotherapeut of een casemanager, aan wie je vragen kunt stellen. Zo hopen we de drempel lager te maken, zodat niet alleen de mantelzorgers maar ook de mensen met dementie komen. We willen niet óver de mensen praten, maar mét hen en  een warme, veilige en gezellige plek creëren. Een eerste bezoek is misschien wat spannend, maar je hoeft je verhaal niet te delen en kunt gewoon anoniem komen luisteren.”